Symptoon van roofbouw

Roi and friends Roland Colastica en Milushka Birge
Foto Audrey Linzey

Het enige en laatste functionerende theater dat Curacao heeft, zit ernstig in de problemen. Teatro Luna Blou krijgt het niet voor elkaar om haar bestaansrecht te handhaven. Dat wil zeggen in financiele zin. Om de nood tijdelijk te lenigen draait schrijver, acteur en regisseur Roland Colastica momenteel een show ‘Roi and friends’. Verschillende mensen uit de performing arts zijn deel van deze show en doen wat ze kunnen. Tegen beter weten in want zij kunnen niet meer voor het theater betekenen dan het creeren van een adempauze in deze geldelijke malaise. In korte tijd werd deze fundraising-show in elkaar gezet, tussen de drukke bedrijven van het overleven door. Elk van de deelnemende kunstenaars heeft namelijk ook rekeningen te betalen en heeft helaas niet meer dan 24 uur per dag ter beschikking.

Ik werd er vandaag heel erg verdrietig van. Niet alleen om Luna Blou maar om het grotere plaatje waar de financiele problemen van het theater alleen maar een symptoon van zijn. Het vloog mij naar de keel dat mensen met talent en passie voor het vak niet de kansen hebben om in alle rust aan hun ontwikkeling te werken. Dat deze kunstenaars zo hard moeten werken om zich te kunnen permiteren kunstenaar te zijn. Veelal in hun vrije tijd waarbij het gros van hun productieve uren opgeslokt worden door zorgen als de Aqualectra-rekening. Elk van de artiesten die deelnemen aan dit hulpprogramma voor Luna Blou zijn talentvol en passievol. Geen van hen kan dat talent of die passie op dit moment in ons land volledig ontplooien. Sterker nog, ze moeten met z’n allen in hun vrije tijd vechten voor het laatste theater van Curacao. Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?

Theater, muziek, literatuur, dans en beeldende kunst zijn de kloppende ziel van een samenleving. Een hart dat reflecteert wat er in die samenleving gebeurt en dat tot nadenken uitdaagt. Hoe meer versnippering en verharding in een maatschappij hoe belangrijker deze functie in het opnieuw verbinden van mensen is. Een functie die we met z’n allen wel onderkennen maar die we absoluut niet met het respect of de waarde behandelen waar dit hart recht op heeft. Het uiten van wat de mens bezighoudt op deze creatieve wijze is geen luxe maar een bittere noodzaak geworden. Kunst confronteert ons met onszelf. Laat ons stilstaan en nadenken over waar we zijn. Helpt ons bij het ontwikkelen van een visie en geeft ons de tijd om te onderkennen dat onze wonden niet alleen van ons zijn maar door meerderen worden gedeeld. Het is niet het talent en de passie op zichzelf, het is het vermogen om dat te delen. En dat verbindt mensen met elkaar en dat laat een samenleving groeien. Maar in plaats van deze oerader tot ons menselijk bestaan te waarderen, plegen wij erosie en laten wij kunstenaars roofbouw plegen op hun talenten en passies. En erger: wij ontnemen hen de mogelijkheid om ons te helpen groeien als volk en als land. Waar zijn we met onszelf aan het doen?

De dreiging van het op handen-zijnde einde van Teatro Luna Blou is dan ook niets anders dan een symptoon van hoe wij omgaan met een van onze belangrijkste schatten. Ons creatief talent, ons geweten en ons hart laten wij ons ontglippen. Wetende hoe belangrijk dat is. Ik ben er ziek van vandaag en ik hoop ten stelligste dat niet alleen Teatro Luna Blou deze crisis overleeft maar ook dat we eindelijk gaan beseffen hoe wezenlijk de kunsten voor onze ontwikkeling zijn. Wie niet houdt van zijn hart, zal nooit uit zichzelf kunnen halen wat daarin zit. En dat betekent dat we veel meer moeten doen dan alleen symptoonbestrijding. De Passie en het talent is er, laat het in naam van ons allen ook de kans krijgen om tot ontwikkeling en groei te komen. En investeer in het hart van ons land.

De show ‘Roi and friends’ zal nog een aantal maal worden gebracht: op 19 februari om 20.00 uur en op 21 februari om 15.00 uur. Neem contact op met teatro Luna Blou voor de specifics.

Interview met Michele Russel – Capriles

,,Nee, een echt eigen stempel, heb ik na dit jaar nog niet op het fonds kunnen drukken’, zegt Michèle Russel-Capriles lachend. ,,Maar dat komt ook omdat het stempel van Winthrop een steengoed stempel is. Wanneer je iets overneemt moet je, denk ik, je vooral ook richten op het behouden van wat werkt. Wel heb ik, heel subtiel en voorzichtig, een frisse nieuwe richting kunnen duiden. En ook dat wil niet zeggen dat de oude richting niet fris was. Er zijn gewoon nieuwe trends binnen de aanvragen zichtbaar geworden die een nieuw antwoord behoeven.”
Michèle Russel-Capriles zit op precies dezelfde plek tegenover me waar Winthrop Curiel een jaar geleden zat en terugblikte op zijn carriëre bij het fonds. We zitten in de vergaderzaal van het PBCCG in het majesteuze historische pand van de fraters van Tilburg op de glooiende rug van Scherpenheuvel…

“…Ik heb de ruimte gekregen maar ik heb het eerste jaar ook een paar foutjes gemaakt. Er zijn een of twee aanvragen die wij hebben toegekend waar ik achteraf spijt van heb. En er zijn er een paar waarvan ik nu denk dat we ze hadden moeten toekennen. Maar al met al is het heel goed gegaan het afgelopen jaar. Vooral in het aantal aanvragen.”
Michèle geeft aan dat het PBCCG over 2012 zo’n veertig tot vijftig meer aanvragen te verwerken heeft gehad. Van kleine projecten tot ambitieuze grote ondernemingen. De reden daarvan vindt ze in verschillende oorzaken. ,,Er is heel duidelijk een nieuwe trend te ontdekken. Meer geld is er gevraagd voor allerlei filmprojecten. Wellicht onder de invloed van het Rotterdams Filmfestival dat naar Curaçao is gebracht. Ik denk ook dat de financieel economische situatie die wij het afgelopen jaar hebben beleefd ermee te maken heeft dat mensen misschien eerder bij ons hebben aangeklopt. En dan is er natuurlijk de wisseling van de wacht. Er zijn mensen die denken ‘bij Winthrop lukte het niet, misschien bij Michèle wel’. Helaas werkt dat zo. Dat mensen denken dat ze op persoonlijke titel iets kunnen ‘regelen’ met je. Maar zo gaat het echt niet, wij zijn een professionele organisatie. Er zijn regels. Een goed plan is een goed plan, daar verandert wie je wel of niet kent helemaal niets aan.”

Het hele artikel lezen? Download de pfd PDF Ñapa Michele Russel-Capriles

Felix de Rooy

‘Ik ben een levende fusie’
Een interview met Felix de Rooy

Door Elodie Heloise

De verschijning van ‘Ego Documenta’, het ouvreboek van de veelzijdige kunstenaar Felix de Rooy, is de aanleiding om een interview te doen met de man die op Curacao geboren werd als wereldburger. Niet dat er een aanleiding nodig zou moeten zijn om met deze man in gesprek te willen zijn. Luisteren naar en praten met de nu zestigjarige Felix de Rooy is zielzalved.
,,Een ego gedocumenteerd. Ja dat is wat we gedaan hebben. Mijn ego documenten in een verzameling bij elkaar. Gelukkig heb ik er zelf heel veel over te zeggen gehad.” Felix is er blij mee. Heel blij. ,,Ik ben nu zestig en ik vond dat het tijd werd om mijn werk op deze manier te bundelen. Dat is mijn nalatenschap. Niet dat ik van plan ben dood te gaan nu. Maar ik heb wel darmkanker gehad en ik ben me wel heel erg bewust van mijn sterfelijkheid en van mijn ouder worden. Sommige mensen vonden de titel ‘Ego documenta’ een beetje ‘te’. Maar dat zie ik niet zo. Alles wat je maakt is per slot van rekening een egodocument. Dus daar heb ik geen moeite mee.”
We zitten op het terras van Teatro Luna Blou, een paar dagen voor de officiele boekpresentatie. Zondag, dan is het zo ver. Het boek ligt voor me. Ik mag het alvast inkijken. Op de voorkant een foto van een jonge bijna naakte Felix de Rooy met voor zijn ‘schaamstreek’ de schedel van een geitekop. De haardracht, de uitdrukking en de houding doen mij denken aan Freddy Mercury. Maar ik zie er ook iets van Charlie Chaplin in.,,En iemand zei Frank Zappa,” vult Felix aan.
Het is een interessante foto die op de kaft van het boek staat. Een foto die meteen ‘pakt’ en die voor vriend en vijand duidelijk maakt wat er voorbij die kaft te verwachten is.
Geen gene, geen taboe, geen terughoudendheid. Alleen maar kunst: schilderijen, foto’s, installaties, filmdocumentatie, bijdragen aan exposities, regisseerwerk en ook teksten. Want schrijven, dat kan Felix ook.
,,Ik heb ontdekt dat er eigenlijk nog best veel mensen zijn die maar een stuk van mijn werk kennen. In dit boek staat alles bij elkaar. Ook enkele van mijn gedichten. Zo heb je alles bij elkaar.”
De veelzijdigheid springt tegemoet wanneer de inhoudsopgave van Ego Documenta opgeslagen wordt. Felix heeft veel gedaan. Vele kunstdisciplines ‘aangeraakt’ en zijn ervaringen op even zo veelzijdige wijze in zijn kunst verwerkt. Een multitalent dat welke grenzen dan ook niet alleen overgaat maar ze juist in zijn werk met elkaar verbind.
,,Dat heb ik altijd gehad. Bij mij is alles en en en en geen of of. Dat is begonnen op mijn zestiende. Ik kreeg toen een geweldig inzicht onder invloed van LSD. En ik zag wat ik was. Geboren op Curacao, uit Surinaamse ouders die ook weer ergens onderweg in de bloedlijn geraakt zijn met andere culturen. Ik ontdekte dat ik niet op zoek hoefde naar een identiteit: ik was ze allemaal. Mijn identiteit is een samenvloeing van vele culturen. En niet alleen de mijne, die van iedereen. Iedereen is moksi (gemengd).”

Mocht er al een thema bestaan in Felix’s werk dan is het dat hij ‘cross time en cross culture’ werkt. ,,Het gaat erom te ‘includen’. En niet buiten te sluiten. Ik ben ook zo met religie. Van alles een beetje. Als je bij mij thuis naar mijn altaar zou kijken dan zie je daar een afspiegeling van alle religies vertegewoordigd. Ik hou niet van groepen, of ergens bij horen. Want dan onstaat al snel de situatie van die of dat wel en die of dat niet. Liever haal ik eruit wat ik gebruiken kan en voeg dat toe. Ik heb dat echt al heel jong geleerd. Ook door de rijke omgeving van kunst en boeken waarmee mijn ouders me hebben omringd. Het was er allemaal, ik hoefde niet te kiezen. ‘The book you are reading is only one man’s opinion on moonlight. Een uitspraak van Donovan waar ik het helemaal mee eens ben. Een interessante invalshoek betekent niet de enige invalshoek. In die zin ben ik ook in mijn werk een levende fusie van wat er is.”
Curacao, daar waar alles begonnen is, is nog steeds een belangrijke plek voor Felix. Een plek waar hij het liefst ook weer zou wonen en werken. ,,Ik denk dat ik wat te brengen heb. Mijn ervaring zou ik graag voor dit land inzetten. Ik heb Curacao lief. Maar het blijkt niet zo gemakkelijk. Voor zover ik weet ben ik meer dan ervaren. Ik heb gesolliciteerd voor het directeurschap van Kas di Kultura, maar ook voor de functie van manager bij het Curacao museum. Voor beide ben ik afgewezen. Ik heb zo het idee dat er een beeld heerst over mij dat zo’n beetje kort door de bocht gezegd bestaat uit ‘sex en drugs en rock’n roll’. Niemand zegt dat natuurlijk hardop. Ik leef mijn leven en ik kan in elk geval met grote stelligheid zeggen dat ik geen strafblad heb. Daarom staat ter afsluiting ook in dit boek dat ik een ‘nomade in niemandsland’ ben. Ik zou heel graag mezelf ten dienste stellen van het eiland. In die zin ben ik een lopende aanbieding. Als ik iets vind en ik daar mijn huur en mijn auto van kan betalen… dan ben ik zo terug.”


FOTO Vincent Jong Tjien Fa

Zondag zal Felix de eerste exemplaren van zijn egodocument uitdelen aan drie speciale mensen in zijn leven. Zijn moeder, zijn oude muze Norman de Palm en zijn nieuwe muze en tevens kunstenaar Kirk Claes, die wel zijn inspiratie maar niet zijn partner wil zijn. ,,Hij is hetero, dus dat houdt op.” Felix lacht even en verklaart zich dan nader over zijn keuze. ,,Ik geef mezelf weg aan de oorsprong, aan het verleden en aan het nieuwe. Ik ben dat allemaal en ik vind het mooi om dat met dit gebaar te benadrukken.”

Recensie Woestijnzand voor Biblion

,,De verhalen verrassen de lezer. (…) In het titelverhaal neemt het door de slavenopzichter vermoorde kind van een slavin generaties lang wraak op de slaveneigenaar Johan Andriesen en tevens vader van dit kind, tot Johan uit gewetenswroeging zelfmoord pleegt. De Curaçaose schrijfster en journaliste bij het Antilliaans dagblad heeft een dichterlijke inslag…

Meer op: Recensie Woestijnzand voor Biblion door Walter Palm

De film Tula the revolt en het proces

Helmin Wiels aan het woord

In the meantime… on the other side of the world:

Al langer stond hij op mijn wensenlijstje: Helmin Wiels van Pueblo Soberano. Ik wilde de ‘enfant terrible’ van Curaçaose politiek interviewen en hij stemde onlangs tot mijn genoegen daarmee in. Naar Band’a bou zouden we gaan. Naar Westpunt, zijn bakermat, om daar ergens onder een boom te gaan zitten en te praten. Wiels zou me komen ophalen. Dan konden we onderweg al beginnen met het interview. Zo gezegd, zo gedaan. En aldus ik stapte op een maandagmorgen bij Helmin Magno Wiels in de auto om een paar uur van zijn tijd met hem te delen. Het werd niet Westpunt. En ook niet een ‘een op een’ – gesprek. Helmin Wiels nam me mee op campagne. Naar de nieuwe markt in Punda. Samen met een cameraman die alles vastlegde. De ‘ervaring Wiels’ was begonnen.

We rijden op de ringweg. Richting de stad. ,,We gaan naar overal. Maar eerst naar Punda. Ik wil je de mensen laten zien. Dat is wat ik doe, wat ik ben. Ik ben twee tot drie keer per week gewoon onder de mensen. Kijk, de problemen die we hebben komen van ver. Ik weet dat. Bevestiging zoeken mensen. Ben ik mooi genoeg? Ben ik goed genoeg? De hele dag doe ik niets anders dan bevestigen dat dat zo is. Mijn volk is schizofreen. Ze voelen zich inferieur aan Nederland maar superieur aan Zuid-Amerika. Wat is dat? Het betekent dat ze niet weten. Nog steeds niet genoeg weten waar ze vandaan komen. En als je dat niet weet, dan kom je nergens. Ken je geschiedenis, daar begint het. Weet wie je bent. Pas dan komt het kijken naar wat je hebt als volk, als land. En dan, dan gaat het erom te ontdekken en te laten zien wat je kunt met alles wat je in huis hebt. De enige manier om de domheid van mijn volk weg te nemen loopt via het onderwijs. De kolonisator Nederland, en zo voel ik dat echt, heeft ons lang genoeg dom gehouden. Wat denk je dat er gebeurt wanneer iemand blijft zeggen: ‘Dit is wiskunde, dit is moeilijk en ik denk niet dat je dat kan’. Die angst zit in de mensen. Van het niet kunnen en het bang zijn om een eigen weg in te slaan. Dat moet veranderen. Via de politiek en de politieke leiders die zich toch als een docent zullen moeten gaan opstellen. Besef van eigenwaarde en kennis in het volk stoppen. Denkbeelden op de helling zetten en kritisch durven zijn. Nederland is niet het Walhalla. De cultuur, het land… het staat ver af van wie wij zijn. En kijk wat we doen. We sturen ons intellect weg. Elk jaar. Naar een omgeving waar de kans op mislukken groot is. Vanwege de verschillen. Dat moet stoppen. Kijk in je eigen regio. Leer gebruik maken van wat je hebt. In je eigen omgeving. Neem de VS. Daar mag je alleen maar blijven voor de duur van je studie. Daarna moet je terug naar huis. En je kracht voor de opbouw en ontwikkeling van je land inzetten. Zo zou het moeten.”

Download het hele interview: P14 P15

Boekpresentatie



In het Podium Mozaiek te Amsterdam, afgelopen zondag. Ik mocht een stukje uit ‘Woestijnzand’ lezen en voerde een kort gesprek met Peter de Rijk over het boek. Het was een prachtige ervaring. Franc Knipscheer van Uitgeverij IndeKnipscheer gaf ruimte aan een biografie over Piere Lauffer geschreven door Bernadette Heiligers (in samenwerking met de stichting Piere Lauffer), een novelle van Hans Vaders en een kalender en gedichtenbundel van Lauffer. Het was een indrukwekkend ‘Curacaos’ feestje met heel erg veel respect voor het werk van onze bodem. Het was een eer om erbij te mogen zijn!

Undercover

‘The important thing is to define who you are but not let it get in the way of growing. That is why I listen to all music and am open to everything.’

Mitchell van Undercover.

Een interview met een band die de rockscene op Curacao weer in beweging zet.
Meet UNDERCOVER


FOTO One Awesome Studio Photography

 

In het creatieve heiligdom

Een bijzondere primeur werd me toebedeeld doordat de band me toeliet bij een van hun oefensessies in het afgelegen huis waar zij trainen. Twee keer per week, drie uur achter elkaar, onafhankelijk of er een ‘gig’ op stapel staat of niet. Een mooie gelegenheid om naast te genieten van een ‘priveconcert’ ook Nacho nog te spreken. Javier ‘Nacho’ Fermin is het jongste bandlid.

,,Rock is er sinds ik geboren ben. Mijn moeder was een hippie en iedereen thuis, behalve mijn vader, was met rock muziek bezig.” Het eerste nummer dat Nacho zich herinnert is ‘Polly’ van Nirvana.  ,,Alles stond in het teken van muziek.  Ik ben de jongste van zes kinderen. Twee van mijn broers spelen ook gitaar. Het zit echt in ons.”

Nacho weet ook en heeft als geen ander ervaren wat het ‘stempel’ is dat het zijn van een ‘rocker’ betekenen kan op Curaçao. ,,Ik zat op het Triniteit College. Er was een uniform en toch konden ze aan me zien dat ik anders was. Een klein leren bandje om je arm is al genoeg. Ik heb het niet gemakkelijk gehad op die school. Door mijn muziek en door waar ik voor stond. Tot aan vechtpartijen toe moest ik mij verdedigen. Uiteindelijk ben ik naar het Albert Schweitzer College gegaan. Daar ging het beter, Ook omdat ik daar meer mensen ontmoette die van dezelfde muziek hielden.” Rockmuziek is ‘alles’ voor Nacho. ,,A way of life, waar ik me heel goed bij voel. Ik ben niet ‘satanic’ maar dat stempel kreeg ik wel. Alleen maar door ‘anders’ te zijn. Ik heb in die tijd heel erg veel naar rockmuziek geluisterd. En ik ging soms extreem. Naar meer dan heavy metal. Gewoon om rebelious te zijn en om ‘to piss of others’.” Gitaar leert hij spelen als hij twaalf is. De basgitaar volgt op zijn achttiende. Een instrument waar hij zich zichtbaar thuis bij voelt. De band speelt en oefent terwijl we praten. Kritisch zijn ze op hun performance. ,,Shit, we’ d better ask for that check before we go on stage,” grapt Mitchell als er een nummer niet helemaal gaat zoals het moet. Er wordt gelachen en opnieuw opgepakt. En wat de bandleden niet zien en de toeschouwer wel is de chemie tussen deze mannen die vooral plezier hebben in wat zij doen en die proberen elke sessie weer het beste uit elkaar te halen.

Download de pdf van dit interiew mipa

Uitnodiging Boekpresentatie

Eric Garcia aan het woord

‘Het is nog niet te laat.’
Een gesprek met Girobankdirecteur Eric Garcia over zijn geliefde Curaçao, over politiek, over onderwijs, de Girobank en haar personeelsbeleid, over het monster in de mens, over realistisch zijn en over lange afstandsrelaties. In twee delen zoals gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad.

Garcia lacht wanneer ik hem vraag of hij met een politieke beweging bezig is. ,,Dat is wat ze op straat zeggen. Ik heb het ook gehoord.”

 Download P10 Interview Garcia deel 1 en P12Interview Garcia deel 2