Stoeptegel 1

Stoeptegel twee Het donker dat in de stem van een vriend lag, verduisterde haast mijn blikveld aan de andere kant van de lijn. Zwarte, zware wolken zonder grijstinten. Geen doorschenen wolkenranden, geen belofte van licht. Het was het soort donker dat ons allemaal wel eens insluit en waar de meesten van ons wel weer een weg uit vinden. De een wat sneller dan de ander, met of zonder hulp. Geen mens is gelijk. Sommigen van ons toeven vaker en langer in het zwarte wolkendek dan anderen. Sommigen van ons komen er niet uit en blijven er. Of, en dat gebeurt ook, blijven erin.
Ik luisterde naar een vriend en zag hoe met elke zin die hij sprak het duister hem van boven en van onderen insloot. De wereld, de mensheid… alles meedogenloos zwart. “Ik kan het niet meer. Sta steeds op hetzelfde verlammende punt. Een stroom aan negativiteit heeft vrij spel in mij. Ik voel me niet goed en weet niet meer wat ik moet doen. Ik raak geirriteerd, heb zoiets van fuck-it en fuck-you. En dan voel ik me daar weer rot over. Ik wil dit niet en toch is het er. En ondertussen blijf ik waar ik ben. Ken je dat?”

‘Ken je dat?’. Zijn laatste woorden komen wanneer ik al lang heb herkend waar hij is. Ik ben op zijn geluid meegezweefd naar die plek die ook ik goed ken. Daar waar het zwart alleen maar zwarter wordt en waar geen uitweg uit lijkt te vinden. Waar het lijden van de wereld zo overweldigend is. Waar het lijden van de wereld het jouwe wordt en waar jij in je eentje je zo machteloos voelt. Omdat er niets is wat je veranderen kan en omdat alles wat je aan wil pakken een druppel op een gloeiende plaat is. Het is te groot, te veel. De verlammende werking van het zwart. Ik luister en zie mijn vriend voor me: geheel omhuld door donkere wolken, de helft van zijn gezicht is nog maar zichtbaar. “Kun je me nog horen?” vraag ik. En dan zonder op antwoord te wachten: “Heb jij een stoeptegel ergens bij je huis?”

Een beetje geergerd maar overrompeld door mijn vreemde verzoek, loopt hij naar buiten. “Ja, en nu wat?” klinkt het in mijn oor. “Ga erop staan”, zeg ik. “Vertrouw me, en zet je voeten op dat ding.” Mijn vriend staat op een stoeptegel in zijn tuin en denkt inmiddels dat hij nog gestoorder is dan hij dacht dat hij al was. “En nu?”
“Kijk naar beneden. Zie hoe je voeten precies in het afgekaderde geheel van die steen passen. Dat is je plek. En je gaat geen centimeter verder dan die tegel. Dit is overzichtelijk, wat daar buiten is niet. Keep it simple… en blijf even waar je echt bent. Binnen de kaders van wat je kan overzien. En alle gedachten die je hebt die je verder voeren dan die steen ga je parkeren. Adem vertrouwen in, en adem je zorgen uit. En blijf op je stoeptegel.”

“Jij bent nog gekker dan ik”. Ik lach want dat is evenzeer waar als dat het niet waar is. Ik ben niet gek, ik lijd alleen maar regelmatig aan de wereld en heb ontdekt dat die stoeptegel me helpt te blijven waar ik ben. En niet in Syrie, niet bij ISIS, niet bij verdronken vluchtelingen, niet bij dode Mexicaanse studenten of bij de waanzin van schietpartijen door verongelijkte zielen. De stoeptegel brengt me dichter bij huis. Ik passeer de vervuiling van de raffinaderij, het eeuwige afval op straat, het onvermogen van politici om iets van mijn land te maken, de schreeuwende buurman die zijn kinderen uitscheldt en de honden op straat die onder de schurft zitten. Ik val als het ware door mijn donkere wolken heen terug op mijn plek. Ik zoom terug in op mezelf. En wanneer ik dan weer geland ben op mijn stoeptegel en er even heb geaard dan zal ik als vanzelf iets aanpakken waar ik wel iets mee kan.

stoeptegel

#stoeptegel
#Curacao
#lijdenaandewereld

One comment on “Stoeptegel

  1. Albert Sep 14,2015

    Amen!

Leave a Reply