Even…

In je niet-zijn ben je

volop aanwezig

en kan ik

bij je langs,

voor even

 

Even, om de lijnen

van de tijd in je

gezicht aan te raken

 

De echo van een lach

onder mijn vingertoppen

Een verdampt tranenspoor

heeft zijn weg gevonden

in de groeven die de

liefde er achterliet

 

Even nog,

wil ik bij je zijn

om de geheimen

van je gezicht

af te lezen

die het leven

erin heeft geëtst

 

Alle lijnen ga ik langs

ik voel waar het brandt

waar het fonkelt

en waar het smeult

voor even

ben ik weer bij jou

 

En dan

 

laat ik je

weer zijn

 

in je niet-zijn

 

Change

If you knew that you would die today

If you saw the face of God and love

Would you change?

Would you change?

If you knew that love can’t break your heart

When you’re down so low you cannot fall

Would you change would you change?

How bad how good does it need to get?

How many losses how much regret?

What chain reaction

What cause and effect

Makes you turn around

Makes you try to explain

Makes you forgive and forget

Makes you change

Makes you change

If you knew that you could be alone

Knowing right being wrong

Would you change?

Would you change?

If you knew that you would find the truth

That brings a pain that can’t be soothed

Would you change would you change?

How bad how good does it need to get?

How many losses how much regret?

What chain reaction

What cause and effect

Makes you turn around

Makes you try to explain

Makes you forgive and forget

Makes you change

Makes you change

Are you so upright you can’t be bent if it comes to blows

Are you so sure you won’t be crawling

If not for the good why risk falling

Why risk falling

If everything you think you know

Makes your life unbearable

Would you change?

Would you change?

If you’d broken every rule and vow

And hard times come to bring you down

Would you change?

Would you change?

If you knew that you would die today

If you saw the face of God and love

Would you change?

Would you change?

If you saw the face of God and love

If you saw the face of God and love

Would you change?

Would you change?

Songwriters CHAPMAN, TRACY L

Published by Lyrics © EMI Music Publishing, Universal Music Publishing Group

Verlangen en de kunst van het verdragen

Hans met nieuwe tanden 2014
‘Doe wat je doet’, het is een gezegde dat ik ken uit de Boedhistische Zenstroom. Een gezegde dat wanneer je het serieus neemt een zeer grote impact kan hebben op hoe je je leven leidt. Volledig en in volle aandacht alleen maar doen wat je aan het doen bent. Geen afleidende gedachten, niet vluchten, alleen maar daar zijn waar je bent en een zijn met waar je mee bezig bent. Wie daar een fractie van ervaren heeft, weet hoe het voelt om heel dicht bij jezelf te zijn.

En soms ontmoet je in je leven een ander mens die alleen maar door te zijn wie hij of zij is als een cadeautje je hart inspringt en zonder medidatie of de bijbehorende bedwelming van wierook vanuit het niets eenzelfde effect op je heeft. Hans Vaders was voor mij zo een iemand. Schrijver, journalist, Boeli-liefhebber, dichter, krantenman, columnist. Ik kon mijn geluk niet op toen ik hem ontmoette. Wat een rijkdom om op in te kunnen pluggen. En tot mijn mazzel was die liefde wederzijds.

Hans en ik laveerden langs dezelfde lijn in het leven. Hij aan de ene kant en ik aan de andere maar wel heel dicht tegen het midden aan. We keken naar het glas, zagen de grens en waar ik koos voor halfvol, koos hij voor halfleeg waarbij we elkaar zo nu en dan over de ‘streep’ trokken. Het leven is een eigenaardig iets. Maar wat je er ook van zeggen wil, het is er om geleefd te worden. Niet in het verleden, niet in de toekomst maar in het nu. Wat dat ‘nu’ ook voor je betekent en hoe je daar ook tegenaan wil kijken. Het is de ervaring waar het om gaat en wanneer het je gegeven is die ervaring op papier te kunnen zetten dan heb je een geschenk in handen. De kracht van de pennestreek die van een geleefd leven verhaalt. Daar gaat het om.

Ongeacht de insteek werd Hans mijn coach, mijn biechtvader en mijn vergevingsgezinde criticus. We deelden de passie voor de Nederlandse taal, de verwondering over dit land en het schrijversschap in de vele verschillende facetten waarin wij beiden uiting gaven middels onze pennestreken. Zijn ervaring was een schatkamer voor mij, waarin ik mocht rondneuzen en waar niks ‘verboden’ was. “Neem maar mee wat je gebruiken kan”. Ik op mijn beurt heb hem regelmatig van zijn a propos gebracht door een spontane zoen of een aai over zijn bol. Zo kundig en begaafd als hij was in het verwoorden van zijn verlangens en het verdragen ervan, zo klungelig en onhandig kon hij zijn in het ervaren van affectie die hem vanuit het niets overviel en waarin ik hem voor heel even meesleepte in het volle deel van het levensglas.

Het ging er niet om wie er gelijk had. Of welke levensvisie je nou gelukkiger maakt. Het ging om de woorden en om de impact die het geschrevene maakt. En om het zo dicht mogelijk benaderen van datgene dat je voor ogen staat. Hans was een meester in het balanceren tegen de grens van zijn midden van het glas. De ruimte waar verlangen naar en het verdragen van wat (niet) is aan de lezer wordt blootgesteld. Laag voor laag gefileerd en tot op het naakte bot uitgebeend maar niet zonder ook het verlangen weer te geven dat het toch zo maar ook anders kan zijn. Waar Hans met zijn woorden haast stil kon liggen tegen zijn grens, schommelt mijn pen nog tegen de mijne aan. Oefening baart kunst en het is de kunst waar het uiteindelijk om gaat. Ooit op een dag zal hopelijk ook ik de kunst van dit stilliggen beheersen. En wanneer het zover is, zal Hans -waar hij ook is- de eerste zijn die ik dat laat weten.

Hans is op 15 juli na een kort ziekbed overleden. Een stuk van mijn hart nam hij mee. En dat is prima, want dat behoorde hem ook toe.

Anders

ajo Het woordenspectrum is voor mij vaak een speelveld waarin ik graag rondjakker en stoei. Het is ook een plek waar ik zo nu en dan ronddool zonder dat ik weet welke woorden ik kiezen moet omdat ik ‘overwhelmed’ ben en nog niet zo goed weet welke woorden het beste passen bij dat gevoel. En zo nu en dan komt er dan iemand langs die dit eerder weet te pakken dan ik. Zoals deze week, nu bekend is geworden dat ik mijn functie als hoofdredacteur van de Amigoe neerleg. Op Facebook plaatste collega Dick Drayer er een column over die tot nogal wat reacties leidde. Graag deel ik deze keer een bericht dat ik hierover mocht ontvangen. Ik jat even een ‘vaste prik’ van Yves Cooper, een andere collega:Via ‘den mi inbox’ kwam dit bericht binnen:

“Je zit in een periode van hevige tegenwind. Je Pipa vliegt langs je weg/heen, de vastigheid van je werk moet je los laten na veel rumoer bij deze wind en nu vliegt ook Hans Vaders van je heen. Een vacuüm dreigt. Een ding is zeker, je zal standvastig meebuigen met de wind maar die windkracht wel doorstaan! Als deze wind gaat liggen, als het weer rustig wordt, dan zal blijken hoe standvastig je op je plaats bent blijven staan. Ik zou willen dat ik je wat windluwte zou kunnen geven.”

Ik vond het mooi om dit te lezen. De schrijver van deze e-mail ‘pakte’ voor mij de essentie op van de afgelopen periode. Storm in en om me heen. En zonder enig oordeel te geven, liet hij me weten dat alles -hoe dan ook- altijd goed komt. Linksom of rechtsom, uit de lengte of uit de breedte… elke verandering gaat niet alleen gepaard met weerstand maar ook met nieuwe kansen en mogelijkheden. Het gaat om het maken van keuzes die bij je passen en die je op je pad houden. Daartoe hebben we soms een storm nodig. Opdat we in de luwte van de wind erna beseffen wat het is dat er voor elk van ons echt toe doet.

Ik ben dan ook dankbaar voor mijn storm. Dankbaar voor de ervaring bij de oudste krant van Curacao waar fantastische mensen werken die blijven buffelen in een tijdperk waar het voortbestaan van dit medium steeds meer onder druk staat. Als er een ding is wat me goed heeft gedaan de afgelopen dagen dan is dat er zovele mensen zijn die de pers en het vrije woord nog altijd aan het hart gaat. Van daaruit verder.

 

Niet denken

engel met vinger

Dat is wat er gebeurt wanneer ik aan de tafel ga zitten die geurt naar de zee. Van alles ligt er. Steentjes, schelpjes, verkalkt zeewier en koraal dat door de werking van de zon, de zee en het zand verworden is tot de vorm die ik op het strand vind en oppik. Vanachter die tafel gaan mijn handen als vanzelf aan het werk en ontstaan er uit al die losse stukken nieuwe verbindingen. Het denkende deel van mijn hoofd staat uit en heel vaak ben ik door wat er zich onder mijn vingers vormt blij verrast.

Nog leuker is het om met iemand in gedachten aan die tafel te gaan zitten. Dan tune ik in bij wat die persoon en ik met elkaar delen. Opnieuw zet ik het denken stil en ik kom terecht bij wat ik daarbij voel. Mijn handen worden aangedreven door wat mijn hart opmerkt en ze bewegen. Bijna als vanzelf. En zo ontstond ook deze figuur die ik maakte voor een kanjer van een vrouw. Warmte zit erin verweven, bewondering en kracht. Alle proestbuien van het lachen heb ik er ook in gestopt. Het vingertje van deze ‘engel’ was er zomaar opeens en ik toen ik het zag, schoot ik in de lach. Ja, dat zou ze wel waarderen… deze knipoog naar wat niet kan of mag. Hoezo niet? Echt wel!

Met elk bezoek aan mijn herinneringen vloeien gevoelens terug naar die tafel met steentjes en worden zij omgezet naar ‘iets’ concreets dat ik weg zal geven. Wat bij mij blijft, is de verankering van die gevoelens die de ander met mij heeft gedeeld.

#zeedingen

De trap van Hato

Trap hato

Daar is hij weer. De acute verpester van mijn humeur. Ik hoef maar aan hem te denken en ik voel de tranen achter mijn ogen branden. Een Pavlovreactie op het aanstaande geweld waarmee zijn onvermoeibare mechanisme mijn hart tot gruis vermaalt zodra ik een stap in zijn richting doe. Moet doen. Want hij en ik zijn tot elkaar gedoemd. Niet dat het hem wat kan schelen, het is nogal een eenzijdige relatie die ik met hem heb. Eenrichtingverkeer is het, telkens wanneer ik hem ontmoet. En hoe kortstondig die momenten ook zijn, ze zijn uiterst pijnlijk. Op het scherpst van de snede zetten mijn zintuigen zich schrap. Ik haal diep adem. Observeer en overweeg hoe ik het deze keer aan zal pakken. Maar vaak voordat ik voet op hem zet, heb ik al verloren. Een stap en ik word meegevoerd in de verkeerde richting. Weg van huis.

Mijn hand is loodzwaar maar ik zwaai. Door een waas kan ik nog net onderscheiden van wie ik afscheid neem. Steevast duurt deze ontmoeting met hem te lang. En telkens weer vraag ik me af hoe vaak mijn hart dit nog verdragen kan. Ergens halverwege bijt ik op mijn lip. Een grommend chagrijn vult mij. En wanneer ik van hem afstap, ben ik murv. Tot ver nadat ik mijn bestemming bereikt heb. Zo is het altijd gegaan.

Vandaag sta ik er weer. Voor de martelgang. Hij ligt daar zoals altijd op mij te wachten. Even vraag ik me af of dat mechaniek van hem niet inmiddels aan het roesten is. Dat moet haast wel met de watervallen die ik op hem achter gelaten heb. Het is een betekenisloze gedachte, zomaar een spinsel ergens in mijn hoofd. Ik kijk naar hem, zie hem met zijn trappen rollen. Het paspoort ligt al in mijn hand. Met alles wat ik in me heb, maak ik de toenadering. Ik plaats mijn voet op hem. Heel bewust en met volle overtuiging. Mijn borst gevuld met Curacaose lucht. Mijn lucht. Verzameld in mijn land. Deze keer voert hij me weg van huis om weer terug te keren. Deze keer ben ik het die wint.

trap

#Trap Hato

Welcome back home sis

Tussenstation…

De geslaagden van de Havo/Vwo-opleiding die het Radulphus College al sinds jaar en dag verzorgt, kwamen gisteren samen op het Radulphusplein om hun namen te horen afroepen. Onder het trotse oog van familieleden van allerlei pluimage. De champagne vloeide rijkelijk, de confettikanonnen schoten losse flodders en de balonnen waren niet van de lucht. De ontlading na een periode van spanning die een eindpunt maar ook een nieuw startpunt markeert.

Op een tussenstation zijn ze aangeland waar voor even gelaafd en gefeest mag worden. Een plek waar ook de herkansers en de druipers gauw genoeg aan zullen komen. En dan, op een bepaald moment, zullen zij gescheiden worden door de vele verschillende wegen die zij in zullen slaan. Het tussenstation wordt dan het startpunt van vertrek en zal geduldig op hen wachten totdat de cirkel rond is en het vertrekpunt ook het eindstation zal zijn. Dat is althans de hoop maar ook de vrees… dat deze aankomend professionals terug zullen komen om hun beste krachten aan de plek te geven waar ze vandaan komen.

Radulphianen

De hoop leeft nu. Nu zij nog op het tussenstation staan en alles mogelijk is. De vrees komt later omdat die zich pas echt voor gaat doen op het moment dat deze jonge mannen en vrouwen hun talenten en kwaliteiten hebben omgezet in kwalificaties en diploma’s en opnieuw keuzes zullen maken, zoals een paar jaar daarvoor op dat tussenstation waar zij nu staan.

geslaagd kln Is het land waar zij vandaan komen tegen die tijd ontwikkeld genoeg? Zijn er mogelijkheden voor deze young professionals dan? Kansen op het opbouwen van een leven dat hand in hand zou moeten gaan met de verdere constructie van het moederland. De ondergrond daarvoor moet gelegd worden door hun voorgangers. Door hun vaders en moeders die het tussenstation al passeerden en er het eindstation van maakten. Mensen zoals jij en ik, die gisteren het succes van onze kinderen met hen meevierden.

Daar dacht ik aan gisteren. En aan al die young professionals van eerdere lichtingen die terug willen komen maar ontdekken dat het land en de mogelijkheden voor hen nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn om hen de vruchtbare bodem te bieden waarop zij kunnen bloeien. We zijn er nog niet. En nee, dat ligt niet aan de overheid. Of aan de een of andere zoveelste kabinetscrisis. Het ligt aan ons, de eerdere eindexamenkandidaten, die zich samen met onze kinderen gisteren hebben gewenteld in hoop. Wij zullen er harder aan moeten gaan trekken om de ondergrond te leggen voor hen die nu op het tussenstation staan. ‘We zijn klaar’, joelden de jongeren gisteren. ‘We zijn klaar. We hebben ze afgeleverd,’ verzuchtten de familieleden van allerlei pluimage gisteren.
Niets is minder waar… het is nog maar net begonnen.

Ook te lezen op Website Koninkrijksrelaties

In afwachting…

Twee Radulphianen heb ik teruggeleverd aan mijn oude school. Een ervan heeft eindexamen gedaan. De ander gaat straks met een overmacht aan ruime cijfers naar de vierde klas. Traditiegetrouw sluiten we het schooljaar af met ‘iets lekkers’ na het laatste proefwerk. Dan heb ik ze even helemaal voor mezelf. Ik luister naar ze, kijk naar ze en mijmer over kleine babyvoetjes en verlang zelfs heel af en toe terug naar het luiertijdperk. Maar dat laatste hou ik bij me. Dat is van mij en heeft niets meer te maken met de hoogstandjes die de beide heren afleveren in hun tijd. Morgen weten we of de een geslaagd is. Later deze maand weten we met welk gemiddelde de ander is overgegaan. Voor nu zit ik van mijn mooie mannen te genieten. En droom ik zo nu en dan,stiekem, een beetje terug.

jesse 18

Merijn 2015

Doppen

of ik nog honderd uren met je praat

ik weet bij voorbaat al dat het niet baat

je zult je eigen wereld zelf moeten ontdekken

je eigen pieken en je eigen zwakke plekken

en daarom zeg ik jou nog een keer heel beknopt

geen ander dopt jouw peultjes zoals jij ze dopt

                                                       Toon Hermans

                                                       Uit: Alles is heimwee

 

Het boekje werd ten afscheid in 1987 in mijn handen gedrukt. ‘Voor Loodje van Pipa Jan’ stond in de opdracht en ‘Blijven doppen, meiske’. We stonden op Schiphol. Ik zou achterblijven, hij zou teruggaan naar Curacao. Het was mijn tweede jaar van studeren en het weg zijn van huis viel me zwaar. De titel van het boek ‘Alles is heimwee’ was dan ook een hele rake. Het gedichtje ‘Doppen’ ergens halverwege het boek had hij van drie sterren voorzien. Zo van: Denk erom, deze is belangrijk.

Aanvankelijk voelde ik me door dat gedichtje teruggeworpen op mezelf en nog meer alleen dan daarvoor. Het waren zijn woorden voorin het boekje waar ik aan vasthield. ‘Blijven doppen, meiske’, daar sprak vertrouwen en aanmoediging uit in een tijd waarin ik nog dacht dat ‘blijven doppen’ een eindstation zou kennen.

In de loop der jaren nam ik dit boekje vaak ter hand. Meer en meer werd mij duidelijk wat dit – op het oog zo simpele- stukje poezie aan betekenis in zich droeg. ‘Doppen’ en ik raakten vergroeid met elkaar en onderweg ontdekte ik steeds weer een nieuwe dimensie in de betekenis ervan. Het idee van een ‘eindstation’ sneuvelde en ik leerde inzien dat ‘doppen’ bij het leven hoort. Zo dopte ik door mijn echtscheiding, de dood van de vader van mijn kinderen, het verlies van een aardse liefde en al de andere keren dat ik viel en weer op moest staan, heen.

Een paar maanden geleden haalde ik het boek uit mijn kast en nam het mee naar  mijn ouderlijk huis waar ik het de gulle gever van toen in de handen drukte. Het ‘blijven doppen’ dat hij me bijna dertig jaar geleden toegewenst had, vond een weg terug naar hem die het er nu zelf moeilijk mee had. ‘Ach, kijk nou’. Een glimlach van herkenning en een trip naar memory lane vielen ons ten deel. En ik liet het boekje een poosje bij hem achter. Me realiserend dat ‘Doppen’ alweer een nieuwe dimensie had gekregen.

Tijdens zijn begrafenis besefte ik dat de cirkel rond was. Ik keek naar mijn twee jongens die precies drie jaar eerder bij de kist van hun vader stonden. Samen met hun twee grote broers en ik. Mijn twee jongens die het zo vaak niet met elkaar eens zijn, stonden hier nu innig ineengestrengeld  en namen afscheid van hun grootvader. Mijn eerste reactie was om dit moment met hen te delen. Ik was al onderweg maar hield in. Dit was van hen samen. Dit was hun manier van ‘doppen’. En ik begreep wat mijn Pipa gevoeld moest hebben toen hij me, in tranen, in 1987 op Schiphol achterliet.

Doppen Met dank aan Alex Roose die dit moment vastlegde

 

 

 

Los

In ode aan de wonderlijke werking van het hoofd

Los