Ondertussen …

“Hoe denken jullie dat ze zal beginnen?”

“Ze zal beginnen waar ze moet beginnen, Domino.”

“Shon Mi, het gaat niet om ‘waar’ maar bij wie. Ze zal beginnen bij de belangrijkste persoon in dit verhaal, natuurlijk.”

“En wie mag dat zijn…? Oh laat me raden, met jou Gwido!”

“Haha, dankjewel. En nu je het zo vriendelijk zegt, Wesu, weet ik in elk geval zeker dat dat niet bij jou zal zijn.”

“He toe nou, jongens. Kunnen we het niet leuk houden. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje toch?”

“Daar heb je haar weer… Cat, de moeder Theresa onder ons. ‘He ja laten we het vooral gezellig houden. Het is niet gezellig. We zitten hier maar te wachten. Pff.”

“Gwido, wat helpt dit. We zitten inderdaad in hetzelfde schuitje. Dat kun je best een beetje anders formuleren.”

“Sorry, pater Fre. Ik ben het gewoon een beetje zat hier maar klaar te zitten totdat zij wat gaat doen. We zijn er allemaal klaar voor. Ik ben ongeduldig. Dat kan ik ook niet helpen.”

“Zal ik je even helpen?”

“Jezus!”

“Nee, Wesu.”

“Hou op! Jullie zijn hier alleen maar omdat ik er ben. Dit is mijn verhaal. Ze wil het alleen maar goed doen. Daarom neemt ze haar tijd. Omdat ze mij en ja zelfs jullie serieus neemt. En wanneer jullie zo luid zijn kan ze mij niet horen. En dan zal mijn verhaal niet verteld worden. Dus hou op of verdwijn.”

“Domino, het is goed. Maak je niet druk.”

“Ik maak me wel druk Cat. Om die schreeuwers. En laat me. ik heb het recht om me druk te maken.”

“We kunnen niet meer weg. Jammer voor jou. Ze heeft ons uitgekozen… dus.”

“Gwido, kappen.”

“Ach oude man, je kan op je kop gaan staan. En zo goed is ze niet. Wie noemt nou een karakter ‘Wesu’. Dat betekent gewoon ‘bot’, man. Je bent een bot, van een oud lijk.”

“Fre, Laat me los! Ik zal hem…”

“Laat maar komen, kom maar op oude man. Kom maar.”

“Shhht. Stil!”

“He, shon Mi, waarom doe je het licht aan?”

“Omdat, opgewonden standje, ze is begonnen.”

Leave a Reply