Have a heart…

Whatever we do

is useless

when undertaken

for the sake

of knowing

better

 

Whatever we say

is senseless

when we throw

words around

just to be loud

not to be heard

 

Whatever we think

is madness

when all we can

access

for thought

is our mind

 

Oh, what a pollution

of the human kind

For what we fear

and want to get rid of

is what truly fuels

our actions

where all we

do, say or think

leads to more

senseless, mad

uselessness

 

Have a heart!

Toko ku Fe

christoffel 2010 kln

Erna heeft geen haast. Zaterdagochtend. Kom op zeg. Wie er ook nu al voor haar winkel zit, kan wel even wachten. En wachten zullen ze. Dat weet ze zo zeker als het gefluit van de chuchubi in de morgen.

Het zijn de dagen naar de aanloop van de behandeling van de moordzaak Wiels, er is net gisteren een nieuwe aanhouding gedaan en zij is de enige in de omgeving die van kranten wordt voorzien. Het nieuws van Bandariba wordt op Bandabou angstvallig bijgehouden. Of het nu om regenten gaat, moord, doodslag, een nieuwe miss voor ‘god-mag-weten-wat’ of een nieuwe ontwikkeling in het onderwijs. Wat aan de ene kant van de brug wordt beslist, sijpelt uiteindelijk ook door tot het vrije land daarachter. Behalve voor de vissers. Die maken hun eigen dienst wel uit.

Erna loopt vanaf haar huis de winkel in. De achteringang waar ook het brood wordt bezorgd. Een glimp op het verzwaarde hekwerk achter de glaspui bevestigt wat ze daarnet al dacht. Er staan tien klanten te wachten op het moment dat zij de deur van haar toko opendoet. “Bondia yufrou Erna” klinkt het in koor. Het steekt haar vanmorgen. Die zo geheten beleefde verwijzing naar haar ongetrouwd zijn. Ze is nog altijd ‘Yufrou…’ hier achter haar tralietoonbank. Een soort slotzuster is ze, zoals de nonnen in het klooster op Skerpene, maar dan eentje die wel zo nu en dan naar buiten mag.

De mensen die de toko binnen stappen kent ze allemaal. Stuk voor stuk. En hun geschiedenis ook. “Hoe gaat het met yufrou Erna’s moeder?” Nog zo’n opmerking die haar vandaag niet lekker valt. ‘Toko ku fe’ zo noemde haar moeder de nieuw op te richten zaak. Hoe lang geleden? Het voelt als honderd jaar. Honderd jaar waarin er niets veranderd is. En in het ziek-zijn van haar moeder ligt de angstaanjagende belofte besloten dat er de komende honderd jaar ook niets zal veranderen. Belofte? Nee, die weg is al ingeslagen. Het ‘bon dia shon Mimi’ is zonder dat ze er echt acht op geslagen had veranderd in ‘bon dia yufrou Erna’. De volgende honderd jaar zijn al begonnen.

Het hoofd van een ex-minister staart haar aan. ‘Aangehouden in verband met de moord op politicus Helmin Wiels’. Een schreeuwkop. ‘Hier, Yubi. En moet je de kranten van gisteren en eergisteren ook nog hebben? Ik heb je een paar dagen niet gezien.” Ze is begonnen. Handelt af zonder te vragen wie er het langst wacht. Ze weet dat Yubi er om half zeven al was. Er is dan ook niemand die protesteert. Yubi gromt iets en neemt zijn kranten aan. Ook die van gisteren en eergisteren. “Groet je vader voor me” Ze roept het tegen Yubi’s gebogen rug. Een hand gaat de lucht in. Yubi de zwijgzame zal Erna’s groeten overbrengen aan zijn vader die op de kranten wacht. En ook hij zal niets zeggen. Zo is die familie nu eenmaal. “Carlo, wat is het vandaag?” Ze doet een gok. Meestal is Carlo eerder dan Shurendella. “Nee, het is mijn beurt. Heeft yufou Erna een pakje sigaretten voor mij en twee potjes.” Erna schuifelt naar achteren. Gisteren heeft de baby iets met worteltjes gehad. Dat kind moet wel een beetje gevarieerd eten. Haar hand reikt naar een potje met rundvlees. Nee, toch maar de spinazie en een fruithap. Het is de tijd van muggen en daarmee van griep en verkoudheid. Onderweg terug naar de toonbank grijpt ze ook een pakje Richmond. “Je zou moeten stoppen met roken. Dat is niet goed voor je kinderen.” Shurendella lacht een beetje betrapt verlegen. “Mi sa. Mi sa. Pero yufrou Erna mes sa. Het is moeilijk.” Erna laat een tjuri horen. Het smakkende geluid van afkeuring krijgt geen bijval in de toko. Niemand durft. Een dergelijke steunbetuiging kan zomaar ineens in een aanval veranderen. Wanneer Erna haar oog op je laat vallen. Shurendella legt twee tientjes op de toonbank en maakt dat ze wegkomt. “Ik kom straks wel voor het wisselgeld… die kleine heeft honger.”

pan sera (2)Achter Carlo die nu geholpen wordt met kranten en beltegoed staat Paquito. Paquito is groot en heeft groot ontzag voor yufrou Erna. Haar bui is niet zo goed vanochtend en hij heeft brood nodig. Niets in de winkel verraadt dat het brood vanochtend ook bezorgd is. Er valt zelfs geen vleugje van een geur van versgebakken brood te bespeuren. De redding komt van Djaka. “Ey Erna konta? Tin pan fresku kaba?” Erna bevriest heel even. De wachtenden in de toko hebben als vanzelf ruimte gemaakt om de gespierde man die onder de tatoeages zit door te laten lopen tot aan de tralietoonbank. Ze kijkt hem aan over de rand van haar leesbril. “Yufrou Erna voor jou! Denk erom. En zou je niet eens netjes op je beurt wachten? Paquito… Hoeveel broodjes heb je nodig? Daar kwam je toch voor?” Paquito steekt drie vingers op en loopt even later met een papieren zakje dat hij haast niet in zijn handen houden kan naar buiten. Heet. Het brood is nog heet.

Carlo staat inmiddels midden in de toko zijn krant te lezen. Djaka, die eigenlijk Ernesto heet, moet zijn geduld oefenen aangezien hij vakkundig door Erna wordt genegeerd. Hij verdraagt het met een lach. Hij weet wie hier in dit stukje Westpunt de baas is. Carlo moet betalen en heeft alleen honderd gulden bij zich. “Ai dios. Niks kleiners Carlo. Shoot hombu. Ga maar. Betaal die krant maar een andere keer.” En Erna wappert hem weg. Dan is de beurt aan rasta ‘Peace’. Milieuafbreekbare wasverzachter zoekt hij. Dat is een uitdaging. Erna loopt weer naar achteren. Ergens heeft ze iets dergelijks liggen. Ze vindt een groene fles en loopt ermee naar Peace. “Dit of niks.” De rasta draait de fles om en leest het etiket. “Wie volgt?” Djaka steekt zijn vinger op. “Ben je er nog?” De opmerking levert een grijns op. Ze ziet dat hij er drie gouden tanden bij heeft. Hoofdschuddend draait Erna zich om. Het was zo’n leuke jongen. Vroeger. Deed het niet goed op school maar hij kon geweldig tekenen. Een tijdlang was hij weg van Bandabou. Naar Nederland zeiden ze. Anderen fluisterden van drugs en gangs. Djaka’s moeder had er nooit iets over los willen laten en ineens was hij terug. De rest liet zich raden. Erna verdeelt twintig pan sera over twee bruine zakken. Dat is wat Djaka gisteren heeft besteld. Met twee armen vol loopt ze terug.

Dan… consternatie. Djaka grijpt naar zijn achterbroekzak. Iedereen die nog in de toko is springt opzij of vliegt naar buiten. Peace heeft de fles wasverzachter uit zijn handen laten glippen. Erna ziet het gebeuren terwijl ze naar de toonbank loopt. Ze laat de zakken uit haar armen vallen. Twintig pan sera broodjes rollen over de vloer. De portemonnee die Djaka uit zijn broekzak heeft gehaald, is dik. Heel dik en zwaar. Zoals de stilte die nu gevallen is in Toko ku Fe van groot gewicht is. Djaka vertrekt geen spier. Rustig klinkt zijn stem. “Five second rule, yufrou Erna. Five second rule.” Hij wijst op de broodjes op de grond. Erna is weer ‘bij’ en verzamelt wat er op de grond ligt. Djaka neemt de zakken aan. Het geld heeft hij al op de toonbank gelegd. Twee briefjes en wat losgeld. “Felis dia” en weg is hij.

Erna staat het lege voorportaal van haar toko te dweilen. De wasverzachter die Peace uit zijn handen heeft laten vallen, geurt na in de winkel. Ze mopt de plakkerige zeep van haar vloer. Wanneer ze de mop uit de emmer halt en wil uitknijpen valt haar blik valt op het geld dat Djaka op de toonbank heeft achtergelaten. Er steekt een kaartje onderuit. Ze pakt het op en zet haar leesbril goed. ‘Ernesto Fontiles, tattoo artist and piercing expert’ staat erop.

Voor de niet-Papiamentstaligen: Toko ku Fe betekent vrij vertaald Toko met vertrouwen

 

 

 

A thousand laughs…

… and equally as many tears

robin williams

 

Ana Maria Concalves de Sousa

rechtvoor otrobanda (2)Het bezoek aan Kranshi is over in een vloek en een zucht. Ana Maria Concalves de Sousa loopt vijftien minuten nadat ze een nummertje trok met haar verzoek voor een nieuw paspoort naar buiten. Vijftien minuten, ze kan het niet geloven. Nummer 922 kwam uit een onbegrijpelijk apparaat. Een vierkante doos met een spugende gleuf. ‘Er zijn twee mensen voor u’ las ze op het papiertje dat haar in de hand werd gedrukt door een strengvriendelijke baliemedewerker. Voorbereid was ze het bevolkingsregister komen bezoeken.  Klaar om minimaal een uur in de wachtkamer door te brengen. Boek mee, een stiekeme club social in een plastic zakje -om kruimels in haar tas te voorkomen en een pakje appelsap. Klein en compact. Met zo’n rietje in plastic erop geplakt. Ze ging zitten tussen de andere bezoekers. Het zou haar tijd wel duren. Ze was niet anders gewend.

Rode cijfers lichtten op in een zwarte balk. Ze correspondeerden met de nummers op het kaartje in iemands hand. Dat had ze zich door haar buurvrouw laten vertellen. “Dona Ana Maria, dan moet je wel blijven opletten. Want als je nummer voorbij is…” Van wie zou het zijn? Dat felle nummer op het bord. Ze keek om zich heen. De kudde binnen leek op een troep ‘Ja-knikkers’. Iedereen keek op, slechts eentje had geluk, de rest liet het hoofd weer zakken. Wat is er eigenlijk gebeurd met het omroepen van je nummer of naam? Even dacht ze dat ze haar vraag hardop had uitgesproken. Dat was toen ze de bewaker hoorde.

De bewaker in de zaal wees niet alleen op het flikkerende billboard maar riep ook het winnende lot naar de wachtende mensen. Un bon yu di Korsou, constateerde ze tevreden. Eentje die werkt met wat er is en die dat combineert met wat er was. Het zou haar niet verbazen wanneer het omroepen niet meer in zijn functieomschrijving stond en toch nog steeds het meest belangrijke onderdeel van zijn baan was. Dienstverlening naar behoefte. Of die nu voortkwam vanuit de onwil om los te laten wat eens was of vanuit de ervaring van de praktijk die allang had bewezen dat er bij nieuwe procedures een overgangsperiode ingelast dient te worden. Wat ook nog kan, bedacht ze, is de weerzin reserve schoenen weg te gooien ookal heb je al nieuwe. Stel dat Kodela, of nee Aqualectra want zo heet het nutsbedrijf tegenwoordig, een oprisping heeft en het nieuwe systeem lamlegt, dan moet Kranshi toch gewoon door kunnen draaien… met jawel het oude system ofwel: de omroeper.

Nummer 922 verscheen op het bord en de bewaker liet weten op gepaste wijze weten wiens beurt het was. Ze stond op, wist wat ze moest doen. En dan staat ze buiten  In vijftien minuten. Met het pakje appelsap in haar hand. Het komt uit de voorraad die haar schoondochter regelmatig bij haar neerzet. De kleinkinderen nemen die pakjes mee naar school. Het leek haar handig om er eentje mee te nemen op de expeditie van vandaag. Maar wat een gepiel om dat rietje door het met folie afgeschermde prikgat te krijgen, dat is wanneer je het al voor elkaar kreeg het rietje uit zijn plastic hoesje te krijgen. “Wela, wela, kijk. Deze kant heeft een scherpe punt”. In zoverre is ze voorgelicht. Gedecideerd drukt ze het rietje met de juiste kant door het gat. De eerste slok gutst over haar hand. “Niet in het pakje knijpen als je drukt, wela. Je moet er niet in knijpen”. Die tweede aanwijzing krijgt nu voor het eerst een echte betekenis. Ach wat, er is hier niemand die haar kent en al slurpend en likkend loopt Ana Maria Concalves de Sousa de Breedestraat in. Ze heeft een uurtje over dat ze wil benutten met een bezoekje aan het koopjesgedeelte van de binnenstad.

otrobanda (2) Ze drinkt, slurpt en slentert. De winkels van Otrobanda geuren naar wierrook op dit uur. Hindoestaanse handelaren hebben aan hun middaggebed voldaan. Ze loopt langs etalages. Het aanbod is groot en gelijk. Het volledige assortiment ligt erin uitgestald. ‘What you see is what you can get’ Een exemplaar van alles. Marktkramen zijn het met een eenduidig inkoopbeleid. Het kost haar dan ook enige moeite voordat ze de winkel gevonden heeft die ze zoekt. Drie keer loopt ze mis. Nee, deze is het ook niet. Vlakbij het viaduct doet ze een vierde poging en een sterk beroep op haar geheugen. De winkel had een grote schoenencollectie achterin. Ja. De lange toonbank langs de rechterkant herkent ze. Een snelle blik werpt ze naar binnen. Er is ook een achterin in deze winkel. Ja, hier is het. Hier moet ze zijn.

Ana Maria Concalves de Sousa schuifelt tussen aangeklede paspoppen, drukdoende winkelmeisjes en overvolle rekken naar de achterkant van het pand. Vier rijen dik. De afdeling schoenen. En iemand die er in de clubkleuren van het bedrijf zelf schoenen staat te passen. Ze loopt langs de eerste rij met de bedoeling ze al slalommend allemaal langs te gaan. De schoenen staan bovenop de rekken uitgestald. Van elk exemplaar een. Daaronder genummerde blinde dozen. De nummers corresponderen met de nummers in de schoen. Geen omroepers hier. Haar oog valt op een comfortabele stapper die er elegant uitzien. Ze heeft helemaal geen schoenen nodig maar deze heeft schwung. Ze loert naar het nummer. Nu de daarbijbehorende doos nog.

Ana Maria Concalves de Sousa loopt het hele rek af maar kan de doos die ze zoekt niet vinden. Het schoenenmeisje heeft al die tijd nog niet op of om gekeken. Te druk met haar eigen beslommeringen. Er staan al zeker tien dozen om haar heen. Wanneer ze toch een poging waagt om haar hulp in te roepen, reageert het meisje al voordat de vraag van haar lippen glijdt. “Ki senora ta pensa. Deze of die?” Twee geschoeide voeten worden naar haar uitgestoken. Een is gevat in een sleehak met zeer dunne bandjes, de ander zit geperst in een stiletto met glitterstenen. Allebei zwart. De blik op het gezicht nadert de wanhoop. “Waar heb je ze voor nodig?” vraagt Ana Maria Concalves de Sousa. “Mi kasamentu. Anto mi no por disidi”. Het schoenenmeisje is al bezig dat wat ze aan heeft gedaan uit te trekken en grijpt naar een volgende exemplaar. Het “Rustig, rustig. Ik help je wel. Sinta numa” ontsnapt haar voordat ze er erg in heeft. En niet veel later loopt ze heen en weer tussen de schoenen en zoekt ze naar dozen met corresponderende nummers. Net zolang totdat ze de juiste schoenen voor de bruiloft heeft gevonden. Verguld staat het winkelmeisje voor de spiegel te draaien op de hakken waarmee ze haar grote stap zetten zal. Het is noch de sleehak, noch het paar stiletto’s geworden. Het zijn de schwungschoenen die Ana Maria Concalves de Sousa uiteindelijk toch vond.

 

 

Voelen

lotus_flower

Apostel te Mal Pais

WasteFinalDeposited

De achterbak van haar pick-up ligt vol met eigenaardigheden waar ze niet langer prijs op stelt. Een mannequin met een van haar oude bikini’s aan, de strandstoelen die ze haar ouders cadeau gaf maar die bij haar tot een versleten eindpunt kwamen omdat ze nu eenmaal ‘vaker naar de baai gaat’, verrotte spijlen van een hek  waar witte mieren een feestmaal aan hebben gehad. Het samenraapsel van wat eens welkom was, rammelt op en neer in de achterbak van de wagen die onderweg is naar Landfill te Mal Pais.

“Rij maar door. Te ku patras. Nada partikular den bo truk, senora” De man bij de ingang van de vuilstort ziet geen reden om het gewicht van de lading op te nemen. Het is ook alleen maar oude troep. Zij weet het en hij heeft het in een oogopslag ook allang gezien. Doorrijden, dus. Helemaal naar achteren. Met haar rotzooi.

De weg slingert door een stoffig landschap. Heuvels, sommige door de natuur daar neergezet, anderen door mensenhanden aangelegd om wat niet meer gewenst is te bedekken. Hoe verder ze het land van vuil inrijdt, hoe ‘ongeschikter’ de selectie. Van hopen glas op kleur rijdt ze langs opgestapelde lagen asbest. Dan een veld met ongeordende kapotte kliko’s waarna ze een heuvel opgeleid wordt. ‘Helemaal naar achteren’. In dit deel van het land van vuil is geen orde meer te ontdekken. En de chaos in haar achterbak hoort er thuis. Tussen het opwaaiende stof en de rondfladderende plastic zakken.

De mannen die op de bergen van afval werken, lopen af en aan. Een van hen wenkt haar. Ze stopt. Hij graait voor hij groet. Zijn handen gaan door haar afgedankte eigenaardigheden en trekken de oude stoelen onder het aangevreten hout uit.  “Die zijn nog goed.” Ze wijst op de mannequin. “Moet je geen vrouw hebben?” Hij schuift de pop lachend opzij. “Nee hoor, daar heb ik er thuis al een heleboel van.” De inspectie van de lading in de truck levert verder geen bijzonderheden op. De man wijst naar het eind van de heuvel waarop hij werkt. “Daar moet u heen, ik help u wel.” En hij gaat naast de mannequin zitten.

Alles wat over de rug van de heuvel wordt gegooid, krijgt eerst nog een laatste blik op bruikbaarheid. De naselectie van de selectie. Ze ziet mannen slepen met wat op het laatst nog gered kan worden. In haar rotzooi is niets meer te ontdekken. Alles wordt over de rand de kuil ingemikt. Klaar. Ze kan gaan en maakt aanstalten. “Senora, kunt u me een plezier doen en me meenemen naar buiten. Ik moet even naar de Chinees.” Hij zwaait naar zijn maten die zitten tussen wat zij vandaag gered hebben. Een van hen zit op haar gedumpte stoel. Er staat ook een houten kastje met een deurtje op half zeven. Een colafles staat erop. Rondom de man liggen nog meer spullen. De standaard van een lange lamp zonder kap. De peer zit er nog in, het aan-en uit touwtje bungelt heen en weer met de wind. En hij zwaait terug vanuit zijn woonkamer in de open lucht.

Het geluid in de pick-up klinkt als een kikker. “Is dat je telefoon?” vraagt ze. “Nee,” zegt haar passagier die zich inmiddels ontdaan heeft van zijn handschoenen . “Dat zijn mijn tanden. Ik knars.” Gouden randen langs de hele onder- en bovenkant van zijn gebit. Wiebelgoud. Hij laat het haar zien. “Ik ben apostel. Niet die uit de hemel maar die van de aarde.” Een gulden grijns krijgt ze als toegift terwijl ze zich afvraagt waar ze aan begonnen is. De man in haar wagen praat en zwaait naar de mannen die ook werken op Mal Pais. Hij oogst slechts de lach van vele gezichten. Ze gunnen hem de mazzel die hij heeft. Bij de uitgang is zijn joligheid op haar overgeslagen. “Ik heb een man gevonden, die neem ik mee.” Ze zegt het tegen de man bij de uitgang. Een hard gegrinnik ontsnapt vanachter het loket.

“Wacht u op mij?” Hij stapt uit bij de toko. Is al verdwenen voordat ze antwoord geven kan. Ach, ze heeft tijd. Wat kan het haar schelen. Een apostel in je auto, dat gebeurt niet elke dag. In haar spiegel ziet ze hem door de winkel lopen. Hij komt naar buiten met een bruine zak. “Ik heb niet veel maar ik wil u iets geven.” Hij vist een yoghurttoetje uit de zak. “Als dank voor het brengen en halen. En omdat ik gekregen heb waarom ik vroeg. Ik had een lift nodig en die heb ik gekregen” Ze lacht en zegt ‘di nada’ en begint aan de weg terug naar waar ze hem vond. Onderweg vraagt ze hem naar zijn werk en naar al die dingen die de naselectie overleven. “Zeg, eens wat is de grootste schat die je ooit vond?” De tanden blikkeren in haar wagen. “Senora…” Ze wacht eerst op wat er nog meer moet komen en herhaalt dan wat ze net heeft gevraagd. Twee glinsterogen kijken haar aan “Zoals ik net zei: u bent de grootste schat die ik hier vond.”

True story…

In de as van een conflict

unity

In de as van een conflict

komen werelddelen samen

allesverzengend vuur

sproeit met zielevonken

Mensen, er vallen mensen

mensen uit de lucht

 

Zielevonken uit de hemel

dalen neer en vatten vlam

in het hart van de hele wereld

Een brandmerk achterlatend ,

schroeiend voor eeuwig en altijd,

schreeuwend naar de lege handen

van een wereld die verloor

 

Tranentatoeage

Woedende woede-ets

Gekmakend doolhof van de rede

Wraakzin tot op het bot

 

unityEn dan is het stil

en spreken de zielen

vanuit de as van een conflict

en zij laten de wereld weten

dat geweld alleen maar

zinloos en waanzinnig is

 

Interview met Justitieminister Nelson Navarro

INT Navarro 2

 

Dit interview werd een week voor de schietpartij op Hato afgenomen en gepubliceerd in de Amigoe.

De muur van welwillendheid breekt ons op

Een gesprek met Nelson Navarro, minister van Justitie (op voordracht van Pais) over de moord op politicus Helmin Wiels, de veranderde normen en waarden, de onderwereld, de ‘aanwas’ van jonge criminelen en het werken in een samenleving met steeds minder betrokkenheid bij het eigen welzijn. Navarro werd minister van Justitie in het interim-kabinet na de val van de regering van Gerrit Schotte in 2012, nam daarop per 31 december 2012 zitting in het takenkabinet van Wiels en bleef aan voor het politiek kabinet Asjes, dat in juni 2013 werd geïnstalleerd.

door Elodie Voorbraak

Het departement van Justitie is tegen een buitenmuur van Fòrti aangebouwd en staat naast het politiebureau van Punda. Het Gerechtshof en het Openbaar Ministerie liggen slechts een steenworp van dit departement vandaan. Witte houten tralies zijn gevlochten langs de balkons en beletten de buitenstaander enige inkijk. Een patio aan de voorzijde van de straat moet doorkruist worden om bij de hoofdingang te komen. Er staat een hek voor. Een deur met een elektrisch oog wordt van binnenuit bediend door een bewaker. Eenmaal op de patio doen de witte afgerasterde balkons bijna knus en maagdelijk aan. Lieflijk is het woord dat naar boven komt. Een schril contrast met de werkzaamheden die hier in dit departement gedaan worden. Hier wordt over de veiligheid van ons land nagedacht, worden plannen gesmeed om de criminaliteit te beteugelen en wordt geheim overleg gepleegd over zaken van staatsbelang. Minister Nelson Navarro zetelt op de eerste verdieping van dit pand. De weg omhoog loopt nu als door een tunnel. Alles is afgeschermd door dezelfde witte afrastering die vanaf de buitenkant zichtbaar is.

De werkkamer van Navarro oogt opgeruimd en rustig, net zoals Navarro zelf, die ondanks zijn drukke agenda de tijd neemt voor dit gesprek. “Ik zou eigenlijk met mijn kleinkinderen moeten spelen. Ik ben inmiddels 65 jaar, een gepensioneerde. Maar zo werkt het niet voor mij. Zodra deze klus erop zit, ga ik terug naar de advocatuur en hoop ik net zoals advocaat Moenir-Alam – die negentig is – nog heel lang mee te kunnen. Het werk dat ik nu doe is leuk, alleen zijn de omstandigheden waarin ik me bevind en waaronder er gewerkt moet worden niet altijd zo leuk.”

Achtergrond
Navarro is van huis uit advocaat. Hij studeerde rechten in Nederland en bleef daar ruim twaalf jaar. Als advocaat was hij werkzaam bij grote firma’s, zoals Boekel Van Empel & Drilling (Amsterdam), HBNLaw en Halley&Blaauw waar hij partner werd. Zonder enige politieke ambitie. Dat wil zeggen totdat hij op latere leeftijd op het advocatenkantoor waar hij werkte een herseninfarct kreeg. “Ik verdiende goed geld en eerlijk gezegd kon het me allemaal niet zoveel schelen. Ik had te maken met een dossier, een rechter en een cliënt. En voor de rest interesseerde het me allemaal geen bal. Ik had een broer, Lesley Navarro, die politiek heel actief was. Hij was lid van de Democratische Partij. Vaak heeft hij geprobeerd me in beweging te krijgen om meer te doen voor dit land. Maar ik wilde niks van de politiek weten.” Een portret van Navarro’s broer, die overleed toen hij nog maar 47 jaar was, hangt aan de muur naast zijn bureau. Als een reminder dat er wel degelijk iets veranderd is. Bij Navarro groeit namelijk na zijn infarct op 9 september 1999 de wens om meer te doen. “Er was iets veranderd. Ik was vijftig jaar en ik begon om me heen te kijken en me af te vragen waar het naartoe ging met mijn land. Curaçao was aan het veranderen.” Navarro is in die tijd steeds vaker samen met mensen die zich ook in toenemende mate zorgen maken. Mensen zoals Ralph Palm, Steven Martina en Gregory Elias. “Toen Frente Obrero aan de macht was en Mirna Godett premier werd (2004, red.) werden mijn zorgen groter. Wat is er aan de hand, vroeg ik me af, en ik wilde meer doen dan er alleen maar op de zaterdagmiddag met een goed glas whisky over discussiëren. En ik raakte er meer en meer van overtuigd dat er zonder politieke deelname geen verandering mogelijk zou zijn.” De oprichting van Forsa Kòrsou volgt al gauw, in 2005; Navarro richt de paarse partij op samen met Glenn Camelia en Gregory Damoen. In 2006 krijgt de partij een zetel. En Navarro komt in de Staten terecht. Daarna maakt de partij even furore door deel te willen nemen aan de verkiezingen in 2010 als deel van de lista kombiná, die was samengesteld uit Niun paso atras van Nelson Pierre, de MAN en Forsa Kòrsou. Navarro was toen al afgetreden als politiek leider, om gezondheidsredenen. Dat initiatief sneuvelt, van Forsa Kòrsou blijft niet veel over omdat de oprichters zich uit de politiek hebben teruggetrokken, en Navarro keert terug naar zijn oude vak: de advocatuur. “In naam bestaat de partij overigens nog, maar is non-actief.” Navarro blijft werkzaam in het veld dat hij goed kent totdat hij in december 2012 door Pais wordt voorgedragen als minister van Justitie in het interim-kabinet van Daniel Hodge dat na de val van het kabinet-Schotte zitting neemt. Navarro blijft aan in het daaropvolgende takenkabinet van Helmin Wiels en het politieke kabinet Asjes, dat zitting heeft sinds juni 2013.

Fasten your seatbelt
In de bijna twee jaar dat Navarro nu in functie is als minister van Justitie heeft hij veel moeilijke en ingewikkelde situaties het hoofd moeten bieden. Niet in de laatste plaats ziet hij zich geconfronteerd met een erfenis die in de afgelopen dertig jaar langzaam maar gestaag een eroderende werking heeft gehad op het justitiële apparaat en daarmee op de samenleving. “Het beleid dat de afgelopen decennia is gevoerd is er de belangrijkste reden van dat we nu zo in de shit zitten. Aan het politiekorps was amper iets gedaan. Dat heeft gewoon gedraaid zonder echte sturing. Dan ligt bederf om de hoek. En bederf begint altijd in de top, waarna het langzaam maar zeker de organisatie insijpelt. Bijna de helft van de ambtenaren werkt voor een van de zeventien instanties die onder justitie vallen. Zo’n 1750 mensen zijn dat. Mensen die werken in organisaties waar jarenlang geen onderhoud aan is gepleegd en waar morele normen en waarden ten aanzien van arbeidsethiek zijn weggeëbd. Andere normen en waarden zijn regel geworden. Omdat er niemand was die er iets van gezegd heeft. Ga dat maar eens rechtzetten bij mensen die denken dat ze ‘rechten’ hebben verworven, die niets anders zijn dan het misbruik maken van de situatie om er zelf beter van te worden. Ik doel dan op het onnodig overwerken en ziekteverzuim binnen organisaties. En ja, wanneer je dat gaat aanpakken en mensen hebben hun levensstijl ingericht naar een standaard waarbij ze rekening houden met een haast dubbel salaris vanwege het zogeheten ‘overtime’ werken, dan maak je geen vrienden.”
Navarro heeft zich de afgelopen twee jaar niet alleen geconfronteerd gezien met een haperend politieapparaat, dat onder protest moet worden gemoderniseerd en geoptimaliseerd, maar ook met een begroting die geen ruimte laat voor extra uitgaven. En dat terwijl de samenleving enorm veranderd is en te maken heeft met meer criminaliteit dan ooit. “Fasten your seatbelt, heb ik aan het begin van mijn periode gezegd. Curaçao is veranderd. Er zijn feiten die we onder ogen moeten zien, die heel moeilijk zijn. De onderwereld heeft zich in de afgelopen twaalf tot vijftien jaar kunnen opbouwen in dit land. Mensen lachten me uit toen ik dat zei. Inmiddels denk ik dat niemand daar meer aan twijfelt. We moeten vechten tegen deze factor, die in de afgelopen jaren overal voet aan de grond heeft weten te krijgen. Invloed wordt uitgeoefend via de media, maar ook middels criminele acties die nergens op slaan. Wie wint er nou iets met het plegen van een lukrake atrako zonder echte opbrengsten? Die worden er heel veel gepleegd. Het doel: het destabiliseren van een samenleving. Middels de media wordt het gevoel van onveiligheid gepropageerd, maar dat is alleen maar om de aandacht af te leiden van wat er echt gaande is, zodat het ‘grote’ werk ongestoord kan plaatsvinden. Ik heb niet voor niks gezegd dat het moeilijk ging worden en dat de tijd waarin we ons nu bevinden van ons allemaal vraagt dat we schokken op moeten vangen en dat we geraakt zullen worden. Op individueel vlak worden we steeds meer geconfronteerd met criminaliteit, die de samenleving ingeslopen is en die inmiddels een factor geworden is waar we allemaal in ons leven rekening mee moeten houden in de dingen die we wel en niet doen.”

INT Navarro

Welwillendheid
Een andere reden die Navarro aanhaalt wanneer hij spreekt over ‘de moeilijke omstandigheden waaronder hij het werk van minister van Justitie moet uitvoeren’ is wat een vriend van hem noemde: de muur van welwillendheid.
“Iedereen wil anders. Iedereen wil veilig en rustig kunnen leven, daarover is geen onenigheid. Maar om daar (weer) te komen en te blijven, zullen er beslissingen genomen moeten worden en keuzes moeten worden gemaakt die verdergaan dan alleen maar wat een regering doet. Welwillendheid is er overal. Iedereen heeft wel een idee over hoe het wel moet. Het jammere is dat het daar maar al te vaak bij blijft. Het omzetten van welwillendheid naar daadwerkelijke actie en daden, daar heeft niemand zin in want dat betekent offers brengen. Er zijn veel meer mensen die een bijdrage kunnen leveren aan een betere samenleving. Iedereen kan dat. Maar daar komen we niet. Het interesseert 90 procent van de mensen in dit land helemaal niets. Ze wijzen naar de regering: die moet het oplossen. En dat is niet meer voldoende. Wil je echt een samenleving die beter functioneert en die voldoet aan de basisvoorwaarden om rustig en veilig te kunnen leven, dan moet iedereen een steentje bij gaan dragen. En stoppen met roepen dat niets functioneert. Kijk naar wat je zelf kunt doen om bij te dragen aan een betere samenleving, praat erover en doe er vervolgens iets aan. Kleine initiatieven in wijken of buurten kunnen hierin al een wereld van verschil maken. Niets doen breekt ons op en is een luxe geworden die we ons niet meer kunnen permitteren.”

Verval
Navarro koppelt de toegenomen criminaliteit aan onder andere het uiteenvallen van sociale cohesie. “Mensen kijken niet meer verder dan hun eigen hek. Sociale controle is bijna helemaal verdwenen. En daarmee het gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaar. Kijk naar het niveau van de debatten in de Staten. Het is alleen maar achteruit gegaan. Het gaat niet over inhoud, het gaat niet over het algemeen welzijn. Het gaat over het scoren van politieke punten ten koste van alles. Dat hoort niet thuis in een parlement. Een parlement moet het welzijn van een land op handen dragen en de vinger aan de pols houden wanneer dat belang niet goed behartigd wordt. Maar zo gaat het niet. Parlementariërs zijn niet bezig met het land, ze zijn bezig met zichzelf. En het is heel erg moeilijk om dat tij van verval te keren. Ik heb het ook meegemaakt dat ik in het parlement uit frustratie hierover aan het schreeuwen was. Mijn vrouw hoorde mij op de radio en die liet mij onomwonden weten dat ze daar niet van gediend was. Ik heb dat in mijn oren geknoopt en me gerealiseerd wat ik aan het doen was: ik was aan het meedoen met deze zo alles vernietigende manier van met elkaar omgaan.”
Overigens, zo geeft Navarro aan, is deze tendens niet alleen op Curaçao zichtbaar.
“Het is overal. De wereld is veranderd. Zo heb ik een verzoek uitstaan bij minister Opstelten van Justitie voor hulp bij het bestrijden van atrako’s. Ik heb gevraagd om twintig extra mensen. Minister Opstelten kon akkoord gaan met hoogstens de helft daarvan, want hij heeft zijn mensen zelf nodig in Nederland. Voor soortgelijke problemen.”

Jeugd
Een grote zorg die de Justitieminister heeft, betreft de jeugd van Curaçao. De criminaliteitscijfers tonen aan dat de jonge aanwas in crimineel gedrag een significant stijgende beweging laat zien. “Onze jeugd is aan het ontsporen. Aan de cijfers kunnen we dat zien. Het gaat niet om recidivisten – mensen die terugvallen in de criminaliteit – maar om echt nieuwe gevallen die erbij komen en die zich schuldig maken aan crimineel gedrag. Die aanwas bestaat uit jongeren.”
Dweilen met de kraan open is het, waarbij het in aanraking komen van jongeren met justitie het punt is waar Navarro zich bevindt. “Ik zit aan het eind van de leiding die gevuld wordt door een kraan die nog altijd open staat. Het ‘dweilen’ gebeurt bij ons. Dat moet veranderen. Er moet aan het begin, bij de kraan, al ingegrepen worden. Dat betekent een integrale aanpak die wat mij betreft bij het onderwijs begint. Daarin moet grof geïnvesteerd worden. Met bezuinigingen op onderwijs zijn we echt verkeerd bezig. Dat is ‘pennywise’ zijn, maar ‘poundfoolish’, uiteindelijk leveren bezuinigingen nu in het onderwijs alleen maar problemen op, die later een veel hoger prijskaartje hebben. Dat zien we nu al. In 1976 sprak toenmalig premier Wancho Evers al van de noodzaak van het oprichten van een ‘ontwikkelingsbrigade voor de jeugd’. Die is er nooit gekomen en nu hebben we inmiddels te maken met de kinderen van de kinderen waarvoor die brigade opgericht had moeten worden. De kraan staat nog steeds wagenwijd open.”
Behalve in de jeugd en het onderwijs moet er ook geïnvesteerd worden in de ouders. “Mensen leren wat opvoeden is. Cursussen moeten daarvoor gegeven worden. Heel belangrijk, want alleen kunnen jongeren de veelzijdigheid van de problemen waarin zij verkeren ook niet aan. De ministeries zullen veel beter samen moeten werken om met een aanpak te komen die ervoor zorgt dat justitie niet het laatste station is. Ook de economie speelt daarbij een belangrijke rol. Het hebben van kansen zorgt er ook voor dat er opties zijn. De kraan, daar gaat het om, die moet dicht.”

Trauma
Navarro zag zich in het begin van zijn ministerschap behalve met problemen in zijn justitiële apparaat, dat moet functioneren in een sterk geïndividualiseerde samenleving, ook geconfronteerd met de allereerste moord op een politicus op Curaçao. Helmin Magno Wiels wordt op 5 mei 2013 doodgeschoten in Marie Pampoen. Een omstreden politicus die ook nog eens de verkiezingen gewonnen had. Er zijn geen voorschriften of handboeken die aangeven hoe om te gaan met een dergelijke situatie. Het is de eerste keer. Een belangrijk deel van ‘de klus’ die deze Justitieminister wil klaren voordat zijn termijn erop zit, is dan ook het oplossen van deze moord. “De moord op Helmin heeft heel veel losgemaakt in ons land. Heeft ons eigenlijk in een nationaal trauma gestort waarin duidelijk naar voren komt hoe we ervoor staan met elkaar. Mensen geloven nergens meer in en hebben ook weinig vertrouwen. Dagelijks word ik daarmee geconfronteerd. Wat we ook doen, het is niet goed genoeg. Eerst geloofde niemand erin dat we de moordenaar zouden oppakken. Toch is dat gebeurd. De schutter hebben we opgepakt. Maar daar houdt het niet op. Nu gaat het over de intellectuele dader, degene die de opdracht gegeven heeft. Dat gaan we nooit oplossen volgens velen. Maar ook daarmee zijn we heel druk bezig en in een vergevorderd stadium. Ondertussen gonst het van de geruchten die alleen maar onrust brengen. In augustus komt de zaak voor. In zijn geheel en ik ben er zeer positief over gestemd. Onderzoeken als deze nemen veel tijd in beslag en over de voortgang ervan kan niet veel informatie gedeeld worden lopende het onderzoek. Je moet veel geduld hebben en heel secuur werken. Het is heel erg jammer dat daar zo weinig begrip voor is.” Navarro trekt zich overigens weinig aan van wat zich daarbuiten afspeelt. De geruchtenmachine laat hij langs zich heen gaan. Voor zijn familie is dat echter niet altijd even gemakkelijk. “Het valt voor mijn vrouw en kinderen niet altijd mee. De positie die ik heb, is soms voor hen zwaar. De kritiek vanuit de samenleving over mijn functioneren is niet altijd makkelijk te verdragen. Vooral ook omdat ik vanuit mijn ministerpost vaak niet kan reageren. Er is geheimhouding, er zijn onderzoeken die lopen. Er is voortgang. Ik kan alleen niet altijd alles zeggen.”
Navarro heeft ondanks zijn baan en de insights die dat met zich meebrengt nog altijd heel veel liefde voor Curaçao . Er is geen andere plek waar hij wil zijn. Dit ministerschap is zijn bijdrage aan de plek waar hij van houdt. En als hij die klus geklaard heeft gaat het leven gewoon verder.
“Na de zaak Wiels stap ik op als minister en neem ik vakantie. Ik heb aan één stuk door gewerkt de afgelopen twee jaar. En daar is niks mis mee. Maar met de afsluiting van deze bijzondere zaak neem ik heel even een adempauze. En dan ga ik gewoon weer aan het werk. Ik maak de huidige klus die ik op me genomen heb af en daarna word ik weer gewoon advocaat, want stilzitten… dat is niks voor mij.

De Amigoe is ook op Facebook

Ge-mango-ed

MangoTree_web Bij de buren staat een Mangoboom de inmiddels in vol ornaat het resultaat van haar bruisende vruchtbaarheid aan het uitdelen is. Mangos in overvloed. Voor de vogels, voor de hagedissen en voor ons. Regelmatig horen we namelijk een ‘plok’ en dan is er weer eentje van de boom gevallen. Bij ons in de tuin. Oma maakt er sap van en eigent zich toe waar zij met haar armen, benen en handen bij kan onderwijl haar veel langere kleinzonen aansporend hetzelfde te doen. Hoe meer hoe beter.

De ‘plok’-mangos zijn tricky. Daar moet je snel bij zijn anders is de een of andere vleugel-of staartmans je voor en zit je met behalve een beurse ook nog een aangevreten vrucht. En die worden niet meer gegeten maar dienen een ander doel. Vooral voor puberende jongens die regelmatig met elkaar een appeltje willen schillen. Van die stoeimomenten creeren ze dan waarvan ik niets begrijp behalve dat ik weet dat het bijna altijd in iets eindigt dat van grappig, via ‘nog een beetje leuk’, naar strontvervelend gaat. Vaak met als eindresultaat echte bonje. Wanneer mijn jongens dat opbouwen, wens ik soms dat ik dochters had. Maar dat duurt vaak maar heel even, die gedachte bedoel ik dan.

BEA_0159En soms wat langer zoals laatst. Het was half zeven ‘s morgens. Ik trek de deur achter me dicht nadat ik me ervan verwittigd heb dat allebei de heren buiten zijn. Eentje is ‘ergens’ in de tuin, de ander loopt achter me. Ik loop de porch af … en wordt gevloerd door een mango. Met een hand steun ik tegen de muur van het huis, vanuit een ooghoek zie ik mijn kleine zoon met stuiterogen naar me kijken en zijn hand voor z’n mond slaan. Grote zoon steekt nu zijn hoofd om de hoek en… begint keihard te lachen wetende wie er eigenlijk een mango naar z’n hoofd had moeten krijgen. Ik ben nog niet in het stadium dat ik het grappig vind en kleine zoon is er nog niet zo zeker van dat ie door mij in de auto naar school gebracht wil worden. Er valt behalve wat inmiddels ingehouden gegiechel van het ‘gemiste’ doelwit een doodse stilte.

Het ‘gaat het mam’ klinkt zacht en wat vertwijfeld vanaf de achterbank van de auto. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel in een gezicht dat berouw heeft, ook herinner ik me zijn ‘schrik’ van net even daarvoor. Ik knik maar zeg nog steeds niets. De spanning in de auto is voelbaar met als enige geleiding de grote zoon naast me die zijn schik over het voorval enorm aan het temperen is totdat hij echt niet meer kan. De tranen biggelen over zijn wangen wanneer hij me vraagt: “Zeg, mam, Voel je je niet fris en… fruitig?” En ik schiet in de lach, gevolgd door de boosdoener die weer opgelucht adem halen kan.


Universeel grapje

relational_giving_paintingLeven is voor mij een meer dan boeiende bezigheid. De magische emoties die er doorheen lopen benemen mij regelmatig de adem en de dankbaarheid ervoor voel ik vaak warm met me mee golven. Voor mij is dat gevoel de navelstreng waarmee ik met mijn leven verbonden ben.  En wanneer het gebeurt dat ik zo maar ergens in mijn dag wordt getrakteerd op een ‘universeel grapje’ ben ik heel dicht bij mezelf. Zoals vandaag. Ik was in de boekhandel met de missie mijn eigen boek te kopen dat ik iemand cadeau wil doen. In de winkel kom ik een schoolvriendinnetje tegen en we praten over onze kinderen. Zij staat als leerkracht op de lagere school en heeft allebei mijn zonen in de klas gehad. Haar oudste en mijn jongste zijn even oud en vrienden. Mijn oudste zit in de voorexamenklas van het vwo en moest boeken lezen voor een boekentoets. Ze vroeg me welke boeken om zich alvast in te denken wat het gaat worden straks voor haar zoon.  ‘Geniale Anarchie is hij aan het lezen”, vertelde ik. En we praten wat over het boek van Boeli van Leeuwen dat ik eigenlijk altijd cadeau doe aan nieuwkomers op Curacao. ‘Dan weet je precies waar je beland bent, ja toch?’ Zij lacht en ik lach en we gaan ons weegs. Ik op zoek naar mijn eiegen boek en zij naar ‘iets van karton’. In de gebruikelijke sectie met boeken van eigen bodem kan ik mijn boek niet vinden. Zou het uitverkocht zijn vroeg ik me af. Ik kijk verder dan mijn neus lang is en vindt Woestijnzand op een plank iets verderop. Ik kijk en begin te lachen. ‘Zita”, roep ik. ‘Kom kijken.’ Mijn schoolvriendin steekt haar hoofd boven het karton uit en loopt mijn kant op. ‘Moet je zien’, zeg ik. Dan moet ook zij lachen. Woestijnzand stond er gezusterlijk naast… jawel Geniale Anarchie.