Janchi van Playa Kanoa

2015-12-20 12.04.24 De hernieuwde ontmoeting met de man op deze foto voelde als thuiskomen bij mezelf. Ik had hem jaren niet gezien, wist niet of hij nog leefde en daar stond ie, voor mijn neus, zonder dat hij zich nog herinneren kon wie ik was. Janchi van Playa Kanoa liep rond waar hij hoort om sigaretten en drank te bietsen waar hij in overvloed verhalen voor teruggeeft. Maar liefs twee keer was hij voor mij de inspiratie voor een kort verhaal. Een keer voor online magazine Cpost en hij speelde een van de hoofdrollen in het korte verhaal Schelpenvlees dat in mijn bundel Woestijnzand staat die in 2012 uitkwam bij Uitgeverij In de Knipscheer.

En daar zou het wat schrijven betreft even bij blijven. 2012 luidde een serie aan gebeurtenissen in die me in beslag zouden nemen voor een langere tijd. Veel langer dan me lief was met als rechtstreeks gevolg het nog maar sporadisch doorsijpelen van de letters waar ik zo graag mee bezig ben. Geen rust, geen ruimte maar ook amper vrijheid… voor het gebruik van mijn eigen pen.

Blaadjes vallen weer op een plek neer, uiteindelijk, wanneer de wind is uitgeraasd. En zo is het ook met mij. Er is nu meer rust, er is ruimte en mijn vrijheid is weer van mij.

De hernieuwde ontmoeting met Janchi van Kanoa op dit moment was voor mij een cadeautje. En nadat ik hem een paar anecdotes had verteld die we samen beleefd hebben, kwam de lach van herkenning door. Of die voor mij was of voor de situatie kan ik niet inschatten. Daarvoor waren de gulle gevers van alcohol op het strand iets te scheutig geweest. Maar dat hij al twee keer ‘opgeschreven’ was, maakte hem heel enthousiast. Hij wilde meteen al aan de slag. “Jij schrijft het op en dan worden we samen wereldberoemd,” zei hij lachend.

Ach ja, ieder z’n wens.

De Gewetensprikker

Janchi woont op Playa Kanoa. In zijn paarse huisje boven de zee. Janchi is van oorsprong visser. Maar dan eentje zonder boot. Ook zonder vrouw en zonder kinderen. Verlaten hebben ze hem, allemaal. Janchi heeft geen goed woord over voor mensen. Hun aard heeft zich aan hem geopenbaard. In welke vorm ze aan hem ook verschijnt, Janchi heeft de mensheid door.
Vanuit de schaduw op Playa Kanoa deelt hij gul zijn inzichten uit. Badgasten op geperforeerde smurfensloffen worden door hem met ‘Idioten’ begroet. Janchi buldert tegen vervuilers. ‘Vieze varkens’ smijt hij ze na. Hij verstoort de doop van jonge adventisten. Luidkeels brallend over het water: ‘Geloof is opium voor het volk’. Zwemmers in T-shirts met politieke leuzen, lacht hij uit en hij hoont: ‘Wat hebben ze voor jouw stem betaald?’.
Janchi is niet gek. Janchi vindt dat mensen niet kloppen. Janchi schopt tegen het ingedutte geweten aan.
Maar soms, zo af en toe, heel even, dan wint zijn ordinaire nieuwsgierigheid van zijn grootse alwetendheid. Zoals laatst, toen hij even bij me kwam zitten. Hij had een BBQ gezien van Hollandse mensen. Ze roosterden stokken met vlees, paprika en uien eraan. Een shashlik, zei ik, komt uit de Krim, ergens bij de Ukraine. Janchi likte over zijn lippen. Hij keek me hemels verlekkerd aan. ‘Dat zou ik nou wel eens willen proeven.’

Uit: Cpost april 2008

En hier een fragment uit Schelpenvlees:

‘…Ruim voor de zon zich laat zien, zit Janchi al op het water. Golven klotsen tegen de romp van de boot. In het donker draagt de zee een zwart gewaad dat tot ver in de nacht doorloopt. In het bijna licht kleurt de zoom zilver en weerkaatsen plooiende golven de eerste zonnestralen. En dan neemt het zeekleed geleidelijk haar diepblauwe kleur weer aan. Op de punt van de boot ziet Janchi uit over haar grootsheid. Haar elegantie en hij bewondert haar kracht. Een dame is ze, denkt Janchi. De boot klimt naar de top van een golfrug en duikt daarna de diepte in. Janchi stijgt en daalt. Zout water in zijn gezicht. Zijn lichaam meevloeiend in het ritme van de zee. Hij kijkt naar haar. Hij voelt haar, hij hoort haar. Ze fluistert. Zacht sissend geeft ze hem geheimen in. Van de ogenschijnlijk wispelturige bewegingen van een school vissen; van de vogels die weten waar het aas zit; van de wind die waarschuwt als het tij gaat keren; van de gevaarlijke ondertonen die de stroming dan heeft; van zware wolken die een storm aankondigen; van de benauwende kalmte die daaraan vooraf gaat; van de slagregens die een dichte watermist vormen en van de wervelwinden die het zee-oppervlak in een onrustige beroering brengen. Janchi luistert. Naar alles wat ze te zeggen heeft. Ze raakt hem, ontroert hem. Overweldigt hem. ‘Blauwe dame, wat ben je mooi.’

Uit: Woestijnzand

#Woestijnzand, #In de Knipscheer, #Cpost, #Curacao, #Elodie Heloise

 

Leave a Reply