Een knipoog van de andere kant 1

De man die me aankeek had een wilde bos haar, ogen die teveel gezien hebben om nog voluit te fonkelen en ook de smalle haast broze schouders had de schilder weten te vatten in het portret. Ik was in het kader van mijn nieuwe baan oude schilderijen van Arthur Oster aan het bekijken. Arthur zal zijn nieuwste werk voor het eerst in een solo expositie aan het publiek tonen op mijn nieuwe werkplek Landhuis Bloemhof.

De dakloze junk die hij ergens in 2008 had vastgelegd, herkende ik meteen. Het was Alfredo van de parkeerplaats tussen de Oranjestraat en de Penstraat in. Alfredo wiens verhaal ik een paar jaar geleden optekende en die voordat ik hem kon vertellen dat mijn versie van zijn verhaal in een boek (Woestijnzand) zou verschijnen, kwam te overlijden. Alfredo, of Fredo, die de auto’s waste op die parkeerplaats en die elke ochtend als ik aan kwam rijden riep dat hij ‘nog steeds met me wilde trouwen’. Hij heeft zelfs ooit toestemming aan mijn kinderen gevraagd. Alfredo was ook het jongetje dat in de Penstraat opgroeide en dat een maatje te groot was voor zijn ouders. Als kind werd hij naar de fraters in Soto gestuurd omdat hij ‘een stoute jongen was’ zoals hij me dat eens vertelde. ‘Het verschil tussen banda’bou en de stad is heel groot. Ik kon daar niet tegen. Ik moest daar zo snel mogelijk weg.’ En dus at de kleine Fredo bij de fraters zoveel zout dat hij in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Hij werd vervoerd naar het sint Elisabeths Gasthuis te Otrobanda. ‘Zodra ik weer een beetje bij was, ben ik uit het ziekenhuis weggelopen en terug gegaan naar de Penstraat.’ Fredo ging niet terug naar zijn ouderlijk huis, maar koos voor Willemstad. “Dan konden ze me niet nog eens wegsturen.”

Alfredo Penstraat Schilderij van Arthur Oster

Hij maakte ook de komst van drugs mee die eind jaren zeventig de Curacaose samenleving via de haven veroverden. Een niet te stuiten opmars die snel over het eiland uitwaaierde. Het stempel van verslavende afhankelijkheid werd op vele jongeren uit die tijd gedrukt en de gevolgen ervan zijn nog altijd stevig verankerd in onze samenleving. Volgens Fredo begon het met een stelletje verveelde rijkeluiskinderen die wel eens wat anders wilden. Via schepen kwam het ‘spul’ de Annabaai binnen. Hij had zelf nog helpen lossen. Het geld dat hij daarmee als jongetje verdiende was nergens veilig en dus stopte hij het in een augurkenpot die hij onder het viaduct van Scharloo begroef. Een straatrat was hij, een kleine schooier die elke dag opnieuw weer avonturen beleefde in die stad waar hij zo van hield en die op hele jonge leeftijd alles van het leven binnenliet inclusief de drugs die hij zelf van het schip had helpen halen.

Dat en meer vertelde Fredo en ik tekende zijn woorden op. Een foto heb ik alleen nooit van hem gemaakt. Tot mijn spijt, zeker toen ik hoorde dat Fredo niet meer in dezelfde wereld verbleef als ik. Ik moest het doen met de plaatjes in mijn geheugen totdat ik in het schilderij van de hand van Arthur Oster keek. En er was meer… Arthur die een tijdlang ook in de Penstraat woonde, vertelde me dat Fredo meerdere keren voor hem geposeerd had. ‘Een bijzondere choller…’ Van Arthur kreeg ik ook te horen hoe Fredo aan zijn einde gekomen was. “Het was een valpartij waarbij hij zijn hoofd heel ernstig verwondde. Dat heeft uiteindelijk tot zijn overlijden geleid.”

Case closed, zou je kunnen zeggen maar zo ligt het voor mij niet. Ik vind het heel bijzonder dat Fredo weer in mijn leven opduikt op dit moment. Het portret dat Arthur van Fredo maakte, is al ouder en zal geen onderdeel van zijn expositie zijn. In die zin had het bekijken van dat portret -dat Arthur voor me meenam om het in het echt te zien- geen ‘functie’. Niet in wat ik voor hem en Landhuis Bloemhof de komende tijd zal doen. Ik ben er dan ook bijna zeker van dat Fredo via Arthur voor mij kwam. Ik heb gewoon een knipoog van de andere kant gekregen. En in de ontroering die ik voelde bij het weerzien met zijn gezicht laaide het vlammetje van mijn schrijversschap even heel hoog op. Het is net of hij alleen maar langskwam om me daar aan te herinneren. Niet eerder, niet later, nee nu… nu er weer ruimte ontstaan is, waarin dat vlammetje gloeien kan.

Voor de liefhebber: een fragment uit Bitterzoet (Woestijnzand, 2012)

(…)Met een kreun staat Alfredo op. Hij heeft overal jeuk en het holle gerammel van zijn maag overstemt voor even zijn gedachten. Zijn oog blijft rusten op de lege foambak. Als hij een hond was geweest, had hij met die teef gevochten om de kippenpoot. Ooit kon hij rennen als de beste. Soms voor zijn plezier, vaak uit noodzaak. Ooit is voorbij. Alfredo schudt de slaap uit zijn benen en loopt de Penstraat in. Hij kent elke centimeter van deze straat. Hij heeft er gespeeld. Zijn eerste klappen gekregen. Ergens op het trottoir liggen de resten van een gebroken hart. Naast de tanden die hij er verloren heeft. Zijn vader rukte hij hier uit de kroeg. Hem de huid volscheldend terwijl hij hem naar huis sleurde. Zijn ouwe, die te vaak in het gezelschap van naar onderhoud smachtende vrouwen aan de bar zat en er zijn weekloon verbraste. Hier zag Alfredo zijn moeder met krulspelden in en de bezem hoog boven haar hoofd geheven achter zijn vader aan rennen. Tot aan de haven. Waar pa tot hilariteit van heel Willemstad het water insprong en tussen de rotte sinaasappels in een veilig heenkomen zocht. Druipend klom hij op een ponton van de drijvende draaibrug die tot zijn geluk openstond zodat zijn woedende vrouw niets overbleef dan een scheldkannonade vanaf de andere kant van de kade.
Alfredo ziet zijn moeder nog door de stad stampen, in haar blauwe bloemenjurk en bijpassende rollers. Zij kon ook hard lopen als het moest. (…)

#Woestijnzand
#Bitterzoet
#Arthur Oster
#Landhuis Bloemhof
#Curacao

One comment on “Een knipoog van de andere kant

  1. Thea Elfrink Aug 31,2015

    Vanaf de andere kant van de kade…….. zonder woorden!
    Prachtig zo’n weerzien!

Leave a Reply