De moeder, de puber en de was


Pubers zijn heel erg leuk. Meestal. Ik mag ze wel met hun gekke gedoe. Zeer vindingrijk in het ontwijken van alles wat er naast puber-zijn nog meer van ze wordt verwacht. En in het geval van mijn puber levert het ‘iets moeten’ vaak een discussie op waarvoor ik me best schrap moet zetten. De mijne ‘pakt’ me namelijk op hiaten, niet rijmende logica en alle dingen die ik vergeten ben. Het is zo nu en dan een zoet toeven voor hem wanneer hij een woordoverwinning op zijn moeder behaalt. En hij heeft geluk, ik ben geen slechte verliezer, kan tegen een stootje en heb waardering voor zijn redeneerkunst. Ik heb ook geluk want hetzelfde geldt inmiddels voor hem. Het spel van de woorden vinden we allebei leuk. Het winnen ervan op basis van argumenten levert eigenlijk altijd wederzijdse waardering op. Soms aangevuld met iets wat teveel lol. Zoals vandaag.

Er zijn twee plekken waar ik de was ophang. Een open en bloot naast het huis. En een onder een afdak. Dat laatste in verband met de regen en een jonge hond die de was aan die waslijn ziet als een uitnodiging voor een spelletje koekhappen. De tijdelijk permanente ‘ophangplek’ is momenteel onder het afdak dus. En bijna altijd moet er een nieuwe was aan de lijn wanneer er nog een droge afgehaald moet worden. De was ophangen betekent dus ook de was afhalen. Ookal is er nog een waslijn beschikbaar die tijdelijk -voor ons eigen welzijn en dat van de hond- buiten gebruik is gesteld.

Vandaag vroeg ik mijn puber om de was op te hangen. Daar begin ik op tijd mee omdat ik vind dat hij het recht heeft om zelf te bepalen wanneer hij dat doet, zolang het maar past binnen het droogschema. En vandaag is het droogschema dat de was vandaag droog moet zijn. Ik begon om 10 uur. “Ja, mam… ik doe het zo.” Ik vroeg het weer om 11 uur. “Ik ben nog even bezig. Laat me. Ik doe het heus wel. Straks.” Tegen 12 uur begon mijn planning in het gedrang te komen en daarmee de droge broeken en shirts die mijn puber de volgende dag nodig heeft. En ik liep opnieuw naar hem toe om hem te ‘herinneren’ aan onze deal.

“Er is een reden waarom ik graag wil dat je niet zo lang meer wacht met het ophangen. Je wil morgen toch ook graag schone kleren aan? Als je het nu ophangt dan is het vandaag nog droog.”
Mijn puber hoort mij aan en kijkt naar de waslijn onder het afdak. Er hangt droge was in de schaduw. Hij kijkt naar de lege waslijn in de ‘no-go-zone’ en telt zijn zegeningen. Daar kan hij de was ophangen in de zon, hoeft hij die droge was niet af te halen om plaats te maken voor de nieuw en kan hij het daadwerkelijk doen ervan nog wel even uitstellen. Maar dat moet ie natuurlijk wel beargumenteren. Het woordenspel begint…

“Mam, die was wordt nooit droog daarachter onder het afdak. Daar schijnt geen zon. Ik kan het toch beter ophangen aan die andere lijn? En ik hou de hond wel in de gaten. Deze keer zal ik beter opletten.” Het koppie dat ie erbij trekt is aandoenlijk duivels lief. Vooral ook vanwege dat ‘de hond in de gaten houden’. Dat is geen optie, dat weet hij. Maar hij doet een beroep op mijn vergevingsgezindheid waar het ‘zullen we het nog eens proberen’ heel vaak ruimte krijgt. Alleen heb ik een wasdeadline en ‘proberen’ in dit geval behelst ook de kans dat het fout gaat. “Vandaag is daar geen tijd voor, schat”, zeg ik lief.”Geen experimenten vandaag. De kleren moeten droog.” En ik leg zijn eerste argument gefileerd en al terug op zijn bord. Maar er komt meer. Hij heeft zichzelf namelijk schaakmat gezet zonder het te beseffen. Ik weet dat al, hij nog niet. Behoedzaam kies ik mijn volgende woorden:

“En verder”, zeg ik. “Kan ik met wat je nog meer vertelt over de zon enzo eigenlijk alleen maar concluderen dat je de was vaker zult moeten ophangen en afhalen.”
Het gezicht van mijn puber gaat onmiddelijk over in een pijnlijk vraagteken. Hij had het zo mooi bedacht en ziet zichzelf nu met een losse flodder geconfronteerd die hij niet heeft zien aankomen. Ik kan bijna zien hoe zijn hersenen de impact van zijn woorden proberen te berekenen en hoe hij met dit nieuwe ingredient erbij alsnog de schade kan beperken. Zo leuk om te zien want hij komt er niet uit…en vaker de was ophangen was nou niet wat hij voor ogen had. Ik laat hem nog heel even spartelen en kop dan mijn gelijk in met een logica waar hij met zijn slimme hoofd niets tegen in kan brengen.

“Denk je nou echt dat alleen de zon de was droogt? Nee, schat… het is de wind. En die is er onder het afdak meer dan genoeg. Dus vooruit nu.”
Die had mijn luie draak niet verwacht en onmiddelijk krijg ik de waardering die bij het winnen van dit spel hoort. Hij lacht en zegt: “Hey mam het was het proberen waard.”

De was hangt inmiddels onder het afdak en de schone droge was ligt op mijn bed. En ik geniet nog even na van deze overwinning. Nu eens kijken of ik hem er met het ‘was-vouwen’ ook in kan luizen.

Leave a Reply