Citroenen

Maar al te vaak is het in het leven zo dat we obstakels tegen komen die onze plannen in de war schoppen. Je hebt haast en alle lichten staan op rood of je hebt een lekke band. In het ongunstigste geval overkomt het je allebei. De rustige dag die je voor ogen had is voordat je je eerste kop koffie op hebt al verandert in een klussenmarathon of de stroom valt uit terwijl jij van plan was je mail eens grondig bij te werken. Shit happens… het zou mooi zijn wanneer we dat zo zouden zien en verder gingen met ons leven, maar daar blijft het vaak niet bij.

De obstakels confronteren ons met weerstand. Want we hadden andere plannen die nu in de soep dreigen te lopen. Dat geeft stress en spanning vooral wanneer we tegen het aangekondigde (on)heil in vast proberen te houden aan de oorspronkelijke planning. Voor je het weet, moet je tandenknarsend toegeven dat de dag de rollen heeft omgedraaid: het is niet langer jouw dag, nee, je bent van haar! En daar kunnen we heel erg lang van balen.

Het zijn de levenskunstenaars die zich maar heel kort storen aan zo’n wig dat tussen hen en hun dag wordt gedreven. Zij registreren het obstakel, accepteren het en werken ermee. Geen gemakkelijke klus en zeker niet eentje die altijd lukt. Groot is dan ook mijn bewondering voor hen die ik het mag zien doen. Zoals deze twee vrouwen op het vliegveld. Vakantiegangers weer op weg naar huis. Hun vlucht had echter onverwacht vertraging. De hotelbus was al weg en ze moesten een paar uur ‘overbruggen’. En dat deden ze zo:

toeristen 2

 

When life gives you lemons… you can make lemonade!

Culture jam

Culture jamming, is the act of using existing media such as billboards, bus-ads, posters, and other ads to comment on those very media themselves or on society in general, using the original medium’s communication method. It is based on the idea that advertising is little more than propaganda for established interests, and that there is little escape from this propaganda in industrialized nations. Culture jamming differs from artistic appropriation (which is done for art’s sake), and from vandalism where destruction or defacement is the primary goal.’ UIt The Urban Dictionary

culture jamNog niet zo lang geleden viste ik het boek Culture Jam uit een stapel boeken die in de sector ‘nog te lezen wanneer ik echt tijd heb’ van mijn partner lagen. Mijn partner werkt op een werf waar hij voor de vele verschillende booteigenaren die Curacao aandoen een Godszegen is omdat hij (bijna) alles aan boord kan maken, aanpassen of verfraaien waarbij hij vaak ook langgekoesterde wensen vervuld. Zolang het om hout gaat, kan hij alles. Zijn klanten komen van over de hele wereld en maar al te vaak reist er een wereld aan boeken met hen mee. Sommige van die boeken blijven op Curacao en komen dan in die stapel terecht waar ik Culture Jam vond.  Ik vind het altijd leuk om een boek te ontdekken dat ik niet zo snel bij ons in de boekhandel of bibliotheek vinden kan omdat ik nu eenmaal op een eiland woon en vroeg:”Mag ik deze even van je lenen?”

De titel ‘pakte’ me omdat ik al langer voel dat de huidige systemen waarin wij leven en die wij zelf hebben ingesteld om onze levens te reguleren niet meer voldoen aan hoe wij ons als mensen aan het ontwikkelen zijn. Laat ik het wat botter zeggen: meer en meer hebben wij er de behoefte aan uniek of onszelf te kunnen zijn maar we doen dat in een wereld die in haar regelgeving en het functioneren van haar systemen juist meer en meer uitgaat van eenheidsworst en die haar energie niet stopt in het vinden van een antwoord op deze verandering maar eerder in het behoud van wat er is. De systemen zijn inmiddels op zichzelf operende units die willen voortbestaan maar die vergeten zijn wie er voor de input heeft gezorgd zodat zij uberhaupt bestaansrecht kregen. Ze hebben feitelijk het contact met hun ‘core-business’ verloren.

opgeletDie botsing of ‘culture jam’ is zichtbaar in vele systemen waarin wij als individuen worden gereguleerd. Kijk naar het functioneren van democratien, naar de wijze waarop wij onze financien regelen, de manier waarop wij worden geinformeerd. Wie heeft er nog echt fiducie in een regering, in bankinstellingen of in de media? Zijn deze systemen bezig voor de mensen die hen in het leven hebben geroepen of zijn we inmiddels in een situatie beland waarin wij middels slimme propaganda inzet zijn geworden van hun voortbestaan? Ik moet steeds vaker denken aan het verfilmde drieluik “The Matrix” dat op science fiction-achtige wijze dit vraagstuk aan de orde stelde. Wat is nu echt en wie trekt om welke reden aan welke touwtjes?

Het in stand houden van wat is, gaat gepaard met zeer indringende propaganda waar wij als mensen overal waar wij ons bewegen niet meer aan ontkomen kunnen. Ons ‘blikveld’ is zeg maar dusdanig vervuild dat wij ons nergens meer kunnen vertonen zonder dat wij aan de een of andere reclameboodschap worden blootgesteld. Eerst was dat alleen nog maar televisie en radio. Maar tegenwoordig worden mensen naar mijn schatting haast elke minuut aan de een of andere propaganda blootgesteld. Rijdt maar eens van huis naar werk of school en let voor de grap eens op de vele reclameboodschappen onderweg. Erger nog het zit ook in de e-mail, op websites, op facebook. Er is geen ontsnappen meer aan. In wat wij ook doen… er is ergens een boodschap zichtbaar die ons verteld wat ‘gezond’, ‘verstandig’, ‘cool’ of ‘trendy’ is. Wij, die in de veronderstelling zijn dat wij bezig zijn uniek te wezen en denken dat wij eigen keuzes maken, worden de hele dag geconfronteerd met boodschappen die ons ertoe bewegen -soms onbewust- vooral zoveel mogelijk te luisteren naar wat ons opgedragen wordt. De farce van onze uniciteit is terug te voeren naar de aanschaf van een Levi’s-broek en het serveren van Coca Cola waarbij we er niet meer bij stilstaan waarom we dat doen. We willen het beste van het beste (ook een geprogrameerd concept) en volgen feitelijk degene die het meeste geld in zijn propagandacampagne stopt.  En niemand vraagt zich nog af in hoeverre deze systemen ons bedienen of in hoeverre zij voldoen aan de behoefte die wij hebben. Knap is het wanneer je zo gemanipuleerd wordt en er tegelijkertijd van overtuigd bent dat je je eigen keuzes maakt.

Vandaag reed ik langs de Caracasbaaiweg waar ik om de twee meter werd geconfronteerd met een reclamebord waarop dezelfde poster hing. En ik moest aan Culture Jam denken. Het was een aankondiging van hetzelfde concert dat letterlijk mijn hoofd werd ingeramd. Na het passeren van de vierde versie van dezelfde poster voelde ik een enorme ergernis in mij oplaaien. “Ja, nu weet ik het wel. Ik ben niet debiel.” Ik had mijn verzadigingsgrens met betrekking tot het innemen van deze informatie meer dan bereikt. Sterker nog… de wijze waarop de reclamemaker probeerde mij naar dit concert te ‘pushen’ zorgt ervoor dat ik niet eens meer kaartjes kopen wil. Een irritatie die overigens helemaal losstaat van mijn respect voor de muziekcapaciteiten van deze saxofoon spelende virtuoos. Het is de reclamemaker die mijn respect verloren heeft. Die denkt kennelijk dat ik zo stom ben dat ik na twee meter alweer vergeten ben wat ik net nog heb gezien.

Hoewel de neiging om vannacht deze posters eens flink te bewerken met een grafitti- spuitbus er wel degelijk was, ga ik hier op deze website mensen niet oproepen om met een guerilla van Culture Jamming te beginnen zoals de schrijver van het boek dat doet. Wel wil ik een beroep doen op een ieder om eens na te gaan hoeveel ‘merknamen’ er per dag in je gesprekstof zitten… en eens te bedenken waarom je dat doet. Jouw bijdrage aan je eigen unieke zelf-zijn begint met bewustwording van wat het is dat jij wil en niet met het innemen van wat anderen je vertellen dat je nodig hebt.

En verder zou ik het heel prettig vinden wanneer de borden langs de kant van de weg me iets vertelden over waar ik mee bezig ben onderweg: en dat is op een veilige wijze deelnemen aan het verkeer en heelhuids van A naar B komen. De rest van de boodschappen zijn alleen maar stoorzenders en aan mij niet besteed.

NB: The word, “culture jamming” comes from the idea of radio jamming: that public frequencies can be pirated and subverted for independent communication, or to disrupt dominant frequencies. The Situationist International first made the comparison to radio jamming in 1968, when it proposed the use of guerrilla communication within mass media to sow confusion within the dominant culture. (Kalle Lasn, the founder of AdBusters magazine, wrote a book entitled Culture Jam, but the term predates his title.)

Culture jamming is a form of activism and a resistance movement to the hegemony of popular culture, based on the ideas of “guerrilla communication” and the “detournement” of popular icons and ideas. It has roots in the German concept of spass guerilla, and the Situationist International. Forms of culture jamming include adbusting, performance art, graffiti art and hacktivism (notably cybersquatting)

Een knipoog van de andere kant

De man die me aankeek had een wilde bos haar, ogen die teveel gezien hebben om nog voluit te fonkelen en ook de smalle haast broze schouders had de schilder weten te vatten in het portret. Ik was in het kader van mijn nieuwe baan oude schilderijen van Arthur Oster aan het bekijken. Arthur zal zijn nieuwste werk voor het eerst in een solo expositie aan het publiek tonen op mijn nieuwe werkplek Landhuis Bloemhof.

De dakloze junk die hij ergens in 2008 had vastgelegd, herkende ik meteen. Het was Alfredo van de parkeerplaats tussen de Oranjestraat en de Penstraat in. Alfredo wiens verhaal ik een paar jaar geleden optekende en die voordat ik hem kon vertellen dat mijn versie van zijn verhaal in een boek (Woestijnzand) zou verschijnen, kwam te overlijden. Alfredo, of Fredo, die de auto’s waste op die parkeerplaats en die elke ochtend als ik aan kwam rijden riep dat hij ‘nog steeds met me wilde trouwen’. Hij heeft zelfs ooit toestemming aan mijn kinderen gevraagd. Alfredo was ook het jongetje dat in de Penstraat opgroeide en dat een maatje te groot was voor zijn ouders. Als kind werd hij naar de fraters in Soto gestuurd omdat hij ‘een stoute jongen was’ zoals hij me dat eens vertelde. ‘Het verschil tussen banda’bou en de stad is heel groot. Ik kon daar niet tegen. Ik moest daar zo snel mogelijk weg.’ En dus at de kleine Fredo bij de fraters zoveel zout dat hij in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Hij werd vervoerd naar het sint Elisabeths Gasthuis te Otrobanda. ‘Zodra ik weer een beetje bij was, ben ik uit het ziekenhuis weggelopen en terug gegaan naar de Penstraat.’ Fredo ging niet terug naar zijn ouderlijk huis, maar koos voor Willemstad. “Dan konden ze me niet nog eens wegsturen.”

Alfredo Penstraat Schilderij van Arthur Oster

Hij maakte ook de komst van drugs mee die eind jaren zeventig de Curacaose samenleving via de haven veroverden. Een niet te stuiten opmars die snel over het eiland uitwaaierde. Het stempel van verslavende afhankelijkheid werd op vele jongeren uit die tijd gedrukt en de gevolgen ervan zijn nog altijd stevig verankerd in onze samenleving. Volgens Fredo begon het met een stelletje verveelde rijkeluiskinderen die wel eens wat anders wilden. Via schepen kwam het ‘spul’ de Annabaai binnen. Hij had zelf nog helpen lossen. Het geld dat hij daarmee als jongetje verdiende was nergens veilig en dus stopte hij het in een augurkenpot die hij onder het viaduct van Scharloo begroef. Een straatrat was hij, een kleine schooier die elke dag opnieuw weer avonturen beleefde in die stad waar hij zo van hield en die op hele jonge leeftijd alles van het leven binnenliet inclusief de drugs die hij zelf van het schip had helpen halen.

Dat en meer vertelde Fredo en ik tekende zijn woorden op. Een foto heb ik alleen nooit van hem gemaakt. Tot mijn spijt, zeker toen ik hoorde dat Fredo niet meer in dezelfde wereld verbleef als ik. Ik moest het doen met de plaatjes in mijn geheugen totdat ik in het schilderij van de hand van Arthur Oster keek. En er was meer… Arthur die een tijdlang ook in de Penstraat woonde, vertelde me dat Fredo meerdere keren voor hem geposeerd had. ‘Een bijzondere choller…’ Van Arthur kreeg ik ook te horen hoe Fredo aan zijn einde gekomen was. “Het was een valpartij waarbij hij zijn hoofd heel ernstig verwondde. Dat heeft uiteindelijk tot zijn overlijden geleid.”

Case closed, zou je kunnen zeggen maar zo ligt het voor mij niet. Ik vind het heel bijzonder dat Fredo weer in mijn leven opduikt op dit moment. Het portret dat Arthur van Fredo maakte, is al ouder en zal geen onderdeel van zijn expositie zijn. In die zin had het bekijken van dat portret -dat Arthur voor me meenam om het in het echt te zien- geen ‘functie’. Niet in wat ik voor hem en Landhuis Bloemhof de komende tijd zal doen. Ik ben er dan ook bijna zeker van dat Fredo via Arthur voor mij kwam. Ik heb gewoon een knipoog van de andere kant gekregen. En in de ontroering die ik voelde bij het weerzien met zijn gezicht laaide het vlammetje van mijn schrijversschap even heel hoog op. Het is net of hij alleen maar langskwam om me daar aan te herinneren. Niet eerder, niet later, nee nu… nu er weer ruimte ontstaan is, waarin dat vlammetje gloeien kan.

Voor de liefhebber: een fragment uit Bitterzoet (Woestijnzand, 2012)

(…)Met een kreun staat Alfredo op. Hij heeft overal jeuk en het holle gerammel van zijn maag overstemt voor even zijn gedachten. Zijn oog blijft rusten op de lege foambak. Als hij een hond was geweest, had hij met die teef gevochten om de kippenpoot. Ooit kon hij rennen als de beste. Soms voor zijn plezier, vaak uit noodzaak. Ooit is voorbij. Alfredo schudt de slaap uit zijn benen en loopt de Penstraat in. Hij kent elke centimeter van deze straat. Hij heeft er gespeeld. Zijn eerste klappen gekregen. Ergens op het trottoir liggen de resten van een gebroken hart. Naast de tanden die hij er verloren heeft. Zijn vader rukte hij hier uit de kroeg. Hem de huid volscheldend terwijl hij hem naar huis sleurde. Zijn ouwe, die te vaak in het gezelschap van naar onderhoud smachtende vrouwen aan de bar zat en er zijn weekloon verbraste. Hier zag Alfredo zijn moeder met krulspelden in en de bezem hoog boven haar hoofd geheven achter zijn vader aan rennen. Tot aan de haven. Waar pa tot hilariteit van heel Willemstad het water insprong en tussen de rotte sinaasappels in een veilig heenkomen zocht. Druipend klom hij op een ponton van de drijvende draaibrug die tot zijn geluk openstond zodat zijn woedende vrouw niets overbleef dan een scheldkannonade vanaf de andere kant van de kade.
Alfredo ziet zijn moeder nog door de stad stampen, in haar blauwe bloemenjurk en bijpassende rollers. Zij kon ook hard lopen als het moest. (…)

#Woestijnzand
#Bitterzoet
#Arthur Oster
#Landhuis Bloemhof
#Curacao

Bericht van onze vlag

its a wrap “Kijk. Ja, kijk maar goed. Hier lig ik dan. Afgedankt tussen het vuil dat iemand niet meer hebben wilde. Een trip naar landfill was kennelijk te veel gevraagd…Ach ergens maar goed ook want dan had ik daar gelegen. Tussen hondenlijken en rottend tuinafval. Nu lig ik half in de berm, half op straat. Dan kunnen ze nog over me heen rijden. Of nee, misschien dat iemand me ziet en opraapt. Dat zou wel heel mooi zijn. Alhoewel… ik weet het soms niet meer. Wat nou eigenlijk het beste zou zijn. Zo langzamerhand geloof ik er niet meer zo in. In die boodschap van mij. Begrijp me niet verkeerd. Ik weet waar ik voor sta. Ik weet wat ik beteken. Maar wat heb je daaraan wanneer je zo word afgedankt als ik. Ik ben verdomme het nationale symbool van dit land. Op straat tussen het vuil…. daar gooien ze me neer. Ik begin er genoeg van te krijgen. Ga mezelf opgeven als adoptievlag. Misschien is er een andere bevolking die me wel weet te waarderen.”

Dolende dichter

Kathedraal en Indjan

Het vege lijf

kon hij niet redden

een veeg teken

dat nu verworden is

tot een teken aan de wand

van een kathedraal

van Doornen

 

In dit labyrinth

van moedwillige

onaantastbaarheid

zijn de woorden

van een dode dichter

vastgenageld

zoals hij sprak

 

Stekelige scherpzinnigheid

te benaderen

maar niet zonder je

te verwonden

aan de diepere

betekenis

van wat hij zag

 

De dode dichter

heeft zich van zijn

ongehoorzame lijf

ontdaan

Maar dat is dan ook

alles wat hij heeft

gedaan

Hij is geweest

hij was

en hij zal zijn

een stekelige waarheid

in het doolhof

van dit bestaan

 

 

Voor Hans Vaders (rip)

#hans vaders

#landhuis Bloemhof

#kathedraal van doornen

#herman van bergen

Weldadig toevluchtsoord…

2015-08-06 16.08.45 2015-08-05 12.23.462015-08-05 18.01.29 2015-08-11 14.08.472015-08-08 08.19.262015-08-10 09.28.342015-08-11 14.56.362015-08-12 18.01.252015-08-11 15.04.54P10308252015-08-05 12.08.21P1030835P1030860P1030865P1030938P1030953P10309652015-08-06 16.24.302015-08-05 18.51.232015-08-07 14.40.272015-08-10 09.02.272015-08-08 17.50.522015-08-10 15.48.432015-08-14 07.58.272015-08-07 16.09.39

Puerto Rico… despite your troubles it was very nice to meet you!

Vrije val en landing

“There is no such thing as a problem without a gift for you in its hands” Richard Bach 

illusions-adventures-reluctant-messiah-richard-bach-paperback-cover-artVaak heb ik de afgelopen tijd gedacht aan deze quote uit het boek Illusions, the adventures of a reluctant Messiah. Ik ken deze waarheid die wat mij betreft staat als een huis… althans wanneer je zover bent dat je boven je eigen misère uit kan stijgen en kan aanvaarden wat is. Want daar begint het. Ik heb het niet over een fatalistisch accepteren van het lot of een lethargisch ‘laten gebeuren’, dat is voor de cynici.

De kracht van deze quote zit hem in het vertrouwen hebben dat wat het ook is dat er gebeurt, dat voor het beste is voor  alle betrokkenen. Dat is niet gemakkelijk wanneer het gaat om existentiele vraagstukken zoals het voorzien in je onderhoud, het zorgen voor je kinderen en daar tussendoor verpakt zoiets luxueus als je ‘geluk’ en ‘voldoening’. De focus ligt maar al te vaak op ‘the problem’ en niet op ‘the gift’. Omdat we het geschenk in de situatie niet zien wanneer we tot onze nek in de ‘shit’ zitten. ‘Hoezo gift? Lazer op man, het is gewoon allemaal bull en waardeloos. En het komt nooit meer goed.’ En zo gaan we van de ene negatieve gedachte door naar de volgende met als resultaat (soms) een volledige ontwrichting van het zelf en een indiep ongelukkig zijn.

En precies daarin ligt het geschenk besloten. In het ongelukkig-zijn en dat ervaren zoals het naar je toekomt. Net zolang totdat jij besluit dat het genoeg is geweest en dat er een verandering moet komen. Geen gemakkelijke opdracht omdat het ‘je-rot-voelen’ je vaak gegijzeld houdt waar je bent… that is: in de shit. Maar dat is eigenlijk niets meer dan een illussie. En gelukkig zijn zij die zich dat beseffen.

Meer en meer begin ik dit soort periodes in mijn leven te ervaren als ankerpunten waarop zich iets nieuws gaat openbaren. In het me rot-voelen, probeer ik me te verheugen op de weg naar boven, uit de shit. Eerst kan ik dat nog niet voelen maar ik zeg het tegen mezelf… ‘There is no such thing as a problem without a gift for you in its hands’. Een mantra roep ik aan die ik herhaal en herhaal. Ik probeer zoveel mogelijk in het nu te blijven. Staan waar ik sta en mijn voeten voelen op de grond, mijn ademhaling volgen voor zover ik kan zonder afgeleid te worden, de afwas doen met mijn volle aandacht bij het sop, de vuile borden en de beweging van mijn handen. En ergens in dat ‘doen’ kan ik heel voorzichtig weer horen wat mijn hart zegt. Een moment dat ik herken omdat ik daarin het vertrouwen dat het goed komt zonder te weten wat het antwoord is, voel groeien. De mantra krijgt dan meer betekenis, het vertrouwen neemt langzaam over en ik voel dat ik los begin te laten. Mijn zorgen, mijn angsten, mijn oordelen, mijn frustratie, mijn verdriet… ze mogen er allemaal zijn zonder dat ik er wat mee doen moet. Ze zijn er omdat ze er moeten zijn. Ze zijn functioneel omdat ze me als bakens de weg zullen wijzen. Uit wat ‘niet-goed-voelt’, volgt als vanzelf ‘wat-wel-goed-voelt’, zonder de inmenging van mijn hoofd.

Begin dit jaar deed ik een wens. Ik wenste dat ik ergens mocht werken waar creativiteit de baas is, zonder beperkingen. De wens was er en gek genoeg had ik de eerste stappen daartoe al gezet zonder het me te beseffen. Ongemerkt en zonder die intentie was het aanvaarden van het hoofdredacteurschap van de Amigoe er niet om me er te houden, maar juist om er te vertrekken. Het geschenk dat ik niet zag.

Na een hele roerige periode ga ik morgen starten bij Landhuis Bloemhof. De opdracht is cultuur, kunst en natuur wijder verspreiden op de Curacaose kaart. In short… be careful what you wish for… it might make you happy!

elo op de bank

 

Van San Juan naar San Juan…

Hart in zoutpan Ben er even tussenuit…

Dag jongen…

HansFoto Een onbewaakt moment, Marcel van Duijneveldt.

In het bijzijn van een mooi publiek is op 1 augustus afscheid genomen van schrijver/journalist/neerlandicus Hans Vaders en tegelijkertijd de expositie ‘In memoriam Hans Vaders’ bij Landhuis Bloemhof geopend.

Hans overleed vrij plotseling op 15 juli na een kort ziekbed. Die shock kwam hard aan bij zijn ‘incrowd’ die bestaat uit zijn naaste familie en goede vrienden die veelal in het creatieve vak werkzaam zijn. “We kunnen hem niet zo maar laten gaan… we moeten iets doen.” Dat was de eenduidende boodschap. Het werd een afscheid annex expo omdat Hans Vaders niet alleen voor zijn eigen kring maar ook voor Curacao van betekenis is geweest. Samenwerken en delen… geheel in de geest van Hans werkten dochters Manja en Marije samen met  Ana van Leeuwen, Marcel van Duijneveldt, Herman van Bergen en het team van Landhuis Bloemhof om dit moment van afscheid op waardige wijze te markeren. Omdat niet alleen Hans dat verdiende maar ook om zoals het creatieve zielen betaamt -ze kunnen niet anders- ‘iets’ te doen met wat verloren is gegaan. In minder dan twee weken tijd werd er een expositie in elkaar gezet waaraan hard is gewerkt, tussen de tranen door.

Mooie woorden waren er afgelopen zaterdag te beluisteren van Brede Kristensen, vriend  en literatuurcriticus, en misschien wel Hans beste sparringpartner wanneer het om kennis van diepere zaken ging. Kleindochter Chantal Melendez droeg voor uit het boek dat haar opa aan haar opgedragen had. Een mooie passage uit ‘Terug tot Tovar’ viel het publiek ten deel. Ook woorden van uitgever Franc Knipscheer werden middels Jeroen Heuvel aan dit afscheid toegevoegd. Een spontaan eerbetoon werd gegeven door pianist Andre Dicke die zich aanmeldde omdat hij iets voor Hans wilde doen. “Ik heb altijd zo genoten van zijn columns.” En uiteraard werd er gerefereerd aan en voorgedragen uit het werk dat Hans achterliet met als pièce de résistance een opname van de stem van de overleden schrijver zelf die het gedicht Indjan voordroeg bij een verlichte Kathedraal van Doornen.

expo hans 2 expo HansEen waardig eerbetoon want de man die in de jaren zeventig naar Curacao kwam als Neerlandicus voor het Peter Stuyvesant College en die ons land op meedogenloos kritische wijze tegen wil en dank aan zijn hart sloot, overleed te vroeg. Veel te vroeg. Slecht vijf boeken liet hij achter: Otrobanda, berichten van de overkant, Tropische Winters, Terug tot Tovar, De Vodkadrinker en Kate Moss in Mahaai (dichtbundel) in samenwerking met kunstenaar Herman van Bergen. De hertaling (zoals Hans dat noemde) van het laatste boek in het engels genaamd Clenched Hour is nog niet bij een uitgeverij beland. Maar een ding is zeker: uit het werk dat Hans achterliet komt een veelzijdigheid in schrijven naar voren die zoals Brede Kristensen het noemde misschien wel onderschat is. “Wellicht dat Hans dan tot die schrijvers gaat behoren wiens werk pas na hun vertrek echt de waardering zal krijgen die het verdient.”

In elk geval werd afgelopen zaterdag duidelijk dat Hans Vaders gewaardeerd werd. Door collega’s, door vrienden, door lezers en door liefhebbers van taal. Mooi was het om te ontdekken dat de eerste student van de University of Curacao zich al gemeld heeft om op Hans Vaders en zijn werk af te studeren.

En wie weet… Hans was aan het werk met iets nieuws. Over wat hij achterliet zullen de experts zich buigen. Het zou me niks verbazen als Hans postuum nog  van zich laat horen. Voor nu is het “Dag lieve jongen. Nos lo sinti bo falta.”

 

De expositie in Landhuis Bloemhof die een kijkje biedt in het schrijversleven van Hans Vaders is nog tot en met 8 augustus te bekijken.

 

Sight for…

blote jongens twee “Ki tipo di bario bo ta biba den, Elo?” Het was mijn zus die me deze vraag gekscherend stelde toen ik haar deze foto stuurde. Ik snapte haar punt. De scene heeft iets ‘gangsta-style’-achtigs. Met dank aan alle stereotypering die wij in beeld en geluid ‘ongevraagd’ voorgeschoteld krijgen. Associaties zijn vanuit die voorprogrammering snel gemaakt en dat zegt veel over hoe wij denken of geacht worden te denken. En ja, ik denk dat de opmerking van mijn zus, die zij overigens als grap maakte, voor veel mensen de lading wel dekt.

Het scenario dat zich op deze foto’s afspeelt, vond plaats in mijn tuin. Ik kwam erin thuis. Vijf half ontblote kerels stonden auto’s te wassen. Achttien plus en een soort van ‘kind aan huis’. blote jongens‘Dag, tante’, klonk het dan ook toen ik het hek binnenstapte. Ik werd er vrolijk van en een beetje stout. Met een kop koffie ben ik op de porch gaan zitten en bekeek deze spontane carwash. What a sight for sore eyes, dacht ik. Ik mag dan ‘tante’ zijn, maar ik ben behalve moeder van een van deze bloterikken ook nog vrouw.  Ik weet heus wel dat dit waterspektakel alleen maar in mijn tuin plaatsvond omdat ik in het gelukkige bezit ben van een stofzuiger.  En ik weet ook dat dit clubje soon to be real men zich graag presenteert als volwassen macho’s die de mond vol hebben over vrouwen of in het kader van deze setting ‘tha bitches’. Zeker wanneer ze onder elkaar zijn zoals met deze carwash. De vrouwonvriendelijke taal galmde door de straat.

Ik besloot ze te plagen. Eerst liet ik ze afstand doen van enig recht op de foto’s die ik zou maken of wat ik ermee zou gaan doen. Ze kennen me en lachend wapperden ze mij hun toestemming toe. En ik begon te schieten. Stoer poseren werd al gauw geinen en geinen werd verlegenheid. “Zo”, zei ik “Het is wat. Kom ik thuis staan er vijf ‘naakte’ kerels in mijn tuin. Dat doet een 47-jarige vrouw best goed hoor!”

In no time waren de shirts weer aan, was de macho-klets heel ver weggezakt en werd er snel de laatste hand gelegd aan de bolides die van hun moeders zijn. “Dag, tante.” En weg was de carwashgang.

Mijn auto hebben ze niet gewassen… voor straf, denk ik.