Mindblowing 2015

visionboard 2015 Niet vaak vind ik het moeilijk om terug te kijken zoals ik de laatste jaren doe op basis van de visionboards die ik maak met een inmiddels vaste groep onder leiding van Junice Augusta. Vaak ben ik verrast door het resultaat van wat mijn knippende en plakkende handen aan het begin van het jaar in intuitieve lijnen uiteen zetten. Zo ook voor het afgelopen jaar, alleen zijn de waarheden die in mijn visionboard van vorig jaar besloten zaten hard in mijn leven geland. Op een manier die mijn handen al zagen aankomen, maar mijn hoofd nog niet kon bevatten.

‘Loyaliteit hoeft geen blinde vereing te zijn’… wat een tekst! Ik plakte hem op en plantte een zaadje dat zou leiden tot mijn vertrek bij de Amigoe. Ter versteviging knipte ik ‘Nieuwsmijders hebben de bijzondere gave om niet op het linkje te klikken’ uit. Daarmee liet ik al weten niet langer te geloven in de wijze waarop de nieuwsmedia functioneert. Wat is nieuws? En wat is een journalist? Dat heb ik me heel vaak afgevraagd het afgelopen jaar en steeds vaker voelde ik me niet meer thuis bij de ingeslagen weg die overigens wereldwijd plaatsvindt. Too much onzininfo ten behoeve van de ‘kijkcijfers’, sturend in plaats van informerend met naar mijn idee desastreuze gevolgen voor het vak en die zo hoog aangeschreven onafhankelijkheid. Wie gelooft er nog wat in een krant staat? Ik niet. De tekst ‘Dichter bij je eigen’ was daarvan een rechtstreeks gevolg. Evenals ‘Stuntelig rolmodel’,’Ik heb altijd mijn intuitie gevolgd’en ‘Je kunt ‘t, je kunt ‘t’. Ik had aan het begin van 2015 niet durven denken dat ik de stappen zou zetten die ik gezet heb en plakte toen ergens in januari ook alvast op mijn karton waar ik naar zou luisteren. ‘Wie op zoek is naar de waarheid, moet durven twijfelen’… Ongelooflijk hoe waar dat in 2015 voor mij was.

2015-07-30 13.20.24‘Stopverf’ stond er ook op. Geen idee waar dat vandaan kwam maar dat woord had een grote aantrekkingskracht op mij. Groot was mijn dankbare verbazing toen ik tijdens een van mijn eerste werkzaamheden bij mijn nieuwe werkgever Landhuis Bloemhof een pot kurken uit de kast haalde. De kurken zijn bedoeld om schilderijen te ‘fine-tunen’ zodat ze echt kaarsrecht hangen. Op die pot stond ‘Stopverf’. Ik liet hem bijna uit mijn handen vallen toen ik dat zag. Wat een signaal! Een herkenningspunt in een chaotische tijd. Ik heb gelachen en gehuild.

En er is meer… Ook het ‘alles is liefde’ en ‘vlinders op je huid’ heb ik mogen ervaren. In een relatie die steeds meer richting ‘a shared state of mind’ gaat. Dat laatste heb ik overigens ook mogen ervaren met vele inmiddels ex-collega’s uit de nieuwswereld die het moeilijk hebben en elk voor zich een antwoord proberen te vinden op waarmee zij zich geconfronteerd zien. En die ‘Donald Duck’ is al twee jaar een feit. Daar word je echt een stuk vrolijker van.

2015-06-22 16.48.35

‘The book of life’ nam ik ook op in mijn visionboard van 2015 en het’Ik weet dat je trots op me bent. Ookal zeg je het nooit.’ Het levensboek van mijn pleegvader, mijn pipa, werd halverwege het jaar afgeschreven. Geen nieuwe bladzijden meer. Een punt erachter. Klaar. Een belangrijke gebeurtenis in het afgelopen jaar. Eentje die een enorme impact had en die ook aan het schijnbaar onschuldige ‘taal kent eindeloos veel variaties’ een wel heel bijzondere betekenis gaf. In zijn laatste weken vertoefde hij in een labyrint van woorden waar het voor ons soms heel moeilijk was om hem te volgen. Toch vonden we elkaar en waren er op het laatst geen woorden meer nodig. En ja, voor hij vertrok wist ik dat hij trots op me was. Zonder dat hij het zeggen hoefde.

En dan een foto van jurken in een boom. Als er een kledingstuk is dat het afgelopen jaar in veelvoud in mijn kledingkast terecht is gekomen dan is het de jurk. En zo kan ik doorgaan over mijn visionboard van 2015… maar de allerbelangrijkste waarheid die ik heb mogen ervaren vorig jaar was wel ‘Het leven bestaat niet uit mijlpalen, maar uit momenten’ en ja, ook die plakte ik in januari 2015 op.

Om’me’keer

Elo 2015Column voor Paradise Fm

‘Me’ is uitgeroepen tot het irritantste woord van het jaar als het gebruikt wordt in plaats van ‘mijn’. Dat heeft het Instituut voor de Nederlandse Lexicologie (INL) onlangs bekend gemaakt.  Ik hoorde het van me zus en vond het wrang-grappig. Een contradictio in terminus eigenlijk wanneer je naar de betekenis van dit woord kijkt die iets verder gaat dan alleen het foutieve grammaticale gebruik ervan.

Me staat voor ‘mijn’ en dat betekent ‘van mij’. Mijn is de bezittelijke vorm die hoort bij het woordje ‘ik’. En als er iets is waar het tegenwoordig luidkeels over gaat dan is het om ‘ik’ en ‘van mij’. Vooral wanneer ‘ik en ‘van mij’ worden afgezet tegen ‘jij’ en ‘van jouw’.  Want wie ‘ik’ ben en wat ‘van mij’ is, wordt bedreigd door wie ‘jij’ bent en wat van ‘jouw’ is. Dat geloven we en aldus staan ‘Ik’ en ‘van mij’ in rangschikking bovenaan en alles wat met ‘jij’ en ‘van jouw’ te maken heeft, wordt al dan niet met grof geweld uit de weg geknuppeld.

Het belangrijkste middel dat ons in dit idee voedt is het internet, een ongrijpbare wereld waar we op inpluggen en die ons weghaalt uit de realiteit waarin we leven. Weg van onze frustraties op het werk, weg van onze ruzie met een collega of partner en weg van de aandacht eisende kinderen of wat het ook is dat ons plaagt. Via onze telefoon, tablet, i-pad of laptop vertrekken we uit het nu en treden we een ‘schijnwereld’ binnen om in alle toonaarden te berde te brengen wat onze ‘ikjes’ op hun lever hebben.  En al die frustraties en ongeadresseerde emoties nemen we lekker mee. We gaan ‘los’ in wat er nu eindelijk eens gezegd moet worden. In ons eentje typen we ons een ongeluk met als belangrijkste onderwerp: u raadt het al ‘IK’. Een rechtstreeks weerwoord krijgen we niet maar wie met een comment achteraf bijval geeft kan op een ‘like’ rekenen, zoals er bij tegengas een verwijdering of een blokkering volgt. Heer en meester zijn we over ons ik. In een nepwereld waar we steeds vaker in vertoeven en waar we worden bewerkt door andere ‘ikjes’ die er niet veel anders aan toe zijn dan wij.

Maar er is hoop. Volgens de boedhistische leer moet je eerst een ego hebben om het te kunnen verliezen. Met het verlies van het ‘ik’ verdwijnt ook het idee van ‘jij’ ofwel de ander. Er ontstaat dan een situatie waarin er geen zelf en geen ander is. Er is slechts de verbinding met elkaar.

In het echte leven blijkt het verwerven van een echt ‘ik’ een haast onmogelijke opdracht. Daar lopen we tegen beperkingen aan die het ontwikkelen van een goed vet ego niet toestaan. Er is daar buiten namelijk altijd het rechtstreeks contact met die ander en daar voelen we doorgaans wat bij. In het echte leven is het veel moeilijker om positie bepalen en ‘rot op’ te zeggen tegen een vluchteling wanneer die zonder huis of haard voor je neus staat. Dan wordt het ineens een menselijk verhaal en krijgt het zwart-wit denken allerlei kleurschakeringen die in plaats van duidelijkheid verwarring scheppen. En verwarring van het ‘ik’ en het ‘van mij’ schept ruimte voor het ‘jij’ en ‘van jouw’. We komen knel te zitten tussen ‘van mij’ en ‘van jouw’ zonder dat we eerst een stevig ego hebben kunnen ontwikkelen. En als dat de bedoeling is, dan is het geen wonder dat mensen steeds vaker het echte leven verruilen voor dat alter-ego op het internet. In onze nepwereld kunnen we voluit en ongegeneerd onze gang gaan. Onze ‘ikjes’ worden flink gevoed door onze eigen typende vingers.

We zijn dus naar vermogen al volop onderweg om op te bouwen wat we straks weer los kunnen laten. Misschien zelfs al bijna op een keerpunt want er zijn er al die afhaken, die de sociale media de rug toe keren en die het echte leven weer omarmen. Maar die vormen nog geen meerderheid. De vraag is nu wanneer de rest voldoende geinvesteerd heeft in dit ‘ik’ en het punt bereikt dat het ego alleen geen voldoening meer geeft. En het antwoord op die vraag valt en staat met hoe echt we denken dat onze nepwereld is. Want aan een nep-ego hebben we uiteindelijk ook niets. Dan is er niets echts af te staan.

Dit vraagstuk lijkt te worden beantwoord vanuit de huidige stand van zaken in de echte wereld die met rappe schreden vanuit dat nepstation tot een kookpunt wordt gebracht waarvan noch de ‘ikjes’ noch de ‘jijtjes’ de gevolgen kunnen overzien maar waarvan we zo onderhand wel kunnen stellen dat als we zo doorgaan er in het ergste geval niet veel meer over is om te claimen als zijnde ‘van mij’ of ‘van jouw’. De nep voelt echt en de climax lijkt nabij.

Aldus lees ik In de benoeming van het woord ‘me’ in de betekenis ‘van mij’ als het meest irritante woord van 2015 een mooi signaal. Grammaticaal zijn we al zo ver om dat woord naar de prullenbak te verwijzen. Op naar de afschaffing van de inhoudelijke betekenis ervan en de wereldvrede ligt binnen handbereik.

 

Try this…

2015 BlogWish

… and you are set for this holiday season and the rest of your life

‘Bos di nos pueblo’ daagt uit om zelf na te denken

Bos di nos pueblo hoofdfotoWat wil je nou eigenlijk met je land? Waar ligt de grens tussen het algemeen belang en het eigen belang? Hoe ver ben je bereid te gaan voor datgene dat jij als rechtvaardig ziet? Durf je je mond open te maken of vertoef je liever in het kamp van de mekkerende meute die klaagt, roddelt en zeurt maar die verder niks doet? Deze vraagstukken worden aan de kaak gesteld in het nieuwste stuk van Teatro KadaKen ‘Bos di nos pueblo’ dat op een zeer toepasselijk moment de bühne bestijgt. De Curaçaose regering wordt op het moment met kunstgrepen bij elkaar gehouden om de eindstreep van october 2016 te halen en het vertrouwen in de politiek is naar een absoluut nulpunt gezakt. We zitten in de aanloop naar de verkiezingen en de vragen die Teatro KadaKen in dit stuk naar voren brengt, zijn daarmee meer dan opportuun.

Bos di nos pueblo posterNa ‘E dekonstrukshon di Edsel K.’, ‘Tisha’ en ‘Pluisje’ die meer op persoonlijke keuzes van mensen gestoeld waren, gaat het in ‘Bos di nos pueblo’ over de politiek en de veelal ambivalente houding van de bevolking hier tegenover. De formule: vier acteurs, een verplaatsbare set, eenvoudige maar zeer effectief ingezette props, een verrassende afwisseling die de toeschouwer bij de les houdt en interactie met het publiek.

‘Bos di nos pueblo’ gaat over een politiek actieve vader en twee zoons die elk op eigen manier omgaan met hetgeen de vader voorstaat; de jongste is volgzaam, de oudste gaat er falikant tegenin. Tegenspraak betekent verstoting en daarmee zijn de kaarten geschud. Hoewel de beide broers de weg naar elkaar terugvinden, komt er ook een moment waarin de angst voor het verliezen van de vaderlijke liefde uiteindelijk dwingt tot het kiezen van eieren voor je geld waarmee in dit stuk ethiek, moraliteit en rechtvaardigheid pijnlijk duidelijk aan de orde worden gesteld. Wat zijn de motieven waarmee je kiest? In hoeverre ben je daarvan doordrongen? En hoe ga je om met je eigen integriteit?

Bos di nos pueblo 4Deze onderwerpen komen niet alleen in het stuk naar voren door ze in spelvorm te brengen. Het publiek wordt deze discussie ingetrokken door de groep ‘Bos di nos pueblo’ die het stuk onderbreekt en samen met de toeschouwers aan de slag gaat met het opstellen van een verkiezingsprogramma. Met een rode en een groene kaart in de hand wordt er gestemd over onderwerpen zoals: vervuiling, de doodstraf, de openbaarheid van stranden en wat er verder door het publiek zelf als stemonderwerp wordt aangedragen. De meerderheid geeft de doorslag en het publiek wordt uitgedaagd de motivering voor een ‘voor’ of ‘tegen’ bij een microfoon te verduidelijken.

Bos di nos pueblo 3De rol van de media en de zwijgende meerderheid worden in ‘Bos di nos pueblo’ ook aangepakt. Herkenbaar is de reactie van de vader op de berichtgeving in de kranten over zijn politieke bewegingen waarbij alles in het teken staat van ‘zieltjes’ winnen. Euforie wanneer dat lukt, woede wanneer dat niet zo is en damage control om de boel weer om te buigen. Met de media als opzuigende spons die publiceren wat hen gevoerd wordt zonder vragen te stellen. De zwijgende meerderheid wordt door de acteurs treffend neergezet als een troep mekkerende geiten die wel kabaal maken maar uiteindelijk lijdzaam volgen.

Bos di nos pueblo 7‘Bos di nos pueblo’ is gemaakt voor jongeren vanaf 12 jaar en zal het komende halfjaar rond toeren op scholen en tal van andere lokaties. En dat is een goede zaak want Teatro KadaKen heeft opnieuw een stuk gemaakt dat onze sociaal maatschappelijke betrokkenheid aanspreekt en stimuleert.

Het theaterstuk ‘Bos di nos pueblo’ van KadaKen ging afgelopen vrijdag in premiere. De teksten zijn van Albert Schoobaar, de regie is in handen van Silvia Andringa en de zakelijke leiding, financiering en promotie liggen bij Lou Nisbet. Acteurs: Albert Schoobaar, Norma Cova, Donovan Benett en Christopher Barrow. Vormgeving promotiemateriaal: Ariadne Faries en de theaterprops werden gemaakt door leerlingen van Instituto Buena Bista onder leiding van Marcel van Duyneveldt.

Bos di nos pueblo 6

#Teatro KadaKen

#Bos di nos pueblo

#Curacao

Vorm gevonden

GJL Decor In het drukke bestaan waar kunstenaars, schrijvers en andere creatieve zielen doorgaans vertoeven omdat er nu eenmaal ook nog ‘brood op de plank’ moet komen, word ik steeds weer getroffen wanneer een van hen de ruimte vindt om te gaan waar het bloed nu eenmaal kruipt en naast alle dagelijkse beslommeringen de tijd maakt om te creeren. Zoals schrijver/performer Germaine Jong Loy dat onlangs deed met haar one women show ‘Benane met vet’. Nog mooier vind ik het wanneer zo’n creatieveling gaandeweg een vorm vindt die bij hem of haar past en de moed heeft om die te ontdekken. Germaine schrijft al langer en trad eerder ook op. Eerst nog ruw in de Tippelzone van 2008 waar zij haar versie van de Surinaamse koningin van de nacht Maxi Linder neerzette en in 2009 durfde zij het aan de avondvoorstelling ‘3xM’ te geven in een heus theater. In 2010 werkte ze aan een kinderboek met dezelfde passie waarmee zij zich stortte in het vertellen en optreden. Ruw en ongepoleist liet zij zich zien. Niet altijd met evenveel succes maar ze stond er en ze deed het. Want dat is Germaine: een bonk ruwe passie die zich uiten moet.

GJL 5In haar voorstelling ‘Benane met vet’ presenteert Germaine zes typetjes met teksten die zij zelf geschreven heeft. De regie is in handen van haar dochter Chante en de stage ondersteuner is niemand anders dan Germaine’s zoon Khalil. Een familieproductie waarin Germaine wat mij betreft de vorm gevonden heeft die bij haar past: ze brengt karikaturen tot leven die zo nu en dan wat uit de bocht vliegen maar die het publiek wel aanspreken. Vijf vrouwen en een man verhalen open over de Curacaose samenleving. De lach van herkenning is dan ook al gauw in de zaal te horen.

Een gepensioneerde dame laat aan het publiek weten hoe ‘leuk’ het is om met pensioen te zijn. Germaine weet waarover ze het heeft en confronteert haar publiek met de banaliteiten van het ouder worden. Op z’n Germaines: soms grof en ongeneerd eerlijk. “Tegen de tijd dat je dan met de VUT mag heb je geen fut meer en voor je het weet draag je luiers met pikachu erop.” En geldproblemen als pensionado los je op door op je oude dag een weed-plantage te beginnen.

De relatie tussen mannen en vrouwen en vooral de passieve houding van vrouwen daarin komt meer dan uitgebreid aan bod in de typetjes die Germaine naar voren brengt in deze voorstelling. Met soeur Pietje, een tot non bekeerde gescheiden vrouw zou niemand getrouwd willen zijn. Niets dan klagen doet ze. Al vertellend commandeert ze de ‘kokkie’ die het eten vooral speciaal voor haar moet aan passen.

GJL 6 De ontroering raakt Germaine ook wanneer ze een vrouw neerzet die haar man verloren heeft aan een Colombiaanse. GJL 8De fulminaties over die situatie zijn niet van de lucht maar wanneer het puntje bij paaltje komt en de vertrokken man bij haar op de stoep staat, kan ze niets anders zeggen dan “Kontentu di mirabu” (Ik ben blij je te zien). Dan volgt een typische karikatuur van een jongeman die in de volksmond een ‘kawa’ genoemd zou worden. Een soldaat van een van de bekende gangs op Curacao inclusief de buya (opschepperij), de vuilsprekerij en het kruisgrijpen. Germaine voldoet volledig aan het beeld dat over deze jongens in de samenleving leeft. Grappig maar geen verrassingen. Dan is er de vrouw die in een druk gezinsleven probeert nog iets van haar relatie te maken. Zij zit ook tussen de typetjes die Germaine in deze show presenteert. GJL 3Hilarisch is de scene waar ze steeds weer aanloopt tegen het moeten werken van haar man. De vrouw besluit zich supersexy te hullen in een catsuit die niks te verhult met een post-it ‘werk’ op haar voorhoofd. “Vanavond ga je naar bed met het ‘werk’.” Een en ander wordt uiteraard onderbroken door een huilend kind dat niet kan slapen. De hitsigheid wordt afgeblust met een halve lapdance op de schoot van een vrijwilliger uit het publiek. ‘Try a little tenderness’ van Otis Redding zet de scene in de juiste sfeer voor deze encounter. En dan, als slotstuk brengt Germaine de carnavalskoningin naar de buhne. Alle vooroordelen die er over deze dubieuze functie bestaan brengt zij naar voren. Het klatergoud van dit feest druipen van haar typetje af dat zij met veel energie neerzet. Germaine krijgt de lachers op haar hand met deze tante die in roze g-string ook nog even alle benodigde ‘moves’ laat zien. GJL 7

Al met al zorgt Germaine met deze voorstelling voor een vermakelijke avond. Voor mij, die haar al langer kent, was het heel mooi om te zien dat zij een vorm heeft gevonden die bij haar past. Nog altijd wat te ruw, ongepoleist en zo nu en dan nog wat te grof naar mijn smaak… maar Germaine is een weg ingeslagen die weleens het begin van het cabaret op Curacao zou kunnen inluiden. En dat is een markering in het theater op Curacao.

Vijf

Vijf Het eerste jubileum van mijn land zit erop. Vijf jaar heeft het al hortend en stotend als zelfstandige eenheid binnen het koninkrijk der Nederlanden gefunctioneerd. Reden voor velen om terug te blikken en die oogworp naar het verleden levert over het algemeen genomen nogal negatieve observaties en conclusies op.

Volgens de Nederlandse pers zijn de eilanden die vroeger deel uitmaakten van de Nederlandse Antillen stil blijven staan. De publicaties in de media in eigen land en op de social media sites zijn minder coulant; politici, hoogopgeleiden, opiniemakers en anderen van wie de mening ertoe zou doen of die vinden dat die ertoe doet, spreken voornamelijk van verslechtering en achteruitgang. Het is niet zo vrolijk wat er allemaal gedacht en gezegd wordt over de jubilaris. Vooral de berichten -van veelal welwillende mensen- die impliceren dat het ook nooit goed zal komen, doen pijn.

Het zal je verjaardag wezen… Daar zit je dan, opgedirkt, taart met kaarsjes voor je neus, band staat klaar om ‘Happy birthday’ in te zetten maar de genodigden hebben er geen zin in. Sommigen zitten op het feestje uit goed fatsoen maar met een zuur gezicht. Anderen zijn helemaal niet op komen dagen. En eigenlijk wil niemand op dit feestje zijn omdat er in de afgelopen vijf jaar niets gebeurd is dat het vieren rechtvaardigt. En er zal ook voor de toekomstige vijf jaar weinig te vieren zijn. Het is niks, was niks en zal niks worden. Omdat het toch niet opschiet. De toenemende criminaliteit legt ons lam, tekorten overal, het slechte onderwijs, de jeugdwerkeloosheid, de corruptie, de (vriendjes)-politiek, het met opzet aan de kant zetten van kundige mensen en ga zo maar door. Het is kommer en kwel en zo zal het blijven. Wat een boodschap voor Curacao!

Mijn land is voor mij geen abstract gegeven. Voor mij bestaat zij uit zo’n 135.000 elementen op lokatie en dan nog een heleboel buiten de landsgrenzen die op een of andere manier met Curacao verbonden zijn. Vlees en bloed. Kloppende harten, denkend vermogen en handen. Heel veel handen die, als ik de berichten allemaal moet geloven, inmiddels moedeloos en werkeloos in de schoot liggen. Vanwege de al eerder genoemde abstracte begrippen die ons als een vaag zwaard van Damocles naar een staat van apathie met lethargische trekjes voert. En sorry… maar dat pik ik niet. Om de doodeenvoudige reden dat mijn hart mij iets anders verteld. Ik hou van dit land, van haar mensen en wanneer ik hieraan toe ga geven, laat ik niet alleen Curacao maar vooral ook mezelf in de steek. Dus…

Handen uit de mouwen zou ik zo zeggen. Aan de criminaliteit als abstract gegeven kun je weinig veranderen. Maar wat je wel kan doen, is contact maken met de mensen in je buurt zodat je weer weet wie er naast je woont waardoor je de sociale controle een nieuw leven inblaast. Op het onderwijs in algemene zin heb je als burger ook heel weinig invloed, maar je kan wel actief worden op de school van je kind en daar inbrengen wat jij in huis hebt.

Ook vriendjespolitiek in bijvoorbeeld de ambtenarij kun je als begrip niet tackelen. Wat je wel kan doen, is stoppen eraan bij te dragen door geen gebruik meer te maken van diegene in het apparaat waarvan je ‘weet’ dat die ‘alles gedaan’ krijgt. Verwacht dat de betreffende afdeling haar werk doet. Zo niet dan is er de weg naar de ombudsman. En hoe meer mensen die weg bewandelen, hoe eerder er iets veranderen kan omdat duidelijk wordt dat we het anders willen.

Ontevreden met ‘de politiek’ en het bestuur van ons land? Sta op en doe er wat aan… sla de weg in van transparantie en deugdelijkheid van bestuur en klaag niet langer over al die bestuurders en politici die dat niet doen. Realiseer je dat dat zo kan zijn omdat jij die meent dat het anders kan en moet, blijft zitten waar je zit. Kun je of wil je om wat voor reden dan ook niet het voortouw nemen? Kijk dan hoe je op een andere wijze een bijdrage kan leveren door je expertise in te zetten.

Je deskundigheid wordt niet gewaardeerd? Je word aan de kant geschoven? Neem dan ook eens de tijd om te onderzoeken hoeveel ‘ego’ hieraan verbonden is. Niet altijd is jouw manier de enige weg. Geven is niet alleen wat jij vind dat je moet geven, het heeft ook te maken met wat de ontvanger ervan ermee kan. Stel bij, wees realistisch en besef je dat elke dag een beetje water geven vaak beter werkt dan een emmer ineens. Visualiseer waar je naartoe wil en doe dat stapsgewijs in de wetenschap dat er geen eindpunt is, slechts een beweging. Kun je tevreden zijn met het leveren van een bijdrage aan een proces zonder misschien wel ooit daar in jouw leven de vruchten van te plukken in de wetenschap dat je eraan bijdraagt dat het voor anderen, in de toekomst met name door wat jij hebt gedaan, wel beter zal zijn?

Genoeg van de corruptie? Ook zoiets ongrijpbaars… maak het concreet en stop met het meenemen naar huis van materialen die aan het werk toebehoren. Dit begint al bij zoiets simpels als het je toeeigenen van een pen, het misbruiken van de bedrijfsauto voor prive-uitstapjes of het ziekmelden waar je niet echt ziek bent. En spreek je collega’s hierop aan.
Jeugdwerkeloosheid is een probleem. Ook daar kun je in je eentje weinig aan doen. Je kunt wel een steviger vangnet in je eigen wijk opbouwen. Als je beter weet wie wat doet, kun je ook een beter werkend netwerk van informatie inzetten om deze jongeren aan de slag te helpen op een manier die gedragen wordt door de wijk en waardoor iedereen zich een beetje meer verantwoordelijk gaat voelen. Niet alleen voor het mislukken maar vooral ook voor het slagen van de mensen in de eigen wijk.

Enfin… werk aan de winkel dus voor al die 135.000 levende zielen op lokatie die samen over zo’n 270.000 handen beschikken. Vanuit een stevige blik naar binnen met een eerlijke weging van de verwijten die we elkaar maken, hebben we volgens mij alle mogelijkheden om van ons land iets moois te maken. The only way is up, wat mij betreft.

trap

Het land Curacao bestaat vijf jaar. Op 10 oktober 2010 werd de Nederlandse Antillen als land en daarmee als staatkundige structuur ontmanteld. Saba, Sint Eustatius en Bonaire kozen ervoor dichter tegen Nederland aan te kruipen. Sint Maarten en Curacao kozen ervoor, zoals Aruba dat in 1986 deed met een status aparte, als zelfstandig land binnen het koninkrijk verder te gaan. Dat wil zeggen dat per 10 oktober 2010 het koninkrijk der Nederlanden uit vier landen bestaat -de status aparte van Aruba was niet meer ladingdekkend aangezien die gekoppeld zat aan de Nederlandse Antillen- te weten: Nederland, Curacao, Sint Maarten en Aruba. Vijf jaar geleden werd deze ingrijpende verandering van het Statuut van 1954 na twee referenda doorgevoerd en door voor- en tegenstander tenslotte aanvaard.

#Curacao
#Statuut
#Nederlandse Antillen
#101010

Zwarte rots der onverzettelijkheid

Frank Martinus Arion door Arthur Oster

Portret van Arthur Oster

De zwarte rots lag
waar hij lag
en had geen enkele pretentie
iets anders te zijn
dan wat hij was:

Een moment in de tijd
verbonden met
de som van zijn dagen
maar ook met die
van daarvoor en erna

De zwarte rots
droeg de trots
van zijn oorsprong
diep onder zijn kartelig hart
uitgesproken waren zijn woorden
voor degene die daar twijfel over had

Weerstand kwam van de
overzijde van verder
dan het witte schuim
Ongeloof op de eigen
bodem waar zijn woorden
nog niet werden verstaan

Soms zag de rots
zich aangevallen
vanuit de zee
en vanuit het land
dan stond hij daar
met zijn zwarte hart
en trotseerde wat hij
te trotseren had

“Ik ben wat ik ben
dit is mijn moment
in mijn tijd
en ik verbind
de som van al mijn dagen
met die van daarvoor
en die van erna”

Niet het zilt en
niet het stof
konden het hart
van de rots eroderen
eerder slepen zij
scherpe kantjes eraf
waardoor de woorden
van diep daarbinnen
in een zuiverder
betekenis werden gevat

En zie overzee
maar ook op het land
werd het bekken schuim
en het stof los zand
dat de rots met alle liefde
rustig over zich
heen liet gaan

En de zwarte rots
droeg de trots
van zijn oorsprong
over aan zijn land
en aan dat overzee
in de woorden
van diep daarbinnen
die zij nu beiden
konden verstaan

FMA Water op rots

Deze zwarte rots van onverzettelijkheid heeft zich van mijn land losgemaakt.
In zijn hart leefden twee talen die hij op meesterlijke wijze in woorden wist om te zetten. Zowel het Papiaments als het Nederlands hebben met het overlijden van Frank een groot schrijver verloren.

Frank Martinus Arion (17 december 1936-28 september 2015)

#Frank Martinus Arion

#Caribische Literatuur

#Curacao

Shushu

Geit 2

“De boer hield van zijn land. Het grootste deel ervan werd ingenomen door zijn bedrijf en zijn veestapel maar bij zijn huis koesterde hij een eigen plekje. Elke vrije minuut die hij had, was hij er bezig. Hij plantte, snoeide, knipte, harkte en gaf water met grote liefde en aandacht. Zijn tuin was zijn paradijs en bovendien bleef ze altijd bij hem. Dat kon niet gezegd worden over de vrouwen die hij ontmoette. Zo nu en dan ging hij naar de stad. Om een borrel te drinken, een vriend op te zoeken of om gewoon even weg te zijn van zijn dagelijkse beslommeringen. En soms trok hij de belangstelling van het andere geslacht. De boer was niet getrouwd. Niet omdat hij dat niet wilde; hij had meerdere malen geprobeerd het met een vrouw aan te leggen. Maar de stadse madammen konden niet tegen het leven op het land. Ze wilden vertier, aandacht en uitgaan.

De boer werkte lange dagen en zijn tuin was zijn alles. Daar ontspande hij, daar schudde hij de dag van zich af. Zijn allergrootste trots waren zijn orchideeën. In de schaduw van een mahok groeiden en bloeiden zij. De boer verzorgde hen, voedde hen, aaide hen, sprak met hen. Zijn lompe werkhanden veranderden in tere zachtaardige verlengstukken van zijn hart als hij met zijn orchideeën bezig was. De vrouwen die hij geprobeerd had, werden jaloers op zijn bloemen en dwongen hem uiteindelijk om te kiezen. En de boer koos. Zo eenvoudig en simpel was dat. De tuin bleef, de vrouwen gingen en sloegen in hun aftocht woest het tuinhekje uit zijn scharnieren. Hij had het al vaak moeten repareren.

Geit 1Op het punt waar wij in dit verhaal zijn aangeland, was het hek open. Flor, de laatste vriendin van de boer was woedend vertrokken en had net als al haar voorgangsters met het hek gesmeten. Het klapte met een knal dicht maar door het geweld dat het was aangedaan, sprong het weer open. Zo kon het gebeuren dat de taaie indiaanse en haar dochter de oase van de boer binnen liepen.
Bruisend bloeiende bougainvilles, sappig gras, jonge palmboompjes, geurige mimosa, vurige liefde vol honingbloemen, cayena’s op het punt van ontspruiten. De taaie indiaanse liep ze allemaal voorbij. Haar neus had de geur van een grotere delicatesse opgepikt. Zonder aarzelen liep ze rechtstreeks naar de mahok en vrat aan orchideeënkopjes. Daarna begon ze aan de jonge blaadjes en de veelbelovende knoppen. In een mum van tijd had ze de trots van de boer uitgeroeid…”

Uit Shushu en Sir Raylison Germaikel Blòbleu

Ik moest eraan denken toen ik de geiten bezig zag in mijn bario. Het is tijd om dit verhaal eens af te maken : )

Vluchten kan niet meer

Amor luz i sabiduria

Sinds beelden van vluchtelingen -opnieuw- niet alleen de grenzen van Europa maar deze keer ook het internet overstromen, probeer ik me een weg te vinden in de informatie die erover beschikbaar is. Ik lees de voors en de tegens. Kijk naar wat de media erover brengt en wat de anti-media erover laat weten. Wat binnenkomt varieert van regelrechte xenophobie tot uthopische naastenliefde en de vertwijfeling die ertussen zit neigend naar het een of naar het ander. Afhankelijk van het incident, de eigen ervaring en de angst voor verandering. Wie wil kan de hele dag op zoek gaan naar ‘bewijsmateriaal’ om het eigen standpunt kracht bij te zetten. Of je nu voor opvang of tegen de opvang van vluchtelingen ben. En iedereen heeft inmiddels een mening die helaas alleen nog maar tot nog meer verdeeldheid in de wereld heeft gezorgd.

Onlangs vroeg een Curacaoenaar zich hier hardop af of wij op dit eiland ook niet eens wat van die vluchtelingen zouden moeten opvangen. Per slot van rekening zijn wij ook onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en dat is lid van de Europese Unie. Een ‘linkje’ waar wij als autonoom land graag gebruik van maken wanneer het om subsidieaanvragen of economische belangen gaat. Zijn vraag over het vluchtelingenvraagstuk op facebook zorgde voor nogal wat reacties in dit deel van het overzeese Koninkrijk. Hij zou om te beginnen totaal niet op de hoogte zijn van de noden van de mensen in ons land en werd uitgenodigd om eens een rondje te rijden door de wijken waar de armoede welig tiert. Oftewel… wie niet voor zichzelf kan zorgen, kan al helemaal niet voor een ander zorgen. De angst voor verdere verspreiding van het extremistische gedachten- en vooral ‘actie’-goed van de IS was ook een argument om vooral geen vreemden of in elk geval niet deze vreemden in huis te halen. Dat waren de tegen-argumenten aan deze kant van de oceaan om een helpende hand te bieden. Anderen spraken vol lof over de durf van de vragensteller om dit onderwerp ook hier aan de orde te stellen. Maar verder dan een steunbetuiging kwam het niet.

Ik las het, nam het tot me samen met de vele reportages en foto’s die worden ingezet om de voor- en de tegenargumenten rondom dit vluchtlingenvraagstuk te voeden en probeerde me er een mening over te vormen. Ik luisterde ook naar een Deense professor die een en ander met betrekking tot dit probleem uiteenzette. Ondertussen zie ik landen grenzen sluiten, ze juist openzetten om een doorstroom naar het buurland te creeren en Staatshoofden die toezeggingen doen om op te vangen wat nodig is en die vervolgens eerst in eigen land orde op zaken moeten stellen omdat de bevolking zeer verdeeld is over de opvang van vluchtelingen uit de Arabische regio. Iedereen lijkt gelijk te hebben maar daarmee is uiteindelijk niemand geholpen. En wat ik eraan over hou is een gevoel van onbehagen omdat ik het gevoel heb dat er in al deze discussies en in de beeldvorming door de media voorbij wordt gegaan aan waar dit echt om gaat.

Dit vraagstuk gaat namelijk niet over de vluchtelingen, het gaat over ons vermogen als mens om onze eigen angsten onder ogen te zien. Lang waren perikelen als deze ‘ver van ons vandaan’ en konden wij meeleven middels een gironummer en avondvullende telethons op televisie en radiocampagnes. Hoewel die vorm van hulp niet onderschat mag worden, gaat het nu over een vorm van solidariteit die een meer rechtstreekse impact heeft op onze levens en onze samenlevingen. De impact staat nu letterlijk voor de deur. En niemand staat erom te springen. Toen Santo Domingo de grenzen sloot voor Hatiaanse vluchtelingen die door een aardbeving geen kant meer op konden, heb ik gehuild. Ik heb ook gehuild om de mensen in datzelfde land die met vuurwapens de inhoud van een nog intacte supermarkt bewaakten. Maar ik weet ook dat dat mens eigen is. In een staat van overleven zijn er geen wetten en regels. Het overleven wordt een doel op zich en dat doel heiligt alle middelen. Er zijn in onze geschiedenis tal van voorbeelden te vinden van ditzelfde mechanisme dat keer op keer de kop opsteekt dwars door de eeuwen heen. Wie ooit zijn eigen ‘zwarte kant’ heeft ontmoet -die onlosmakelijk verbonden is met overleven- weet waarover ik het hier heb en zal het oordelen over menselijk gedrag in crisissituaties ver van zich houden. Die begrijpen en weten waartoe mensen die huis en haard hebben moeten verlaten en nergens welkom zijn, in staat zijn. Het overleven van de een wordt dan een bedreiging voor het leven van de ander. En het laat zich niet langer raden wat er gebeurt wanneer er in een crisis een ontmoeting plaatsvindt tussen mensen die niets meer hebben en mensen die nog wel hebben. In plaats van delen, sluiten we de deur… een net zo menselijke reactie als het openbreken ervan om dan maar zelf te pakken wat nodig is om te overleven.

Tegelijkertijd ben ik niet blind, noch dom en begrijp ik ook dat het bieden van een welkom aan deze stroom aan mensen die veelal in culturele, educatieve, opvoedkundige en religieuze zin wellicht niet zo makkelijk compatible zijn met Westerse culturen, een grote uitdaging is. Maar het wordt moeilijker wanneer de angst voor dat ‘anders-zijn’ overneemt en regeert. Helemaal wanneer die angst ons in de weg gaat staan om menselijk te zijn en onze empathie voor de problematiek van onze medemens, die niet langer alleen maar via de ether de huiskamer inkomt, reduceert tot ons onvermogen om om te gaan met verandering. Dan komen twee versies van ‘zelfbehoud’ tegenover elkaar te staan. Eentje leek me eigenlijk al erg genoeg. En van hen-die-nog-hebben mag toch verwacht worden dat er ruimte is om stil te staan bij de betekenis van solidariteit. We zijn toch allemaal inwoners van de wereld tegenwoordig? Awel de wereld staat nu voor de deur. Met al het fraais en al het lelijks wat daartoe behoort. Wat moet je daar nu allemaal van vinden?

Het was de boodschap van een Portugese immigrant op Curacao die me uiteindelijk zover bracht om iets over deze problematiek op te schrijven. Wat hij me liet weten, made more sense dan alles wat ik gezien en gelezen heb over deze vluchtelingenproblematiek. Op drie lege Boca Chicaflessen bij zijn Batidostand stond geschreven: Amor, Luz i Sabiduria…. liefde, licht en wijsheid waarbij ik op moet merken dat ‘sabiduria’ meer is dan weten alleen; het is de wijsheid die voortkomt uit ervaringen die op zo eerlijk mogelijke wijze worden bekeken. Het is het blijvend verzamelen van kennis waarbij de informatie die uit die ervaringen te halen is steeds opnieuw weer bijgesteld en uitgediept kan worden. Sabiduria is in die zin een ‘ongoing process’, een levenslange zoektocht naar een zuiver weten dat gestript is van (voor)oordelen.

Wanneer wij elkaar vanuit de drie ingredienten die door deze batidoman naar voren werden gebracht kunnen benaderen en solidariteit en hulp kunnen bieden zonder de zwarte kant van de mens -die evengoed van ons allemaal is- uit het oog te verliezen dan kunnen wij deze uitdaging toch ombuigen naar een constructieve ervaring waar wat mij betreft ook Curacao een rol in kan spelen. Angst kunnen we heel gemakkelijk delen, dat is heel wat gemakkelijker dan het eerlijk openstellen van ons hart.

Stoeptegel

Stoeptegel twee Het donker dat in de stem van een vriend lag, verduisterde haast mijn blikveld aan de andere kant van de lijn. Zwarte, zware wolken zonder grijstinten. Geen doorschenen wolkenranden, geen belofte van licht. Het was het soort donker dat ons allemaal wel eens insluit en waar de meesten van ons wel weer een weg uit vinden. De een wat sneller dan de ander, met of zonder hulp. Geen mens is gelijk. Sommigen van ons toeven vaker en langer in het zwarte wolkendek dan anderen. Sommigen van ons komen er niet uit en blijven er. Of, en dat gebeurt ook, blijven erin.
Ik luisterde naar een vriend en zag hoe met elke zin die hij sprak het duister hem van boven en van onderen insloot. De wereld, de mensheid… alles meedogenloos zwart. “Ik kan het niet meer. Sta steeds op hetzelfde verlammende punt. Een stroom aan negativiteit heeft vrij spel in mij. Ik voel me niet goed en weet niet meer wat ik moet doen. Ik raak geirriteerd, heb zoiets van fuck-it en fuck-you. En dan voel ik me daar weer rot over. Ik wil dit niet en toch is het er. En ondertussen blijf ik waar ik ben. Ken je dat?”

‘Ken je dat?’. Zijn laatste woorden komen wanneer ik al lang heb herkend waar hij is. Ik ben op zijn geluid meegezweefd naar die plek die ook ik goed ken. Daar waar het zwart alleen maar zwarter wordt en waar geen uitweg uit lijkt te vinden. Waar het lijden van de wereld zo overweldigend is. Waar het lijden van de wereld het jouwe wordt en waar jij in je eentje je zo machteloos voelt. Omdat er niets is wat je veranderen kan en omdat alles wat je aan wil pakken een druppel op een gloeiende plaat is. Het is te groot, te veel. De verlammende werking van het zwart. Ik luister en zie mijn vriend voor me: geheel omhuld door donkere wolken, de helft van zijn gezicht is nog maar zichtbaar. “Kun je me nog horen?” vraag ik. En dan zonder op antwoord te wachten: “Heb jij een stoeptegel ergens bij je huis?”

Een beetje geergerd maar overrompeld door mijn vreemde verzoek, loopt hij naar buiten. “Ja, en nu wat?” klinkt het in mijn oor. “Ga erop staan”, zeg ik. “Vertrouw me, en zet je voeten op dat ding.” Mijn vriend staat op een stoeptegel in zijn tuin en denkt inmiddels dat hij nog gestoorder is dan hij dacht dat hij al was. “En nu?”
“Kijk naar beneden. Zie hoe je voeten precies in het afgekaderde geheel van die steen passen. Dat is je plek. En je gaat geen centimeter verder dan die tegel. Dit is overzichtelijk, wat daar buiten is niet. Keep it simple… en blijf even waar je echt bent. Binnen de kaders van wat je kan overzien. En alle gedachten die je hebt die je verder voeren dan die steen ga je parkeren. Adem vertrouwen in, en adem je zorgen uit. En blijf op je stoeptegel.”

“Jij bent nog gekker dan ik”. Ik lach want dat is evenzeer waar als dat het niet waar is. Ik ben niet gek, ik lijd alleen maar regelmatig aan de wereld en heb ontdekt dat die stoeptegel me helpt te blijven waar ik ben. En niet in Syrie, niet bij ISIS, niet bij verdronken vluchtelingen, niet bij dode Mexicaanse studenten of bij de waanzin van schietpartijen door verongelijkte zielen. De stoeptegel brengt me dichter bij huis. Ik passeer de vervuiling van de raffinaderij, het eeuwige afval op straat, het onvermogen van politici om iets van mijn land te maken, de schreeuwende buurman die zijn kinderen uitscheldt en de honden op straat die onder de schurft zitten. Ik val als het ware door mijn donkere wolken heen terug op mijn plek. Ik zoom terug in op mezelf. En wanneer ik dan weer geland ben op mijn stoeptegel en er even heb geaard dan zal ik als vanzelf iets aanpakken waar ik wel iets mee kan.

stoeptegel

#stoeptegel
#Curacao
#lijdenaandewereld