Stijl 1

Inmiddels ben ik weer volop ‘bezig’ met het sleutelen aan mijn roman. Vanuit de gelukkige omstandigheid dat ik nog een laatste keer met coach Annette de Vries werken mag. Het Nederlandse Letterenfonds gelooft er nog in. (Un brasa pa bo, Ronald) De laatste versie van mijn roman gaat dit jaar op de ‘schop’ en om dat zo efficient mogelijk te doen maken Annette en ik heel zuinig gebruik van de uren die we aan elkaar mogen spenderen.  En doen we essentiele ‘kern’-dingen. Zoals discussieren over stijl …

De stijl is de wijze waarop iemand zich schriftelijk (schrijfstijl) of mondeling (spreekstijl) uitdrukt. Dat kan beknopt of omslachtig, eenvoudig of ingewikkeld, concreet of abstract, arrogant of bescheiden, plat of verheven, objectief of subjectief, formeel of informeel, in spreektaal of in schrijftaal… Een stijlboek of stijlgids somt schrijfregels in functie van een bepaalde stijl op.[1] Stijl ontwikkelt zich of verandert doorheen de tijd. Het woord “stijl” is afgeleid van het Latijnse stilus (pen). De betekenis is van ‘manier van schrijven met de pen’ verbreed naar ‘manier van uitdrukken’.

Uit: De vrije encyclopedie

Tja, dat is een lastige. Iets dat zo eigen is aan een onderzoek te onderwerpen. Het is ook iets waar de meesten van ons schrijvers de hakken van in het zand zetten. ‘Afblijven, dit is eigen!’. De clue zit in de ontwikkeling van je schrijfstijl. Daar zit de groei, daar zit de mogelijkheid om steeds verder in je potentie te wroeten en eruit te halen wat er op dat moment in optima forma in je zit. En ja, daartoe moet je leren kijken naar jezelf en wat je opschrijft. In de discussies met coach Annette ben ik dit gaan zien als : looking out from the inside and being the observer at the same time. Je bent, eet, leeft, ademt je karakter (genuineness) maar je kan het ook precies zo opschrijven (objectiveness).

Een voorbeeld: mijn coach haalde een scene aan in mijn roman die ik uiterst summier opgeschreven heb en waarvan zij van mij wilde dat ik er opnieuw naar keek maar dan vanuit dit genuineness/objectiveness-gegeven. De scene waar ze aan refereerde:

‘Marjan denkt terug aan haar zwangerschap. De afschuw die ze voelde bij het veranderen van haar lichaam. Het opzwellen dat haar tot een woedende wanhoop dreef. Ze ziet zichzelf terug. Teruggetrokken in haar slaapkamer. Schreeuwend en tierend voor de spiegel als ze zag dat ze alweer breder was geworden. Hoe ze op haar buik sloeg. Hoe ze krijste en vloekte.’

“Ik verlies me hier,” zei mijn coach. “Wat gebeurt er? Neem deze scene en werk hem uit.” En ik nam de handschoen aan. Looking out from the inside and being the observer:

 

‘Spiegeltje, spiegeltje

De coupe die nog niet zo lang geleden in perfectie rond haar kaaklijn viel, krult alle kanten op. Twee keer zoveel haar heeft ze, op haar kop. Wat naar haar terugkijkt vanonder dat vreemde kapsel heeft een pafferig gezicht. Doffe ogen, opgezwollen van het huilen. Ze trekt een grimas. De rimpels die dat veroorzaakt maken niet meer de scherpe charmante lijnen waar haar glimlach om bekend staat. Ze golven over haar gezicht. Of liever door het vocht dat ze vasthoudt.

Wat hier voor haar staat, is een zeug. Een dik, vet, opbelazen varken. In een vormloze zak. Alles wat sensueel aan haar was, is weg. Alles wat vrouwelijk was ook. Een overmaatste ronding heeft alles nu. Heupen, breed en uitgezet. Waar is haar taille gebleven? Twee borsten steunen op het begin van een bolling zo groot als een skippybal. Vol zijn ze, en rond en hard. Als kogels. Ze tekenen zich af onder het peignoir dat ze draagt. Het sluit nog net. Wie is die vrouw met dat opgepompte lijf? Haar blik glijdt langs de dijen van de zeug naar beneden. Een nieuwe verandering stelt ze vast. Kussentjes op de wreef van haar voeten. Tenen die vreemd aangehecht lijken. God, zelfs haar voeten zijn door het water dat zij vasthoudt aangetast. Waar zijn haar slanke enkels gebleven?

Met een ruk trekt ze haar blik los van het spiegelbeeld. Ze moet de neiging tot kokhalzen onderdrukken. Niets is er over van de vrouw die zij eens was. Hormonen. Dat zei de dokter. Hormonen, sodemieter toch op. Wat nou hormonen? Een vent heeft dit haar aangedaan. Een vent met een pik. Die hij hardhandig in haar stopte. Omdat dat zijn recht was. En haar plicht. De klootzak, de ontzettende klootzak. Het bloed kruipt haar haar wangen. De borstkas die zwaar beladen is, gaat hard op en neer. De gore, gore, klootzak. Zuur in haar mond. Walging die van binnen naar buiten komt. Ze kijkt naar haar spiegelbeeld. Wanstaltig monster. Slet, hoer. Klootzak. Ze slaat zichzelf in haar gezicht. Slet, slet, slet, slet. Ze ramt met volle vuistslagen. Op haar borsten, haar flanken, op zijn ongeboren vrucht. Op hetzelfde ritme waarmee hij roerend en pompend zijn pik in haar ramde, net zolang totdat hij hijgend op haar neerstortte en het tussen haar benen nat werd van een vocht dat niet van haar was. De geur. Die smerige weige geur. Op haar, in haar. Ze slaat op haar armen nu, op haar dijen, op de plek waar hij geweest is. Even treft ze zichzelf. Een blik per ongeluk gevat in het spiegelglas. Niet lang, maar lang genoeg om voordat ze de emmer grijpt om over te geven, het beeld van haar reflectie voor altijd kapot te slaan…’

Zo, dat is even wat anders. En ik ben me er volledig bewust van dat dit een ‘draft’ is. ik ben expres weg gebleven van hoe deze vrouw er voorheen precies uit zag. Omdat ik denk dat het daar niet om gaat. Het gaat erom wat dit karakter ervan vindt. Hoe zij zich voelt, hoe zij dat uit, hoe zij ademt…. en of de schrijver in staat is zich in die heftigheid van emoties te bewegen en dat vervolgens kan over brengen zonder zich erin te verliezen…

Just thought I would share this with you. : P

 

 

One comment on “Stijl

  1. Marjos Apr 8,2013

    Inderdaad een wereld van verschil. Moet het zo heftig ? Als heel je boek zo gaat kom ik er dan wel doorheen ?
    Heel veel succes om de goede weg te vinden.

Leave a Reply