Geraakt

Met de schietpartij op de Airport dinsdagavond (15 juli) is een nieuw dieptepunt bereikt voor ons land. Wat een warm ‘Welkom op Curaçao’ had moeten zijn, veranderde door een kogelregen in een kille ontvangst van geweld en angst. En plein public werd er met dodelijke afloop afgerekend, zonder enig ontzag voor de bezoekers of aangekomen gasten van deze openbare gelegenheid. Nietsvermoedende mensen kwamen uit een vliegtuig om ons land te bezoeken, gewone mensen stonden te wachten om hen te verwelkomen. Mensen die zomaar ineens, vanuit het niets, in een schietpartij terechtkwamen en werden verwelkomd met kogels. Wie afgelopen dinsdag een bezoek bracht aan onze luchthaven, een belangrijke openbare gelegenheid waar veel publiek komt, liep het risico dat met het leven te bekopen.
Afgelopen dinsdagavond werd pijnlijk duidelijk dat het geweld in onze samenleving en de gevolgen daarvan nu in een stadium zijn beland waar niemand zich er meer aan kan onttrekken en waarbij de autoriteiten niet meer beschikken over de middelen om ons te beschermen. Justitieminister Nelson Navarro liet onlangs in een interview met de Amigoe al weten dat politie en justitie alleen het geweld al langer niet meer kunnen beteugelen. Dat de samenleving medeverantwoordelijk is voor het ontstaan ervan en dat er meer betrokkenheid nodig is vanuit de samenleving om dit een halt toe te roepen. Een roep die nog altijd niet door iedereen onderschreven wordt of ter harte wordt genomen. De muur van welwillendheid breekt ons op, zei Navarro. Na 15 juli 2014 dringt die boodschap misschien beter door. Want door de kogels die op die avond werden afgevuurd, zijn we nu allemaal geraakt.

Zie voor meer nieuws de Amigoe

Interview met Justitieminister Nelson Navarro

INT Navarro 2

 

Dit interview werd een week voor de schietpartij op Hato afgenomen en gepubliceerd in de Amigoe.

De muur van welwillendheid breekt ons op

Een gesprek met Nelson Navarro, minister van Justitie (op voordracht van Pais) over de moord op politicus Helmin Wiels, de veranderde normen en waarden, de onderwereld, de ‘aanwas’ van jonge criminelen en het werken in een samenleving met steeds minder betrokkenheid bij het eigen welzijn. Navarro werd minister van Justitie in het interim-kabinet na de val van de regering van Gerrit Schotte in 2012, nam daarop per 31 december 2012 zitting in het takenkabinet van Wiels en bleef aan voor het politiek kabinet Asjes, dat in juni 2013 werd geïnstalleerd.

door Elodie Voorbraak

Het departement van Justitie is tegen een buitenmuur van Fòrti aangebouwd en staat naast het politiebureau van Punda. Het Gerechtshof en het Openbaar Ministerie liggen slechts een steenworp van dit departement vandaan. Witte houten tralies zijn gevlochten langs de balkons en beletten de buitenstaander enige inkijk. Een patio aan de voorzijde van de straat moet doorkruist worden om bij de hoofdingang te komen. Er staat een hek voor. Een deur met een elektrisch oog wordt van binnenuit bediend door een bewaker. Eenmaal op de patio doen de witte afgerasterde balkons bijna knus en maagdelijk aan. Lieflijk is het woord dat naar boven komt. Een schril contrast met de werkzaamheden die hier in dit departement gedaan worden. Hier wordt over de veiligheid van ons land nagedacht, worden plannen gesmeed om de criminaliteit te beteugelen en wordt geheim overleg gepleegd over zaken van staatsbelang. Minister Nelson Navarro zetelt op de eerste verdieping van dit pand. De weg omhoog loopt nu als door een tunnel. Alles is afgeschermd door dezelfde witte afrastering die vanaf de buitenkant zichtbaar is.

De werkkamer van Navarro oogt opgeruimd en rustig, net zoals Navarro zelf, die ondanks zijn drukke agenda de tijd neemt voor dit gesprek. “Ik zou eigenlijk met mijn kleinkinderen moeten spelen. Ik ben inmiddels 65 jaar, een gepensioneerde. Maar zo werkt het niet voor mij. Zodra deze klus erop zit, ga ik terug naar de advocatuur en hoop ik net zoals advocaat Moenir-Alam – die negentig is – nog heel lang mee te kunnen. Het werk dat ik nu doe is leuk, alleen zijn de omstandigheden waarin ik me bevind en waaronder er gewerkt moet worden niet altijd zo leuk.”

Achtergrond
Navarro is van huis uit advocaat. Hij studeerde rechten in Nederland en bleef daar ruim twaalf jaar. Als advocaat was hij werkzaam bij grote firma’s, zoals Boekel Van Empel & Drilling (Amsterdam), HBNLaw en Halley&Blaauw waar hij partner werd. Zonder enige politieke ambitie. Dat wil zeggen totdat hij op latere leeftijd op het advocatenkantoor waar hij werkte een herseninfarct kreeg. “Ik verdiende goed geld en eerlijk gezegd kon het me allemaal niet zoveel schelen. Ik had te maken met een dossier, een rechter en een cliënt. En voor de rest interesseerde het me allemaal geen bal. Ik had een broer, Lesley Navarro, die politiek heel actief was. Hij was lid van de Democratische Partij. Vaak heeft hij geprobeerd me in beweging te krijgen om meer te doen voor dit land. Maar ik wilde niks van de politiek weten.” Een portret van Navarro’s broer, die overleed toen hij nog maar 47 jaar was, hangt aan de muur naast zijn bureau. Als een reminder dat er wel degelijk iets veranderd is. Bij Navarro groeit namelijk na zijn infarct op 9 september 1999 de wens om meer te doen. “Er was iets veranderd. Ik was vijftig jaar en ik begon om me heen te kijken en me af te vragen waar het naartoe ging met mijn land. Curaçao was aan het veranderen.” Navarro is in die tijd steeds vaker samen met mensen die zich ook in toenemende mate zorgen maken. Mensen zoals Ralph Palm, Steven Martina en Gregory Elias. “Toen Frente Obrero aan de macht was en Mirna Godett premier werd (2004, red.) werden mijn zorgen groter. Wat is er aan de hand, vroeg ik me af, en ik wilde meer doen dan er alleen maar op de zaterdagmiddag met een goed glas whisky over discussiëren. En ik raakte er meer en meer van overtuigd dat er zonder politieke deelname geen verandering mogelijk zou zijn.” De oprichting van Forsa Kòrsou volgt al gauw, in 2005; Navarro richt de paarse partij op samen met Glenn Camelia en Gregory Damoen. In 2006 krijgt de partij een zetel. En Navarro komt in de Staten terecht. Daarna maakt de partij even furore door deel te willen nemen aan de verkiezingen in 2010 als deel van de lista kombiná, die was samengesteld uit Niun paso atras van Nelson Pierre, de MAN en Forsa Kòrsou. Navarro was toen al afgetreden als politiek leider, om gezondheidsredenen. Dat initiatief sneuvelt, van Forsa Kòrsou blijft niet veel over omdat de oprichters zich uit de politiek hebben teruggetrokken, en Navarro keert terug naar zijn oude vak: de advocatuur. “In naam bestaat de partij overigens nog, maar is non-actief.” Navarro blijft werkzaam in het veld dat hij goed kent totdat hij in december 2012 door Pais wordt voorgedragen als minister van Justitie in het interim-kabinet van Daniel Hodge dat na de val van het kabinet-Schotte zitting neemt. Navarro blijft aan in het daaropvolgende takenkabinet van Helmin Wiels en het politieke kabinet Asjes, dat zitting heeft sinds juni 2013.

Fasten your seatbelt
In de bijna twee jaar dat Navarro nu in functie is als minister van Justitie heeft hij veel moeilijke en ingewikkelde situaties het hoofd moeten bieden. Niet in de laatste plaats ziet hij zich geconfronteerd met een erfenis die in de afgelopen dertig jaar langzaam maar gestaag een eroderende werking heeft gehad op het justitiële apparaat en daarmee op de samenleving. “Het beleid dat de afgelopen decennia is gevoerd is er de belangrijkste reden van dat we nu zo in de shit zitten. Aan het politiekorps was amper iets gedaan. Dat heeft gewoon gedraaid zonder echte sturing. Dan ligt bederf om de hoek. En bederf begint altijd in de top, waarna het langzaam maar zeker de organisatie insijpelt. Bijna de helft van de ambtenaren werkt voor een van de zeventien instanties die onder justitie vallen. Zo’n 1750 mensen zijn dat. Mensen die werken in organisaties waar jarenlang geen onderhoud aan is gepleegd en waar morele normen en waarden ten aanzien van arbeidsethiek zijn weggeëbd. Andere normen en waarden zijn regel geworden. Omdat er niemand was die er iets van gezegd heeft. Ga dat maar eens rechtzetten bij mensen die denken dat ze ‘rechten’ hebben verworven, die niets anders zijn dan het misbruik maken van de situatie om er zelf beter van te worden. Ik doel dan op het onnodig overwerken en ziekteverzuim binnen organisaties. En ja, wanneer je dat gaat aanpakken en mensen hebben hun levensstijl ingericht naar een standaard waarbij ze rekening houden met een haast dubbel salaris vanwege het zogeheten ‘overtime’ werken, dan maak je geen vrienden.”
Navarro heeft zich de afgelopen twee jaar niet alleen geconfronteerd gezien met een haperend politieapparaat, dat onder protest moet worden gemoderniseerd en geoptimaliseerd, maar ook met een begroting die geen ruimte laat voor extra uitgaven. En dat terwijl de samenleving enorm veranderd is en te maken heeft met meer criminaliteit dan ooit. “Fasten your seatbelt, heb ik aan het begin van mijn periode gezegd. Curaçao is veranderd. Er zijn feiten die we onder ogen moeten zien, die heel moeilijk zijn. De onderwereld heeft zich in de afgelopen twaalf tot vijftien jaar kunnen opbouwen in dit land. Mensen lachten me uit toen ik dat zei. Inmiddels denk ik dat niemand daar meer aan twijfelt. We moeten vechten tegen deze factor, die in de afgelopen jaren overal voet aan de grond heeft weten te krijgen. Invloed wordt uitgeoefend via de media, maar ook middels criminele acties die nergens op slaan. Wie wint er nou iets met het plegen van een lukrake atrako zonder echte opbrengsten? Die worden er heel veel gepleegd. Het doel: het destabiliseren van een samenleving. Middels de media wordt het gevoel van onveiligheid gepropageerd, maar dat is alleen maar om de aandacht af te leiden van wat er echt gaande is, zodat het ‘grote’ werk ongestoord kan plaatsvinden. Ik heb niet voor niks gezegd dat het moeilijk ging worden en dat de tijd waarin we ons nu bevinden van ons allemaal vraagt dat we schokken op moeten vangen en dat we geraakt zullen worden. Op individueel vlak worden we steeds meer geconfronteerd met criminaliteit, die de samenleving ingeslopen is en die inmiddels een factor geworden is waar we allemaal in ons leven rekening mee moeten houden in de dingen die we wel en niet doen.”

INT Navarro

Welwillendheid
Een andere reden die Navarro aanhaalt wanneer hij spreekt over ‘de moeilijke omstandigheden waaronder hij het werk van minister van Justitie moet uitvoeren’ is wat een vriend van hem noemde: de muur van welwillendheid.
“Iedereen wil anders. Iedereen wil veilig en rustig kunnen leven, daarover is geen onenigheid. Maar om daar (weer) te komen en te blijven, zullen er beslissingen genomen moeten worden en keuzes moeten worden gemaakt die verdergaan dan alleen maar wat een regering doet. Welwillendheid is er overal. Iedereen heeft wel een idee over hoe het wel moet. Het jammere is dat het daar maar al te vaak bij blijft. Het omzetten van welwillendheid naar daadwerkelijke actie en daden, daar heeft niemand zin in want dat betekent offers brengen. Er zijn veel meer mensen die een bijdrage kunnen leveren aan een betere samenleving. Iedereen kan dat. Maar daar komen we niet. Het interesseert 90 procent van de mensen in dit land helemaal niets. Ze wijzen naar de regering: die moet het oplossen. En dat is niet meer voldoende. Wil je echt een samenleving die beter functioneert en die voldoet aan de basisvoorwaarden om rustig en veilig te kunnen leven, dan moet iedereen een steentje bij gaan dragen. En stoppen met roepen dat niets functioneert. Kijk naar wat je zelf kunt doen om bij te dragen aan een betere samenleving, praat erover en doe er vervolgens iets aan. Kleine initiatieven in wijken of buurten kunnen hierin al een wereld van verschil maken. Niets doen breekt ons op en is een luxe geworden die we ons niet meer kunnen permitteren.”

Verval
Navarro koppelt de toegenomen criminaliteit aan onder andere het uiteenvallen van sociale cohesie. “Mensen kijken niet meer verder dan hun eigen hek. Sociale controle is bijna helemaal verdwenen. En daarmee het gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaar. Kijk naar het niveau van de debatten in de Staten. Het is alleen maar achteruit gegaan. Het gaat niet over inhoud, het gaat niet over het algemeen welzijn. Het gaat over het scoren van politieke punten ten koste van alles. Dat hoort niet thuis in een parlement. Een parlement moet het welzijn van een land op handen dragen en de vinger aan de pols houden wanneer dat belang niet goed behartigd wordt. Maar zo gaat het niet. Parlementariërs zijn niet bezig met het land, ze zijn bezig met zichzelf. En het is heel erg moeilijk om dat tij van verval te keren. Ik heb het ook meegemaakt dat ik in het parlement uit frustratie hierover aan het schreeuwen was. Mijn vrouw hoorde mij op de radio en die liet mij onomwonden weten dat ze daar niet van gediend was. Ik heb dat in mijn oren geknoopt en me gerealiseerd wat ik aan het doen was: ik was aan het meedoen met deze zo alles vernietigende manier van met elkaar omgaan.”
Overigens, zo geeft Navarro aan, is deze tendens niet alleen op Curaçao zichtbaar.
“Het is overal. De wereld is veranderd. Zo heb ik een verzoek uitstaan bij minister Opstelten van Justitie voor hulp bij het bestrijden van atrako’s. Ik heb gevraagd om twintig extra mensen. Minister Opstelten kon akkoord gaan met hoogstens de helft daarvan, want hij heeft zijn mensen zelf nodig in Nederland. Voor soortgelijke problemen.”

Jeugd
Een grote zorg die de Justitieminister heeft, betreft de jeugd van Curaçao. De criminaliteitscijfers tonen aan dat de jonge aanwas in crimineel gedrag een significant stijgende beweging laat zien. “Onze jeugd is aan het ontsporen. Aan de cijfers kunnen we dat zien. Het gaat niet om recidivisten – mensen die terugvallen in de criminaliteit – maar om echt nieuwe gevallen die erbij komen en die zich schuldig maken aan crimineel gedrag. Die aanwas bestaat uit jongeren.”
Dweilen met de kraan open is het, waarbij het in aanraking komen van jongeren met justitie het punt is waar Navarro zich bevindt. “Ik zit aan het eind van de leiding die gevuld wordt door een kraan die nog altijd open staat. Het ‘dweilen’ gebeurt bij ons. Dat moet veranderen. Er moet aan het begin, bij de kraan, al ingegrepen worden. Dat betekent een integrale aanpak die wat mij betreft bij het onderwijs begint. Daarin moet grof geïnvesteerd worden. Met bezuinigingen op onderwijs zijn we echt verkeerd bezig. Dat is ‘pennywise’ zijn, maar ‘poundfoolish’, uiteindelijk leveren bezuinigingen nu in het onderwijs alleen maar problemen op, die later een veel hoger prijskaartje hebben. Dat zien we nu al. In 1976 sprak toenmalig premier Wancho Evers al van de noodzaak van het oprichten van een ‘ontwikkelingsbrigade voor de jeugd’. Die is er nooit gekomen en nu hebben we inmiddels te maken met de kinderen van de kinderen waarvoor die brigade opgericht had moeten worden. De kraan staat nog steeds wagenwijd open.”
Behalve in de jeugd en het onderwijs moet er ook geïnvesteerd worden in de ouders. “Mensen leren wat opvoeden is. Cursussen moeten daarvoor gegeven worden. Heel belangrijk, want alleen kunnen jongeren de veelzijdigheid van de problemen waarin zij verkeren ook niet aan. De ministeries zullen veel beter samen moeten werken om met een aanpak te komen die ervoor zorgt dat justitie niet het laatste station is. Ook de economie speelt daarbij een belangrijke rol. Het hebben van kansen zorgt er ook voor dat er opties zijn. De kraan, daar gaat het om, die moet dicht.”

Trauma
Navarro zag zich in het begin van zijn ministerschap behalve met problemen in zijn justitiële apparaat, dat moet functioneren in een sterk geïndividualiseerde samenleving, ook geconfronteerd met de allereerste moord op een politicus op Curaçao. Helmin Magno Wiels wordt op 5 mei 2013 doodgeschoten in Marie Pampoen. Een omstreden politicus die ook nog eens de verkiezingen gewonnen had. Er zijn geen voorschriften of handboeken die aangeven hoe om te gaan met een dergelijke situatie. Het is de eerste keer. Een belangrijk deel van ‘de klus’ die deze Justitieminister wil klaren voordat zijn termijn erop zit, is dan ook het oplossen van deze moord. “De moord op Helmin heeft heel veel losgemaakt in ons land. Heeft ons eigenlijk in een nationaal trauma gestort waarin duidelijk naar voren komt hoe we ervoor staan met elkaar. Mensen geloven nergens meer in en hebben ook weinig vertrouwen. Dagelijks word ik daarmee geconfronteerd. Wat we ook doen, het is niet goed genoeg. Eerst geloofde niemand erin dat we de moordenaar zouden oppakken. Toch is dat gebeurd. De schutter hebben we opgepakt. Maar daar houdt het niet op. Nu gaat het over de intellectuele dader, degene die de opdracht gegeven heeft. Dat gaan we nooit oplossen volgens velen. Maar ook daarmee zijn we heel druk bezig en in een vergevorderd stadium. Ondertussen gonst het van de geruchten die alleen maar onrust brengen. In augustus komt de zaak voor. In zijn geheel en ik ben er zeer positief over gestemd. Onderzoeken als deze nemen veel tijd in beslag en over de voortgang ervan kan niet veel informatie gedeeld worden lopende het onderzoek. Je moet veel geduld hebben en heel secuur werken. Het is heel erg jammer dat daar zo weinig begrip voor is.” Navarro trekt zich overigens weinig aan van wat zich daarbuiten afspeelt. De geruchtenmachine laat hij langs zich heen gaan. Voor zijn familie is dat echter niet altijd even gemakkelijk. “Het valt voor mijn vrouw en kinderen niet altijd mee. De positie die ik heb, is soms voor hen zwaar. De kritiek vanuit de samenleving over mijn functioneren is niet altijd makkelijk te verdragen. Vooral ook omdat ik vanuit mijn ministerpost vaak niet kan reageren. Er is geheimhouding, er zijn onderzoeken die lopen. Er is voortgang. Ik kan alleen niet altijd alles zeggen.”
Navarro heeft ondanks zijn baan en de insights die dat met zich meebrengt nog altijd heel veel liefde voor Curaçao . Er is geen andere plek waar hij wil zijn. Dit ministerschap is zijn bijdrage aan de plek waar hij van houdt. En als hij die klus geklaard heeft gaat het leven gewoon verder.
“Na de zaak Wiels stap ik op als minister en neem ik vakantie. Ik heb aan één stuk door gewerkt de afgelopen twee jaar. En daar is niks mis mee. Maar met de afsluiting van deze bijzondere zaak neem ik heel even een adempauze. En dan ga ik gewoon weer aan het werk. Ik maak de huidige klus die ik op me genomen heb af en daarna word ik weer gewoon advocaat, want stilzitten… dat is niks voor mij.

De Amigoe is ook op Facebook

Universeel grapje

relational_giving_paintingLeven is voor mij een meer dan boeiende bezigheid. De magische emoties die er doorheen lopen benemen mij regelmatig de adem en de dankbaarheid ervoor voel ik vaak warm met me mee golven. Voor mij is dat gevoel de navelstreng waarmee ik met mijn leven verbonden ben.  En wanneer het gebeurt dat ik zo maar ergens in mijn dag wordt getrakteerd op een ‘universeel grapje’ ben ik heel dicht bij mezelf. Zoals vandaag. Ik was in de boekhandel met de missie mijn eigen boek te kopen dat ik iemand cadeau wil doen. In de winkel kom ik een schoolvriendinnetje tegen en we praten over onze kinderen. Zij staat als leerkracht op de lagere school en heeft allebei mijn zonen in de klas gehad. Haar oudste en mijn jongste zijn even oud en vrienden. Mijn oudste zit in de voorexamenklas van het vwo en moest boeken lezen voor een boekentoets. Ze vroeg me welke boeken om zich alvast in te denken wat het gaat worden straks voor haar zoon.  ‘Geniale Anarchie is hij aan het lezen”, vertelde ik. En we praten wat over het boek van Boeli van Leeuwen dat ik eigenlijk altijd cadeau doe aan nieuwkomers op Curacao. ‘Dan weet je precies waar je beland bent, ja toch?’ Zij lacht en ik lach en we gaan ons weegs. Ik op zoek naar mijn eiegen boek en zij naar ‘iets van karton’. In de gebruikelijke sectie met boeken van eigen bodem kan ik mijn boek niet vinden. Zou het uitverkocht zijn vroeg ik me af. Ik kijk verder dan mijn neus lang is en vindt Woestijnzand op een plank iets verderop. Ik kijk en begin te lachen. ‘Zita”, roep ik. ‘Kom kijken.’ Mijn schoolvriendin steekt haar hoofd boven het karton uit en loopt mijn kant op. ‘Moet je zien’, zeg ik. Dan moet ook zij lachen. Woestijnzand stond er gezusterlijk naast… jawel Geniale Anarchie.

 

Interview met Bob Pinedo

Napa Bob Pinedo front

Zie Napa Interview Bob Pinedo

 

 

Antillean Soap Company

Antillean Soap Company

Zie hier het hele artikel: Antillean Soap Company

Politiek vervolgd

Statenlid Gerrit Schotte werd gisteren ontslagen van zijn gevangenisverblijf maar niet van een strafrechtelijk onderzoek. Bij zijn ‘verlossing’ van de cel op Barber werd hij opgewacht door pers en sympathisanten. Zijn eerste reactie werd vastgelegd en was niet mis: het Statenlid, de ex-premier van dit land en tevens de partijleider van MFK liet luid en duidelijk weten dat hij politiek vervolgd wordt. En dat dat al jaren bezig is. Het filmpje met deze retoriek is terug te zien op Facebook voor wie daar belangstelling voor heeft en voor wie de uitzending van vanochtend op Radio Mas waarin dezelfde boodschap door Schotte werd herhaald heeft gemist. Politiek vervolgd? Nelson Mandela werd politiek vervolgd, Ghandi werd politiek vervolgd, Steve Biko werd politiek vervolgd. Vervolgd, opgesloten en zelfs vermoord vanwege de ideologieën die zij hadden. Ideologieën die inmiddels bodem hebben gevat. Dat waren politiek vervolgden. Misschien zelfs martelaren. Eén ding is zeker: zij werden niet vervolgd omdat zij MOT-meldingen aan hun broek hadden.

De Pika van de Amigoe van deze week

De leeuwin van de emancipatie

Fridi martinaDe veelzijdige kunstenaar Fridi Martina is gistermorgen overleden. Martina was actrice, schrijver, regisseur, dramadocent en zanger. Een professional die internationale bekendheid genoot en die geen genoegen nam met middelmatigheid. Ze deed het goed, anders deed ze het niet. Een les die ze haar leerlingen met verve bijbracht, maar ook ieder ander die in haar ogen niet uit zichzelf haalde wat erin zat.
Martina studeerde in de jaren zeventig in Nederland en later ook in de Verenigde Staten. In Nederland werd ze bekend met haar rollen in Goede Tijden Slechte Tijden, Vrouwenvleugel en De Erfenis. Na haar theaterstudie in Amsterdam werkte ze behalve als actrice ook als theaterdocent in Utrecht. In 1986 opende ze samen met nog een paar kunstenaars een interculturele kunstgalerie in Amsterdam onder de naam Villa Baranka – Academy for Dramatic Arts. In de jaren negentig kwam zij terug naar Curaçao waar zij tot onlangs nog werkzaam was met theater maken, muziek maken en schrijven. Waarschijnlijk is het laatste optreden van Martina vastgelegd in het filmpje over het St. Elisabeth Hospitaal, dat in april deelnam aan de wedstrijd short movies/big stories van het Internationaal Filmfestival Rotterdam. In deze korte film speelt Martina een ernstig zieke vrouw. Theaterproducente Anja Steffens was betrokken bij het maken van deze film. “Fridi was al ziek toen ik haar vroeg. We kennen elkaar uit het theatervak en we waren al jaren bevriend. ‘Tuurlijk’, zei ze.’Dat kan ik nog’. Ik ben blij dat ze dat nog gedaan heeft. Fridi was een mooi mens voor Curaçao. En ik denk dat zij haar tijd eigenlijk ver vooruit was.”
Martina stond bekend op Curaçao als een flamboyante maar ook zeer kritische persoonlijkheid. “Ze was een professional”, zo laat Gibi Basilio, de directeur van Kas di Kultura weten. “Toneel was voor haar geen hobby. Het was haar vak en eenieder die dat vak niet vanuit professionaliteit benaderde kreeg dat te horen. Ze kon scherp zijn in haar kritiek. Middelmatigheid stelde zij aan de kaak. Het ging haar om het streven naar excellentie. Die hardheid waarmee zij kritiek kon uiten, zoals sommigen dat wellicht ervaren hebben, paste ze overigens ook op zichzelf toe. Fridi hield dit land een spiegel voor. Maar al te vaak. Ze had een sterke mening waar het ging over de positie van de vrouw ten opzichte van de man. Maar ook de rol van mannen in hun vaderschap. Vrouwen zijn geen slaven van mannen en mannen moeten hun verantwoordelijkheid nemen, ook in hun vaderschap.”
Met kinderboekenschrijfster Sonja Garmers had Martina een bijzondere relatie. Elke maand zocht zij haar op om even bij te praten. “Een fleurige vrouw die me vaak aan het lachen maakte”, zegt Garmers desgevraagd. “Maar ook streng, voor zichzelf en voor anderen. Ik herinner me haar uit de jaren zeventig toen ik haar in Nederland ontmoette. Ze liet zich uit over het machismo door aan te geven dat als geaccepteerd werd dat mannen er meerdere vrouwen op na konden houden, vrouwen dat ook konden. Sindsdien zijn wij bevriend. En nu is ze er niet meer. Volgend jaar zou ze 65 geworden zijn. Ik zal haar missen.”
Met de Nederlandse kunstenaar Frouwkje J. Smit deed Martina in 2009/2010 op Curaçao een kunstproject dat Walking2gether heette aan de vooravond van de verkiezingen van 2010. Smit reageerde vandaag geschokt op het bericht van overlijden van Martina. “Fridi is belangrijk geweest tijdens mijn verblijf op Curaçao. In de eerste maanden heeft zij mij laten inzien wat ons verleden en heden met elkaar verbindt. En hoe ik als Hollandse daarmee moest omgaan. Ze leerde mij ook inzien dat je als kunstenaar je vaak eenzaam kunt voelen. En dat dit niet erg is, zolang je maar van jezelf blijft houden. Ik zal haar nooit vergeten.”
Basilio laat tot slot weten dat Curaçao afscheid moet nemen van een van haar kinderen die internationaal naam maakte en hoge eisen stelde aan zichzelf. “Geen genoegen nemen met middelmatigheid, laat dat de levende boodschap zijn die Fridi voor ons achterlaat.”

Interview met Earl Balborda

‘De mens is grappig’

Een interview met Earl W. Balborda, de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning die deze positie namens de PNP voor een half jaartje in het takenkabinet van Helmin Wiels zou bekleden maar die gevraagd werd aan te blijven. Inmiddels zijn we bijna anderhalf jaar verder en zit Balborda nog steeds op zijn ‘post’. Dit gesprek met een van origine human resources man gaat over de Curacaose droom, de mens en de vrouw die altijd een hele bijzondere plek in zijn hart zal houden. Daarnaast zal het ook een klein beetje gaan over … asfalt.

Balborda 1

Het voormalige kantoor op berg Arrarat is eigenlijk afgekeurd maar nog altijd huist het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning in het gebouw met zicht op de Julianabrug. Vanuit zijn werkkamer ziet Balborda uit op de werkzaamheden aan de brug. Auto’s rijden af en aan, zo nu en dan in slome rijen, dan weer met gewone snelheid. De andere kant van het kantoor ziet uit over de haven en de raffinaderij. Een treffend decor voor dit gesprek. Balborda, die als Department Head HR Planning and Development bij de Refineria Isla werkzaam was voordat hij zijn ministerpost aanvaarde, zit wat zijn locatie betreft precies tussen zijn oude en zijn nieuwe baan in met als verbindende factor: de mens.

We nemen plaats in de werkkamer van Balborda bij een zitje onder de ramen die op de Julianabrug uitkijken. “Normaal zit ik het liefst aan mijn bureau. Daar ben ik het meest comfortabel.” De werkkamer is ruim en naar eigen zeggen heeft Balborda niets aan de inrichting veranderd. “Zo heeft mijn voorgangers het achtergelaten.” De enige toevoeging is een woud aan groene planten die er erg goed verzorgd uitzien. “Ik hou van groen en van planten.”

Asfalt

De associatie met de vorige politieke minister van VVRP (Dominique Adrieaans vervulde deze taak ook een paar maanden onder Stanley Betrian die een interimkabinet formeerde na de val van Kabinet Schotte in augustus 2012 red.) roept direct de herinneringen op aan de ravage die Tomas in 2010 aanrichtte op Curacao en aan het langzame herstel aan het wegdek. Helemaal nu project Inhaalslag, het verbeterplan van de wegen, op de achtergrond volop zichtbaar bezig is. Er leek in de tijd van Cooper nergens anders geld voor dan voor ‘gaatjes’ vullen. Terwijl de begroting waar Balborda mee moet werken er toch niet zoveel anders uitziet dan toen. “Hij had ook heel veel andere dingen aan zijn hoofd waar ik niet mee te maken heb. Een hele moeilijke coalitie met steeds toenemende druk en hij was ook politieke leider van de MAN. En in het begin heb ik ook gaatjes gevuld maar al gauw zag ik dat dat geen optie was. Er moest veel meer gebeuren. Er zijn twee asfaltbedrijven waarmee gewerkt kan worden. Ik heb me dat bekeken en besloten dat het veel efficienter en slagvaardiger zou zijn wanneer die zouden samenwerken. Ik heb simpelweg gezegd wat het budget was en hen gevraagd wat we daarin voor elkaar konden betekenen. Nu werken deze ‘concurrenten’ samen. Sommige mensen vinden dat dit niet kan en dat er ‘iets’ gaande moet zijn. Mensen zijn grappig. Mijn voorganger deed te weinig en nu doe ik te veel.

Balborda 2
Mensen

Balborda zit op zijn human resources-stoel en vervolgt met een uiteenzetting over deze laatste opmerking. “Ik sta er soms versteld van op welk nivo beslissingen genomen worden. Iets heel kleins kan doorslaggevend zijn bij grote beslissingen. En of dat een goed of slecht besluit is heeft alles te maken met hoe bewust we ons zijn van onszelf. Iedereen heeft iets goeds en iets slechts in zich. Maar ken je ook je eigen demonen? De meeste mensen niet.”

Balborda benadert zijn werk volgens principes en uitgangspunten die alle te maken hebben met de mens en hoe die functioneert. Dat is op basis van drie hoofdgedachten. ” Het gaat over waar mensen bang voor zijn, waar ze van houden en wat ze hebben verloren in hun leven. Vanuit die drie begrippen opereren mensen en wanneer je begrijpt wat dat voor hen inhoudt dan kun je ook zien hoe je met hen om kan gaan op een wijze die tot het beste resultaat leidt. Maar om eruit te kunnen halen wat erin zit zul je eerst moet leren luisteren met meer dan alleen je oren.”

Visie

In het verlengde van deze uitgangspunten volgt Balborda’s visie voor Curacao dat volgens hem het brain van het Caribisch gebied is en daar vooral zijn voordeel mee zou moeten doen. “Gebruiken en doen waar je goed in bent. Het toerisme ontwikkelen is nodig maar daarin zijn we geen koploper, sterker nog anderen doen dat al langer en beter dan wij. Wat wij te bieden hebben is van industriele, economische en logistieke aard. Zo wordt er ook vanuit het Caribisch Gebied naar ons gekeken. We zijn het brein. Wat we meer moeten doen, is gebruik maken van onze voordelen die er al zijn. Koploper zijn in plaats van proberen anderen achterna te gaan en gelijk met hen te komen. We moeten ons afvragen waar we een voorsprong in hebben als land in deze regio en niet volgen wat anderen al doen. Begrijp me niet verkeerd, het toerisme moet blijven doorontwikkelen maar daarin zit niet ons onderscheidend vermogen ten opzichte van de andere Caribische eilanden. Een raffinaderij moet in mijn visie dus blijven voortbestaan. Zo moet ook onze haven beter uitontwikkeld worden. En is er ruimte voor een project als Sambil. In mijn toekomstvisie dan. In het nu heb ik daarover mijn twijfels. Ik denk niet dat we er al klaar voor zijn. Curacao moet eerst leren om wat agressiever in de markt te opereren en zichzelf verkopen vanuit haar kracht. Het Caribisch gebied is voor velen de speeltuin van de wereld. Maar wij zijn het brein daarin en dat zouden we veel beter moeten beseffen. In alles wat we doen. De investeringen moeten allereerst liggen bij vorming en onderwijs. Goed Engels beheersen bijvoorbeeld moet een ‘must’ worden voor iedereen. Geen genoegen meer nemen met een slimme creatieve oplossing die tijdelijk werkt. Nee, een structurele aanpak is nodig om mensen up te graden naar een niveau dat staat en waar we trots op kunnen zijn. Met de focus op onze krachten en voordelen. Voorbij onze demonen.”

Balborda is er ook klip en klaar over dat het bij de ontmanteling van de Nederlandse Antillen vooral aan visie ontbroken heeft. “We waren er financieel misschien klaar voor om een land te worden maar sociaal maatschappelijk nog niet. En ik vind nog steeds dat de Antillen nooit ontmanteld hadden moeten worden. Zeker niet zonder een visie. Die er overigens nog steeds niet is. Waar willen we naartoe? Wie zijn we en wat kunnen we? Hebben we echt antwoorden gevonden op deze vragen? Ik denk het niet. De aandacht heeft teveel op de staatkundige en juridische kant van die ontmanteling gezeten.”

De Curacaose Droom

Curacao zou zichzelf moeten zien als een land van kansen, vindt Balborda, ver voorbij de discussie van identiteit. “Iedereen in dit land is geimporteerd en iedereen heeft een andere identiteit. Waar het om gaat, is dat iedereen in dit land een succes van zichzelf kan maken. De Haitiaanse immigrant die een tuinbedrijf begint… is dat geen succes? Of de Venezolaan/Spanjaard die hier directeur van een ziekenhuis wordt. Is dat geen succes? De discussie over wij en zij ontstaat alleen maar in situaties met economische crises en schaarste. Dan is het ineens wij en zij. Ik kom weer terug op hetzelfde: vorming en onderwijs. Dat moet je goed, doen dan pak je ook armoede en criminaliteit aan. Het gaat om kansen creeren niet om beperkingen koesteren. In ons hart weten we ieder voor zich dat we speciaal zijn. Laat ons de omgeving creeren waarin mensen dat niet alleen kunnen voelen maar ook kunnen laten zien.”

Demonen

Zoals Balborda zelf aangaf is het succesvol kunnen zijn ook gekoppeld aan weten wie je bent en dus ook wat je beperkingen zijn. Oftewel je demonen. “Wanneer ik de drie belangrijkste uitgangspunten op mezelf toepas, kan ik zeggen dat mijn grootste angst is dat ik doodga zonder dat mijn twee dochters voldoende voorbereid zijn op het leven. Mijn grootste liefde in het leven zijn die twee jonge meiden. Mijn grootste verlies heb ik geleden toen mijn moeder overleed.”

Balborda groeide op zonder vader in een huis met vrouwen: zijn moeder en twee zusters van zijn vader. De relatie met zijn moeder was sterk. “Ik heb heel veel van haar geleerd. Ze overleed toen ik 35 jaar oud was en ik was er nog niet zo zeker van dat ik ‘klaar’ was voor het leven. Zij dacht daar anders over. Het was goed zo. Een van de belangrijkste dingen die ze me geleerd heeft is geduldig zijn. wanneer zich een probleem voordeed placht zij te zeggen: Take it to the lord in prayer. Ik gebruik dat advies nog steeds. Wanneer ik niet meteen handel of een beslissing neem komt dat omdat er teveel ruis is of er nog teveel onduidelijk is. Dan is er onrust en dan wacht ik, net zolang totdat duidelijk is wat ik moet doen. Geduld is belangrijk, net zoals timing dat is. Maar al te vaak blijkt dat het even wachten tot het juiste antwoord leidt.”

Het leven in een huis met voornamelijk vrouwen heeft Balborda vele voordelen maar ook een nadeel gebracht. “Ik kan goed overweg met vrouwen. Ik begrijp ze, door mijn opvoeding en dat maakt mijn positie ten op zichte van vrouwen wel eens ingewikkeld. Te veel mannen op Curacao en overigens ook elders in de wereld begrijpen niet zoveel van hen. Ik doe moeite om vrouwen te proberen te begrijpen. Dat ik dat wel kan wordt soms verkeerd begrepen.

Bevoorrecht

Balborda noemt zijn jeugd ronduit bevoorrecht. Hij groeide op als Shellkind met alle faciliteiten die daarbij hoorden waaronder een lidmaatschap van de Sport en Ontspanningsvereniging Asiento. “Ik kon alles doen. Judo-en, zwemmen, aan het einde van de dag een boggie-boggie halen. En wanneer er iets mis was, ik had astma, was er de shellarts. Ik heb een jeugd genoten die ik pas ben gaan zien als bijzonder toen ik ontdekte dat die voor velen anders was. Je weet dat niet, totdat je met het leven van anderen wordt geconfronteerd. Het ligt in mijn bedoeling om dat leven dat ik heb gehad met de kansen en de mogelijkheden voor de ander ook mogelijk te maken. Daar werk ik voor. Elke dag.”

Balborda (1968) volgde het vwo aan het Peter Stuyvesant College. Hij studeerde in Tampa (VS) aan de universiteit en werkte aansluitend aan zijn studie in de VS in het gebied van ‘huiselijk geweld’ en ‘sexueel misbruik’. In 1994 kwam hij als human resources professional terug naar Curacao. Hij werkte bij de Refineria Isla, het Autobusbedrijf Curacao, de ABN gevolgd door een consulting baan bij Price Waterhouse Coopers. In 2009 startte hij Avodah, een eigen bedrijf, voor personeelsadvisering en trainingen. Balborda had een eigen radioprogramma en werd in eind jaren negentig overtuigd lid van de PNP. Hij was verder namens die partij lid van de raad van toezicht van Curacao Port Authorities (2004-2005) en voorzitter van de raad van toezicht van Curoil (2006-2010). In 2011 ging hij terug naar terug naar de Refineria Isla als Department Head HR Planning and Development. In 2012 werd Balborda door PNP-partijleider Humphrey Davelaar gevraagd voor het ministerschap van VVRP. In beginsel voor drie tot zes maanden. Balborda is getrouwd en heeft uit een eerder huwelijk twee dochters.

Dit interview verscheen in de Amigoe. Foto’s zijn van Henki Looman.

 

 

 

De spreekbuis

spreekbuisDe pers is de spreekbuis van een land. Zij legt verslag van wat er gebeurt en brengt informatie over. De informatie die door de spreekbuis komt, wordt gevoed door allerlei bronnen. Een goed functionerende spreekbuis geeft als het goed is niet alleen verstrekte informatie door maar ontvangt ook informatie terug die afkomstig is van haar toehoorders, toeschouwers of lezers.

De goede spreekbuis weet wat er leeft in een land en onder mensen. De media hebben dan ook niet voor niets de taak de versterkte informatie kritisch te wegen, niet zelden gebaseerd op het geluid van die toehoorders, toeschouwers of lezers. Een taak die van belang is bij het waarborgen van de transparantie binnen het functioneren van een democratie.
Wanneer een publieke informatiebron in toenemende mate de spreekbuis voert maar te weinig ruimte maakt voor de beantwoording van vragen die leven onder de mensen van een land of erger die vragen negeert dan komt de spreekbuis klem te zitten in de uitvoering van haar belangrijkste taak namelijk: informatie kritisch wegen.

Dat leidt vervolgens tot irritatie, escalatie en in het ergste geval tot het lamleggen van de spreekbuis en daarmee de informatieverstrekking naar de bevolking van een land. Wanneer diezelfde informatiebron dan tijdens zo’n escalatie ook nog eens fijntjes vermeldt dat de spreekbuis niet voldoet aan haar belangrijkste taak dan wordt het misschien tijd te overwegen deze informatiebron een tijdje geen spreekbuis meer te geven.

Dag van de persvrijheid

 

Concept image of the six most common questions and answers on a signpost.

Om als nieuwsmedium naar behoren je werk te doen, is het kunnen  toepassen van het journalistieke principe van hoor en wederhoor van  cruciaal belang. Mensen zijn mensen, elk met hun eigen belangen en al  dan niet verborgen agenda’s, en doorgaans niet erg happig om zichzelf  kritisch te bekijken. Zeker niet wanneer het gaat om beslissingen,  keuzes of praktijken die om een kritisch meekijken vragen of die  vraagtekens oproepen. Bij goed nieuws speelt deze problematiek amper.  Bij leuke dingen is niemand te beroerd om zijn telefoon op te nemen of  om middels een persbericht de aandacht van de media te vragen.

Bij het brengen van een kritisch nieuwsverhaal ligt de meest zuivere  benadering van de ‘waarheid’ in het horen van meerdere partijen om zo  dicht mogelijk bij de gebeurde feiten te kunnen blijven. En net daar  wringt meer en meer de schoen waar het gaat om ‘moeilijke’ of mogelijk  ‘foute’ beslissingen en keuzes. Meer en meer wordt de journalist ermee  geconfronteerd dat betrokkenen simpelweg ‘niet bereikbaar’ zijn voor  commentaar, dat weigeren te geven: ‘hier ga ik niet op in’ of volstaan  met een eigen persbericht. Wat er vervolgens overblijft, is de keuze een verhaal te brengen zonder dit journalistieke principe dat feitelijk een waarborg is voor een ‘eerlijk’ relaas van het gebeurde toe te kunnen  passen. Het risico lopend dat de lezer een ‘smeuïg’ verhaal tot zich  neemt en het verder laat voor wat het is: een eenzijdige weerspiegeling  van de waarheid. Dit mag voor degenen die aan de tand worden gevoeld of  die onderhevig zijn aan kritiek op de korte termijn een uiterst  effectief middel zijn, maar op de lange termijn is dit meer dan  gevaarlijk en getuigt deze praktijk van weinig respect voor de bewoners  van een land, zeker wanneer het hier om mensen op ministeriële posten  gaat. Wanneer een publieke functionaris niet tot verklaring en uitleg  wordt gesommeerd door het eigen parlement, is het de taak van de media  om dit aan de orde te stellen of om mensen ‘wakker’ te maken. Vanuit  politiek Curaçao klinkt vaak de roep dat de media niet deugen en aan  stemmingmakerij doen. Meestal wanneer het gaat om kritiek en vragen die  niet beantwoord worden en die de media steeds vaker geen andere keuze  laten dan het nieuws te brengen zoals het naar hen toekomt. Jezelf  respecteren begint met verantwoording nemen voor wat je doet en wat je  niet doet. Dat geldt voor alle mensen, maar helemaal voor mensen die  betaald worden van belastinggeld. Die zouden hier juist extra alert op  moeten zijn.
Geen uitleg geven, geen kritische vragen  beantwoorden betekent dat je geen verantwoording af wil leggen voor wat  je doet of niet doet. Een gevaarlijk en ontwrichtend mechanisme waarvan  het lamleggen van het journalistieke principe van het kunnen toepassen  van hoor en wederhoor een duidelijk symptoom is.
Dit commentaar verscheen op 2 mei in de Amigoe.