Bosbomen

Bosbomen

Het kan verkeren…

elo spiegel 2010‘Wow, mam. Je hebt al een selfie gemaakt toen niemand nog selfies maakte.’ Mijn zoon rommelt door de foto’s op mijn computer. Vol bewondering kijkt hij me aan en wijst op de foto die hij gevonden heeft. Het is er eentje uit 2010. Met een digitale camera gemaakt.

Ik moet lachen, overweeg even om dit compliment van ‘de zaak ver vooruit zijn’ te laten voor wat het is  -het gebeurt niet zo heel vaak dat je als ouder van je kinderen te horen krijgt dat je ‘totally cool’ bent- maar besluit dan toch iets te zeggen. In het kader van de realiteit en in de zin van ‘never miss an opportunity to educate your kids’ (bah, mam). “Mensen zijn zolang ze bestaan al in een of andere zin ‘selfobsessed’. En ze maakten portetten, tekeningen en toen dat kon foto’s van zichzelf, schatje. Toen noemde we dat alleen geen selfies maar zelfportretten. Het woord is nieuw. Het gegeven is zo oud als Methusalem.” Ik zeg het terwijl ik op mijn telefoon op zoek ben naar de laatste selfie die ik maakte.

Op zoek gaan in mijn telefoon is een hele klus. Feitelijk voel ik me vaak net zo oud als de Methusalem waar ik net nog naar verwees, zeker wanneer ik mijn kinderen op dat ding van hen bezig zie. Vlugge vingers hebben ze en snelle ‘links’ leggen ze in een digilogica die mij lang niet zo natuurlijk eigen is. Ik moet zwoegen om mijn weg te vinden in dat ding. En laat ik al helemaal niet beginnen over hoe die ‘selfie’ die ik niet kan vinden tot stand gekomen is. Mijn lippen zijn verzegeld vanaf het moment dat ik ontdekte dat je je telefoon niet omdraaien hoeft. Ik was veertien foto’s verder toen ik het doorhad. Er zit een knop op je telefoon…

elo 2014“Mam, laat mij maar. Jeazzz hoe moeilijk kan het zijn.”

Soms… soms zou ik een beetje minder moeder moeten zijn en mijn lippen ook moeten verbijten wanneer er een compliment van mijn kinderen voorbij komt dat, ookal weet ik dat het niet met de waarheid overeenkomt en gestoeld is op een gebrek aan kennis, moeten laten voor wat het is. Dan was ik behalve een suffe stuntel selfiemom ook een echte trendsetter geweest.

‘Je voelt die klik’

webgroepGedion(18), Maxsar(18) en Jesse(17) zijn drie Curaçaose jongeren. Vrienden van elkaar en op de leeftijd dat het dromen en denken over de toekomst op afzienbare termijn omgezet zal worden in concrete plannen. Zij zullen, net als generaties anderen voor hen deden, vertrekken van het eiland waar zij thuis-zijn. Wat laten zij achter? Hoe zien zij hun toekomst? In hoeverre zit het eiland waar zij opgroeiden in die toekomst verweven? In gesprek met deze drie jong volwassenen tasten we dit af.

Gedion, Maxsar en Jesse zitten relaxed in de tuin. Er wordt gelachen en geklierd. Jongensgedoe, een beetje duwen, een beetje trekken. Gemoedelijk, vrienden onder elkaar. Het verzoek om een interview werd door hen alledrie direct met ‘Kom maar op’ beantwoord.  Ze hebben wat te zeggen. Het onderwerp is de toekomst.

Gedion zit in het laatste jaar van de MTS. Hij is zich aan het bekwamen in technisch onderhoud. “MIO heet die richting. Maar waar het voor staat… ik heb geen idee.” Als obsessie zoals hij dat zelf noemt, heeft hij de dragrace en driftscene. “Niet rijden hoor, want ik heb nog geen rijbewijs. Maar wel het knutselen aan die auto’s. In de pitstop enzo. Ik ben al verliefd op auto’s sinds ik de Camaro van mijn vader zag. En toen was ik een kleuter. ”

Maxsar is via de Havo naar het Vwo doorgestroomd en zit nu in de vijfde. Hij heeft net samen met Jesse de auto gewassen die hij van zijn vader kreeg. “Een Pontiac G6 GT. Echte chickmagnet.” Het wassen leek dan ook meer op aaien en vertroetelen. Terwijl we praten gaan er ‘reminders’ af op zijn telefoon. Maxsar heeft een voetbalwedstrijd aan staan en laat zich informeren zodra er iets gebeurt. “Gele kaart, shit man.”

webJesseJesse zit in de eindexamenklas van het Vwo. Het doel is psychologie studeren. “Ik wil straks klinische psychologie gaan doen. En dan richting trauma werk gaan. Er zijn genoeg mensen die fucked-up zijn in deze wereld.” Maxsar en Gedion beginnen te lachen. “Ja, sua, dan kun je ons later fixen.” Er wordt een dubbele elleboogstoot uitgedeeld. “Maar ik ga niet meteen”, lacht Jesse. “Ik neem eerst een sabatical van een jaar. Daarin ga ik werken. Geld verdienen voor mijn studie straks en hopelijk ook een beetje reizen.”

webGedionGemene deler behalve hun vriendschap is dat zij alledrie gescheiden ouders hebben en bij een van die ouders wonen. Gedion en Jesse wonen bij hun moeder. Maxsar bij zijn vader. Over hun vriendschap zijn ze eensgezind: “We kunnen samen lachen maar ook diepe gesprekken hebben. Over het leven enzo”, zegt Maxsar. “Je voelt die klik met sommige mensen.” Gedion en Jesse knikken instemmend. “En dat is voor altijd”, vult Jesse aan. “Als er wat is, kun je elkaar altijd bellen.” Gedion trekt een grijns. “Ja, sommige mensen wel. Maar jou niet. Man, je neemt je telefoon niet op.” Maxsar begint te lachen en Jesse roept iets over ‘beltegoed’. “Het is ook belangrijk dat je op hetzelfde niveau met elkaar kan praten, weet je. Dat je weet wat je aan elkaar hebt”, zegt Maxsar. “Gedion vond ik eerst niet zo leuk. Maar hij is een chille neger. Dat weet ik omdat hij een meisje heeft gelaten waar ik mee was. Dat is respect.”

Plannen

Gedion wil op zijn 25ste een vaste baan hebben. In de autobranche . Na dit jaar gaat hij naar Nederland om verder te studeren. Het werken straks is een belangrijk onderdeel want hij wil zijn studieschuld zo snel mogelijk terugbetalen. “Het kan niet zo zijn dat ik kan gaan leren en dat mijn land failliet gaat door mensen die dat niet doen. Mijn kinderen moeten dit ook kunnen doen.” Voor Maxsar geldt hetzelfde. “Niets komt uit de lucht vallen. Dingen hebben consequenties. Maar bij mij zit het wel goed. ik ga twee studies doen: rechten en accountancy. En daarna heel veel geld verdienen.”  Jesse ziet zijn toekomst meer in globale lijnen. “School afmaken, studeren, huisje boompje beestje… Je kunt plannen wat je wil maar je weet nooit wat het leven naar je toegooit. We zijn net als pluisjes. Die worden door de wind meegenomen en komen ergens terecht. Niet alles in het leven kun je plannen.” Maxsar en Gedion zijn het hier volop mee eens. “Ja, het is belangrijk dat je open kan staan voor veranderingen, dat je nieuwe dingen binnen kan laten en anderen accepteren die anders zijn”, zegt Gedion. “Openminded zijn,” vult Jesse aan. “Jezelf kennen en jezelf kunnen zijn,” zegt Maxsar. “En tegen een stootje kunnen. Weten dat de dingen die je doet gevolgen hebben en die ook willen dragen.”

Voorbereid

De wereld zoals hij deze jongens toeschijnt, is er een waar zij denken wel hun weg te zullen vinden. In hun opvoeding zeggen ze genoeg voorbereiding te hebben gehad. “Vooral in het zelf je fouten mogen maken”, zegt Maxsar. “Dat heb ik van mijn vader geleerd. Hij eist eigenlijk alleen maar van mij dat ik eerlijk blijf. ‘Ookal doet het pijn, je moet de waarheid zeggen’, dat zegt hij altijd. Daaraan zit automatisch verbonden dat je de consequenties moet facen van wat je gedaan hebt. Zelf op de blaren zitten. Daar leer je van.” Gedion is het daarmee eens ookal heeft hij een iets andere ervaring. “Ik heb heel veel vrijheid gekregen. Ging op mijn dertiende al uit en kwam niet thuis op het tijdstip dat mijn moeder dat wilde. Daar ben ik op aangesproken maar ik deed het de volgende keer gewoon weer. Een goed pak op mijn broek heeft me na de zoveelste keer wakker geschud. Ik had dat nodig.” Ook Jesse knikt. “Het gaat ook om de begeleiding. Als je weet dat je ouders er voor je zijn, ook als je fouten maakt. Dat is belangrijk. Maar je moet ook echt proberen zelf je dingen op te lossen, niet verwachten dat zij dat voor je doen.”  Alledrie zijn ze seksueel actief, hebben ervaring met relaties en weten ze hoe het zit met safe sex, drugs en alcohol. Uitgaan doen ze ook en behalve misschien af en toe een drankje teveel, doen ze geen stomme dingen. Behalve roken dan. “Nee, man. Verder echt niets. Wat heb je eraan. We zijn misschien saai maar we maken wel lol. Dat is een betere drug dan wat dan ook” zegt Jesse. “Believe me.”webMAXSAR

Curaçao

Het eiland waar zij wonen staat bij alledrie ergens voor. Gedion vergelijkt zijn land in een adem met ‘vrijheid’. “Er zijn wel regels, maar je komt ook weg met veel. Dat is in andere landen wel anders.” Jesse benoemt een ander aspect: “Emotionele vrijheid is hier. Je kan hier heel goed jezelf zijn en zeggen wat je denkt.” Maxsar sluit zich daarbij aan maar maakt een kanttekening. “Mensen zouden mensen meer moeten laten. Er wordt ook wel heel veel geroddeld. Het zou beter gaan met iedereen wanneer we wat meer moeite deden elkaar echt te accepteren.” Op de vraag of zij terug zullen komen na hun studies zegt eigenlijk alleen Gedion meteen ‘Ja’. Hij stelt echter wel een voorwaarde: “Ik moet wel een baan hebben die goed betaalt.” Jesse weet het niet. “Curacao is wel mijn thuis, maar de wereld is groot. Ik wil dingen zien en meemaken. En dan zie ik wel waar ik terechtkom.” Maxsar sluit zich aan bij Jesse. “Ik wil goed zijn in wat ik doe. Er geld mee maken en eigenlijk een leven leiden waarin ik veel vrijheid heb. Hier werken, daar werken en explore the world.” Leven voor het moment, daar gaat het volgens hen om. “This world is going to be a better place… cause we are in it”, zegt Gedion. Het laatste woord is aan Jesse: “En we zullen het samen meemaken, waar we ook zijn op deze wereld. want deze vriendschap is voor altijd.”

#mdpcuracao

Wens voor 2015

kerstwens 2014

Interview met Kooyman

Kooyman4922155-r

Marley

Marley

Wereldkind

De kadans van

de Tambu

woont in haar

en wanneer

ze haar heupen beweegt

op klanken

van Afrikaanse origine

heeft zij de mens lief

zoals ook de

klassieke meesters

haar in vervoering

brengen kunnen

 

Haar huid is wit

haar hart is zwart, soms

En soms

kleurt haar hart blank

en is haar vel

van ebbenhout

 

Beproefde rituelen

eeuwenoud

leven ook in haar

maar niet minder

dan het nieuwe geluid

van wat nog geboren

worden zal

en dat zij al kan horen

 

Haar lach is klinkend

onder een serieuze blik

waar niet alleen de grap

maar ook de pijn erin

erkenning vinden

 

Ze gaat door

alle schakeringen en

lagen, overal

waar de mens haar

maar brengen kan

Een wereldkind is ze

met wat de wereld te bieden heeft

in de palmen van haar hand

 

Voor Michelle

 

 

 

Voor Roland Colastica

Roy Colastica 2

foto Junice Augusta

Grote zwarte man
heeft een sprankelhart
vol woorden van kleur
hem toegeworpen
door de wereld

Grote zwarte man
verzamelde alle tinten
en leerde hoe het voelt
om in zuiver licht of donker te zijn
hij weet hoe het rood
van de ondergaande zon klinkt
en heeft gezien tot
in welke oneindigheid
het blauw van de zee
reiken kan

Vertelsels en nog ongeboren
verhalen stuiteren
rond in het
sprankelhart van
de grote zwarte man
Woorden op
de sprinkplank
van zijn tinteltong
klaar om de
wereld van het woord
binnen te dringen

Grote zwarte man
voel, zie, hoor
wat er in jou bruist
en schraap je keel
open je lippen
grote zwarte man
leg je hand op
de dorre grond
van je land en
besproei de droogte
enkel en alleen
omdat je dat kan

Ik ook van jou

seth gaaikema 2011 lgnd kln (2)

Zomaar ergens

tussendoor

in mijn dag

komt een boomgaard

in Schijndel

tot leven

 

‘Alles staat in bloei

dit moet je zien

het is bijna zo mooi

als waar jij woont

op Curacao’

 

De zachte stem

van heel ver weg

tuned in

even zomaar

tussendoor

in mijn dag

 

‘Schrijf je nog? ‘

De woorden komen

van de meester

die taal en tekst

vanuit de liefde bestiert

Hij spreekt en zegt

en ik luister en hoor

ik sta in het licht

van een tropenzon

even tussendoor

zomaar ergens

in mijn dag

 

‘Hou je goed, meisje

Ik hou van jou’

En weg is de stem

van heel ver weg

die me even

en zo nu en dan

zomaar

tussendoor

in mijn dag

zachtjes maar

onverbiddelijk

wijst op de

richting van mijn pad

 

Vandaag heb ik

de opdracht

gekregen

voortaan zelf

goed te zorgen

voor de woorden

in mij

 

Het ga je goed Seth

waar je nu ook bent

en ik hou

ook van jou

 

Voor Seth Gaaikema (11 juli 1939 -21 oktober 2014)

 

 

Mens

conflict

“Article 2.
Everyone is entitled to all the rights and freedoms set forth in this Declaration, without distinction of any kind, such as race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national or social origin, property, birth or other status. Furthermore, no distinction shall be made on the basis of the political, jurisdictional or international status of the country or territory to which a person belongs, whether it be independent, trust, non-self-governing or under any other limitation of sovereignty.

Article 3.
Everyone has the right to life, liberty and security of person…”

De eerste drie artikelen van de Universal Declaration of Human Rights zoals die door de Verenigde Naties werden aangenomen op 10 December 1948 te Parijs, drie jaar na het fysieke einde van de Tweede Wereldoorlog. Deze universele rechten van de mens zijn door vele landen in de wereld omarmd, onderstreept en als ondergrond aangenomen voor het regelen van onderlinge verhoudingen tussen mensen. Met de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog nog op het netvlies, kon niemand daar natuurlijk anders over denken.

Dat was 66 jaar geleden -meer dan een halve eeuw geleden klinkt misschien indrukwekkender- en ik vraag me af hoe de oorspronkelijke opstellers van deze declaratie nu naar ons zouden kijken. Anno 2014 staan al deze ‘verworven rechten’ onder druk. Het recht op gelijkheid is door de paar die veel en de velen die slechts een beetje of niets hebben in de afgelopen decennia volledig de grond ingestampt. Er is geen gelijkheid, er is slechts een groeiende sociaal maatschappelijke ongelijkheid die het recht op gelijkheid als een chronische ziekte heeft aangetast.

De plek die ‘geld’ in onze wereld inneemt, staat bij mijn weten niet geformuleerd in de Universele rechten van de Mens. Wel het recht op onderwijs en op gelijke kansen. In het allereerste artikel van de decaratie doen de makers een beroep op ‘het verstand’ en het ‘geweten’ van de mens als belangrijkste ophang voor de rest van de artikelen. Prachtige waarden die echter van nul en generlei waarde worden wanneer de mens te maken krijgt met een ongelijke verdeling van geld, of erger met (de vrees van) het ontbreken of het teruglopen ervan.

En dan hebben we het nog niet over schaarste veroorzaakt door het feit dat er erg veel mensen op deze wereld wonen. In 1966 bedroeg de geschatte wereldpopulatie iets meer dan 3 miljard mensen. Voor 2014 komt die berekening uit op iets meer dan 7 miljard levende zielen …. dat is meer dan een verdubbeling. En we zijn nog niet klaar… voor 2050 staat de geschatte teller op meer dan 9 miljard mensen. En het lijkt erop dat naarmate er meer van ons zijn, we elkaar in  omgekeerd evenredige wijze benaderen: hoe meer we zijn in aantal, hoe minder we elkaar de ruimte geven of elkaar gunnen wat van iedereen is. Zoals lucht, water en voeding, basiselementen voor leven die in toenemende mate strategisch worden ingepikt door hen die over de middelen beschikken. Het recht van de rijksten prevaleert boven gelijkheid door de vrees voor schaarste gerechtvaardigd. En in dat proces vertrappen we elkaars rechten en al stampende vergeten we dat dat ook de onze zijn.

Eerlijk gezegd is de mens anno 2014 naar mijn smaak het verstand volledig bijster en is het geweten tot ‘loos’ geworden. Gelijkheid en broederschap zijn idealistische luchtkastelen geworden waar we dromerig over lezen terwijl de kinderen van de buurman honger hebben en we onze deuren afsluiten met extra sloten om ‘de gevolgen van ongelijkheid buiten de deur te houden. De rechten op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie, vrijheid van seksuele voorkeur liggen in scherven op de grond. In plaats ervan zijn we  homofoob, Islamafoob,  en is er niemand meer die zijn mond echt durft open te trekken want dat kan je je ‘baan’ en in sommige gevallen zelfs je leven kosten. Het verstand en het geweten zijn tot instrumenten verworden die aangesproken worden voor damagecontrol voor een chaos die we zelf veroorzaakt hebben en waar we ons ‘mens-zijn’ verliezen omdat het recht van de sterkste in onze overlevingsdrang de beste kansen biedt. We wilden alleen maar meer en meer om nu aan het dreigende eind van een ‘heb’orgie te ontdekken dat we eigenlijk alleen maar minder over hebben.  Ons verstand en ons geweten voeren ons ver weg van rechtvaardigheid of gelijkheid. Sterker nog we zetten deze elementen in of uit zoals het ons in het behoud van ons eigen cirkeltje uitkomt. Een cirkeltje dat steeds minder mensen betreft.

‘Niets nieuws onder de zon’, zeggen de mensen die ik ken die al wat langer in deze wereld rondlopen dan ik dat doe. ‘Het is altijd zo geweest’, zeggen wijze mannen en vrouwen die religies en geschiedenissen hebben bestudeerd. ‘We leven in het ijzeren tijdperk,’ zegt een oude dichter. ‘De mens beweegt in cirkels en doet steeds hetzelfde, al eeuwen lang.’ Geen soelaas dus, geen evolutie van de soort, slechts een stompzinnige herhaling van hetzelfde of erger een neergang van weergaloze omvang in zijn soort… is dat echt wat wij als mensen zijn?

Ik weiger dat te geloven. Er zijn teveel mensen die voelen dat er iets niet klopt. Er zijn ook teveel mensen die het slachtoffer dreigen te worden hiervan en te weinig die er baat bij hebben. Ik denk eerder dat de tijd is aangebroken om de Universele Declaratie van de Rechten van de Mens in de steigers te zetten en te herijken naar deze tijd met een blik op een toekomst voor iedereen. In artikel 1 zou om te beginnen een toevoeging geplaatst moeten worden: ‘They are endowed with reason, conscience and a heart….’  Onze emoties zijn naar mijn idee namelijk een veel eerlijker meetinstrument dan ‘verstand’ of ‘geweten’. Ratio en cognitieve sociaal maatschappelijke programmering van een waarden- en normensysteem zou ten dienste moeten staan van het hart en niet andersom. Daarbij moeten we het nodig gaan hebben over wat gelijkheid is en waar de grenzen liggen van vrijheid. En laten we het ook alsjeblieft gaan hebben over de plek die geld en middelen in die ‘gelijkheid’ hebben. Feitelijk moeten we van de Universal Decleration of human Rights naar de Universal Declaration of Human Rights and Obligations. Anders kunnen we onze zogeheten gelijkheid en de toekomst van deze wereld verder wel gedag zeggen.