Kill your darlings… 1

… Moemsi, Ajoo

‘Wat wil je weten? Niet dat het iets uitmaakt. Het kan mij echt helemaal geen snars schelen wat wie waar dan ook van denkt. De feiten zijn heel eenvoudig. Ja, ik ben dood. Van de trap gesodemieterd als je de doodsoorzaak wil weten. En deze keer deed ik het voor de verandering eens niet expres. Dat geloof je toch niet. Maar zo is het leven. Wat je wil wordt je afgepakt en op het moment dat het goed met je gaat, komt er een kink in de kabel. Ik heb het nooit anders ervaren. Al die keren dat ik er zelf genoeg van had mocht het niet. Het eruit stappen bedoel ik. Op de een of andere manier werd ik daarin tegengewerkt. Hou op, ik heb het zo vaak geprobeerd. Gefrustreerd? Ja hoor, dat geef ik onmiddellijk toe. Het leven heeft mij niets dan frustraties gebracht. Lijden is het, afzien en vooral niet mogen doen waar je gelukkig van wordt. Van mij hoefde het al heel lang niet meer. Weet je wat het ergste van leven is? Mensen. De mensen die je tegenkomt en waar je een omgang mee moet vinden. Ik hou niet van mensen. Je kunt beter dieren hebben. Die zijn misschien ook hard, maar in elk geval rechtvaardig. Wat zwak is en de groep in gevaar brengt wordt opgeruimd. De sterkste is de baas, zij het tijdelijk. Overzichtelijk. Nee, bij mensen gaat dat niet zo. Mensen manipuleren, halen het slechtste in elkaar naar boven. Ze liegen, bedriegen en moorden om te domineren. Kijk naar de geschiedenis? En wat zie je…?  Juist, mensen die andere mensen onderwerpen en afmaken onderweg. Alleen maar om een ‘gelijk’ kracht bij te zetten. Nee, laat maar. Ik was er dan ook helemaal klaar mee. Had al een flinke verzameling pillen bij elkaar. Deze keer zou het wel lukken. En toen kwam Dominique…

            Sorry, het praat gemakkelijker met een sigaretje. Waar was ik gebleven? Ja, Dominique. Mijn kleindochter die ik nog nooit eerder gezien had. Mijn dochter Cat heeft haar bij me vandaan gehouden. Omdat ze zo nodig met die vent van d’r mee moest naar Curaçao. ‘Je zal zien, mam. Daar zal het beter gaan.’ Niks dan ellende heeft het ‘r gebracht. En natuurlijk kwam ze bij me terug. Ze kwam altijd weer bij me terug, uiteindelijk. En deze keer had ze haar kind bij zich. Een meisje, een jaar of acht. Donkere krullen om haar gezicht, groene ogen met een diepgang die ik nog niet eerder in een ander mens heb ontdekt. Petite was ze. Tenger en gebruind. Bewegelijk als een salamander, sierlijk als een varen in de wind. Een tropenkind, zoals ik dat eens was. In het Indonesië van vroeger. Dit kind droeg diezelfde warmte in zich die ik ooit ervaren mocht. Een breekbare warmte is het. Waarin je je geborgen waant. Totdat iemand die bron in je vermorzelt, kapottrapt en je eruit wegsleurt om je de kou in te douwen. De kou van dit leven die zich invreet in je botten en als een epidemie door je lichaam woekert totdat zelfs het hart bevriest en langzaam afsterft. Omdat die iemand zelf al veel langer geleden kapot is gegaan. Enkel daarom. Want zo gaat het. Jij niet gelukkig? Dan de ander ook niet. Getuige zijn van het geluk van een ander wijst je op dat wat jij niet hebt en dat is onverdragelijker dan verantwoordelijk zijn voor het toebrengen van pijn en verdriet in die ander. Leer mij mensen kennen. Ik heb het gezien en geleefd. 

            Maar goed. Ik ontmoette Dominique en zag dat in haar hetzelfde vuur nog brande dat ik kende uit mijn jeugd. Broos, aanwezig nog, maar zo nu en dan al laagflakkerend. Dat raakte me. Ja, je hoort het goed. Het raakte me. En ik weet heel goed dat dat kwam omdat ze op me lijkt. Daar hoef je me niet op te wijzen. Ik zag dit kind en ik wist dat ik het beschermen moest. Ten koste van alles en dat was de enige gedachte die ik had toen ik vloog en de trap onder mij  weg zag zwenken. Ik wist wat er kwam. Ik wist ook dat het menens was. Deze keer wel… verdomme.

            Ik lag op de grond. Dominique zat naast me. Ik kon haar zien. Mezelf ook. Gebroken. Kapot. De warmtebron in haar ging bijna uit en dat…. dat kon ik niet hebben. Ik blies. Blies totdat het vlammetje oplaaide. Levend werd en ik beloofde haar er te zijn voor haar. Voor altijd. En die belofte leef ik nu. Nu ik dood ben. Geloof het of niet. Zoek het uit. Het kan mij niet schelen wat je ervan denkt. Dominique kan mij schelen. Daarom praat ik met haar en ik weet dat ze me horen kan. Zien zelfs soms. In deze vreemde staat van zijn die ik nu heb, ben ik voor haar meer levend dan daarvoor.  En ik verrek het om verder te trekken. Ik blijf hier. Bij het licht in haar. Dus daar heb je het. Noem me zoals je wilt. Geest, engel, spook, schim… Ik ben wat ik ben. De bewaker van Dominique’s licht.’

 

One comment on “Kill your darlings…

  1. Marjos Jan 17,2014

    Prachtig !

Leave a Reply