Pleisterplaats van de ziel 1

Dit verhaal is gebaseerd op het leven van May Henriquez – Alvarez Correa (1915-1999), de inspirator voor het cultureel centrum dat Landhuis Bloemhof nu is. Het werd gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad in december 2016.
Kunstenaar Herman van Bergen

“Een beetje meer van die tak daar rechtsboven je… nee, iets verder. Daar moet een stukje af. Juist, die bedoel ik. Precies achter de plek waar die nieuwe loot ontspringt. Voorzichtig. Dit is een hele oude wayaká. Met liefde, je moet met liefde snoeien… alsof die boom een verlengstuk van je is… Juist, zo. Precies zo. Zo moet je dat doen.”

De handen van de tuinman volgen nauwgezet de aanwijzingen die hem door de oude dame op het bankje gegeven worden. Hij weet wat hij doet, ook zonder haar, maar liever doet hij dit werk met haar samen. Omdat er dan een dimensie aan zijn werk wordt toegevoegd. Hij en zij schelen meer dan twintig jaar in leeftijd en toch delen zij het respectvolle ontzag voor de natuur die haar verloop zelf wel bepaalt. Voor hen is de mens een bezoeker die slechts tijdelijk met de natuur in aanraking komt en die zich zo min mogelijk moet bemoeien met een verschijnsel dat lang na het vertrek van het bezoek zal verdergaan met groeien en leven. Met groeien en leven als enige doel. De tuinman en de oude dame kwamen los van elkaar tot dezelfde conclusie. Hij vanwege de waarheden die hij al jong tegenkwam in het harde bestaan in zijn moederland Madeira en zij door het rijke pad dat zij insloeg vanaf haar geboortegrond Curaçao waar zij altijd terugkwam om haar eiland te besprenkelen met het allerbeste dat zij in de wereld vinden kon. In hun ontmoetingen op het landgoed van landhuis Bloemhof delen zij zonder er een woord aan te besteden hetzelfde inzicht. Het zit in zijn handen die liefdevol langs ranken en bloemen gaan en het zit in haar ogen die voorbij het snoeiwerk kunnen zien.

Rond de boom liggen al flink wat losgeknipte takken, wat kreupelhout en verdord blad. Maar niet meer dan nodig is. “Zo is het goed. Danki, Ruí.” De tuinman knikt zonder iets te zeggen. Hij is het met haar eens. Zo is het genoeg en de oude dame kijkt toe hoe Rui het tuinafval oppakt en ermee wegloopt. Naar de composthoop waar de afgesnoeide delen van de wayaká tot nieuw leven zullen leiden. Behouden wat is en toevoegen aan wat er nog komen gaat. Dat is wat ze doen. Zij en de tuinman. Vanuit het inmiddels gewortelde besef dat zij met het verstrijken van hun tijd de resultaten van hun inspanningen maar voor een deel mee zullen beleven. Dat is als ze geluk hebben. Want niemand kent het moment waarop hij los moet laten om in het onbekende verder te gaan. De oude dame weet alleen dat dit moment voor haar niet ver meer verwijderd kan zijn van de realiteit waarin zij nu leeft. Ze heeft lang geluk gehad.Kunstenaar John Baselman

Vanaf het bankje waarop ze zit, kijkt ze om zich heen. Het badhuis, de grote put, het landhuis en de regenbak. Ze zijn meer dan twee eeuwen geleden ontstaan. Opgetrokken hier, op deze grond, waarbij de mens en de natuur elkaars handlangers waren. De put werd geslagen waar water was, het huis werd gebouwd op dictaat van de wind en de regen werd het beste opgeslagen door haar op te vangen zoals zij viel. Misschien dat dit landgoed daarom bekend stond als geluksbrenger. Omdat de mensen die er gewoond hebben in harmonie met het land en de elementen leefden. De oude dame sluit even haar ogen en vindt toegang tot wat eens was. Mannen met lastdieren verzamelen zich bij de hoofdpoort aan de westkant van het landhuis. Hun ezels zijn uitgerust met een tuig waaraan houten tonnen hangen. Op elke flank een. De zon is nog maar net wakker en toch is het al warm. De mannen zijn stoffig en bezweet na deze tocht uit de stad. Katoenen tunieken kleven aan het lijf. Parelende zweetdruppels op het voorhoofd. Ze komen water halen in ruil voor verhalen uit de stad. De poort gaat open en het groepje zet koers richting de grote waterput op het landgoed. Het ‘Bon dia’ klinkt en er worden groeten van bekenden doorgegeven wanneer ze het landhuis passeren. Kleine kinderen rennen voor de meute uit. “Porfin, nos a yega”. De lastdieren worden van hun tuig verlost en laven zich aan het frisse water dat al in de drinkbak rond de put stroomt. Fotograaf Eldon C. Theodore

De put is er nog, de poort en het landhuis ook. De mannen en kinderen die ze zojuist voorbij zag trekken niet meer. Ze zijn opgelost om plaats te maken voor anderen. Uit de mondi verschijnt nu een jolige troep mannen met manden op hun rug. Kleine groene vruchten rollen erin heen en weer. Op het terras van het landhuis zitten vrouwen klaar om deze laraha oogst te ontvangen en te verwerken. Blijdschap is er om wat het land gegeven heeft. Kennis is er ook. De scherpe citrusvrucht mag niet met een metalen lemmet in aanraking komen. Omdat het de smaak van de schil zal verpesten en de likeur die ervan gebrouwen wordt aan kwaliteit zal inboeten. Daarom wordt er een houten mes gebruikt om de vrucht van haar omhulsel te scheiden. De oude dame ziet zichzelf als klein meisje terug. Ze huppelt tussen de manden en de vrouwen door. De witte katoenen jurk danst op de wind en grootmoeder Misema lacht. “ Be careful, sweetheart.”

Twee chuchubi’s zijn een flirt begonnen. In een vraag- en antwoordspel zijn ze elkaar aan het imponeren. De oude dame probeert de twee vogels te ontdekken. Ze zitten in de wayaká die net nog door Ruí onder handen is genomen. Samen zijn ze, maar ze zitten elk op een eigen tak en houden elkaar in het vizier. Zoals zij en haar Max. ‘’May en Max zijn net als de schoenen van Van Gogh…” Ze vist de uitspraak van huisvriend en schrijver Boeli van Leeuwen moeiteloos op uit haar geheugen. Onafscheidelijk en toch op zichzelf. Zo hadden ze geleefd, samen. Elkaar inspirerend haast zonder beperkingen. Met de liefde als fundament. Met hetzelfde gemak waarmee de vergelijking met het schoeisel van de beroemde Nederlandse schilder naar voren kwam, ziet ze nu ook hoe ze samen in een van de grote waterbakken achter in de mondi aan het zwemmen zijn. Jong zijn ze. Met de felle vonk van de liefde opflakkerend in hen. Een vonk die zij gedurende hun leven samen brandend wisten te houden. De ongecontroleerde passie in de tango van jonggeliefden leerden zij uitdiepen en beteugelen om jaren na hun verbintenis diezelfde dans vanuit veel diepere lagen van begrip voor deze liefde te kunnen dansen. Kunstenaar Saida Hernandez

Ze mist hem. De man die haar in een tijdperk waarin dat ongehoord was de ruimte gaf haar dromen na te jagen. En meer nog dan dat, ze kon ze waarmaken. Zich ontwikkelen en uiten met alle creativiteit die in haar woekerde. Beeldhouwen, tekenen en schilderen. Naar Parijs om les te krijgen van de groten der aarde. Terug naar huis en andere creatieve geesten om zich heen verzamelen. Teruggeven van wat zij geleerd had en blijvend verdergaan met groeien. Middels studie van literatuur, toneel en muziek op zoek zijn naar antwoorden op existentiele vragen. Dat grote verdriet verwerken van de oorlogsjaren waarbij zo velen de dood vonden die tot dezelfde familie behoorden als zij. Inzichten omzetten in beelden. De pijn van het leven raken maar ook het plezier. Leven, overleven en beleven met anderen, met elkaar. Reizen, de wereld over en alles opzuigen als een spons om er later de eigen bodem ruimhartig en veelvuldig mee te besproeien. ‘Ongehoord in haar tijd’.

Ze weet dat het niet alleen in haar tijd zo was. Nog steeds is het voor vrouwen niet eenvoudig om naast het moederschap, werk en huishouden als eigen mens tot volle bloei te komen. Niet zonder een prijskaartje. In het beeld dat ze nu voor ogen heeft, zit ze achter haar schildersezel. Haar kind poseert voor haar. Wanneer ze opkijkt van haar werk, is het kleine meisje groot en zelf moeder. Ze wuift naar het jongetje waarvan ze weet dat hij haar kleinzoon is. “Kon ta, Shon Maychi pastechi.” Ze lacht om zijn rijmwoorden. Het Papiaments rolt over zijn tong. De klanken ebben nog even na en voor ze het weet, zit ze in haar studeerkamer. Ze vertaalt toneelstukken. Uit het Frans, uit het Engels, Spaans, Nederlands. Ze brengt ze naar haar taal toe en neemt de vele uitdagingen aan om de stukken toegankelijk te maken voor een caribisch publiek dat gevormd is met mensen die uit alle windhoeken van de wereld komen. Het Papiaments is wat hen verbindt maar die verbinding heeft nog geen erkenning. Ze verzamelt woorden, spreuken en gezegden. Ze geeft de taal die zich nog geen taal mag noemen een literair cachet en daagt anderen uit hetzelfde te doen. Omdat zij weet dat het mensenhart moet kunnen spreken vanuit de taal waarmee het voelt. Zoals alle kunst eerst in contact staat met het hart voordat zij de vorm krijgt die bij het voelen past. Kunstenaar Herman van Bergen

De zon streelt haar gezicht nu. De wayaká baadt in rozerood licht. Het is tijd. Tijd om van haar bankje op te staan. Maar niet voordat ze nog eenmaal rondkijkt. Naar de grote waterput in de mondi, naar het badhuis, het landhuis en de regenbak. De chuchubi’s hebben zich inmiddels bij elkaar neergelegd en flirten niet meer zo luidruchtig. De oude dame staat op en luistert nog even naar het kloppend hart van Bloemhof dat haar zo lief is. En ze als ze naar huis loopt, weet ze dat het goed is zo. Ze heeft behouden wat is en toegevoegd aan wat er nog komen gaat.

Over Shon May
In 1999 overleed Shon May Henriquez Alvarez Correa op 84-jarige leeftijd na een vruchtbaar leven. De Curaçaose cultuur zou niet zijn waar die nu is, zonder haar tomeloze energie, inzet en ja vaak ook steun aan vakbroeders en –zusters, al dan niet aan het begin van hun carriere. De letteren, beeldende kunst, schilderkunst en de theaterkunst van Curaçao hebben mede door Shon May de ontwikkeling kunnen doormaken om te zijn waar zij nu staan. Daarnaast heeft zij uit liefde voor de nalatenschap van haar land ook het landgoed en het landhuis Bloemhof van de nodige zorg voorzien opdat het in de oorspronkelijke staat bewaard kan blijven.
In 2001 werd door haar dochters en kleindochter de Stichting Exploitatie Bloemhof opgericht met als belangrijkste doel: het behouden, inspireren en verder uitbouwen van de Curaçaose Cultuur in de breedste zin van het woord. Landhuis Bloemhof is inmiddels uitgegroeid tot een cultureel centrum waar de creatieve ziel een welkom onderkomen heeft. Precies zoals Shon May dat wilde en waarvoor zij gedurende haar leven de zaadjes plantte.

#LandhuisBloemhof
#historyofCuracao
#ElodieHeloise
#Antilliaansdagblad

One comment on “Pleisterplaats van de ziel

  1. Nicoline Winkel Querido Jan 8,2017

    MOOI !!!

Leave a Reply