Mindblowing 2015

visionboard 2015 Niet vaak vind ik het moeilijk om terug te kijken zoals ik de laatste jaren doe op basis van de visionboards die ik maak met een inmiddels vaste groep onder leiding van Junice Augusta. Vaak ben ik verrast door het resultaat van wat mijn knippende en plakkende handen aan het begin van het jaar in intuitieve lijnen uiteen zetten. Zo ook voor het afgelopen jaar, alleen zijn de waarheden die in mijn visionboard van vorig jaar besloten zaten hard in mijn leven geland. Op een manier die mijn handen al zagen aankomen, maar mijn hoofd nog niet kon bevatten.

‘Loyaliteit hoeft geen blinde vereing te zijn’… wat een tekst! Ik plakte hem op en plantte een zaadje dat zou leiden tot mijn vertrek bij de Amigoe. Ter versteviging knipte ik ‘Nieuwsmijders hebben de bijzondere gave om niet op het linkje te klikken’ uit. Daarmee liet ik al weten niet langer te geloven in de wijze waarop de nieuwsmedia functioneert. Wat is nieuws? En wat is een journalist? Dat heb ik me heel vaak afgevraagd het afgelopen jaar en steeds vaker voelde ik me niet meer thuis bij de ingeslagen weg die overigens wereldwijd plaatsvindt. Too much onzininfo ten behoeve van de ‘kijkcijfers’, sturend in plaats van informerend met naar mijn idee desastreuze gevolgen voor het vak en die zo hoog aangeschreven onafhankelijkheid. Wie gelooft er nog wat in een krant staat? Ik niet. De tekst ‘Dichter bij je eigen’ was daarvan een rechtstreeks gevolg. Evenals ‘Stuntelig rolmodel’,’Ik heb altijd mijn intuitie gevolgd’en ‘Je kunt ‘t, je kunt ‘t’. Ik had aan het begin van 2015 niet durven denken dat ik de stappen zou zetten die ik gezet heb en plakte toen ergens in januari ook alvast op mijn karton waar ik naar zou luisteren. ‘Wie op zoek is naar de waarheid, moet durven twijfelen’… Ongelooflijk hoe waar dat in 2015 voor mij was.

2015-07-30 13.20.24‘Stopverf’ stond er ook op. Geen idee waar dat vandaan kwam maar dat woord had een grote aantrekkingskracht op mij. Groot was mijn dankbare verbazing toen ik tijdens een van mijn eerste werkzaamheden bij mijn nieuwe werkgever Landhuis Bloemhof een pot kurken uit de kast haalde. De kurken zijn bedoeld om schilderijen te ‘fine-tunen’ zodat ze echt kaarsrecht hangen. Op die pot stond ‘Stopverf’. Ik liet hem bijna uit mijn handen vallen toen ik dat zag. Wat een signaal! Een herkenningspunt in een chaotische tijd. Ik heb gelachen en gehuild.

En er is meer… Ook het ‘alles is liefde’ en ‘vlinders op je huid’ heb ik mogen ervaren. In een relatie die steeds meer richting ‘a shared state of mind’ gaat. Dat laatste heb ik overigens ook mogen ervaren met vele inmiddels ex-collega’s uit de nieuwswereld die het moeilijk hebben en elk voor zich een antwoord proberen te vinden op waarmee zij zich geconfronteerd zien. En die ‘Donald Duck’ is al twee jaar een feit. Daar word je echt een stuk vrolijker van.

2015-06-22 16.48.35

‘The book of life’ nam ik ook op in mijn visionboard van 2015 en het’Ik weet dat je trots op me bent. Ookal zeg je het nooit.’ Het levensboek van mijn pleegvader, mijn pipa, werd halverwege het jaar afgeschreven. Geen nieuwe bladzijden meer. Een punt erachter. Klaar. Een belangrijke gebeurtenis in het afgelopen jaar. Eentje die een enorme impact had en die ook aan het schijnbaar onschuldige ‘taal kent eindeloos veel variaties’ een wel heel bijzondere betekenis gaf. In zijn laatste weken vertoefde hij in een labyrint van woorden waar het voor ons soms heel moeilijk was om hem te volgen. Toch vonden we elkaar en waren er op het laatst geen woorden meer nodig. En ja, voor hij vertrok wist ik dat hij trots op me was. Zonder dat hij het zeggen hoefde.

En dan een foto van jurken in een boom. Als er een kledingstuk is dat het afgelopen jaar in veelvoud in mijn kledingkast terecht is gekomen dan is het de jurk. En zo kan ik doorgaan over mijn visionboard van 2015… maar de allerbelangrijkste waarheid die ik heb mogen ervaren vorig jaar was wel ‘Het leven bestaat niet uit mijlpalen, maar uit momenten’ en ja, ook die plakte ik in januari 2015 op.

Om’me’keer

Elo 2015Column voor Paradise Fm

‘Me’ is uitgeroepen tot het irritantste woord van het jaar als het gebruikt wordt in plaats van ‘mijn’. Dat heeft het Instituut voor de Nederlandse Lexicologie (INL) onlangs bekend gemaakt.  Ik hoorde het van me zus en vond het wrang-grappig. Een contradictio in terminus eigenlijk wanneer je naar de betekenis van dit woord kijkt die iets verder gaat dan alleen het foutieve grammaticale gebruik ervan.

Me staat voor ‘mijn’ en dat betekent ‘van mij’. Mijn is de bezittelijke vorm die hoort bij het woordje ‘ik’. En als er iets is waar het tegenwoordig luidkeels over gaat dan is het om ‘ik’ en ‘van mij’. Vooral wanneer ‘ik en ‘van mij’ worden afgezet tegen ‘jij’ en ‘van jouw’.  Want wie ‘ik’ ben en wat ‘van mij’ is, wordt bedreigd door wie ‘jij’ bent en wat van ‘jouw’ is. Dat geloven we en aldus staan ‘Ik’ en ‘van mij’ in rangschikking bovenaan en alles wat met ‘jij’ en ‘van jouw’ te maken heeft, wordt al dan niet met grof geweld uit de weg geknuppeld.

Het belangrijkste middel dat ons in dit idee voedt is het internet, een ongrijpbare wereld waar we op inpluggen en die ons weghaalt uit de realiteit waarin we leven. Weg van onze frustraties op het werk, weg van onze ruzie met een collega of partner en weg van de aandacht eisende kinderen of wat het ook is dat ons plaagt. Via onze telefoon, tablet, i-pad of laptop vertrekken we uit het nu en treden we een ‘schijnwereld’ binnen om in alle toonaarden te berde te brengen wat onze ‘ikjes’ op hun lever hebben.  En al die frustraties en ongeadresseerde emoties nemen we lekker mee. We gaan ‘los’ in wat er nu eindelijk eens gezegd moet worden. In ons eentje typen we ons een ongeluk met als belangrijkste onderwerp: u raadt het al ‘IK’. Een rechtstreeks weerwoord krijgen we niet maar wie met een comment achteraf bijval geeft kan op een ‘like’ rekenen, zoals er bij tegengas een verwijdering of een blokkering volgt. Heer en meester zijn we over ons ik. In een nepwereld waar we steeds vaker in vertoeven en waar we worden bewerkt door andere ‘ikjes’ die er niet veel anders aan toe zijn dan wij.

Maar er is hoop. Volgens de boedhistische leer moet je eerst een ego hebben om het te kunnen verliezen. Met het verlies van het ‘ik’ verdwijnt ook het idee van ‘jij’ ofwel de ander. Er ontstaat dan een situatie waarin er geen zelf en geen ander is. Er is slechts de verbinding met elkaar.

In het echte leven blijkt het verwerven van een echt ‘ik’ een haast onmogelijke opdracht. Daar lopen we tegen beperkingen aan die het ontwikkelen van een goed vet ego niet toestaan. Er is daar buiten namelijk altijd het rechtstreeks contact met die ander en daar voelen we doorgaans wat bij. In het echte leven is het veel moeilijker om positie bepalen en ‘rot op’ te zeggen tegen een vluchteling wanneer die zonder huis of haard voor je neus staat. Dan wordt het ineens een menselijk verhaal en krijgt het zwart-wit denken allerlei kleurschakeringen die in plaats van duidelijkheid verwarring scheppen. En verwarring van het ‘ik’ en het ‘van mij’ schept ruimte voor het ‘jij’ en ‘van jouw’. We komen knel te zitten tussen ‘van mij’ en ‘van jouw’ zonder dat we eerst een stevig ego hebben kunnen ontwikkelen. En als dat de bedoeling is, dan is het geen wonder dat mensen steeds vaker het echte leven verruilen voor dat alter-ego op het internet. In onze nepwereld kunnen we voluit en ongegeneerd onze gang gaan. Onze ‘ikjes’ worden flink gevoed door onze eigen typende vingers.

We zijn dus naar vermogen al volop onderweg om op te bouwen wat we straks weer los kunnen laten. Misschien zelfs al bijna op een keerpunt want er zijn er al die afhaken, die de sociale media de rug toe keren en die het echte leven weer omarmen. Maar die vormen nog geen meerderheid. De vraag is nu wanneer de rest voldoende geinvesteerd heeft in dit ‘ik’ en het punt bereikt dat het ego alleen geen voldoening meer geeft. En het antwoord op die vraag valt en staat met hoe echt we denken dat onze nepwereld is. Want aan een nep-ego hebben we uiteindelijk ook niets. Dan is er niets echts af te staan.

Dit vraagstuk lijkt te worden beantwoord vanuit de huidige stand van zaken in de echte wereld die met rappe schreden vanuit dat nepstation tot een kookpunt wordt gebracht waarvan noch de ‘ikjes’ noch de ‘jijtjes’ de gevolgen kunnen overzien maar waarvan we zo onderhand wel kunnen stellen dat als we zo doorgaan er in het ergste geval niet veel meer over is om te claimen als zijnde ‘van mij’ of ‘van jouw’. De nep voelt echt en de climax lijkt nabij.

Aldus lees ik In de benoeming van het woord ‘me’ in de betekenis ‘van mij’ als het meest irritante woord van 2015 een mooi signaal. Grammaticaal zijn we al zo ver om dat woord naar de prullenbak te verwijzen. Op naar de afschaffing van de inhoudelijke betekenis ervan en de wereldvrede ligt binnen handbereik.

 

Try this…

2015 BlogWish

… and you are set for this holiday season and the rest of your life

Janchi van Playa Kanoa

2015-12-20 12.04.24 De hernieuwde ontmoeting met de man op deze foto voelde als thuiskomen bij mezelf. Ik had hem jaren niet gezien, wist niet of hij nog leefde en daar stond ie, voor mijn neus, zonder dat hij zich nog herinneren kon wie ik was. Janchi van Playa Kanoa liep rond waar hij hoort om sigaretten en drank te bietsen waar hij in overvloed verhalen voor teruggeeft. Maar liefs twee keer was hij voor mij de inspiratie voor een kort verhaal. Een keer voor online magazine Cpost en hij speelde een van de hoofdrollen in het korte verhaal Schelpenvlees dat in mijn bundel Woestijnzand staat die in 2012 uitkwam bij Uitgeverij In de Knipscheer.

En daar zou het wat schrijven betreft even bij blijven. 2012 luidde een serie aan gebeurtenissen in die me in beslag zouden nemen voor een langere tijd. Veel langer dan me lief was met als rechtstreeks gevolg het nog maar sporadisch doorsijpelen van de letters waar ik zo graag mee bezig ben. Geen rust, geen ruimte maar ook amper vrijheid… voor het gebruik van mijn eigen pen.

Blaadjes vallen weer op een plek neer, uiteindelijk, wanneer de wind is uitgeraasd. En zo is het ook met mij. Er is nu meer rust, er is ruimte en mijn vrijheid is weer van mij.

De hernieuwde ontmoeting met Janchi van Kanoa op dit moment was voor mij een cadeautje. En nadat ik hem een paar anecdotes had verteld die we samen beleefd hebben, kwam de lach van herkenning door. Of die voor mij was of voor de situatie kan ik niet inschatten. Daarvoor waren de gulle gevers van alcohol op het strand iets te scheutig geweest. Maar dat hij al twee keer ‘opgeschreven’ was, maakte hem heel enthousiast. Hij wilde meteen al aan de slag. “Jij schrijft het op en dan worden we samen wereldberoemd,” zei hij lachend.

Ach ja, ieder z’n wens.

De Gewetensprikker

Janchi woont op Playa Kanoa. In zijn paarse huisje boven de zee. Janchi is van oorsprong visser. Maar dan eentje zonder boot. Ook zonder vrouw en zonder kinderen. Verlaten hebben ze hem, allemaal. Janchi heeft geen goed woord over voor mensen. Hun aard heeft zich aan hem geopenbaard. In welke vorm ze aan hem ook verschijnt, Janchi heeft de mensheid door.
Vanuit de schaduw op Playa Kanoa deelt hij gul zijn inzichten uit. Badgasten op geperforeerde smurfensloffen worden door hem met ‘Idioten’ begroet. Janchi buldert tegen vervuilers. ‘Vieze varkens’ smijt hij ze na. Hij verstoort de doop van jonge adventisten. Luidkeels brallend over het water: ‘Geloof is opium voor het volk’. Zwemmers in T-shirts met politieke leuzen, lacht hij uit en hij hoont: ‘Wat hebben ze voor jouw stem betaald?’.
Janchi is niet gek. Janchi vindt dat mensen niet kloppen. Janchi schopt tegen het ingedutte geweten aan.
Maar soms, zo af en toe, heel even, dan wint zijn ordinaire nieuwsgierigheid van zijn grootse alwetendheid. Zoals laatst, toen hij even bij me kwam zitten. Hij had een BBQ gezien van Hollandse mensen. Ze roosterden stokken met vlees, paprika en uien eraan. Een shashlik, zei ik, komt uit de Krim, ergens bij de Ukraine. Janchi likte over zijn lippen. Hij keek me hemels verlekkerd aan. ‘Dat zou ik nou wel eens willen proeven.’

Uit: Cpost april 2008

En hier een fragment uit Schelpenvlees:

‘…Ruim voor de zon zich laat zien, zit Janchi al op het water. Golven klotsen tegen de romp van de boot. In het donker draagt de zee een zwart gewaad dat tot ver in de nacht doorloopt. In het bijna licht kleurt de zoom zilver en weerkaatsen plooiende golven de eerste zonnestralen. En dan neemt het zeekleed geleidelijk haar diepblauwe kleur weer aan. Op de punt van de boot ziet Janchi uit over haar grootsheid. Haar elegantie en hij bewondert haar kracht. Een dame is ze, denkt Janchi. De boot klimt naar de top van een golfrug en duikt daarna de diepte in. Janchi stijgt en daalt. Zout water in zijn gezicht. Zijn lichaam meevloeiend in het ritme van de zee. Hij kijkt naar haar. Hij voelt haar, hij hoort haar. Ze fluistert. Zacht sissend geeft ze hem geheimen in. Van de ogenschijnlijk wispelturige bewegingen van een school vissen; van de vogels die weten waar het aas zit; van de wind die waarschuwt als het tij gaat keren; van de gevaarlijke ondertonen die de stroming dan heeft; van zware wolken die een storm aankondigen; van de benauwende kalmte die daaraan vooraf gaat; van de slagregens die een dichte watermist vormen en van de wervelwinden die het zee-oppervlak in een onrustige beroering brengen. Janchi luistert. Naar alles wat ze te zeggen heeft. Ze raakt hem, ontroert hem. Overweldigt hem. ‘Blauwe dame, wat ben je mooi.’

Uit: Woestijnzand

#Woestijnzand, #In de Knipscheer, #Cpost, #Curacao, #Elodie Heloise

 

Moru

Moru

‘Bos di nos pueblo’ daagt uit om zelf na te denken

Bos di nos pueblo hoofdfotoWat wil je nou eigenlijk met je land? Waar ligt de grens tussen het algemeen belang en het eigen belang? Hoe ver ben je bereid te gaan voor datgene dat jij als rechtvaardig ziet? Durf je je mond open te maken of vertoef je liever in het kamp van de mekkerende meute die klaagt, roddelt en zeurt maar die verder niks doet? Deze vraagstukken worden aan de kaak gesteld in het nieuwste stuk van Teatro KadaKen ‘Bos di nos pueblo’ dat op een zeer toepasselijk moment de bühne bestijgt. De Curaçaose regering wordt op het moment met kunstgrepen bij elkaar gehouden om de eindstreep van october 2016 te halen en het vertrouwen in de politiek is naar een absoluut nulpunt gezakt. We zitten in de aanloop naar de verkiezingen en de vragen die Teatro KadaKen in dit stuk naar voren brengt, zijn daarmee meer dan opportuun.

Bos di nos pueblo posterNa ‘E dekonstrukshon di Edsel K.’, ‘Tisha’ en ‘Pluisje’ die meer op persoonlijke keuzes van mensen gestoeld waren, gaat het in ‘Bos di nos pueblo’ over de politiek en de veelal ambivalente houding van de bevolking hier tegenover. De formule: vier acteurs, een verplaatsbare set, eenvoudige maar zeer effectief ingezette props, een verrassende afwisseling die de toeschouwer bij de les houdt en interactie met het publiek.

‘Bos di nos pueblo’ gaat over een politiek actieve vader en twee zoons die elk op eigen manier omgaan met hetgeen de vader voorstaat; de jongste is volgzaam, de oudste gaat er falikant tegenin. Tegenspraak betekent verstoting en daarmee zijn de kaarten geschud. Hoewel de beide broers de weg naar elkaar terugvinden, komt er ook een moment waarin de angst voor het verliezen van de vaderlijke liefde uiteindelijk dwingt tot het kiezen van eieren voor je geld waarmee in dit stuk ethiek, moraliteit en rechtvaardigheid pijnlijk duidelijk aan de orde worden gesteld. Wat zijn de motieven waarmee je kiest? In hoeverre ben je daarvan doordrongen? En hoe ga je om met je eigen integriteit?

Bos di nos pueblo 4Deze onderwerpen komen niet alleen in het stuk naar voren door ze in spelvorm te brengen. Het publiek wordt deze discussie ingetrokken door de groep ‘Bos di nos pueblo’ die het stuk onderbreekt en samen met de toeschouwers aan de slag gaat met het opstellen van een verkiezingsprogramma. Met een rode en een groene kaart in de hand wordt er gestemd over onderwerpen zoals: vervuiling, de doodstraf, de openbaarheid van stranden en wat er verder door het publiek zelf als stemonderwerp wordt aangedragen. De meerderheid geeft de doorslag en het publiek wordt uitgedaagd de motivering voor een ‘voor’ of ‘tegen’ bij een microfoon te verduidelijken.

Bos di nos pueblo 3De rol van de media en de zwijgende meerderheid worden in ‘Bos di nos pueblo’ ook aangepakt. Herkenbaar is de reactie van de vader op de berichtgeving in de kranten over zijn politieke bewegingen waarbij alles in het teken staat van ‘zieltjes’ winnen. Euforie wanneer dat lukt, woede wanneer dat niet zo is en damage control om de boel weer om te buigen. Met de media als opzuigende spons die publiceren wat hen gevoerd wordt zonder vragen te stellen. De zwijgende meerderheid wordt door de acteurs treffend neergezet als een troep mekkerende geiten die wel kabaal maken maar uiteindelijk lijdzaam volgen.

Bos di nos pueblo 7‘Bos di nos pueblo’ is gemaakt voor jongeren vanaf 12 jaar en zal het komende halfjaar rond toeren op scholen en tal van andere lokaties. En dat is een goede zaak want Teatro KadaKen heeft opnieuw een stuk gemaakt dat onze sociaal maatschappelijke betrokkenheid aanspreekt en stimuleert.

Het theaterstuk ‘Bos di nos pueblo’ van KadaKen ging afgelopen vrijdag in premiere. De teksten zijn van Albert Schoobaar, de regie is in handen van Silvia Andringa en de zakelijke leiding, financiering en promotie liggen bij Lou Nisbet. Acteurs: Albert Schoobaar, Norma Cova, Donovan Benett en Christopher Barrow. Vormgeving promotiemateriaal: Ariadne Faries en de theaterprops werden gemaakt door leerlingen van Instituto Buena Bista onder leiding van Marcel van Duyneveldt.

Bos di nos pueblo 6

#Teatro KadaKen

#Bos di nos pueblo

#Curacao

Vorm gevonden

GJL Decor In het drukke bestaan waar kunstenaars, schrijvers en andere creatieve zielen doorgaans vertoeven omdat er nu eenmaal ook nog ‘brood op de plank’ moet komen, word ik steeds weer getroffen wanneer een van hen de ruimte vindt om te gaan waar het bloed nu eenmaal kruipt en naast alle dagelijkse beslommeringen de tijd maakt om te creeren. Zoals schrijver/performer Germaine Jong Loy dat onlangs deed met haar one women show ‘Benane met vet’. Nog mooier vind ik het wanneer zo’n creatieveling gaandeweg een vorm vindt die bij hem of haar past en de moed heeft om die te ontdekken. Germaine schrijft al langer en trad eerder ook op. Eerst nog ruw in de Tippelzone van 2008 waar zij haar versie van de Surinaamse koningin van de nacht Maxi Linder neerzette en in 2009 durfde zij het aan de avondvoorstelling ‘3xM’ te geven in een heus theater. In 2010 werkte ze aan een kinderboek met dezelfde passie waarmee zij zich stortte in het vertellen en optreden. Ruw en ongepoleist liet zij zich zien. Niet altijd met evenveel succes maar ze stond er en ze deed het. Want dat is Germaine: een bonk ruwe passie die zich uiten moet.

GJL 5In haar voorstelling ‘Benane met vet’ presenteert Germaine zes typetjes met teksten die zij zelf geschreven heeft. De regie is in handen van haar dochter Chante en de stage ondersteuner is niemand anders dan Germaine’s zoon Khalil. Een familieproductie waarin Germaine wat mij betreft de vorm gevonden heeft die bij haar past: ze brengt karikaturen tot leven die zo nu en dan wat uit de bocht vliegen maar die het publiek wel aanspreken. Vijf vrouwen en een man verhalen open over de Curacaose samenleving. De lach van herkenning is dan ook al gauw in de zaal te horen.

Een gepensioneerde dame laat aan het publiek weten hoe ‘leuk’ het is om met pensioen te zijn. Germaine weet waarover ze het heeft en confronteert haar publiek met de banaliteiten van het ouder worden. Op z’n Germaines: soms grof en ongeneerd eerlijk. “Tegen de tijd dat je dan met de VUT mag heb je geen fut meer en voor je het weet draag je luiers met pikachu erop.” En geldproblemen als pensionado los je op door op je oude dag een weed-plantage te beginnen.

De relatie tussen mannen en vrouwen en vooral de passieve houding van vrouwen daarin komt meer dan uitgebreid aan bod in de typetjes die Germaine naar voren brengt in deze voorstelling. Met soeur Pietje, een tot non bekeerde gescheiden vrouw zou niemand getrouwd willen zijn. Niets dan klagen doet ze. Al vertellend commandeert ze de ‘kokkie’ die het eten vooral speciaal voor haar moet aan passen.

GJL 6 De ontroering raakt Germaine ook wanneer ze een vrouw neerzet die haar man verloren heeft aan een Colombiaanse. GJL 8De fulminaties over die situatie zijn niet van de lucht maar wanneer het puntje bij paaltje komt en de vertrokken man bij haar op de stoep staat, kan ze niets anders zeggen dan “Kontentu di mirabu” (Ik ben blij je te zien). Dan volgt een typische karikatuur van een jongeman die in de volksmond een ‘kawa’ genoemd zou worden. Een soldaat van een van de bekende gangs op Curacao inclusief de buya (opschepperij), de vuilsprekerij en het kruisgrijpen. Germaine voldoet volledig aan het beeld dat over deze jongens in de samenleving leeft. Grappig maar geen verrassingen. Dan is er de vrouw die in een druk gezinsleven probeert nog iets van haar relatie te maken. Zij zit ook tussen de typetjes die Germaine in deze show presenteert. GJL 3Hilarisch is de scene waar ze steeds weer aanloopt tegen het moeten werken van haar man. De vrouw besluit zich supersexy te hullen in een catsuit die niks te verhult met een post-it ‘werk’ op haar voorhoofd. “Vanavond ga je naar bed met het ‘werk’.” Een en ander wordt uiteraard onderbroken door een huilend kind dat niet kan slapen. De hitsigheid wordt afgeblust met een halve lapdance op de schoot van een vrijwilliger uit het publiek. ‘Try a little tenderness’ van Otis Redding zet de scene in de juiste sfeer voor deze encounter. En dan, als slotstuk brengt Germaine de carnavalskoningin naar de buhne. Alle vooroordelen die er over deze dubieuze functie bestaan brengt zij naar voren. Het klatergoud van dit feest druipen van haar typetje af dat zij met veel energie neerzet. Germaine krijgt de lachers op haar hand met deze tante die in roze g-string ook nog even alle benodigde ‘moves’ laat zien. GJL 7

Al met al zorgt Germaine met deze voorstelling voor een vermakelijke avond. Voor mij, die haar al langer kent, was het heel mooi om te zien dat zij een vorm heeft gevonden die bij haar past. Nog altijd wat te ruw, ongepoleist en zo nu en dan nog wat te grof naar mijn smaak… maar Germaine is een weg ingeslagen die weleens het begin van het cabaret op Curacao zou kunnen inluiden. En dat is een markering in het theater op Curacao.

Vijf

Vijf Het eerste jubileum van mijn land zit erop. Vijf jaar heeft het al hortend en stotend als zelfstandige eenheid binnen het koninkrijk der Nederlanden gefunctioneerd. Reden voor velen om terug te blikken en die oogworp naar het verleden levert over het algemeen genomen nogal negatieve observaties en conclusies op.

Volgens de Nederlandse pers zijn de eilanden die vroeger deel uitmaakten van de Nederlandse Antillen stil blijven staan. De publicaties in de media in eigen land en op de social media sites zijn minder coulant; politici, hoogopgeleiden, opiniemakers en anderen van wie de mening ertoe zou doen of die vinden dat die ertoe doet, spreken voornamelijk van verslechtering en achteruitgang. Het is niet zo vrolijk wat er allemaal gedacht en gezegd wordt over de jubilaris. Vooral de berichten -van veelal welwillende mensen- die impliceren dat het ook nooit goed zal komen, doen pijn.

Het zal je verjaardag wezen… Daar zit je dan, opgedirkt, taart met kaarsjes voor je neus, band staat klaar om ‘Happy birthday’ in te zetten maar de genodigden hebben er geen zin in. Sommigen zitten op het feestje uit goed fatsoen maar met een zuur gezicht. Anderen zijn helemaal niet op komen dagen. En eigenlijk wil niemand op dit feestje zijn omdat er in de afgelopen vijf jaar niets gebeurd is dat het vieren rechtvaardigt. En er zal ook voor de toekomstige vijf jaar weinig te vieren zijn. Het is niks, was niks en zal niks worden. Omdat het toch niet opschiet. De toenemende criminaliteit legt ons lam, tekorten overal, het slechte onderwijs, de jeugdwerkeloosheid, de corruptie, de (vriendjes)-politiek, het met opzet aan de kant zetten van kundige mensen en ga zo maar door. Het is kommer en kwel en zo zal het blijven. Wat een boodschap voor Curacao!

Mijn land is voor mij geen abstract gegeven. Voor mij bestaat zij uit zo’n 135.000 elementen op lokatie en dan nog een heleboel buiten de landsgrenzen die op een of andere manier met Curacao verbonden zijn. Vlees en bloed. Kloppende harten, denkend vermogen en handen. Heel veel handen die, als ik de berichten allemaal moet geloven, inmiddels moedeloos en werkeloos in de schoot liggen. Vanwege de al eerder genoemde abstracte begrippen die ons als een vaag zwaard van Damocles naar een staat van apathie met lethargische trekjes voert. En sorry… maar dat pik ik niet. Om de doodeenvoudige reden dat mijn hart mij iets anders verteld. Ik hou van dit land, van haar mensen en wanneer ik hieraan toe ga geven, laat ik niet alleen Curacao maar vooral ook mezelf in de steek. Dus…

Handen uit de mouwen zou ik zo zeggen. Aan de criminaliteit als abstract gegeven kun je weinig veranderen. Maar wat je wel kan doen, is contact maken met de mensen in je buurt zodat je weer weet wie er naast je woont waardoor je de sociale controle een nieuw leven inblaast. Op het onderwijs in algemene zin heb je als burger ook heel weinig invloed, maar je kan wel actief worden op de school van je kind en daar inbrengen wat jij in huis hebt.

Ook vriendjespolitiek in bijvoorbeeld de ambtenarij kun je als begrip niet tackelen. Wat je wel kan doen, is stoppen eraan bij te dragen door geen gebruik meer te maken van diegene in het apparaat waarvan je ‘weet’ dat die ‘alles gedaan’ krijgt. Verwacht dat de betreffende afdeling haar werk doet. Zo niet dan is er de weg naar de ombudsman. En hoe meer mensen die weg bewandelen, hoe eerder er iets veranderen kan omdat duidelijk wordt dat we het anders willen.

Ontevreden met ‘de politiek’ en het bestuur van ons land? Sta op en doe er wat aan… sla de weg in van transparantie en deugdelijkheid van bestuur en klaag niet langer over al die bestuurders en politici die dat niet doen. Realiseer je dat dat zo kan zijn omdat jij die meent dat het anders kan en moet, blijft zitten waar je zit. Kun je of wil je om wat voor reden dan ook niet het voortouw nemen? Kijk dan hoe je op een andere wijze een bijdrage kan leveren door je expertise in te zetten.

Je deskundigheid wordt niet gewaardeerd? Je word aan de kant geschoven? Neem dan ook eens de tijd om te onderzoeken hoeveel ‘ego’ hieraan verbonden is. Niet altijd is jouw manier de enige weg. Geven is niet alleen wat jij vind dat je moet geven, het heeft ook te maken met wat de ontvanger ervan ermee kan. Stel bij, wees realistisch en besef je dat elke dag een beetje water geven vaak beter werkt dan een emmer ineens. Visualiseer waar je naartoe wil en doe dat stapsgewijs in de wetenschap dat er geen eindpunt is, slechts een beweging. Kun je tevreden zijn met het leveren van een bijdrage aan een proces zonder misschien wel ooit daar in jouw leven de vruchten van te plukken in de wetenschap dat je eraan bijdraagt dat het voor anderen, in de toekomst met name door wat jij hebt gedaan, wel beter zal zijn?

Genoeg van de corruptie? Ook zoiets ongrijpbaars… maak het concreet en stop met het meenemen naar huis van materialen die aan het werk toebehoren. Dit begint al bij zoiets simpels als het je toeeigenen van een pen, het misbruiken van de bedrijfsauto voor prive-uitstapjes of het ziekmelden waar je niet echt ziek bent. En spreek je collega’s hierop aan.
Jeugdwerkeloosheid is een probleem. Ook daar kun je in je eentje weinig aan doen. Je kunt wel een steviger vangnet in je eigen wijk opbouwen. Als je beter weet wie wat doet, kun je ook een beter werkend netwerk van informatie inzetten om deze jongeren aan de slag te helpen op een manier die gedragen wordt door de wijk en waardoor iedereen zich een beetje meer verantwoordelijk gaat voelen. Niet alleen voor het mislukken maar vooral ook voor het slagen van de mensen in de eigen wijk.

Enfin… werk aan de winkel dus voor al die 135.000 levende zielen op lokatie die samen over zo’n 270.000 handen beschikken. Vanuit een stevige blik naar binnen met een eerlijke weging van de verwijten die we elkaar maken, hebben we volgens mij alle mogelijkheden om van ons land iets moois te maken. The only way is up, wat mij betreft.

trap

Het land Curacao bestaat vijf jaar. Op 10 oktober 2010 werd de Nederlandse Antillen als land en daarmee als staatkundige structuur ontmanteld. Saba, Sint Eustatius en Bonaire kozen ervoor dichter tegen Nederland aan te kruipen. Sint Maarten en Curacao kozen ervoor, zoals Aruba dat in 1986 deed met een status aparte, als zelfstandig land binnen het koninkrijk verder te gaan. Dat wil zeggen dat per 10 oktober 2010 het koninkrijk der Nederlanden uit vier landen bestaat -de status aparte van Aruba was niet meer ladingdekkend aangezien die gekoppeld zat aan de Nederlandse Antillen- te weten: Nederland, Curacao, Sint Maarten en Aruba. Vijf jaar geleden werd deze ingrijpende verandering van het Statuut van 1954 na twee referenda doorgevoerd en door voor- en tegenstander tenslotte aanvaard.

#Curacao
#Statuut
#Nederlandse Antillen
#101010

Zwarte rots der onverzettelijkheid

Frank Martinus Arion door Arthur Oster

Portret van Arthur Oster

De zwarte rots lag
waar hij lag
en had geen enkele pretentie
iets anders te zijn
dan wat hij was:

Een moment in de tijd
verbonden met
de som van zijn dagen
maar ook met die
van daarvoor en erna

De zwarte rots
droeg de trots
van zijn oorsprong
diep onder zijn kartelig hart
uitgesproken waren zijn woorden
voor degene die daar twijfel over had

Weerstand kwam van de
overzijde van verder
dan het witte schuim
Ongeloof op de eigen
bodem waar zijn woorden
nog niet werden verstaan

Soms zag de rots
zich aangevallen
vanuit de zee
en vanuit het land
dan stond hij daar
met zijn zwarte hart
en trotseerde wat hij
te trotseren had

“Ik ben wat ik ben
dit is mijn moment
in mijn tijd
en ik verbind
de som van al mijn dagen
met die van daarvoor
en die van erna”

Niet het zilt en
niet het stof
konden het hart
van de rots eroderen
eerder slepen zij
scherpe kantjes eraf
waardoor de woorden
van diep daarbinnen
in een zuiverder
betekenis werden gevat

En zie overzee
maar ook op het land
werd het bekken schuim
en het stof los zand
dat de rots met alle liefde
rustig over zich
heen liet gaan

En de zwarte rots
droeg de trots
van zijn oorsprong
over aan zijn land
en aan dat overzee
in de woorden
van diep daarbinnen
die zij nu beiden
konden verstaan

FMA Water op rots

Deze zwarte rots van onverzettelijkheid heeft zich van mijn land losgemaakt.
In zijn hart leefden twee talen die hij op meesterlijke wijze in woorden wist om te zetten. Zowel het Papiaments als het Nederlands hebben met het overlijden van Frank een groot schrijver verloren.

Frank Martinus Arion (17 december 1936-28 september 2015)

#Frank Martinus Arion

#Caribische Literatuur

#Curacao

Shushu

Geit 2

“De boer hield van zijn land. Het grootste deel ervan werd ingenomen door zijn bedrijf en zijn veestapel maar bij zijn huis koesterde hij een eigen plekje. Elke vrije minuut die hij had, was hij er bezig. Hij plantte, snoeide, knipte, harkte en gaf water met grote liefde en aandacht. Zijn tuin was zijn paradijs en bovendien bleef ze altijd bij hem. Dat kon niet gezegd worden over de vrouwen die hij ontmoette. Zo nu en dan ging hij naar de stad. Om een borrel te drinken, een vriend op te zoeken of om gewoon even weg te zijn van zijn dagelijkse beslommeringen. En soms trok hij de belangstelling van het andere geslacht. De boer was niet getrouwd. Niet omdat hij dat niet wilde; hij had meerdere malen geprobeerd het met een vrouw aan te leggen. Maar de stadse madammen konden niet tegen het leven op het land. Ze wilden vertier, aandacht en uitgaan.

De boer werkte lange dagen en zijn tuin was zijn alles. Daar ontspande hij, daar schudde hij de dag van zich af. Zijn allergrootste trots waren zijn orchideeën. In de schaduw van een mahok groeiden en bloeiden zij. De boer verzorgde hen, voedde hen, aaide hen, sprak met hen. Zijn lompe werkhanden veranderden in tere zachtaardige verlengstukken van zijn hart als hij met zijn orchideeën bezig was. De vrouwen die hij geprobeerd had, werden jaloers op zijn bloemen en dwongen hem uiteindelijk om te kiezen. En de boer koos. Zo eenvoudig en simpel was dat. De tuin bleef, de vrouwen gingen en sloegen in hun aftocht woest het tuinhekje uit zijn scharnieren. Hij had het al vaak moeten repareren.

Geit 1Op het punt waar wij in dit verhaal zijn aangeland, was het hek open. Flor, de laatste vriendin van de boer was woedend vertrokken en had net als al haar voorgangsters met het hek gesmeten. Het klapte met een knal dicht maar door het geweld dat het was aangedaan, sprong het weer open. Zo kon het gebeuren dat de taaie indiaanse en haar dochter de oase van de boer binnen liepen.
Bruisend bloeiende bougainvilles, sappig gras, jonge palmboompjes, geurige mimosa, vurige liefde vol honingbloemen, cayena’s op het punt van ontspruiten. De taaie indiaanse liep ze allemaal voorbij. Haar neus had de geur van een grotere delicatesse opgepikt. Zonder aarzelen liep ze rechtstreeks naar de mahok en vrat aan orchideeënkopjes. Daarna begon ze aan de jonge blaadjes en de veelbelovende knoppen. In een mum van tijd had ze de trots van de boer uitgeroeid…”

Uit Shushu en Sir Raylison Germaikel Blòbleu

Ik moest eraan denken toen ik de geiten bezig zag in mijn bario. Het is tijd om dit verhaal eens af te maken : )