Power Rangers

BB merijn kevin jes (2) “Wil jij Power Rangers met mij spelen?” De vraag werd gesteld door mijn oudste zoon die toen net in groep drie zat. “Ja hoor” was het antwoord van Kevin die bij hem in de klas zat. Ik kan zeggen: the rest is history maar dat zou flauw zijn. Hoewel ik daarmee wel de privacy van deze beide heren zou respecteren… nah, jammer dan. Hadden ze mij maar niet uit moeten kiezen.

Jesse was net op Curacao aangekomen en zes jaar oud. Hij kwam terecht in de klas van juffrouw Zita, die op haar beurt weer bij mij op de bassisschool in de klas had gezeten. Ik, als moeder, was meer dan gerust met dat feit. De overgang zou ook op school goed begeleid worden. En de ontmoeting met Kevin maakte dat proces voor mijn oudste alleen maar gemakkelijker. En het spel van de power rangers natuurlijk.

De hele bassisschoolperiode waren deze jut en jul onafscheidelijk. Een keer zijn ze in een andere klas gezet. Dat betekende op de eerste schooldag van het nieuwe jaar een trip naar het schoolhoofd waar beide heren aangaven dat echt geen stijl te vinden. Het schoolhoofd beloofde beterschap en het jaar daarop zaten Jesse en Kevin weer als vanouds bij elkaar in de klas.

kevin 016 (2)

Ze deden samen hun communie en hun vormsel. Met Kevin kwam inmiddels ook een mooie vriendschap met zijn moeder mee. Ik was thuis, zij werkte fulltime. Vele proefwerkweken en vakanties was Kevin bij ons. En in de tijd dat Sinterklaas nog leuk was, bakten we pietenkoeken. De straat geurde naar speculaas en ze aten zichzelf misselijk aan het snoepgoed dat we als decoratiemateriaal gebruikten.

jesse en kevin eerste keer uit

Moeilijke tijden waren er ook. Echtscheidingen, een verhuizing, de dood van een vader. Maar ook liefdesperikelen en verandering van belangstelling. Vooral op de middelbare school waar deze twee de onderbouw nog samen deelden maar daarna elk meer en meer hun eigen weg gingen. Kevin bezig met muziek maken, Jesse met muziek ontdekken en ervan genieten. Andere profielkeuzes en een vriendengroep die overlappingen had maar niet altijd meer dezelfde was. Toch wisten deze twee elkaar altijd wel weer te vinden. Een gebied aan te boren waarin ze samenkwamen. De eerste keer dat zij samen ‘uitgingen’ zaten Kevin’s moeder en ik op de porch van mijn ouders die geriefelijkerwijs aan de overzijde van het Spaanse Water was waar het feest plaatsvond. De plek waar wij alleen al door de werking van de wind in de gaten konden houden wat er daar aan de overkant op dat ‘wilde feest’ van veertienjarigen gebeurde. Klaar om op elk moment in de auto te springen om ‘onze’ jongens daar weg te sleuren. We kenden de mensen van dat feest waar ze allebei zo dringend naartoe wilden niet en nadat we -uiteraard in nauw overleg met elkaar- de weken voor dit feest allerlei vuren aan de schenen waren gelegd, besloten we ze te laten gaan. De tijd tot hoe laat ze ‘mochten’ moest voor de eerste keer worden vastgelegd. ‘Als het elf uur is dan ga ik niet. Dat is masha laf, mama’. De mama’s overlegden en waren ook taxi… we kwamen uit op half twaalf… ‘Take it or leave it.” De eerste keer dat Jesse en Kevin uitgingen is niet alleen door hen zeer intensief beleefd.

Jesse en kevin

‘De heertjes’ waren inmiddels geen kleintjes meer. Eigen meningen, het ontdekken en ontwikkelen van talenten en vooral op hun eigen manier bezig zijn met hun leven. Steeds een beetje verder uit elkaar en zo nu en dan ineens weer heel dichtbij. Zoals bij mijn boekpresentatie van Woestijnzand. Daar zaten ze weer. Samen met een gitaar en een stem. Met elkaar intunen zijn ze altijd blijven doen. De periodes ertussen konden verschillen. Soms wat langer en soms ook niet. Maar elkaar vinden hebben ze door de afgelopen jaren steeds gedaan.

Deze week is Kevin naar Nederland gegaan voor zijn studie rechten. Jesse blijft nog een jaar langer op Curacao. Allebei net het Vwo-diploma op zak. De een al met een voet in de toekomst, de ander in een sabbatical van een jaar. Op de airport namen ze voor een poosje afscheid van elkaar. Twee jongemannen nu. Elk met een compleet ander jaar voor de boeg. Er waren even een paar tranen, stiekem. En er was even dat moment van de ‘waarheid’: jij gaat door en ik blijf nog achter. Even de pijn van het loslaten. Maar dan ook weer dat gevoel van het intuitieve weten. Jesse en Kevin of ‘Jes en Kev’ zoals ze tegenwoordig vaker worden genoemd zullen altijd terugkeren naar wat zij begonnen zijn toen zij besloten samen het spel van de power rangers te spelen.

kevin en jesse 2015

kevin en jesse 2015 twee

#studeren
#Curacao

‘Echt’

jesse geslaagd inspectie
Met alle commotie rondom de ‘geldigheid’van de Curacaose diploma’s voor het voortgezet onderwijs konden wij niet anders dan dit document, dat mijn oudste dit jaar binnensleepte en waarmee hij het einde van zijn VWO-periode markeerde, aan een grondige test onderwerpen… en jawel: deze is echt.

Niet denken

engel met vinger

Dat is wat er gebeurt wanneer ik aan de tafel ga zitten die geurt naar de zee. Van alles ligt er. Steentjes, schelpjes, verkalkt zeewier en koraal dat door de werking van de zon, de zee en het zand verworden is tot de vorm die ik op het strand vind en oppik. Vanachter die tafel gaan mijn handen als vanzelf aan het werk en ontstaan er uit al die losse stukken nieuwe verbindingen. Het denkende deel van mijn hoofd staat uit en heel vaak ben ik door wat er zich onder mijn vingers vormt blij verrast.

Nog leuker is het om met iemand in gedachten aan die tafel te gaan zitten. Dan tune ik in bij wat die persoon en ik met elkaar delen. Opnieuw zet ik het denken stil en ik kom terecht bij wat ik daarbij voel. Mijn handen worden aangedreven door wat mijn hart opmerkt en ze bewegen. Bijna als vanzelf. En zo ontstond ook deze figuur die ik maakte voor een kanjer van een vrouw. Warmte zit erin verweven, bewondering en kracht. Alle proestbuien van het lachen heb ik er ook in gestopt. Het vingertje van deze ‘engel’ was er zomaar opeens en ik toen ik het zag, schoot ik in de lach. Ja, dat zou ze wel waarderen… deze knipoog naar wat niet kan of mag. Hoezo niet? Echt wel!

Met elk bezoek aan mijn herinneringen vloeien gevoelens terug naar die tafel met steentjes en worden zij omgezet naar ‘iets’ concreets dat ik weg zal geven. Wat bij mij blijft, is de verankering van die gevoelens die de ander met mij heeft gedeeld.

#zeedingen

De trap van Hato

Trap hato

Daar is hij weer. De acute verpester van mijn humeur. Ik hoef maar aan hem te denken en ik voel de tranen achter mijn ogen branden. Een Pavlovreactie op het aanstaande geweld waarmee zijn onvermoeibare mechanisme mijn hart tot gruis vermaalt zodra ik een stap in zijn richting doe. Moet doen. Want hij en ik zijn tot elkaar gedoemd. Niet dat het hem wat kan schelen, het is nogal een eenzijdige relatie die ik met hem heb. Eenrichtingverkeer is het, telkens wanneer ik hem ontmoet. En hoe kortstondig die momenten ook zijn, ze zijn uiterst pijnlijk. Op het scherpst van de snede zetten mijn zintuigen zich schrap. Ik haal diep adem. Observeer en overweeg hoe ik het deze keer aan zal pakken. Maar vaak voordat ik voet op hem zet, heb ik al verloren. Een stap en ik word meegevoerd in de verkeerde richting. Weg van huis.

Mijn hand is loodzwaar maar ik zwaai. Door een waas kan ik nog net onderscheiden van wie ik afscheid neem. Steevast duurt deze ontmoeting met hem te lang. En telkens weer vraag ik me af hoe vaak mijn hart dit nog verdragen kan. Ergens halverwege bijt ik op mijn lip. Een grommend chagrijn vult mij. En wanneer ik van hem afstap, ben ik murv. Tot ver nadat ik mijn bestemming bereikt heb. Zo is het altijd gegaan.

Vandaag sta ik er weer. Voor de martelgang. Hij ligt daar zoals altijd op mij te wachten. Even vraag ik me af of dat mechaniek van hem niet inmiddels aan het roesten is. Dat moet haast wel met de watervallen die ik op hem achter gelaten heb. Het is een betekenisloze gedachte, zomaar een spinsel ergens in mijn hoofd. Ik kijk naar hem, zie hem met zijn trappen rollen. Het paspoort ligt al in mijn hand. Met alles wat ik in me heb, maak ik de toenadering. Ik plaats mijn voet op hem. Heel bewust en met volle overtuiging. Mijn borst gevuld met Curacaose lucht. Mijn lucht. Verzameld in mijn land. Deze keer voert hij me weg van huis om weer terug te keren. Deze keer ben ik het die wint.

trap

#Trap Hato

Welcome back home sis

Tussenstation…

De geslaagden van de Havo/Vwo-opleiding die het Radulphus College al sinds jaar en dag verzorgt, kwamen gisteren samen op het Radulphusplein om hun namen te horen afroepen. Onder het trotse oog van familieleden van allerlei pluimage. De champagne vloeide rijkelijk, de confettikanonnen schoten losse flodders en de balonnen waren niet van de lucht. De ontlading na een periode van spanning die een eindpunt maar ook een nieuw startpunt markeert.

Op een tussenstation zijn ze aangeland waar voor even gelaafd en gefeest mag worden. Een plek waar ook de herkansers en de druipers gauw genoeg aan zullen komen. En dan, op een bepaald moment, zullen zij gescheiden worden door de vele verschillende wegen die zij in zullen slaan. Het tussenstation wordt dan het startpunt van vertrek en zal geduldig op hen wachten totdat de cirkel rond is en het vertrekpunt ook het eindstation zal zijn. Dat is althans de hoop maar ook de vrees… dat deze aankomend professionals terug zullen komen om hun beste krachten aan de plek te geven waar ze vandaan komen.

Radulphianen

De hoop leeft nu. Nu zij nog op het tussenstation staan en alles mogelijk is. De vrees komt later omdat die zich pas echt voor gaat doen op het moment dat deze jonge mannen en vrouwen hun talenten en kwaliteiten hebben omgezet in kwalificaties en diploma’s en opnieuw keuzes zullen maken, zoals een paar jaar daarvoor op dat tussenstation waar zij nu staan.

geslaagd kln Is het land waar zij vandaan komen tegen die tijd ontwikkeld genoeg? Zijn er mogelijkheden voor deze young professionals dan? Kansen op het opbouwen van een leven dat hand in hand zou moeten gaan met de verdere constructie van het moederland. De ondergrond daarvoor moet gelegd worden door hun voorgangers. Door hun vaders en moeders die het tussenstation al passeerden en er het eindstation van maakten. Mensen zoals jij en ik, die gisteren het succes van onze kinderen met hen meevierden.

Daar dacht ik aan gisteren. En aan al die young professionals van eerdere lichtingen die terug willen komen maar ontdekken dat het land en de mogelijkheden voor hen nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn om hen de vruchtbare bodem te bieden waarop zij kunnen bloeien. We zijn er nog niet. En nee, dat ligt niet aan de overheid. Of aan de een of andere zoveelste kabinetscrisis. Het ligt aan ons, de eerdere eindexamenkandidaten, die zich samen met onze kinderen gisteren hebben gewenteld in hoop. Wij zullen er harder aan moeten gaan trekken om de ondergrond te leggen voor hen die nu op het tussenstation staan. ‘We zijn klaar’, joelden de jongeren gisteren. ‘We zijn klaar. We hebben ze afgeleverd,’ verzuchtten de familieleden van allerlei pluimage gisteren.
Niets is minder waar… het is nog maar net begonnen.

Ook te lezen op Website Koninkrijksrelaties

Uitvaart van een schipper

Op 22 mei overleed Jan Ackermans. Hoofd van basisschool het Franciscus College, schipper bij de Zeeverkennerijgroep mgr. Verriet, kapitein van zijn geliefde Chamba II, vriend, partner en mijn pleegvader. In het weekeinde van 30 en 31 mei hebben wij afscheid van hem genomen. Met een ceremonie op de zeeverkennerij, een afscheid bij Crefona (het crematorium) en met het uitstrooien van zijn as in zijn geliefde water rondom Curacao. Met dank aan Cisca Rusch die dit afscheid voor ons op foto zette.

Schipper op de zeeverkennerij

Crefona

Wacht

Mam en jan

SONY DSC

SONY DSC

Escorte

Uitstrooien

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Pipa

Pipa

Het woord kwam als een gift. Het werd me aangereikt nadat ik de worsteling erover had losgelaten. ‘Pipa’ was het antwoord. Ik oefende het eerst in mijn hoofd voordat ik het op mijn lippen nam. Ik moest er zelf ook nog aan wennen. De eerste keer dat ik het voorzichtig voor mezelf uitsprak was vreemd. Ergens verwachtte ik dat er een luid protest zou klinken, of dat ik van binnenuit een steek zou krijgen. Dat mijn geweten samen met mijn loyaliteit het op een een-tweetje zouden zetten… Maar er gebeurde niets. Behalve dat ik een warm gevoel aan het uitspreken van het woord overhield. Dit was goed. Pipa, zo zou ik hem voortaan noemen. Deze man die niet mijn biologische vader was.

Hij kreeg het van mij eerst te lezen. Op een vaderdagkaart. Het was mijn cadeau aan hem. Ik durfde het nog niet tegen hem te zeggen. Wist niet of hij het aan zou nemen. Wachtte zijn reactie met spanning af. Hij las dit nieuw geboren woord en nam het onmiddellijk aan. Ik meende zelfs te ontdekken dat hij er natte ogen van kreeg.

Tussen hem en mij bleef het Pipa van toen af aan. We zouden er verder samen een invulling aan geven. En dat hebben we de afgelopen 35 jaar gedaan waarin het antwoord dat ik als kind in handen kreeg als een gift in een moeilijke tijd zich van de betekenis van de letters heeft ontdaan. Ik was een van zijn vijf kinderen en Pipa was mijn vader.

Handen

Lieve Pipa, rust zacht

Interview met Chicu Capriles

Artikel 2 Chicu Capriles

Commentaar Misbruik religieuzen

Het commentaar in de Amigoe van vandaag

Niets

st martinusgesticht en bisschopspaleis na 30 meiDe vertegenwoordiging van de Katholieke Kerk op Curaçao liet gisteren tijdens en na de persconferentie over de EO-documentaire die zaterdag de gemoederen opschudde niets aan hoop achter voor slachtoffers van seksueel misbruik door religieuzen. Niets voor hen die dat overkomen is in het verre verleden, niets voor hen die dit overkomen is in een recenter verleden en al helemaal niets voor hen die dit nog zal overkomen.
Er is geen actieve commissie Koeijers – er moet in tegenstelling tot wat er in het persbericht van het Bisdom stond nog een nieuw lid worden benoemd. Er is geen contact opgenomen met de slachtoffers uit de documentaire – om het werk van de commissie Koeijers, die dus nog niet werkzaam is, niet in de weg te staan. Er is geen telefoonnummer beschikbaar gesteld voor meldingen en er waren zeer schaarse woorden voor de slachtoffers van seksueel misbruik op Curaçao die in de EO-documentaire naar voren kwamen. Er is ook geen plan van aanpak bekendgemaakt ondanks de veelbelovende aanvangstitel van deze persconferentie: ‘Bisdom Willemstad neemt concrete actie in de zaken die naar voren zijn gekomen middels de publicatie van de EO’. Een titel overigens die ook nog eens suggereert dat het Bisdom alleen wil kijken naar de bekendgemaakte gevallen en niet wat er nog meer geweest is of zou kunnen zijn.
Waar wel ruimte voor was tijdens deze persconferentie was het ageren tegen de Evangelische Omroep die zonder toestemming beelden zou hebben gemaakt en uitgezonden. Dertig minuten lang werden alle aspecten in het kader van ‘openheid en transparantie’ hiervan naar voren gehaald tot aan het ‘hoogtepunt’ dat een van de pastoors had gefilmd dat er gefilmd werd. Er was dus bewijs van. Overigens was het antwoord op de vraag of er in die documentaire dan materiaal was gebruikt waar de religieuze top van de Katholieke Kerk niet achter kon staan, dat zij achter datgene wat van hen was uitgezonden konden staan. Over de inhoud van de film en de aan de kaak gestelde feiten werd pas gesproken toen journalisten het ‘verschoningsbetoog’ tot zich hadden genomen. De feitelijke actie tegen seksueel misbruik door religieuzen in dit deel van het Koninkrijk: niets.
Indien een van deze slachtoffers de vertoning van gisteren had bijgewoond, dan had hij of zij niet alleen een klap in het gezicht gekregen. Nee, erger… de hoop op waarheidsvinding, erkenning en daarmee de verwerking van wat hen overkomen is, werd volledig de grond in geboord. Ze staan er alleen voor. Of zoals een van de in beeld gebrachte slachtoffers vanochtend aan deze krant liet weten: “Het ergste is dat je niet gehoord wordt.” De Kerk zal hen niet helpen. Hopelijk doet de rest van de samenleving dat wel. Onder hen ongetwijfeld ook gelovigen.

Zie ook het commentaar van onderzoekjournalist Robert Chesal over deze kwestie

Ode aan een gentleman

gentleman Vanaf het bordes van het oudste hotel van Curacao kijkt een oude man in smetteloos wit een woedende menigte in. Borden hebben ze bij zich met protestteksten die hij herkent als van alle tijden. Naast hem de hotelmanager met een bezorgde frons op zijn gezicht, iets verderop, links en rechts van hen, strakke mannen in pak met oortjes in. Bij de trap, nog geen drie meter van de oude man af, staat een koelbox. Er neergezet als de terreinafbakening van een net plaatsgevonden annexatie. Een goedgevulde partijleider deelt flesjes koud water uit aan de boze mannen en vrouwen. “Laat je horen”, sist hij hen toe. “We pikken het niet langer. Racisten zijn het.” Een paar uur geleden zat deze man nog in het parlementsgebouw en schreeuwde hij ook, maar dan over andere dingen.  Radio en televisie is er. De film rolt en de toehoorders worden meegenomen op de golven van hysterie middels sluwscherpe woorden die komen uit de kelen van de verongelijkten.

Protest bij Avila foto Dick Drayer

De oude man in smetteloos wit wil naar de overkant van de straat. Van het bordes af van het hotel dat hij zelf creeerde. Naar de andere kant van de Penstraat waar zijn huisje staat. Hij knikt naar de man die hij zijn hotel heeft toevertrouwd en wuift de aanstalten van de mannen met de oortjes weg. Dan omvat hij zijn wandelstok een beetje steviger en zet zijn stappen op de trap.

Hij staat voor de menigte die van het hart geen moordkuil maakt en die een geluid uitstoot dat de oude man zich niet hoeft aan te trekken.  Het doet pijn zijn landgenoten zo te zien, dat raakt hem. De boodschap die zij bij zich dragen is er een waarvan hij de betekenis al decennia geleden heeft doorgrond. Ieder mens is gelijk. Zo simpel is dat. Het is jammer, o zo jammer, dat meningsverschillen nog altijd niet vanuit diezelfde boodschap beslecht kunnen worden. In zijn land, soms. Het is daarom misschien ook maar goed dat de boodschap van gelijkheid in vermeende ongelijkheid naar voren wordt gebracht. Zolang als nodig is, net zolang tot het niet meer nodig is.

De oude man loopt de menigte in nu. Onder het toeziend oog van de mannen met de oortjes en de waakzame zorg van zijn manager die elke stap die hij zet, als Argus volgt.  Zolang als hij hem volgen kan. De menigte opent zich en neemt de oude man op. Achter hem sluiten de gelederen. Hij wordt door hen opgeslokt. Zo lijkt het althans voor de manager die zijn nek uitrekt om het wit van de oude man zo lang mogelijk te kunnen volgen.

De oude man in het wit wordt omsloten door mensen met boze borden. Hier en daar oogst hij een blik die correspondeert met hun woede. Dan loopt er iemand op hem af. Een zwarte man met fonkelogen. “Meneer, meneer. kent u me nog?” Hij slaat zijn ogen op en kijkt in een glimmend gezicht. Herkenning. Een schouderklop en een brasa. “Hoe lang was het? Dat je in het hotel hebt gewerkt?”  Een brede lach is het antwoord op deze vraag. “Vijftien jaar, meneer. Net zo lang totdat ik genoeg had verdiend om voor mezelf te beginnen. weet u het nog?” De oude man knikt. Ja, hij weet het nog. “Kom, laat me u begeleiden. U wil naar huis, toch?”

Opgelucht haalt de manager adem. Het wit waar hij naar zocht is na een paar minuten aan de overkant opgedoken. De oude man, ongeschonden, loopt rustig keuvelend naast een man in het zwart op de stoep van de Penstraat. Tot aan de deur van het huis waar hij wezen moet.

Voor Nic Møller

hemingway-1