10 jaar schrijven…

Elo schrijvenFoto: Roland Colastica

Schrijven is zo’n beetje de meest frustrerende bezigheid die er is. Zo voel ik er heel vaak over, maar alleen dan wanneer ik de ruimte niet kan vinden om ‘het’ te doen en mijn hoofd spint van de ideeen. De dagelijkse beslommeringen souperen mijn tijd op en voor ik het weet zijn mijn uren op en is de dag voorbij. ‘Geef me 48 uur in een dag’, ik heb het zo vaak geroepen. Vooral in het begin.

In 2006 -nu tien jaar geleden- werd schrijven meer dan alleen maar een hobby. Het werd mijn werk en mijn uitlaatklep. De frustratie over het gebrek aan tijd is gebleven maar ik heb ook het een en ander geleerd van die beperking. Niet alles wat een idee is, hoeft meteen op papier. Tijd is niet altijd mijn tegenstander heb ik ontdekt. Soms zelfs is tijd eerder een bondgenoot doordat ik wat het ook is dat vind dat ik kwijt moet, vanwege tijdsgebrek niet op kan schrijven en daardoor moet laten beklijven. Niet zelden sneuvelt om die reden een oorspronkelijk idee of krijgt het een andere, beter doordachte vorm. Feit blijft wel dat mijn hoofd regelmatig vol zit. Maar wat een zegen is dat!

En als ik -ik permiteer me dit uitstapje even- terugdenk aan de afgelopen 10 jaar dan voel ik me ondanks alles wat ik nog niet heb opgeschreven heel erg warm worden. Het is de warmte die heen en weer kegelt tussen trots en schaamte. Trots op wat ik heb neergezet in de afgelopen 10 jaar, schaamte om al die keren dat het beter kon en dat ik de discipline niet op kon brengen omdat het leven met me aan de haal ging. Tegelijkertijd denk ik dat de verhalen die ik niet heb kunnen neerzetten waarschijnlijk ook niet voor nu bedoeld zijn.

In de afgelopen tien jaar heb ik heel vaak de ruimte gekregen om te kunnen schrijven maar ook om te kunnen publiceren. Bijna 100 interviews verschenen in kranten. Er was vijf jaar lang het online magazine Cpost dat elke twee maanden uitkwam. Drie boeken heb ik mogen maken en ik heb verschillende bijdragen mogen inleveren aan boeken van anderen. Een website werd geboren en er wordt gewacht op een volgende boek. Ik heb cursussen creatief schrijven gevolgd en gegeven. Heb een bijdrage mogen leveren aan Krusa Laman, de Literaire Tippelzones en coaching gekregen van het Nederlandse Fonds van de letteren. Recensies en andere stukken zijn verschenen van mijn hand. Twee eigen rubrieken in kranten. En als de ruimte in mijn hoofd te krap was, schreef ik gedichten. Ik heb columns leren schrijven en commentaren. En ik weet dat wat ik vind of denk en daarna opschrijf niet langer onbeduidend of spielerei is, ookal zit er altijd eerst het gevoel van ‘ken a mandabo?’ (wie denk je dat je ben). Man, wat een trip.

Het was het door mij vaak ‘gehate’ Facebook dat me eraan herinnerde dat ik 10 jaar geleden ben begonnen met dit stuk van mij serieus te nemen. Ik zag het voorbij komen en dacht… ja Elo, daar moet je wat mee. Niet om mezelf een veer in het gat te steken, maar eerder om de frustratie waarover ik sprak aan het begin van dit stukje het hoofd te bieden en gewoon door te gaan in het besef dat ik heel heel heel erg dankbaar ben voor alle ruimte die me -ondanks tijdgebrek- tot nu toe is gegeven. Wordt vervolgd… zullen we maar zeggen.

#Elodie Heloise
#Curacao
#Schrijven

Janchi van Playa Kanoa

2015-12-20 12.04.24 De hernieuwde ontmoeting met de man op deze foto voelde als thuiskomen bij mezelf. Ik had hem jaren niet gezien, wist niet of hij nog leefde en daar stond ie, voor mijn neus, zonder dat hij zich nog herinneren kon wie ik was. Janchi van Playa Kanoa liep rond waar hij hoort om sigaretten en drank te bietsen waar hij in overvloed verhalen voor teruggeeft. Maar liefs twee keer was hij voor mij de inspiratie voor een kort verhaal. Een keer voor online magazine Cpost en hij speelde een van de hoofdrollen in het korte verhaal Schelpenvlees dat in mijn bundel Woestijnzand staat die in 2012 uitkwam bij Uitgeverij In de Knipscheer.

En daar zou het wat schrijven betreft even bij blijven. 2012 luidde een serie aan gebeurtenissen in die me in beslag zouden nemen voor een langere tijd. Veel langer dan me lief was met als rechtstreeks gevolg het nog maar sporadisch doorsijpelen van de letters waar ik zo graag mee bezig ben. Geen rust, geen ruimte maar ook amper vrijheid… voor het gebruik van mijn eigen pen.

Blaadjes vallen weer op een plek neer, uiteindelijk, wanneer de wind is uitgeraasd. En zo is het ook met mij. Er is nu meer rust, er is ruimte en mijn vrijheid is weer van mij.

De hernieuwde ontmoeting met Janchi van Kanoa op dit moment was voor mij een cadeautje. En nadat ik hem een paar anecdotes had verteld die we samen beleefd hebben, kwam de lach van herkenning door. Of die voor mij was of voor de situatie kan ik niet inschatten. Daarvoor waren de gulle gevers van alcohol op het strand iets te scheutig geweest. Maar dat hij al twee keer ‘opgeschreven’ was, maakte hem heel enthousiast. Hij wilde meteen al aan de slag. “Jij schrijft het op en dan worden we samen wereldberoemd,” zei hij lachend.

Ach ja, ieder z’n wens.

De Gewetensprikker

Janchi woont op Playa Kanoa. In zijn paarse huisje boven de zee. Janchi is van oorsprong visser. Maar dan eentje zonder boot. Ook zonder vrouw en zonder kinderen. Verlaten hebben ze hem, allemaal. Janchi heeft geen goed woord over voor mensen. Hun aard heeft zich aan hem geopenbaard. In welke vorm ze aan hem ook verschijnt, Janchi heeft de mensheid door.
Vanuit de schaduw op Playa Kanoa deelt hij gul zijn inzichten uit. Badgasten op geperforeerde smurfensloffen worden door hem met ‘Idioten’ begroet. Janchi buldert tegen vervuilers. ‘Vieze varkens’ smijt hij ze na. Hij verstoort de doop van jonge adventisten. Luidkeels brallend over het water: ‘Geloof is opium voor het volk’. Zwemmers in T-shirts met politieke leuzen, lacht hij uit en hij hoont: ‘Wat hebben ze voor jouw stem betaald?’.
Janchi is niet gek. Janchi vindt dat mensen niet kloppen. Janchi schopt tegen het ingedutte geweten aan.
Maar soms, zo af en toe, heel even, dan wint zijn ordinaire nieuwsgierigheid van zijn grootse alwetendheid. Zoals laatst, toen hij even bij me kwam zitten. Hij had een BBQ gezien van Hollandse mensen. Ze roosterden stokken met vlees, paprika en uien eraan. Een shashlik, zei ik, komt uit de Krim, ergens bij de Ukraine. Janchi likte over zijn lippen. Hij keek me hemels verlekkerd aan. ‘Dat zou ik nou wel eens willen proeven.’

Uit: Cpost april 2008

En hier een fragment uit Schelpenvlees:

‘…Ruim voor de zon zich laat zien, zit Janchi al op het water. Golven klotsen tegen de romp van de boot. In het donker draagt de zee een zwart gewaad dat tot ver in de nacht doorloopt. In het bijna licht kleurt de zoom zilver en weerkaatsen plooiende golven de eerste zonnestralen. En dan neemt het zeekleed geleidelijk haar diepblauwe kleur weer aan. Op de punt van de boot ziet Janchi uit over haar grootsheid. Haar elegantie en hij bewondert haar kracht. Een dame is ze, denkt Janchi. De boot klimt naar de top van een golfrug en duikt daarna de diepte in. Janchi stijgt en daalt. Zout water in zijn gezicht. Zijn lichaam meevloeiend in het ritme van de zee. Hij kijkt naar haar. Hij voelt haar, hij hoort haar. Ze fluistert. Zacht sissend geeft ze hem geheimen in. Van de ogenschijnlijk wispelturige bewegingen van een school vissen; van de vogels die weten waar het aas zit; van de wind die waarschuwt als het tij gaat keren; van de gevaarlijke ondertonen die de stroming dan heeft; van zware wolken die een storm aankondigen; van de benauwende kalmte die daaraan vooraf gaat; van de slagregens die een dichte watermist vormen en van de wervelwinden die het zee-oppervlak in een onrustige beroering brengen. Janchi luistert. Naar alles wat ze te zeggen heeft. Ze raakt hem, ontroert hem. Overweldigt hem. ‘Blauwe dame, wat ben je mooi.’

Uit: Woestijnzand

#Woestijnzand, #In de Knipscheer, #Cpost, #Curacao, #Elodie Heloise

 

Woestijnzand op Arubadag

Woestijnzand op Arubadag Collega Otti Thomas stuurde me vanochtend een mailtje. “Kijk eens, je boek doet het goed op de Arubadag in Nederland.” Gek is het om je ‘kind’ er zo bij te zien liggen zonder dat je er zelf bij bent. Tegelijkertijd spoelt er een warme voldaanheid over me heen. Ja, het klopt, dat is mijn boek dat daar zichzelf ligt te wezen. In Verwegistan liggen de woorden die ik op Curacao over Curacao opschreef te wachten op een lezer die dit land ingetrokken wil worden en meer van ons wil beleven. Of misschien alleen maar even weer wil zijn waar hij of zij eerder was.

Hoe dan ook… in het kader van de huidige ontwikkelingen met onder andere de Bosmanwet waarbij de mensen van mijn land beperkingen opgelegd zullen krijgen om zich te kunnen vestigen in Nederland, lijkt het me een goede zaak dat heel veel mensen boeken van onze bodem gaan lezen…. dan weet je tenminste iets beter wat je uitsluit. En hoeft mijn zoon die over een jaar in Nederland gaat studeren zich misschien iets minder zorgen te maken of hij daar wel welkom is.

Thanks for sharing Otti

Kill your darlings…

… Moemsi, Ajoo

‘Wat wil je weten? Niet dat het iets uitmaakt. Het kan mij echt helemaal geen snars schelen wat wie waar dan ook van denkt. De feiten zijn heel eenvoudig. Ja, ik ben dood. Van de trap gesodemieterd als je de doodsoorzaak wil weten. En deze keer deed ik het voor de verandering eens niet expres. Dat geloof je toch niet. Maar zo is het leven. Wat je wil wordt je afgepakt en op het moment dat het goed met je gaat, komt er een kink in de kabel. Ik heb het nooit anders ervaren. Al die keren dat ik er zelf genoeg van had mocht het niet. Het eruit stappen bedoel ik. Op de een of andere manier werd ik daarin tegengewerkt. Hou op, ik heb het zo vaak geprobeerd. Gefrustreerd? Ja hoor, dat geef ik onmiddellijk toe. Het leven heeft mij niets dan frustraties gebracht. Lijden is het, afzien en vooral niet mogen doen waar je gelukkig van wordt. Van mij hoefde het al heel lang niet meer. Weet je wat het ergste van leven is? Mensen. De mensen die je tegenkomt en waar je een omgang mee moet vinden. Ik hou niet van mensen. Je kunt beter dieren hebben. Die zijn misschien ook hard, maar in elk geval rechtvaardig. Wat zwak is en de groep in gevaar brengt wordt opgeruimd. De sterkste is de baas, zij het tijdelijk. Overzichtelijk. Nee, bij mensen gaat dat niet zo. Mensen manipuleren, halen het slechtste in elkaar naar boven. Ze liegen, bedriegen en moorden om te domineren. Kijk naar de geschiedenis? En wat zie je…?  Juist, mensen die andere mensen onderwerpen en afmaken onderweg. Alleen maar om een ‘gelijk’ kracht bij te zetten. Nee, laat maar. Ik was er dan ook helemaal klaar mee. Had al een flinke verzameling pillen bij elkaar. Deze keer zou het wel lukken. En toen kwam Dominique…

            Sorry, het praat gemakkelijker met een sigaretje. Waar was ik gebleven? Ja, Dominique. Mijn kleindochter die ik nog nooit eerder gezien had. Mijn dochter Cat heeft haar bij me vandaan gehouden. Omdat ze zo nodig met die vent van d’r mee moest naar Curaçao. ‘Je zal zien, mam. Daar zal het beter gaan.’ Niks dan ellende heeft het ‘r gebracht. En natuurlijk kwam ze bij me terug. Ze kwam altijd weer bij me terug, uiteindelijk. En deze keer had ze haar kind bij zich. Een meisje, een jaar of acht. Donkere krullen om haar gezicht, groene ogen met een diepgang die ik nog niet eerder in een ander mens heb ontdekt. Petite was ze. Tenger en gebruind. Bewegelijk als een salamander, sierlijk als een varen in de wind. Een tropenkind, zoals ik dat eens was. In het Indonesië van vroeger. Dit kind droeg diezelfde warmte in zich die ik ooit ervaren mocht. Een breekbare warmte is het. Waarin je je geborgen waant. Totdat iemand die bron in je vermorzelt, kapottrapt en je eruit wegsleurt om je de kou in te douwen. De kou van dit leven die zich invreet in je botten en als een epidemie door je lichaam woekert totdat zelfs het hart bevriest en langzaam afsterft. Omdat die iemand zelf al veel langer geleden kapot is gegaan. Enkel daarom. Want zo gaat het. Jij niet gelukkig? Dan de ander ook niet. Getuige zijn van het geluk van een ander wijst je op dat wat jij niet hebt en dat is onverdragelijker dan verantwoordelijk zijn voor het toebrengen van pijn en verdriet in die ander. Leer mij mensen kennen. Ik heb het gezien en geleefd. 

            Maar goed. Ik ontmoette Dominique en zag dat in haar hetzelfde vuur nog brande dat ik kende uit mijn jeugd. Broos, aanwezig nog, maar zo nu en dan al laagflakkerend. Dat raakte me. Ja, je hoort het goed. Het raakte me. En ik weet heel goed dat dat kwam omdat ze op me lijkt. Daar hoef je me niet op te wijzen. Ik zag dit kind en ik wist dat ik het beschermen moest. Ten koste van alles en dat was de enige gedachte die ik had toen ik vloog en de trap onder mij  weg zag zwenken. Ik wist wat er kwam. Ik wist ook dat het menens was. Deze keer wel… verdomme.

            Ik lag op de grond. Dominique zat naast me. Ik kon haar zien. Mezelf ook. Gebroken. Kapot. De warmtebron in haar ging bijna uit en dat…. dat kon ik niet hebben. Ik blies. Blies totdat het vlammetje oplaaide. Levend werd en ik beloofde haar er te zijn voor haar. Voor altijd. En die belofte leef ik nu. Nu ik dood ben. Geloof het of niet. Zoek het uit. Het kan mij niet schelen wat je ervan denkt. Dominique kan mij schelen. Daarom praat ik met haar en ik weet dat ze me horen kan. Zien zelfs soms. In deze vreemde staat van zijn die ik nu heb, ben ik voor haar meer levend dan daarvoor.  En ik verrek het om verder te trekken. Ik blijf hier. Bij het licht in haar. Dus daar heb je het. Noem me zoals je wilt. Geest, engel, spook, schim… Ik ben wat ik ben. De bewaker van Dominique’s licht.’

 

Woestijnzand in Amsterdam

Een vriendin mijn zus, die ook van Curacao afkomstig is, was in de bibliotheek in Amsterdam. Ze besloot daar een boek te lenen. Een keuze te maken uit de duizenden boeken daar aanwezig. Ze kwam op de proppen met ‘Woestijnzand’ en maakte er een foto van en stuurde die door naar mijn zus. Die de foto… uiteraard weer doorzette naar mij. Ik was er heel blij mee, vooral omdat ik nu bezig ben met het schrijven aan roman versie 3. Dit soort kleine gebaren geven de burger moed en het kwam voor mij op een mooi moment. Danki Steph en Pien, voor de reminder…

Een Curacaose schrijver erbij

‘Bouwen op drijfzand’ de debuutroman van Ronny Lobo werd gisteren officieel gepresenteerd op Santa Martha. Uitgeverij Indeknipscheer heeft dit jaar opnieuw een paar van ons opgepakt en er het hunne mee gedaan. Zo mooi om alweer nieuwe schrijvers van onze bodem te mogen begroeten. Ronny Lobo en Joseph Hart hebben beiden voor het eerst werken bij deze uitgever gepubliceerd.

De presentatie van Ronny Lobo’s ‘architectonische’ roman vond plaats op Santa Martha. Een mooi feestje… en volgende week is Joseph Hart aan de beurt.

Ondertussen …

“Hoe denken jullie dat ze zal beginnen?”

“Ze zal beginnen waar ze moet beginnen, Domino.”

“Shon Mi, het gaat niet om ‘waar’ maar bij wie. Ze zal beginnen bij de belangrijkste persoon in dit verhaal, natuurlijk.”

“En wie mag dat zijn…? Oh laat me raden, met jou Gwido!”

“Haha, dankjewel. En nu je het zo vriendelijk zegt, Wesu, weet ik in elk geval zeker dat dat niet bij jou zal zijn.”

“He toe nou, jongens. Kunnen we het niet leuk houden. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje toch?”

“Daar heb je haar weer… Cat, de moeder Theresa onder ons. ‘He ja laten we het vooral gezellig houden. Het is niet gezellig. We zitten hier maar te wachten. Pff.”

“Gwido, wat helpt dit. We zitten inderdaad in hetzelfde schuitje. Dat kun je best een beetje anders formuleren.”

“Sorry, pater Fre. Ik ben het gewoon een beetje zat hier maar klaar te zitten totdat zij wat gaat doen. We zijn er allemaal klaar voor. Ik ben ongeduldig. Dat kan ik ook niet helpen.”

“Zal ik je even helpen?”

“Jezus!”

“Nee, Wesu.”

“Hou op! Jullie zijn hier alleen maar omdat ik er ben. Dit is mijn verhaal. Ze wil het alleen maar goed doen. Daarom neemt ze haar tijd. Omdat ze mij en ja zelfs jullie serieus neemt. En wanneer jullie zo luid zijn kan ze mij niet horen. En dan zal mijn verhaal niet verteld worden. Dus hou op of verdwijn.”

“Domino, het is goed. Maak je niet druk.”

“Ik maak me wel druk Cat. Om die schreeuwers. En laat me. ik heb het recht om me druk te maken.”

“We kunnen niet meer weg. Jammer voor jou. Ze heeft ons uitgekozen… dus.”

“Gwido, kappen.”

“Ach oude man, je kan op je kop gaan staan. En zo goed is ze niet. Wie noemt nou een karakter ‘Wesu’. Dat betekent gewoon ‘bot’, man. Je bent een bot, van een oud lijk.”

“Fre, Laat me los! Ik zal hem…”

“Laat maar komen, kom maar op oude man. Kom maar.”

“Shhht. Stil!”

“He, shon Mi, waarom doe je het licht aan?”

“Omdat, opgewonden standje, ze is begonnen.”

It’s written in the sky…

Een jaar geleden kwam ‘Woestijnzand’ uit. Een verhalenbundel met wat ik zoals verzameld had op Curacao erin opgetekend.  Een jaar geleden leverde ik ook mijn manuscript in voor een roman met nu nog de werktitel ‘Blauwe Tomaten’. Dat manuscript werd ‘afgekeurd’. Ik zou beter kunnen. dat was de mening van het Nederlandse Letterenfonds die mij twee jaar daarvoor al gekoppeld had aan mijn schrijfcoach Annettte de Vries. Het was eind december 2012 toen ik te horen kreeg dat het ‘over’ moest en dat Annette opnieuw tot mijn beschikking stond. Er moest aan mijn stijl en aan mijn verhaallijn gewerkt worden. Het was even slikken, maar niet zo heel lang.

De maanden die volgden hebben we gewerkt aan stijl, aan het tot op de centimeter nauwkeurig duiden van de kern van het verhaal dat ik wil vertellen. Daarmee zijn er personages gesneuveld die me aan het hart gingen en met hen flarden en fracties van verhalende beelden die zij wellicht ooit in een op zichzelf staand verhaal uit zullen vertellen.  Ik heb me in dit knippen en schrappen vaak een halve moordenaar gevoeld. En gedacht ‘Ken a manda’bo’ (Wie heeft je gezegd dat je zo nodig een roman maken moet…). Maar ik was niet alleen in dit proces. Annette stond er en wees, in mijn ogen soms meedogenloos, op de pijnplekken. Ik heb leren beteugelen waar ik ‘op hol’ was. Ik heb leren dansen op een stoeptegel in plaats van te zwieren over een oneindige vloer. Ik heb de uiteindelijke samenstelling van mijn ‘cast’ bepaald en de lijnen aangebracht die deze personages zullen bewandelen. Dichter, steeds dichter op wat verteld moet worden. En daarmee zit ik ook dichter op mijn eigen huid. Leren en ontdekken hoe ik leer om vervolgens volgens Annette te kunnen ‘rijpen’ in het schrijven. En ergens onderweg in dit proces vroeg Annette me: ‘Waarom heb je toch die neiging om uit de bocht te vliegen?”  Ze doelde daarmee op mijn wonderlijke vermogen om te overdrijven in het scoren van een punt dat ik echt wil maken. ‘Denk erover na, er zit daar iets dat van belang is.’

Schrijven is, zo ervaar ik het althans,  niet alleen het blootgeven van delen van jezelf, maar het is ook het openstellen aan de ander. Een cynicus zou zeggen: “Exhibitionise is het, bedoel je’ en ook hij heeft gelijk. Voor een deel dan, maar enkel in het benoemen van het verschijnsel waarom iemand zich ertoe geroepen voelt om te schrijven. Het vak en ermee bezig zijn brengt je als het goed is verder op de weg naar ‘rijpen’. Het enige wat je daartoe echt moet doen is openstaan voor wat je zelf niet ziet en willing zijn dat te erkennen om erover na te kunnen denken. De ‘flaw’ waar Annette haar vinger oplegde, komt van een ver verleden. Een mechanisme dat kennelijk van onder mijn huid via letters en woorden naar buiten stroomt. Overdrijven was als kind voor mij een manier om gehoord te worden. Voila, daar is het. Het antwoord op een reis die me een tijdje in beslag genomen heeft. Een waardevol antwoord voor mij omdat ik me erdoor van bewust word dat er een ingredient in mijn ‘schrijverselixer’ zit dat ik niet nodig heb om het drankje zijn werk te laten doen. Of om met de cynicus te spreken: de exhibisionist in mij leert steeds beter zien wat het is dat ik laat zien, voorbij de oprisping van ‘willen laten zien’.

Inmiddels is het zover dat ik de ingredienten ‘klaar’ heb liggen. Nog een laatste touch-base met Annette, en dan begin ik met het brouwen van het elixir dat het beste bij Blauwe Tomaten past.

Begin…


‘Begin…,’ zei mijn vriend, de schrijver. ‘Begin met een mooie zin. Eentje die klopt, eentje die er staat, eentje die laat zien dat je over elk woord hebt nagedacht.’ Dat ongevraagde advies kreeg ik van hem omdat het hem opviel dat ik me al klungelend en persend los probeer te maken van wat oud is in mij en er daardoor eigenlijk aan vasthoud. ‘Mooi is dat,’ dacht ik en ik werd er chagrijnig van. Voor even. Tot ik me bedacht:’Mooi is dat!’ Heel mooi zelfs, dat een ander in mij ontdekken kan dat ik worstel, dat ik me ervan bewust ben dat ik in mijn hoofd, maar nog niet in mijn schrijven, veranderingen vaststel, dat ik daar onzeker over ben en dat die ander eigenlijk niets anders doet dan me aanmoedigen om het nieuwe veld dat voor me ligt te betreden. Gewoon op de manier zoals ik dat altijd gedaan heb. ‘Begin, begin met een zin.’

 

Niets aan de hand


‘Niets aan de hand schilderij’ van kunstenaar Herman van Bergen

Ik zag dit werk tijdens een ‘werkbezoek’ van een van mijn kinderen voor school. In 4Vwo worden de leerlingen geacht een kunstenaar ‘onder de loep’ te nemen en daar een film/verslag van te maken. Een uitstapje waar ik als taxichauffeur geen bezwaar tegen had… ik hou ervan om even in de keuken te mogen kijken van een kunstenaar. Want altijd ‘borrelt’ er wat nieuws in ateliers; voedsel voor de creatieve ziel.

Herman van Bergen is bezig met het bouwen van een kathedraal van sumpinja’s, een megaproject, dat hij in zijn tuin is begonnen. Reden voor de werkgroep van mijn zoon om onder de indruk te raken van deze kunstenaar.

En terwijl zij bezig waren met vragen stellen en opnames maken, viel mijn oog op het doek ‘niets aan de hand’. Het stond op een ezel, enigsinds weggedrukt, in een hoek van Herman’s atelier. En mijn adem stokte. Ik ken het werk van Herman, een beetje, en dit was heel iets anders. Indrukwekkend anders, niet alleen om het stuk zelf maar ook om de richting die de kunstenaar ermee lijkt te zijn ingeslagen. Nog weer beter, nog weer scherper, of zo je wil ‘to a point’.

Ik kreeg hetzelfde gevoel dat ik (soms) mag beleven wanneer ik ‘doorstoot’ naar het volgende ‘level’ in het schrijfproces, wanneer ik weet dat ik na een tijdje te hebben geoefend ineens ‘beter’ geworden ben. Al het voorgaande werk, zeg maar ‘het onontbeerlijke oefenen’, levert dan ineens iets mooiers moois op. En dat zag ik vastgelegd in dit werk van Hermans hand.

De kunstenaar zelf zegt over dit werk: “Dit is een geschilderd detail van het marmeren beeld “de Loacoongroep”  door Agesander vervaardigd op het eiland Rodos. De dood van Laocoon was de eerste schakel in de keten van gebeurtenissen die leidde tot de stichting van Rome. Voor mij het geschilderd concept van het labyrint waar de kathedraal een onderdeel van is. Wat doen we hier op aarde en wat moeten we met de medemens? Het is een behoorlijke worsteling, het beeld van Loacoon wordt gezien als een eerste verbeelding met gevoel in het gelaat.”

‘De eerste verbeelding met gevoel in het gelaat…’, geen wonder dus dat dit werk me aansprak.

Dit beeld van Laocoön en zijn zoons, ookwel de Laocoön groep genoemd, is een monumentaal standbeeld in wit marmer dat te zien is in het museum van het Vaticaan te Rome