Juweel van een oude jongedame

“Ik snap er helemaal niks meer van. Ik ben gewoon oud.” Sonia Garmers (1933) zit naast me aan tafel bij Seaside terrace op Marie Pampoen. We vieren haar 83-ste verjaardag met een etentje aan zee. Even er tussenuit, weg van de plek waar ze woont die ze zonder uitzondering ‘het kerkhof’ noemt. “Allemaal oude mensen en er gebeurt geen moer.” Stramme benen heeft ze nu, smalle handen en een steeds tengerder wordend postuur. “Miep Diekman heeft me gebeld om me te feliciteren met mijn verjaardag.” Miep Diekman die inmiddels over de negentig is en die Sonia vroeger coachte bij het schrijven van haar kinderboeken. Goede vriendinnen zijn ze, nog steeds. “Ze zei dat ik wel in beweging moest blijven. Anders wordt je echt oud. En mijn hersens moet ik blijven activeren. Pfft. Dat zeggen mijn kinderen ook. En dan krijg ik stapels met kruiswoordpuzzels. Legumai e koi.” We zitten eerst even alleen en nemen de serieuze zaken door. Sonia en ik delen een vreemd pad dat dezelfde richting opgegaan is in een andere tijd. Zo werkte zij lang in de media, schreef zij boeken en kwam zij al ruim na haar pensionering bij Landhuis Bloemhof terecht als receptioniste. We delen een scala aan aanknopingspunten en kunnen dat delen, ver buiten de grenzen van tijd. Als vanzelf komt het gesprek ook op Helmin Wiels de politiek leider van Pueblo Soberano die in 2013 werd vermoord vlak bij de plek waar we nu zijn. Een nog altijd onopgeloste zaak. Sonia 1 “Ik zat eens bij Golden Star en daar was ook Helmin. Die kwam naar me toe om me te vertellen dat ik ‘heulde met de vijand’ en enkel blanke vrienden had. Ik at rustig door en liet hem praten. Tot ik er genoeg van had. Ik legde mijn bestek neer en keek hem aan. Luister eens, vriend, zei ik. Ik ken je vader, je moeder, je tante, je grootouders en alles om jou heen. Ik weet wie wat en waar met wie doet en gedaan heeft. Misschien ken ik jou wel beter dan jij jezelf. Dus wat wil je me eigenlijk vertellen?” Helmin viel even stil en schoot toen in de lach. ‘Sorry, sorry,’ zei hij. Ik pakte mijn bestek weer op en at verder. Zo moet je dat doen hoor. Mensen gewoon parkeren. Anto unda mi freinan ta?”

De ‘freinan’ zijn mijn twee zoons die Sonia sinds de eerste ontmoeting steevast haar vrijers noemt. Inmiddels torenen zij ver boven haar uit en lijkt zij nog brozer temidden de kracht van hun jeugd. Naar Sonia gaan of iets met haar doen is nooit een probleem voor hen. Ze houden van haar en van haar gekkigheid. Het eerste wat ze wil weten van hen is hoe het staat met de ‘galinjas’. Mijn oudste ligt meteen in een deuk, de jongste houdt zich op de vlakte. Ik weet zeker dat Sonia het er veel eerder uit zou krijgen dan ik. Of hij wel of geen vriendinnetje heeft. Het onderwerp slaat meteen een brug naar verhalen van vroeger. “In mijn tijd kreeg je een chaperone mee. Dat was mijn oma. En wanneer ik te vaak werd gevraagd door dezelfde jongen om te dansen op een feestje dan stak zij daar na vier keer een stokje voor. En als die jongen me te dicht tegen zich aandrukte dan kwam ze ons verder uit elkaar duwen. Want’De wind moet ertussen door kunnen’. Jullie kunnen lekker vrijen. Man, ik wou dat ik in jullie tijd kon vrijen. Heerlijk toch.”

sonia 2

Sonia is stout en dat is precies de reden waarom ik zo gek op haar ben. Ze grijpt mijn sigaretten en pakt er eentje uit. “Mijn eerste in vier maanden”, zegt ze. Ik probeer haar de aansteker af te pakken maar de sigaret staat al in de hens. Een triomfantelijke blik mijn kant op. Lekker puh. Het witte wijntje laat zij zich ook goed smaken. Ondertussen rollen de verhalen over tafel. En telkens weer verrast ze me. Op haar verjaardag zelf, zo liet ze iedereen weten, was ze er niet. Naar band’abou zou ze gaan. De hele dag. “Hoe was het?” vroeg ik. Sonia begint te lachen. “Ik zat heerlijk bij Golden Star. Heb mijn mero a la plancha gegeten. Samen met een vriendin. Niks Band’abou. Ik ben ondergedoken.” Ze geeft me een knipoog terwijl ze een het restant van het ene glas wijn in het nieuw aangerukte glas giet.

“Ik ben wel een beetje depressief hoor. Van dat ouder worden. Er is gewoon niks te doen op het kerkhof. Misschien moet ik maar naar een echt bejaardentehuis.” Sonia woont sinds er twee keer bij haar werd ingebroken niet meer aan de Van Heelsumstraat in de stad. Ze verhuisde naar een woning in een beschermde omgeving waar meerdere ouderen bij elkaar wonen. Ik kijk haar aan en laat in mijn hoofd de bejaardentehuizen de revue passeren. Zij ook en we schieten in de lach. ‘Nee, laat maar. Dat is niet echt een optie.’ “Je moet er wat aan doen waar je bent”, zeg ik. “Ja”, zegt Sonia. “Als niemand iets doet dan moet ik dat maar doen. Maar ik ga niet handwerken. Dat kon ik vroeger bij de zusters al niet. Misschien een kwis met herinneringen. Iets als wat we vroeger op radio Hoyer deden. Kijken wat ze nog weten van Curacao.” Radio Hoyer, Sonia werkte er lang en had een eigen programma. Denken aan de radio brengt meteen een anecdote naar voren. Sonia begint te giechelen. “Weet je, we zijn een keer door de directie op zwart gezet. We hadden een item over gezondheid en er kwam een vraag over piemels van een inbeller die ik de dokter die we in het programma hadden voor moest leggen. De inbeller had een specifieke vraag over de penis van haar man. Maar dat woord, dolo in het Papiaments, was ‘not done’op de radio. Dus koos ik voor ‘pimpilinchi’ (plassertje). De dokter die in de uitzending was protesteerde. “Hoe bedoel je ‘pimpilinchi’? Je hebt het over de penis van een volwassen man neem ik aan en niet over het plassertje van een kind.’ En ‘pats’ weg waren we. Uit de ether gesmeten. Want de dokter had het woord ‘dolo’ gebruikt. Zo ging het. Heel anders dan nu.”

Verhalen, altijd wanneer ik met Sonia uit ben. Verhalen die ook mijn pubers nog altijd weten te boeien. Haar tijd en de hunne vinden telkens weer aanknopingspunten. Omdat Sonia toch nog genoeg weet over hun tijd en zij door haar verhalen over de hare. Wat nou ‘ik snap het niet meer’. Niks mis met deze 83-jarige. Helemaal nada.

sonia 3