Voor hij vertrok…

engelen (2)

 

Voor hij vertrok,

liet hij zijn vertrouwen in jou

bij je achter

Hij plantte dat in je

zonder dat je het in de gaten had

gaf het aandacht

en hielp het groeien

zodat je later,

ergens onderweg op je eigen pad,

zou ontdekken

dat zijn vertrouwen geruisloos

in het jouwe is overgegaan

 

Zijn liefde voor jou

reist ook niet met hem mee

want die was altijd al van jou

Hij heeft je zijn hart gegeven

je erin gekoesterd

en lief gehad

ook als je dat niet

altijd zag

Liefde kreeg je

om de liefde alleen

zodat je haar om leerde zetten

in liefde voor jezelf

en daarmee voor de ander

Die boodschap leeft nu

in jouw eigen hart

 

Zijn waardering voor jou

hoefde hij ook niet mee te nemen

die droeg hij aan je over

in de knipoog die hij je gaf

en in de fonkeling die

daar woonde

om je even, zo maar uit het niets,

te laten weten

Dat je er wezen mag

 

Zijn trots op jou

heeft hij je al eerder teruggegeven

die zat in woorden verpakt

waar hij zuinig op was

maar die raakten als hij ze uitsprak

dat blijft van jou

om je eraan te herinneren

-wanneer je dat nodig hebt-

wat je in je mars hebt en

dat je vaak veel verder kan komen

dan je zelf denkt dat je kan

 

Zijn vriendschap met jou

laat hij in jouw handen achter

Alles wat hij van je gekregen heeft

en alles wat hij je gaf

Voor jou is de tijd die je samen

hebt doorgebracht

waarin zijn klaterlach,

zijn broederlijk zwijgen,

en ja ook de woorden van een

heftige discussie zijn gevat

Zodat je je niet alleen herinnert

wat er tussen jullie gezegd en gezwegen is

maar dat je ook

zo nu en dan eens

terugdenken kan

aan je eigen vermogen

om voor iemand

een echte vriend te zijn

 

Zijn dromen voor dit land

en haar mensen

gaan ook niet met hem mee

die heeft hij geleefd en gedeeld

en daarmee zijn die dromen

onder jou en vele anderen

voor hij vertrok

al verdeeld

 

Hij is vertrokken

maar

in wat hij

bij jou

heeft achtergelaten

zal hij

altijd bij je zijn

 

Pipa

Pipa

Het woord kwam als een gift. Het werd me aangereikt nadat ik de worsteling erover had losgelaten. ‘Pipa’ was het antwoord. Ik oefende het eerst in mijn hoofd voordat ik het op mijn lippen nam. Ik moest er zelf ook nog aan wennen. De eerste keer dat ik het voorzichtig voor mezelf uitsprak was vreemd. Ergens verwachtte ik dat er een luid protest zou klinken, of dat ik van binnenuit een steek zou krijgen. Dat mijn geweten samen met mijn loyaliteit het op een een-tweetje zouden zetten… Maar er gebeurde niets. Behalve dat ik een warm gevoel aan het uitspreken van het woord overhield. Dit was goed. Pipa, zo zou ik hem voortaan noemen. Deze man die niet mijn biologische vader was.

Hij kreeg het van mij eerst te lezen. Op een vaderdagkaart. Het was mijn cadeau aan hem. Ik durfde het nog niet tegen hem te zeggen. Wist niet of hij het aan zou nemen. Wachtte zijn reactie met spanning af. Hij las dit nieuw geboren woord en nam het onmiddellijk aan. Ik meende zelfs te ontdekken dat hij er natte ogen van kreeg.

Tussen hem en mij bleef het Pipa van toen af aan. We zouden er verder samen een invulling aan geven. En dat hebben we de afgelopen 35 jaar gedaan waarin het antwoord dat ik als kind in handen kreeg als een gift in een moeilijke tijd zich van de betekenis van de letters heeft ontdaan. Ik was een van zijn vijf kinderen en Pipa was mijn vader.

Handen

Lieve Pipa, rust zacht

Alles is heimwee

Zee


ik wil alleen zijn met de zee
ik wil alleen zijn met het strand
ik wil mijn ziel wat laten varen
niet mijn lijf en mijn verstand

‘k wil gewoon een beetje dromen
rond de dingen die ik voel
en de zee -ik weet het zeker-
dat ze weet wat ik bedoel

‘k wil alleen zijn met de golven
‘k wil alleen zijn met de lucht
ik wil luist’ren naar mijn aadem
ik wil luisteren naar mijn zucht

ik wil luist’ren naar mijn zwijgen
daarna zal ik verder gaan
en de zee – ik weet het zeker-
zal mijn zwijgen wel verstaan

uit: Alles is Heimwee van Toon Hermans

Mist

stormy_sea_painting-t2De man voor me is een schim van de man die ik ken. Dat denk ik terwijl ik kijk door de mist waar mijn hoofd zich in bevindt. Waar zijn de kracht, de standvastige eigenzinnigheid, zijn passie en het aan het waanzin grenzende geduld gebleven? Wie is deze schim die vervaagt voor mijn ogen en aan wiens wegebbende herinnering ik me door mijn tranen heen vast probeer te klampen. Om bij me te houden de man die hij eens was.

Hij leeft de facade waarin hij los moet laten wie hij nog altijd wil zijn. Hij is een losgeslagen schip op een meedogenloze zee maar nog niet bereid daaraan toe te geven. Bij tijd en wijlen ziet hij licht aan de horizon, voor even, en dan weer is zijn focus gericht op de storm waarin hij leeft en die zijn tocht naar de horizon onderbreekt. En hij blaft, schreeuwt naar het kolkende water waarvan hij met een elk uur groeiend besef moet erkennen dat hij er geen zeggenschap meer over heeft. Hij loeit naar zijn vooruitzicht. Vervloekt dan waar hij nu is. Op dit schip waarvan hij niet meer begrijpt waarom dit het zijne moet zijn.

Het licht aan de horizon streelt voor even zijn gezicht. Rondom het dolle schip springen vliegende vissen. Middenin de storm valt de woede stil en het zeezout mengt. Met zijn zilte tranen. Het hart pompt met volle snelheid ontroering door zijn aderen heen. Totdat de storm in hem weer oplaait en hij opnieuw zijn mannetje moet staan. Op deze zee en op dit wrak zal hij verder en verder gaan. Zal hij moeten nemen wat komt en moeten laten wat was. Met elke slag en stoot. Net zolang totdat zijn schip met hem ten onder zal gaan.

De man voor me is geen schim, niet iemand die ik verloren heb. De man voor me zit op de voorsteven van zijn onbestuurbare schip. Hij tuurt naar de horizon over de golven. Dansende vissen aan zijn voeten. Reizend op zijn reis, zolang hij nog reizen kan. En in hem zie ik nu niets anders dan wie hij geweest is, wie hij is en altijd zal zijn. Het is de mist in mijn eigen ogen die me daarvan weerhield.

 

Het kan verkeren…

elo spiegel 2010‘Wow, mam. Je hebt al een selfie gemaakt toen niemand nog selfies maakte.’ Mijn zoon rommelt door de foto’s op mijn computer. Vol bewondering kijkt hij me aan en wijst op de foto die hij gevonden heeft. Het is er eentje uit 2010. Met een digitale camera gemaakt.

Ik moet lachen, overweeg even om dit compliment van ‘de zaak ver vooruit zijn’ te laten voor wat het is  -het gebeurt niet zo heel vaak dat je als ouder van je kinderen te horen krijgt dat je ‘totally cool’ bent- maar besluit dan toch iets te zeggen. In het kader van de realiteit en in de zin van ‘never miss an opportunity to educate your kids’ (bah, mam). “Mensen zijn zolang ze bestaan al in een of andere zin ‘selfobsessed’. En ze maakten portetten, tekeningen en toen dat kon foto’s van zichzelf, schatje. Toen noemde we dat alleen geen selfies maar zelfportretten. Het woord is nieuw. Het gegeven is zo oud als Methusalem.” Ik zeg het terwijl ik op mijn telefoon op zoek ben naar de laatste selfie die ik maakte.

Op zoek gaan in mijn telefoon is een hele klus. Feitelijk voel ik me vaak net zo oud als de Methusalem waar ik net nog naar verwees, zeker wanneer ik mijn kinderen op dat ding van hen bezig zie. Vlugge vingers hebben ze en snelle ‘links’ leggen ze in een digilogica die mij lang niet zo natuurlijk eigen is. Ik moet zwoegen om mijn weg te vinden in dat ding. En laat ik al helemaal niet beginnen over hoe die ‘selfie’ die ik niet kan vinden tot stand gekomen is. Mijn lippen zijn verzegeld vanaf het moment dat ik ontdekte dat je je telefoon niet omdraaien hoeft. Ik was veertien foto’s verder toen ik het doorhad. Er zit een knop op je telefoon…

elo 2014“Mam, laat mij maar. Jeazzz hoe moeilijk kan het zijn.”

Soms… soms zou ik een beetje minder moeder moeten zijn en mijn lippen ook moeten verbijten wanneer er een compliment van mijn kinderen voorbij komt dat, ookal weet ik dat het niet met de waarheid overeenkomt en gestoeld is op een gebrek aan kennis, moeten laten voor wat het is. Dan was ik behalve een suffe stuntel selfiemom ook een echte trendsetter geweest.

Terug naar de oorspronkelijke passie

“The future of journalism is the same as the past of journalism. Journalism is a disciplined attempt to ascertain the truth and to communicate this to a wide audience. In the past journalism had to struggle against bigger, stronger interests like commerce, governments and institutions – whose interests were not aligned with those of reporters trying to report the news honestly and fairly. Then there was the ‘golden age’ of big newspaper circulations and huge advertising revenues and well-susidized public broadcasting. But that age is ending, so journalism is returning to the old struggle: the poor reporter fighting a David versus Goliath battle against the huge corporations, systems, totalitarian regimes.” Robert Chesal

Wat is de toekomst van de journalistiek? Ik vroeg het aan Robert Chesal, de onderzoeksjournalist die samen met Joep Dohmen van het NRC het seksueel misbruik van katholieke religieuzen in Nederland aan de kaak stelde. Het was het nieuws van 2010. Chesal en Dohmen ontvingen prestigieuze prijzen voor hun werk, waaronder de Tegel. Chesal is tegenwoordig freelancer en doceert daarnaast over journalistiek op een universiteit. Hij verloor ondanks zijn prijzen zijn baan bij de Wereldomroep die in 2012 een zeer ingrijpende sanering onderging. Een gelauwerd journalist kwam zonder werk te zitten. Het kan verkeren. Het gebeurde gewoon. Want het geld was op.

Ik leerde Chesal kennen in 2010 toen hij op Curacao was voor onderzoek en ik hem interviewde. Behalve de warme vriendschap die daaruit is ontstaan, is er nog iets anders dat we delen: geen van ons beiden heeft een opleiding in de journalistiek genoten. Zo nu en dan sparren we over het vak waarin we werken en wat we tegenkomen. Het proces van de ontmanteling van de Wereldomroep maakte ik ook van heel dichtbij met hem mee. En dat gaf te denken, toen al. Over het vak en over de invulling ervan. Over de plek die het internet in de journalistiek inneemt en over de gevolgen daarvan. Niet alleen bij de Wereldomroep maar overal ter wereld heeft het on-line tijdperk slachtoffers gemaakt. Wrang is het om vast te stellen dat journalisten de eersten waren om over internet te berichten, maar er als laatsten adequaat op reageerden. Met alle gevolgen van dien. De systemen die waren opgezet om de journalistiek te beschermen en te behouden bleken ook onvoldoende opgewassen tegen de golf aan ontslagen en het failliet gaan van traditionele media.

Het antwoord dat Chesal op mijn vraag gaf, triggerde me om verder te denken. De toekomst is dezelfde als het verleden… Het beeld dat hij schetst is dat van de arme journalist die het opneemt tegen wantoestanden voor het hoge goed van waarheidsbevinding. Zo was het vroeger voordat de commercie zijn intrede deed en het verschil tussen journalistiek en public relations of marketing heel duidelijk was. Dat verschil is de laatste jaren alleen maar vager geworden. Sterker nog, de pr en de marketing moet het tegenwoordig mogelijk maken dat de journalistiek nog kan bestaan.

De tijd is veranderd. De portemonnee is op slot gegaan voor traditionele media. Wegens een Economische recessie of crisis en de haast eindeloze en efficiente mogelijkheden die het internet voor marketing en geld verdienen biedt. Een gegeven dat rechtstreekse gevolgen voor het journalistieke vak en daarmee voor de waarheidsbevinding. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar informatie en vooral naar waarheidsbevinding. Dat is een verworven recht geworden waar de facto niemand meer voor wenst te betalen. Want alles is gratis te vinden op het internet. Waar zet dat journalisten neer? In welke positie bevinden zij zich? En waar gaat het naartoe?

‘So journalism is returning to the old struggle: the poor reporter fighting a David versus Goliath battle against the huge corporations, systems, totalitarian regimes.’
72846_10151601960586070_1496020572_n
Wat overblijft, zullen de mensen zijn zoals Chesal hen beschrijft: De mensen met een passie voor het vak, misschien wel eigenlijk een roeping te noemen. En daarmee gebeurt iets wonderlijks: de journalistiek bevindt zich op het vlak van zelfreiniging. De echte gepassioneerden zullen overblijven. Met of zonder de journalistieke ondergrond uit de boeken. Zij die zich geroepen voelen op zoek te gaan naar de waarheid zullen hun vak blijven uitoefenen. Ze kunnen niet anders. Dat zijn de echte journalisten. En zij zullen als vanzelf gevonden worden door hen die nog echt willen weten wat er in hun wereld gebeurd en die beseffen dat voor dat grote goed ook betaald moet worden.

Code

Code van bordeaux

De code luidde als volgt:
1. Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.
2. Bij het nakomen van deze plicht zal de journalist opkomen voor de volgende twee beginselen: vrijheid in verantwoord bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van faire commentaar en kritiek.
3. De journalist doet zijn berichtgeving alleen berusten op feiten waarvan hij de bron kent. Hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen.
4. Bij het verkrijgen van nieuws, foto’s en documenten zal hij op faire wijze te werk gaan.
5. Hij zal bereid zijn elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze recht te zetten.
6. Hij zal het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie.
7. De journalist zal zich bewust zijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en zal al het mogelijk doen om discriminatie te voorkomen, gebaseerd op, o.a., ras, sekse, seksuele geaardheid, taal, godsdienst, politieke of andere meningen en nationale of sociale afkomst.
8. Hij zal als ernstige journalistieke vergrijpen beschouwen: plagiaat, laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen, het aanvaarden van steekpenningen, in welke vorm ook, tot het verrichten of het achterwege laten van enige publicatie.
9. Iedere journalist die deze aanduiding waardig is, beschouwt het als zijn plicht bovenstaande beginselen oprecht in acht te nemen. Met inachtneming van de algemene wetgeving van zijn land zal hij in beroepszaken slechts de rechtspleging van zijn vakgenoten erkennen; hij verwerpt elke tussenkomst van overheidspersonen of anderen.

Wellicht ten overvloede: Ik onderschrijf deze code en probeer elke dag naar eer en geweten te doen wat wat ik doe.

Ode aan een gentleman

gentleman Vanaf het bordes van het oudste hotel van Curacao kijkt een oude man in smetteloos wit een woedende menigte in. Borden hebben ze bij zich met protestteksten die hij herkent als van alle tijden. Naast hem de hotelmanager met een bezorgde frons op zijn gezicht, iets verderop, links en rechts van hen, strakke mannen in pak met oortjes in. Bij de trap, nog geen drie meter van de oude man af, staat een koelbox. Er neergezet als de terreinafbakening van een net plaatsgevonden annexatie. Een goedgevulde partijleider deelt flesjes koud water uit aan de boze mannen en vrouwen. “Laat je horen”, sist hij hen toe. “We pikken het niet langer. Racisten zijn het.” Een paar uur geleden zat deze man nog in het parlementsgebouw en schreeuwde hij ook, maar dan over andere dingen.  Radio en televisie is er. De film rolt en de toehoorders worden meegenomen op de golven van hysterie middels sluwscherpe woorden die komen uit de kelen van de verongelijkten.

Protest bij Avila foto Dick Drayer

De oude man in smetteloos wit wil naar de overkant van de straat. Van het bordes af van het hotel dat hij zelf creeerde. Naar de andere kant van de Penstraat waar zijn huisje staat. Hij knikt naar de man die hij zijn hotel heeft toevertrouwd en wuift de aanstalten van de mannen met de oortjes weg. Dan omvat hij zijn wandelstok een beetje steviger en zet zijn stappen op de trap.

Hij staat voor de menigte die van het hart geen moordkuil maakt en die een geluid uitstoot dat de oude man zich niet hoeft aan te trekken.  Het doet pijn zijn landgenoten zo te zien, dat raakt hem. De boodschap die zij bij zich dragen is er een waarvan hij de betekenis al decennia geleden heeft doorgrond. Ieder mens is gelijk. Zo simpel is dat. Het is jammer, o zo jammer, dat meningsverschillen nog altijd niet vanuit diezelfde boodschap beslecht kunnen worden. In zijn land, soms. Het is daarom misschien ook maar goed dat de boodschap van gelijkheid in vermeende ongelijkheid naar voren wordt gebracht. Zolang als nodig is, net zolang tot het niet meer nodig is.

De oude man loopt de menigte in nu. Onder het toeziend oog van de mannen met de oortjes en de waakzame zorg van zijn manager die elke stap die hij zet, als Argus volgt.  Zolang als hij hem volgen kan. De menigte opent zich en neemt de oude man op. Achter hem sluiten de gelederen. Hij wordt door hen opgeslokt. Zo lijkt het althans voor de manager die zijn nek uitrekt om het wit van de oude man zo lang mogelijk te kunnen volgen.

De oude man in het wit wordt omsloten door mensen met boze borden. Hier en daar oogst hij een blik die correspondeert met hun woede. Dan loopt er iemand op hem af. Een zwarte man met fonkelogen. “Meneer, meneer. kent u me nog?” Hij slaat zijn ogen op en kijkt in een glimmend gezicht. Herkenning. Een schouderklop en een brasa. “Hoe lang was het? Dat je in het hotel hebt gewerkt?”  Een brede lach is het antwoord op deze vraag. “Vijftien jaar, meneer. Net zo lang totdat ik genoeg had verdiend om voor mezelf te beginnen. weet u het nog?” De oude man knikt. Ja, hij weet het nog. “Kom, laat me u begeleiden. U wil naar huis, toch?”

Opgelucht haalt de manager adem. Het wit waar hij naar zocht is na een paar minuten aan de overkant opgedoken. De oude man, ongeschonden, loopt rustig keuvelend naast een man in het zwart op de stoep van de Penstraat. Tot aan de deur van het huis waar hij wezen moet.

Voor Nic Møller

hemingway-1

 

 

Praatstoel

stoelBen heel benieuwd wie de volgende zal zijn die op deze stoel zal zitten en een verhaal op laat tekenen.  Hij praat lekker…

Ontwerp: Pedro de Aldrey 

Introductie ‘Je voelt die klik’

Drie Curacaose vrienden…

webgroep

#mdpcuracao