Uit de kunst Het zaadje van verandering moet je zelf planten

In deze serie komen mensen aan het woord die ons hun kant van het leven laten zien. De gemene deler: ze zijn creatief en getalenteerd en leven en werken op Curaçao.

Deze keer is de vloer voor Christian Peralta en Flavio Rodriquez. Twee jongemannen die Curaçao op de been krijgen met een spel dat eigenlijk al retro genoemd zou moeten worden maar dat voor het eerst door in het ‘echt’ gespeeld kan worden. De hele wereld is ervan in de ban en op 27 augustus sloot Curaçao aan. Pokémon go Curaçao ‘conquer the City’ werd in het echt ‘gespeeld’. Christian en Flavio zaten in de organisatie hiervan. Hieronder volgt het interview dat twee weken voor de grote dag werd afgenomen.

Human PokemonFoto uit het Antilliaans Dagblad

De zaadjes van verandering moet je zelf planten

Iedereen die in de jaren negentig opgroeide of die opgroeiende kinderen had, kan de Pokémon-rage die toen heerste niet zijn ontgaan. De serie en het spel waren razend populair en haast oneindig door de vele vele (evolutie- en battle) mogelijkheden. Films werden er uitgebracht en de merchandise rondom het spel hebben uitgever Nintendo en de makers van het spel Game Freak en Creatures Inc geen windeieren gelegd. Inmiddels zijn de Pokémons zelf met hun zevende generatie bezig en is de Pokémon go-app ontwikkeld die de fans van vroeger nu in de gelegenheid stelt zelf Pokémons te vangen en te trainen. Een wereldwijde hit, ook op Curaçao .

“Is het niet fantastisch… de mensen gaan de straat op om met elkaar een spel te spelen. Ze komen in beweging.” Christian en Flavio zitten op de bank bij Workspot aan de Bitterstraat waar zij kantoor houden. Het kantoor is een tafel en een paar stoelen in een open ruimte. Anderen huren hier ook werkplekken. “Pokémon go Curaçao was eerst een idee. Dat idee werd een plan en nu is het een project geworden. Het is veel werk vandaar dat we een ‘office’ hebben. Skempi zit hier ook en wij hebben een tijdelijke stage bij hen. Vandaar dat het zo kan. We hebben hulp hierbij gekregen. Van verschillende kanten. Mensen vinden het leuk wat we doen.”

Drijfveer
Christian (25) en Flavio (19) zijn allebei kinderen van de negentiger jaren. Pokémonfans dus. Maar dat is niet de belangrijkste drijfveer om dit evenement op te pakken en er iets mee te doen. Het gaat hen er beiden om mensen bij de plek waar ze leven te betrekken.
“Weetje, het klopt niet hoe de wereld erbij staat. En wat wij ermee doen. Het is gewoon niet oke. Meer en meer mensen voelen zich niet meer thuis in deze wereld. Voelen zich alleen en onbegrepen. Ondertussen gaan vervuiling, oorlogen en sociaal economische problemen gewoon door. Onze leefomgeving wordt steeds minder prettig. Dat moet toch anders kunnen?”, zegt Christian. “Bizar wat er gebeurt… gaat er een popster dood dan is de hele wereld aan het huilen. Elders in de wereld sterven dagelijks mensen aan honger, dorst of geweld… huilt er nog iemand voor hen? Do we care? En dan dichter bij huis. Curaçao … het lijkt wel of de ziel uit ons land is. Alles gaat slecht. De economie, het toerisme, de politiek, de criminaliteit. Have a heart, man. Dat zijn systemen. Dat is toch niet wat we zijn? Zo willen we toch niet leven?”
“Ik heb bijna mijn hoop verloren in de mensen”, zegt Flavio. “Een tijdlang was ik net als de meesten. Dingen hebben, dingen kopen en zoveel mogelijk ellende van me af zetten. Stoer doen en wat niet klopte buiten de deur houden. Gewoon ogen dicht en niet nadenken. Met mijn eigen ‘ik’ bezig zijn. Totdat ik van dichtbij zag hoe een hond mishandeld was. Er knapte iets. Of misschien ging er iets open… Ik hou van dieren. Ik kon dat beeld niet verkroppen en zag meer en meer onrecht. Vroeger sloot ik mezelf af. Het was teveel. Ik wilde van alles tegelijk aanpakken en eindigde met niets doen. Ik kwam niet vooruit. Een soort verlamd was ik. Die hond was een wake-up call voor mij. Die raakte een snaar. Ik wilde me niet meer afsluiten maar iets doen.”
Zowel Flavio als Christian komen -elk op hun eigen tijd- tot het inzicht dat wanneer ze iets willen veranderen, ze zelf in beweging moeten komen. “Je moet gewoon meehelpen, niemand de schuld meer geven van wat er allemaal niet werkt maar op zoek gaan naar een manier om iets bij te dragen aan het welzijn van de wereld en de plek waar je leeft. En wat ons betreft door zoveel mogelijk mensen en handen samen te brengen om mee te helpen. Dat is waar dit event eigenlijk om gaat. Om weer te voelen dat we samen zijn.”

20160810_144825

Ik als uniek deel van ons
Christian heeft zich nooit thuisgevoeld in vaste structuren. Kreeg vaak te horen dat hij niet paste. “Op school niet, in mijn studie niet maar ook niet in het werk wat ik deed in Nederland. Ik studeerde voor Micro-laborant en werkte in een Hotel. Wie ik ben, paste niet bij het systeem en ik werd verzocht te gaan. Ik ben anders, ja maar maakt mij dat als persoon minder waardevol voor het leven? Lang haatte ik mensen en de systemen waarbij ik niet mezelf kon zijn. Ik moest veranderen wie ik was. En dat ging niet. Ik besloot aan zelfstudie te gaan doen en op zoek te gaan naar wat ik dan wel moest gaan doen. Mijn ‘ik’ kwam centraal te staan maar op een hele andere manier. Het ging niet meer om wat ik nodig heb maar om wat ik geven kan.”
Flavio knikt als Christian dit zegt. “Er verandert iets. Van binnen. Wie je bent koppelt met hart, passie en vaardigheden. En ineens begrijp je waar je naartoe wil. Het voelt dan goed en in balans. En gek genoeg maakt het dan ook niet meer uit wat anderen denken of vinden.”
Christian noemt dit echte liefde. “Ik leef volgens vier regels: de waarheid spreken, niks verwachten of aannemen, niks persoonlijk nemen en mijn best doen. Voor mij werkt dit prima. Zo is mijn innerlijke zelf oke. En eigenlijk zou niets wat anderen doen die balans moeten kunnen verstoren.” Terwijl hij dat zegt, gaat zijn telefoon af. Hij kijkt wie het is. “Behalve vlinders dan.”
‘Vlinders?’
“Ja, zo noem ik de mooie meisjes op mijn pad.”zegt hij lachend. “Mi ta yamabo bèk”.
Het mooie meisje moet even wachten. Het gesprek is namelijk nog niet afgerond.

20160810_145143

Zaadjes planten
Met het Pokémonproject willen deze jongens een stevige groep opzetten van mensen die zich weer bekommeren om hun land en de mensen die er wonen. De boodschap: kom naar buiten, ontmoet nieuwe mensen en beleef samen een avontuur. “Wanneer je mensen samenbrengt vanuit het hart, dan gaat de rest bijna vanzelf. Wij zouden graag zien dat de vele individuen die er zijn de weg naar dat hart terugvinden. Dingen samen doen en daar plezier aan beleven is een mooie manier om dat te doen. Dan gaat het niet over ‘ikjes’ of over wie de baas is of wie gelijk heeft. Word je daar nou gelukkig van? Kijk wat dat doet met de wereld… Samen iets doen en ontdekken dat je daardoor wel degelijk iets veranderen kan. Je hoeft alleen maar mee te doen. Daar gaat het om. En niet meer wachten totdat iemand anders je komt ‘redden’. Help out and get involved.” Flavio en Christian zijn het hierover roerend eens. Mensen zelf zijn het middel om tot een betere samenleving te komen. Voor Flavio zou die betere samenleving bestaan uit een Curaçao waar alle dieren goed behandeld worden en waar geen afval meer te bekennen is. Zelf helpt hij al jaren mee met allerlei Clean-ups. Voor Christian betekent het dat er groepen mensen ontstaan die de handen in praktische zin uit de mouwen steken maar ook dat mensen zich weer met elkaar verbinden. “Repareer dat oude hek van die alleenstaande moeder in je wijk. Ga met een groep een bordspel doen in plaats van op je telefoon te spelen. Kijk rond en zie op wat voor een wonderlijke plek je leeft. Heb dat lief en zorg voor elkaar.”
Christian zucht dan even. “Weet je Curaçao zou het mooiste land van de wereld kunnen worden. Het kan, maar we moeten er zelf mee beginnen. Ik weet heus wel dat ik niet alles kan veranderen. Maar ik kan wel zaadjes planten en mezelf aanbieden aan wie hulp nodig heeft. En alleen al doordat ik bijdraag op mijn manier, laat ik iets beters achter wanneer ik er niet meer ben.”

Het evenement werd gehouden op zaterdag 27 augustus van 16.00 uur tot 19.30 uur. Start- en eindpunt was het Renaissance (Riffort)

‘Uit de kunst’ verschijnt in het Antilliaans Dagblad en in de Extra.

Het zaadje van verandering moet je zelf planten

Pokemon Go

Iedereen die in de jaren negentig opgroeide of die opgroeiende kinderen had, kan de Pokémon-rage die toen heerste niet zijn ontgaan. De serie en het spel waren razend populair en haast oneindig door de vele vele (evolutie- en battle) mogelijkheden. Films werden er uitgebracht en de merchandise rondom het spel hebben uitgever Nintendo en de makers van het spel Game Freak en Creatures Inc geen windeieren gelegd. Inmiddels zijn de Pokémons zelf met hun zevende generatie bezig en is de Pokémon go-app ontwikkeld die de fans van vroeger nu in de gelegenheid stelt zelf Pokémons te vangen en te trainen. Een wereldwijde hit, ook op Curaçao .

Christian en Flavio

“Is het niet fantastisch… de mensen gaan de straat op om met elkaar een spel te spelen. Ze komen in beweging.” Christian en Flavio zitten op de bank bij Workspot aan de Bitterstraat waar zij kantoor houden. Het kantoor is een tafel en een paar stoelen in een open ruimte. Anderen huren hier ook werkplekken. “Pokémon go Curaçao was eerst een idee. Dat idee werd een plan en nu is het een project geworden. Het is veel werk vandaar dat we een ‘office’ hebben. Skempi zit hier ook en wij hebben een tijdelijke stage bij hen. Vandaar dat het zo kan. We hebben hulp hierbij gekregen. Van verschillende kanten. Mensen vinden het leuk wat we doen.” (…)

Binnenkort meer over deze twee jongemannen in het Antilliaans Dagblad en in de Extra.

#Pokemon Go Curacao
#Antilliaans Dagblad
#Extra
#Elodie Heloise

Uit de Kunst: Kunst als economische ontwikkelingsfactor… kan dat?

Serie Uit de Kunst

In deze aflevering aandacht voor de expositie Desaroyo die is ontstaan uit de samenwerking tussen de ontwikkelingsinstelling Korpodeko, bijna 40 kunstenaars, het project Curaçao Folk Art, de gevangenis en Landhuis Bloemhof. De aanleiding voor deze expositie was het 30-jarig bestaan van Korpodeko. De insteek: de toekomst.

8. Minister Eugene Ruggenaath in gesprek met kunstenaar Omar SlingMinister van Economische Ontwikkeling Eugene Ruggenaath in gesprek met kunstenaar Omar Sling tijdens de opening van Desaroyo in Landhuis Bloemhof.

‘Hoe is het met de ontwikkeling van Curaçao gesteld over dertig jaar?’ Dat was de vraag die zo’n veertig lokale kunstenaars hebben opgepakt om er ‘iets’ mee te doen. De opdracht kwam naar aanleiding van het 30-jarig bestaan van de Stichting Korporashon pa Desaroyo di Korsou (KORPODEKO). Korpodeko is een organisatie met financiële mogelijkheden die zich inzet op duurzame ontwikkeling. Geen bank maar wel een invloedrijke speler die over de middelen beschikt om die projecten te stimuleren waar anderen dat nog niet doen of aandurven.

Enkele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Pietermaai en Jan Thiel. De beslissing een beginnend project te stimuleren wordt genomen op basis van de mogelijkheden tot duurzame economische ontwikkeling die het project in zich heeft. Dit gebeurt in samenspraak met de overheid, de vakbonden en de particuliere sector. Een tripartite constructie die in 1985 werd opgezet om de economie van Curaçao die toen ook al in een crisis verkeerde te stimuleren. Het is dan ook niet voor niets dat de vorm waarop de kunstenaars hun bevindingen hebben uitgewerkt een driehoek is.

6.MaquetteDe expositie Desaroyo bij de Fundashon Uniarte in Casa Moderna

Link met Kunst
Het idee om ‘iets’ met kunst te gaan doen ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van Korpodeko kwam van de directeur Chesron Isidora. “Eigenlijk zijn wij bij Korpodeko net als kunstenaars. Mensen kennen ons niet zo goed maar komen wel inraking met het resultaat van wat wij doen. Het werk blijft en spreekt voor zich. Wie daar achter zit, is minder bekend. En daarom wil ik met ons jubileum ‘iets’ met kunst doen. Bovendien vermoed ik dat de Kunstsector belangrijk kan zijn voor de economische ontwikkeling van Curaçao. Ik weet heel weinig van kunst en daar wil ik dus meer over leren.“

Dat ‘leren’ werd een project. De expositie Desaroyo met de ‘terugblik vanuit de toekomst’ werd opgezet. Curaçao Folk Art, een nijverheidsproject van Lusette Verboom en Unesco, gericht op het zelfvoorzienend kunnen zijn in de souvenirbranche middels creativiteit, haakte aan en vanuit de gevangenis kwam een bijdrage in de vorm van een maquette van het Korpodekogebouw. Verder hebben leerlingen van de Art Heals Foundation ook twee stukken ingebracht. Samen vormen zij de expositie Desaroyo die sinds mei van dit jaar over Curaçao reist. Na de kick-off op Landhuis Bloemhof, staat de expositie nu bij de Fundashon Uni Arte in Casa Moderna en zal hij van 9 juli t/m 31 juli te zien zijn bij de Tayer Soshal van Santa Martha.

Knelpunten
De samenstelling van deze expositie, die verbonden is door creativiteit, laat echter ook de scheidslijnen zien die er liggen tussen creatieve vrijetijdsbesteding, professionele nijverheid en kunst. Een belangrijk onderscheid wanneer de creatieve sector in het licht van economische ontwikkeling komt te staan. Anders gezegd wanneer je de sector gaat zien als een mogelijkheid om er geld in en mee te verdienen.
Een leuke vrije tijdsbesteding kost meestal geld, de Curaçaose kunstnijverheid heeft het zwaar vanwege de vele goedkopere souvenirs die verkocht worden met een label uit China of Taiwan en kunstenaars maken doorgaans originele stukken waar zij hun ziel, zaligheid of boodschap in stoppen.

5.Kunstwerk Art Heals FoundationKunstwerk Art Heals Foundation

Het valt niet mee wanneer je van je kunst moet leven en daarom zijn veel van de Curaçaose creatieve geesten, een enkeling uitgezonderd, ook op andere terreinen bezig omdat er nu eenmaal ‘brood op de plank’ moet komen. En dat is jammer want zo krijgt het creatief potentieel van Curaçao niet de kans om tot volle bloei te komen.

Een ander moeilijk punt is dat kunst en commercie elkaar over het algemeen niet goed verdragen. Kunstenaars zijn vaak de verbeelders van de sociaal maatschappelijke tijdgeest van een land. Ze zijn het geweten, het gevoel en de boodschappers. In hun werk laten zij maar al te vaak zichzelf zien en wat zij voelen of denken. En soms gaat het alleen maar om naar buiten te brengen wat er van binnen leeft en is dat het doel op zich. Economische ontwikkeling en kunst lijken elkaar dan ook eerder te bijten dan dat zij iets voor elkaar kunnen betekenen.

Kunstfonds
Een deel van de verkoop van de kunstwerken van de expositie Desaroyo zal de basis leggen voor het Korpodeko Art Fund. Dit fonds zal ingezet worden ter stimulering van de economische ontwikkeling van de Beeldende Kunst. Hoe dat moet gaan gebeuren wordt bepaald naar aanleiding van discussie met de spelers in het veld. De kunstenaars dus. En in die discussie zijn de bovenstaande knelpunten uiteraard belangrijke onderwerpen.

Discussie
En er is meer. Uit de eerste brainstormsessie over de inzet van het Korpodeko Art Fund die begin juni in Landhuis Bloemhof werd gehouden met de kunstenaars die deelnemen aan de expositie ‘Desaroyo’, kwam duidelijk naar voren dat kunstenaars zich veelal alleen voelen staan. Dat er aan het bewustzijn van het belang van Kunst getimmerd moet worden. Dat Kunst veel te weinig zichtbaar is op Curaçao. ‘Er is geen Kunstbeleid vanuit de overheid en ook geen visie. Het kunstwerk van Avantia Damberg bij Kranshi is wel een hoopvol teken. Er zouden in alle publieke ruimten meer kunstwerken te zien moeten zijn’, was een van de opmerkingen.

Directeur Korpodeko Chesron Isidora in gesprek met kunstenaarsDirecteur Korpodeko Chesron Isidora (wit overhemd) in gesprek met kunstenaars

Ook zou er beter nagedacht moeten worden over nieuwbouw of woon-, wijk- en stadsontwikkeling en een koppeling met Kunst. En in het onderwijs moet er een betere plek worden ingeruimd voor Kunst. Verder zou de overheid het makkelijker moeten maken voor kunstenaars door bijvoorbeeld materialen vrij te stellen van invoerrechten.

Dat er weinig bewustzijn leeft over kunst en kunstenaars werd ook geïllustreerd door het gegeven dat er vaak van hen wordt verwacht dat zij doneren voor veilingen en vaak worden gevraagd hun diensten gratis ter beschikking stellen.
‘Maar eigenlijk behoren wij tot één van de (inkomens)- zwakkere groepen van de samenleving… niemand realiseert zich dat. Maar er wordt wel steeds een beroep op ons gedaan. Omdat we kunstenaar zijn?’, vraagt één van hen.

Verder zou er veel meer exposure moeten zijn. Ook hierin voelen kunstenaars zich alleen staan en zelfs tegengewerkt. Pogingen om samen in een kunstenaarscollectief te zitten zijn in het verleden mislukt. De hand gaat hiermee ook in eigen boezem zoals één van de kunstenaars opmerkt: ‘Er zijn steevast een paar mensen die wel willen trekken en waar dan anderen het ‘plezier’ van hebben zonder er echt aan bij te dragen. Het animo onder kunstenaars zelf om in beweging te komen is er niet of amper. Er zijn wel initiatieven zoals de Atelierroute en Williwood. Maar veel te weinig. Er zou veel meer moeten gebeuren op Kunstgebied. Meer festivals bijvoorbeeld. En daar zou meer geld voor beschikbaar moeten komen.’

Wordt vervolgd
Misschien heeft Korpodeko met dit project de knuppel in het hoenderhok gegooid. Tegelijkertijd hebben kunstenaars het steeds moeilijker en is de tijd misschien aangebroken om naar praktische oplossingen te zoeken om dit tij te keren. Meer dan ooit kan kunst betekenis hebben in onze samenleving waar de sociale verschillen, net als elders ter wereld, steeds groter worden. Kunst verbindt, Kunst spreekt zonder taal en Kunst confronteert. Een samenleving zonder kunstenaars is als een land zonder hart.

Hoe dan ook staat met de discussie over de inzet van het Korpodeko Art Fund ook de verdere ontwikkeling van Kunst op de agenda. In welke vorm en hoe wordt in samenspraak met elkaar steeds een beetje beter duidelijker.

Aan Desaroyo werken mee:
Carlos Blaaker & Neeltje Timmers, Doggis, Avantia Damberg, Matteo Mariani, Ailsa Anastatia, Wim Snelders, Shardenia Felicia (IBB), Omar Sling, Amber Tummers (IBB), Ariadne Faries, Marcel van Duijneveldt, Eugenie Boon (IBB), Michèle Russel-Capriles, Herman van Bergen & Daisy Casimiri, Marti Genger, Marjon Wegman, Rien te Hennepe, Fiona Henriquez, Maghalie George, Diederik Radder, Carl Ariza, Marlies Schoenmakers, Hector Rafaela, Rose Ann Ignacio, Suzet Rosaria, Susan Rudolf, Lies Bruens, Babette de Waele, Ellen Spijkstra, Morgaine Parris, Krista van der Meijden, Annemieke Dicke, Pito Polo, Arnold Bakker, Art Heals Foundation, Curaçao Folk Art en SDKK.

‘Uit de kunst’ verschijnt in het Antilliaans Dagblad en in de Extra. Deze productie wordt kostenloos geplaatst en is ‘om niet’ geproduceerd. Het idee is ontstaan vanuit de gedachte van ‘verbinden’. Gewoon omdat het belangrijk is kunst en cultuur in beeld te brengen en te houden.

#Korpodeko
#Art in Curacao
#Desaroyo

Uit de kunst Michele Russel-Capriles

Deze keer aandacht voor een kunstenaar die eigenlijk vindt dat ze (nog) geen kunstenaar is. Michèle Russel-Capriles, de kleindochter van veelzijdig kunstenaar May Henriquez, maakte in januari van dit jaar haar kunstenaarsdebuut met de expositie ‘Seriously?’ bij landhuis Bloemhof. Recycle-art maakt ze van afgedankte spullen. Het resultaat ervan maakt mensen vooral vrolijk.

“Spelen met wat anderen wegdoen”
3. De sweatshop van MicheleDe sweatshop van Michèle. Hier komen haar kunstwerken tot ontwikkeling. “Sommige werken liggen er al een jaar te wachten. En dan ineens weet ik wat ik ermee moet doen en pak ik ze weer op.”

“Het is eigenlijk maar een onsamenhangend geheel.” Michèle Russel-Capriles neemt me mee op sleeptouw door haar werkkamers en wijst me de kunstwerken die klaarliggen voor haar expositie. Ik zie composities van allerlei maten die samengesteld zijn van tal van onderdelen. In de twee en driedimensionele stukken ontdek ik van alles. Stukjes speelgoed, computeronderdelen, oude brieven, medicijnhouders, bijsluiters, onderdelen van metaal van Joost-mag-weten wat het geweest is voordat het in een kunstwerk werd verwerkt, keukengerei en plastic speelgoed. Een dwerg uit de Disney Classic Snow White, legoblokjes, een vlinder, een hart, kerstkralen, dinosaurussen maar ook stukken van de speeltjes van de Happy Meals van Mac Donald’s. “Daar heb ik een speciale schroevendraaier voor moeten kopen. Die speeltjes krijg je namelijk niet zo makkelijk uit elkaar”, zegt Michèle lachend. “Maar goed, dit is wat ik ervan gemaakt heb. Heel verschillend. Ik kan er in elk geval geen rode draad in ontdekken. Behalve dan misschien in het gebruikte materiaal.”

5. Een stad

Overvloed
Het materiaal is afkomstig van wat mensen wegdoen. Die overvloed aan verschillende materialen en kleuren zijn door haar op allerlei verschillende manieren verwerkt tot kunstwerken die diezelfde overvloed uitstralen. Er is van alles te zien en te ontdekken in dit werk. Soms meteen en soms moet je beter kijken en zit de herkenning wat verstopt.
“Zo is het begonnen,” zegt ze. ”Met het verzamelen van spullen. Dat doe ik al jaren. Altijd met het idee dat ik daar ooit iets mee zou gaan doen. Inmiddels weten mensen dat en krijg ik regelmatig spullen aangeboden of aangeleverd. Zij zien er iets in, of denken dat ik er iets mee kan. Vaak is dat ook zo. Ik vind het geweldig dat mensen zelf ook naar hun afval kijken en ookal kunnen ze er zelf op dat moment niets mee, wel aan mij denken. Zo krijgt het een nieuw leven door toedoen van ons allebei.”

Bekend
Michèle Russel-Capriles is geen onbekende op Curaçao. Ze komt uit een oud Curaçaos geslacht, is de dochter van Diane Henriquez en Lio Capriles, oud directeur van de Maduro & Curiel’s bank. ‘Chicu’, de huidige ceo van de MCB is haar broer. Ze groeide op in Curaçao en was als kind regelmatig te vinden in de tuin van Landhuis Bloemhof waar haar grootmoeder May Henriquez woonde. Michèle studeerde na haar middelbare school in de Verenigde Staten en kwam in de jaren negentig terug naar huis. Op Curaçao werkte zij een poosje bij de bank, was zij betrokken bij de oprichting van de politieke partij PAR en werd zij vervolgens gekozen tot Lid van de Staten van de Nederlandse Antillen. Tegenwoordig kennen de meeste mensen haar als de voorzitter van het Prins Berhard Cultuurfonds Caribisch gebied. “Wat ik tot nu toe gedaan heb, is eigenlijk net zo onsamenhangend als deze kunstwerken die ik heb gemaakt”, zegt ze grappend. “Ik weet van alles wel wat maar ben nergens een expert in.”

4. Detail MayGrootmoeder Shon May ontbreekt niet in de expositie ‘Seriously’. “Ik gebruikte een oude liefdesbrief van mijn grootvader aan mijn grootmoeder als huid. Dit is mijn impressie van haar gebaseerd op een schilderij dat Jacques IIselmuiden van Shon May maakte en dat op Landhuis Bloemhof hangt.”

Expo
De Michèle zoals hierboven beschreven kent de bevolking van Curaçao al. De kunstenaar Michèle is nieuwer. En de expo ‘Seriously?’ is een primeur. De titel verraadt al dat ze zelf een zekere ambivalentie voelt ten aanzien van het kunstenaar-zijn. Het is een vraag met een wat spottende ondertoon.
“Mijn tante (Nicole Henriquez) drong erop aan dat ik zou exposeren. Vorig jaar al, maar dat hebben we uitgesteld. Ik zag dat nog niet zitten. En nog niet helemaal hoor. Ik vind het best een beetje eng. Ik beschouw mezelf namelijk helemaal niet als kunstenaar. Ik weet wel dat ik creatief ben. Heb heel veel verschillende creatieve cursussen gevolgd de afgelopen jaren. En alles wat ik geleerd heb, komt nu samen in deze expo. Ergens verwacht ik te horen dat ik nog niet klaar ben voor een expositie. Maar ik ben niet bang voor kritiek en tegelijkertijd voel ik ook niet de behoefte om me te verdedigen. Ik doe dit werk omdat ik er plezier aan beleef. Het is heerlijk om ermee bezig te zijn. Helemaal weg van alles. Met mezelf bezig zijn. Vroeger was dat een boek of een game zoals de Angry birds, Candy Crush, Sudoko of Solitaire. Nu doe ik dit en als ik me erin verlies, klopt het leven als vanzelf wel op mijn deur. Dan moet ik me weer voegen naar de rol van moeder, vrouw of voorzitter. Soms is dat lastig, daarom werk ik veelal ‘s avonds en ‘s nachts.”

6. Gesmolten platen

2. Contract “Dit kunstwerk is geïnspireerd op een contract met een internet provider. Daarin ben je maar te vaak Screwed and bound.”

1. Collage van ronde dingen

Wat is dan een kunstenaar?
Michèle denkt even na over die vraag. “Weet je, dit werk doen is een extraatje en geen prioriteit in mijn leven. Het is niet zo dat ik een drive heb dat ik moet en niet anders kan. Ik verwerk ook geen boodschap of een visie op de wereld in dit werk. Ik creëer voor mezelf omdat het in mijn hoofd zit. Ik vind het eigenlijk pretentieus om mezelf een kunstenaar te noemen. Ik ben gewoon leuk aan het spelen. ”

Leermeesters
Verschillende mensen krijgen van Michèle credits voor waar ze nu is in haar creatieve proces. Ze ziet het als een optelsom van allerlei ervaringen. Fonz Heijdens, Serena Israel, Boy Palm, Nathalie Jonis-Abdul, Solange Gravenhorst, Gloria Luz en vooral Marcel van Duijneveldt. In haar expositie is er een speciale hoek ingedeeld waarin ze dit leerpoces met de bezoekers deelt. “Van Fonz leerde ik naar vormen kijken en geduld hebben met hout, Nathalie leerde me puzzelen door mozaiek en ontdekken dat ik daar goed in was, Boy liet me zien hoe ik moest solderen met een smile, lol beleven aan het smelten van was ontdekte ik bij Gloria. Bij Serena ontdekte ik het belang van techniek en veiligheid tijdens het werk. Ook het maken van duurzame constructies leerde ik bij haar. Solange liet me vrij om mijn creativiteit naar buiten te laten komen. En Marcel… die zei tegen me: ‘Alles waar je veel van hebt, daar kan je iets mee.’ Hij liet me zien hoe ik door vormen, texturen en kleuren heen kan kijken. Welke het belangrijkste is in welke vorm. Heel leerzaam. En dan zijn manier van kritiek geven: het is nooit fout wat je doet maar ‘het gaat de goede kant op’. Van hem leerde ik doorzetten en geen genoegen nemen met ‘good enough’. Het is nu pas goed genoeg wanneer ik er geen fouten meer in kan ontdekken. Vaak heeft hij me met zijn idee over iets net iets verder gepushed… met een beter resultaat. Ik ben al deze mensen heel erg dankbaar. Om wat ze mij gegeven hebben. Omdat wat ik door hen te weten ben gekomen ervoor gezorgd heeft dat ik meer uit mezelf halen kan.”

Bijzonder
Dat het werk van Michèle ondanks haar eigen reserveringen ten aanzien van het kunstenaarsschap bijzonder is, blijkt alleen al uit de enorme opkomst voor de opening van ‘Seriously’, de vele verkochte werken en niet in het minst door de geroerdheid van Nicole Henriquez, haar tante. “Mooi is het om in het huis van May, mijn moeder, nu een expositie te hebben van haar kleindochter. Ik ben trots op haar en op dit werk.”

9. Pillen in kunst

‘Onsamenhangend?’
‘Onsamenhangend’ noemde Michèle haar werk zoals de stappen in haar carriëre. Zo op het oog lijkt ze daar gelijk in te hebben. Maar wie dieper zoekt, ontdekt toch een gemene deler: Michèle verbindt mensen met elkaar door samen iets te doen of te ervaren. Op z’n Michèle’s en dat betekent met een vrolijke noot en met een joie de vivre. Ze krijgt het voor elkaar dat mensen in beweging komen en meedoen. Dat deed ze in al haar vroegere en huidige functies en met ‘Seriously’ is het niet veel anders. Mensen kunnen meedoen met haar lol in het creeren door zelf ook kunstwerkjes te maken. Kunstwerkjes die zij straks zal verwerken tot een gezamenlijk kunstwerk. En dat doen ze. Bijna dagelijks zijn er wel mensen te vinden op Landhuis Bloemhof die aan het ‘knutselen’ slaan. En wat ze ermee bereikt, is dat haar kunstwerken en haar expositie anderen ertoe brengen om ook de lol van het creëren te ontdekken en te ervaren. En uiteindelijk is ‘Seriously’ daarmee veel meer dan een alleen maar een expositie van een ‘kunstenaar’.

7. Michele en Chochi Michèle met haar hondje ‘Chochi’

#KunstopCuracao

‘Uit de kunst’ verschijnt in het Antilliaans Dagblad en in de Extra. Deze productie wordt kostenloos geplaatst en is ‘om niet’ geproduceerd. Het idee is ontstaan vanuit de gedachte van ‘verbinden’. Gewoon omdat het belangrijk is kunst en cultuur in beeld te brengen en te houden. Elodie Heloise is auteur en werkte eerder voor en bij het Antilliaans Dagblad en de Amigoe. Sinds augustus werkt zij bij de Stichting Exploitatie Landhuis Bloemhof.

Seriously

Uit de kunst Arte Popular

In deze aflevering een kijkje achter de schermen bij de vrouwen die Arte Popular maken. Kunstnijverheid die ontstaan is uit een zoektocht naar de identiteit van het Curaçaose souvernir. De uitkomst ervan moet de basis leggen van kleine bedrijfjes waarmee deze vrouwen zichzelf kunnen onderhouden. Een Fundashon Landhuis Habaai Kultural-project, gesteund door Reda Sosial met fondsen van de Curaçaose overheid, dat van de grond kwam onder een standvastige, volhardende Lusette Verboom-Fairbairn.

Folkart

Een aandenken met een Curaçaos hart

In de workshopruimte van landhuis Habaai is het een gezellige drukte. Vrouwen van allerlei leeftijden zitten achter tafels en zijn aan het werk met papier maché, naald en draad, krantenpapier, hout, touw, lijm en wat er nog meer aan materiaal nodig is. Kettingen, onderzetters, armbanden, sleutelhangers en speldenkussentjes liggen in verschillende stadia van hun eindversie op de werktafels. Handen bewegen, er wordt gekletst maar ook flink doorgewerkt.

Elke maandag en woensdag komen de vrouwen samen bij landhuis Habaai waar Gallery Alma Blou gevestigd is en werken ze aan authentieke Curaçaose souvernirs. Authentiek omdat ze door hen zelf bedacht zijn en omdat ze onder hun eigen handen ontstaan. Wat deze vrouwen maken, is heel iets anders dan wat er zoal in souvenirwinkels wordt verkocht en waar meestal ‘made in Taiwan of China’ op terug te vinden is. In niets lijkt wat deze vrouwen maken op de geijkte flesjes gevuld met zand, de sleutelhangers met ‘sunny island’ erop of de pennen met een bewegend cruiseschip erin die overal in het Caribisch gebied te vinden zijn. Hier wordt kunstnijverheid gemaakt met een Curaçaose identiteit onder de naam Folkart of Arte Popular.

Producten

Proces
Wat je niet weet wanneer je deze vrouwen zo schijnbaar moeiteloos aan het werk ziet, is dat zij werken met het eindproduct van een proces dat geen van allen als ‘gemakkelijk’ heeft ervaren. Voordat zij aan de slag gingen, moesten ze namelijk eerst op zoek naar dat speciale stukje Curaçao dat zij een toerist wilden meegeven. En om dat te ontdekken moesten ze eerst hun eigen land opnieuw leren bekijken. Door de ogen van de ander die hier niet vandaan komt en die vaak ziet wat we zelf niet meer zien of niet meer als bijzonder ervaren. Een zoektocht dus naar binnen, naar de liefde voor het eigen land. En die ging niet zonder slag of stoot.

Dynamisch Duo uit het buitenland
Zestien cursisten werden afgelopen september meegenomen op deze zoektocht door twee professionals uit Colombia: cultureel sociaal entrepeneur Marcella Echavarria en kunstenares Clara Saldarriaga. Dit duo reist al jaren samen de wereld over om mensen te begeleiden met het maken van eigen volkskunst en het opzetten van kleine bedrijfjes om met name vrouwen tools in handen te geven om meer zelfredzaam te zijn. Internationale organisaties zoals bijv. de Unesco steunen dit programma.
Dit dynamische duo werd naar Curaçao gehaald door Lusette Verboom-Fairbairn die met Marcella Echavarria in aanraking kwam in 2013 tijdens een Caribische wedstrijd voor kunstnijverheid die was uitgeschreven door Unesco en waar Curaçao niet alleen aan meedeed maar ook als gastheer de internationale juryleden ontving.
“Wat ik van die competitie en de bijdragen eraan heb geleerd, is dat het ons ontbrak aan visie”, vertelt Lusette die voor de Curaçaose selectie aan deze competitie in de jury zat. “Wat wil je eigenlijk vertellen aan de bezoekers van je land? En hoe ga je die boodschap niet alleen nu maar ook later brengen? We misten een eigentijdse visie, een moderne inslag. De ontmoeting met het werk van Clara Saldarriaga en Marcella Echavarria was het antwoord daarop. Ik wilde ze hebben. Voor Curaçao. We hebben er een jaar op moeten wachten, maar het is gelukt. Met geweldig resultaat.”
Lusette ‘boekte’ de twee art folk specialisten en ging op zoek naar de middelen om dit project te kunnen financieren. Reda Sosial zag er brood in en zegde toe. Er werd een wervingsactie op poten gezet om deelnemers voor het project te vinden en in september van dit jaar ging de workshop van start. Met zestien deelnemers en een paar begeleiders. “De begeleiders zijn van cruciaal belang. Die moeten het overnemen wanneer Clara en Marcella hun job hebben gedaan. Het is de bedoeling dat de cursisten na een half jaar zelf verder kunnen.”

Brainstormsessie

Workshop of ‘sweatshop’
“Acht dagen. Van acht uur ‘s morgens tot vijf uur ‘ s avonds. Op zaterdag en zondag ook. Het was heel zwaar. Praten, denken, discussiëren en ja zelfs een beetje ruzie maken”, dat zegt Roxiënne Winklaar, een van de vrouwen uit de groep. “De eerste vier dagen zijn we alleen maar bezig geweest met waar Curaçao nou voor staat. Ik dacht eerst dat deze workshop ging over ‘leuke souvernirtjes’ maken. Nou, ik had het mis. Dit ging veel verder. ”
De eerste vier dagen waren een brainstormsessie, niet alleen om op nieuwe ideeën te komen maar vooral bedoeld om oude ideeën los te laten. De vrouwen die zich aanmeldden voor dit project waren al creatief bezig. Sommigen al jaren. “Het ging erom helemaal met nieuwe ogen te kijken naar Curaçao. En van daar uit een visie te ontwikkelen. Wat we al aan het maken waren, moest opzij gezet worden. Daar hadden we namelijk niet zo bewust over nagedacht. Onze eigen creativiteit moest los van wat we al deden. We gingen een ontwikkeling in en op zoek naar oorspronkelijkheid”, zegt Swinda Cathalina. “Welk verhaal wil je vertellen? Daar ging het om. En geen van ons wist van te voren waar we aan begonnen.”

Richtlijnen
De enige richtlijnen die de groep kreeg, waren dat wat er ook uit de brainstormsessie zou komen gestoeld moest zijn op de eigen creativiteit, op materialen die er al zijn, op het vertellen van een verhaal en op herkenbaarheid voor de toerist. Ook duurzaamheid en recycling waren onderdelen van die eerste dagen van brainstormen. Na vier dagen kwamen er vier werkgebieden uit de sessies: beweging, natuur, mijn huis en het onderwaterleven. De materialen: stof, hout, papier maché en krantenpapier.
“Mi kas (mijn huis) gaf de meeste discussie. Soms haast traumatisch. We moesten ook tekenen en ontwerpen en steeds weer kwam dat kas di kunuku naar boven. Voor mij was dat echt Curaçao. Nee, zeiden sommigen. Dat staat voor slavernij. Nee, zeiden anderen, dat staat voor hoe wij leven, voor onze geschiedenis en het is herkenbaar in ons straatbeeld. Het mooie is dat we zelf in dit proces onze oordelen ook zijn gaan bekijken. En ja, het kas di Kunuku is een heel wezelijk onderdeel geworden van wat we maken. Alleen nu door er zelf ook met nieuwe ogen naar te kijken,” zegt Aidrid Girigori vanachter haar werktafel. Ze is bezig met onderzetters die ze bekleed met een pagina uit een Papiamentstalige krant.
Charity Snijders-Winklaar, een van de jongste deelnemers, is heel blij met het project waar ze deel van is. “Ik ben mijn land door nieuwe ogen gaan zien. En hoe mooi het is. Met elk souvenir dat we maken en dat met een toerist meegaat, gaat er een stuk van ons hart mee.”

Werkende handen 2

Begeleiding

Bedrijvigheid
De begeleiders van de groep waarvan er inmiddels tien als harde kern zijn overgebleven hebben de taak om de productie op gang te houden en de kwaliteit te bewaken. Oplossingen verzinnen voor obstakels onderweg en de groep begeleiden naar een meer commerciële houding om de continuïteit van de ingeslagen weg te waarborgen. Voor het creëren van verkooppunten is overigens een marketingman aangesteld. Jorge Quartas heeft die taak op zich genomen.
In de werkruimte van landhuis Habaai worden inmiddels elke week autentieke souvenirs afgeleverd. Om de voorraad die nodig is aan te maken. Onderzetters bekleed met krantenpapier waarin het Papiaments de hoofdrol heeft, kettingen van papier maché die de beweging van de zee in zich dragen, zeesterren als servethouders en houten halssnoeren met het kunukuhuisje als eye catcher.
“Dat is nog eens wat anders dan wat er en masse ingekocht kan worden in Taiwan of China. De prijzen liggen iets hoger maar dan heb je wel iets dat echt van Curaçao is. Nu maar hopen dat de hotelsector en de verkooppunten die veel toeristische bezoekers krijgen dit initiatief omarmen en hun klanten een souvenir aanbieden dat een stukje van het hart van Curaçao in zich heeft,” besluit Lusette.

De werkruimte

Dit artikel verscheen eerder in het Antilliaans Dagblad en in de Extra.

Uit de kunst Duncan Campbell

In deze serie komen de mensen aan het woord die ons dwingen stil te staan bij de verschillende realiteiten van ons leven. Kunstenaars zijn ze die hun eigen identieke stempel op de wereld drukken. In deze aflevering een gesprek met Duncan Campbell in de hoedanigheid van curator van de groepsexpositie Taboo II die vorig jaar werd gehouden

Duncan Campbell

‘Iedereen heeft een donkere kant’

“Taboes zijn de lijm van een samenleving en tegelijkertijd zijn zij de oorzaak van het uiteenvallen ervan.” Duncan Campbell zegt het tijdens een van de gesprekken die we hebben voor dit interview. Campbell organiseerde drie jaar geleden, toen hij werkzaam was bij landhuis Bloemhof, de groepsexpositie Taboo I vanuit een fascinatie voor tegenstellingen en daagde kunstenaars uit om taboes in beeld te brengen. Dat bracht een expositie voort met zeer veelzijdige kunstwerken van verschillende diepgang. Vorig jaar besloot Campbell het onderwerp opnieuw op te pakken. “In Taboo I werden taboes zichtbaar gemaakt. Dat was heel mooi. Maar dit ging nog om taboes in een meer algemene zin. Hoewel daar ook kunstwerken bij zaten die al verder gingen. Met Taboo II gaan we dieper in op het thema. In deze expositie gaat het om de werking van taboes en die kan ook positief zijn.”

Campbell haalde kunstenaars bij elkaar en organiseerde een bijeenkomst waar hij zijn idee uiteen zette. Geen gemakkelijke opdracht had hij bij zich: inzoomen op de taboes van ons land en creëer een kunstwerk met een taboe als springplank.

“Taboes brengen mensen samen in een manier van denken over ‘iets’, maar zorgen er ook voor dat de ruimte om anders te denken over datzelfde ‘iets’ op weerstand stuit. Die weerstand kan in de loop van de tijd door allerlei factoren en invloeden, ook van buitenaf, groeien. En dat zal ervoor zorgen dat datzelfde taboe dat mensen bijeen hield, mensen uit elkaar kan drijven. De frictie die dan ontstaat geeft discussie over en verschuiving van het eerdere denken over een taboe. Indien het eerdere ‘algemene’ standpunt over een taboe meer tegenstanders dan voorstanders heeft dan wordt het nieuwe standpunt over het taboe overgenomen. Dat wil dan nog niet zeggen dat het hele taboe is opgeheven maar er ontstaat in de samenleving dan een ander geldend beeld over.”

DC op Bloemhof

Als voorbeeld geeft Campbell de manier van denken over homofilie. “Kijk, we hebben inmiddels met elkaar afgesproken dat homo-zijn ok is. De algemene wijze van denken, met uitzondering van enkelen, is dat we kunnen stellen dat homo’s en lesbiennes er zo langzamerhand bij horen in onze samenleving. Dat is het algemeen aanvaarde signaal naar buiten toe. Binnen in de huiskamer van de mensen echter kunnen er nog altijd andere ideeën over dit onderwerp leven. Maar die worden meer en meer binnenskamers gehouden, omdat de algemene wijze van denken hierover niet meer door de samenleving gedragen wordt. Er is geen openlijke bijval meer voor. En daarmee heeft dit taboe dus een positieve werking voor een minderheid in onze samenleving die door het taboe op homofilie apart wordt gezet.”

Deze verandering in het denken over homofilie illustreert dat taboes in een samenleving niet altijd vastgeroest blijven maar in beweging kunnen zijn. En dat datgene wat eerst ‘ongewoon’ was van plaats kan wisselen met wat ‘gewoon’ was. Zo kan wie nu openlijk homofilie veroordeeld, een flinke lading kritiek verwachten. Verder doorgedacht zou je kunnen stellen dat het aanpakken van dit taboe tot een nieuw taboe heeft geleid. Namelijk het niet meer accepteren van gedachtegoed waarin homofilie wordt veroordeeld. “Het is die beweging die zo fascinerend is. Helemaal wanneer je gaat kijken wat taboes in positieve zin kunnen betekenen voor mensen. Dankzij of ondanks een geldend taboe kunnen mensen boven zichzelf uitstijgen juist omdat ze met veroordelingen vanuit hun eigen omgeving te maken hebben. Het ‘I’ll prove you wrong’ kan een enorme motor zijn om meer uit jezelf te halen.”

Het is slechts een van de manieren om naar taboes te kijken. Elke kunstenaar die deelneemt aan deze expositie heeft volgens Campbell het thema op geheel eigen wijze naar zich toe getrokken. ” Sommigen zijn de confrontatie met de taboes en angsten in zichzelf aangegaan. Iedereen heeft een donkere kant. Of is ergens bang voor. Wanneer je dat weet en onderkent staat de weg open om die kant te onderzoeken. Voor sommigen van hen was deze opdracht dan ook een reis naar binnen. Eigenlijk maakt het kunnen en mogen volgen van die processen al dat deze expositie wat mij betreft geslaagd is. Het eindproduct zal er staan, maar het ging mij om de weg ernaar toe. Het heeft kunstenaars in elk geval uitgedaagd om weer even alleen met kunst bezig te zijn. Los van de mogelijke verkoop van hun werk.”

Wie is Duncan Campbell
Duncan Campbell wordt in 1957 geboren op Curaçao uit een moeder die Otrabandista is en een vader die Engelsman is. Hij groeit tot zijn vijftiende op in Curaçao en vertrekt dan naar Nederland. Na zijn Havo-diploma studeert hij in bedrijfskunde en geologie aan de Universiteit in Tacoma/Washington. Speciale belangstelling heeft hij voor vulkanologie. Hij was erbij toen in 1980 mount Saint Helens in Washington uitbarstte. Als onderzoeksstudent. “Het meest indrukwekkende dat ik ooit heb gezien.” Campbell haalde na enige omzwervingen op aandringen van zijn vader zijn masters diploma op het gebied van Finance en Marketing. Daarna werd hij door zijn vader teruggehaald naar Curaçao om te gaan werken bij het bedrijf van zijn vader. Daarna volgen banen in de reclamesector, de marketingsector en uiteindelijk vanaf 1989 in de financiele sector. Bij de Mclaughlin Bank, de latere RBTT en nu de RBC. In 2009 komt aan die carriere een eind omdat Campbell zelf niet langer op de ingeslagen weg wil blijven. “Ik wilde het leven ervaren. Niet alleen maar werken. Dat was het resultaat van een grote interne crisis. Ik was niet gelukkig en ik kan nu zeggen dat dat het beste is wat me kon overkomen. Ik heb even voor Landhuis Bloemhof gewerkt en ben later voor mezelf begonnen. Geef financieel advies en werk niet langer meer dan zes uur per dag.” Sinds die keuze staat hij bewuster in zijn eigen leven en doet hij naast zijn werk aan van alles. Reiki, masseren, boetseren, schilderen, in de mondi wandelen, zwemmen met schildpadden, fietsen, denken, filosoferen, het geven van kooklessen en wat er verder nog op zijn pad zal komen.
Of zoals hij het zelf zegt: “Ik ben een mens dat overal interesse in heeft maar dat nergens specialist in is. Onbewust kies ik ervoor, denk ik, om nergens helemaal voor te ‘vallen’ zodat mijn blikveld en mijn ervaringen niet kunnen vernauwen. Overigens besef ik me zeer goed dat mensen een houvast nodig hebben in hun leven. Zelfs wanneer dat in mijn ogen een taboe is.”

Expo Taboo II

Dit artikel verscheen eerder in de Extra en in het Antilliaans Dagblad.

Uit de kunst Anna Oltheten

In deze serie komen de mensen aan het woord die ons dwingen stil te staan bij de verschillende realiteiten van ons leven. Kunstenaars zijn ze die hun eigen identieke stempel op de wereld drukken. Soms bewust, soms onbewust, soms een combinatie van beiden. Elk uniek in wat zij laten zien middels hun specifiek creatieve talent. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is dat ze leven en werken op Curaçao. In deze eerste aflevering is de vloer voor kunstenaar Anna Otlheten (64). Haar medium: olieverf op doek.

Anna Oltheten

‘Het kijken is even belangrijk als het doen’

Het verblijf van kunstschilder Anna Oltheten staat bovenop Grote Berg. Ze woont er samen met levenspartner Carl van de Meulen die er naast het huis een atelier bouwde op het erf. Anna’s atelier is een veelhoekig gebouwtje met een uitstulpsel naar achteren. Een soort voorzaal met achterkamertje. De airco staat er aan. Een weldaad in deze warme tijd. “Dit is mijn plekkie”, zegt Anna. Ze stapt met een sigaret in haar hand door de schuifdeur naar binnen. Ik en een zwarte hond die Pinki heet, volgen haar en stappen de geur van olieverf en shag in. Eenmaal binnen is de buitenwereld vrijwel direct verdwenen. De ramen zijn afgedekt met lichte doeken, de schildersezel staat prominent in het midden van de ruimte, langs de kant staan schilderijen -al dan niet klaar- tegen de muur gezet. Een verrijdbaar bijzettafeltje dat als palet wordt gebruikt, staat naast de ezel. De opdruk verraadt vele schildersessies waardoor het palet zonder enig vooropgezet plan in de loop van de tijd zelf ook in een kunstwerk is veranderd. Tegenover het palet staat een tafel met een doos tubes olieverf en kwasten. Daarachter staat Anna’s altaar. Een bonte verzameling van alles. Er brandt een kaarsje. “Ja, kijk maar… hier kunnen ze het wel. Alle religies samen zonder ruzie te maken.”

altaar

In deze ruimte geeft Anna zo nu en dan ook les aan cursisten. Er is een ruime wasbak waarboven ze instructies heeft opgehangen. ‘Eerst palet schoonmaken in de vuilnisbak. Dan wassen.’ Deze voorzaal is haar werkplek. In het achterkamertje dat aan deze ruimte grenst, bewaart ze de ontwikkeling van haar persoonlijkheid. Veel boeken, foto’s, flessen, schilderijen en tekeningen. Maar ook teksten die haar bij de les moeten houden. ‘Ik behandel mijzelf met liefde’ en ‘Ik verdien respect voor mezelf’. Het zijn uitspraken die er niet zomaar hangen. Ze geven een indicatie van de kwetsbaarheid van de vrouw die in deze ruimte de meesteres is. “Weet je dat cursisten in dit deel van mijn atelier nooit uit zichzelf naar binnen stappen. Grappig is dat. Niet dat dat niet mag, hoor. Het is gewoon een soort respect, denk ik.”
De geur van shag en olieverf mengt nu met die van vers gezette koffie. Bink installeert zich onder Anna’s schildersezel. Hij heeft besloten dat hij deze sessie niet actief bij zal wonen. Anna schenkt koffie en rolt de volgende peuk. “Ik heb toch maar mijn schildersjurk aangetrokken. Hier werk ik altijd in en ik dacht waarom ook niet? Ik voel me er prettig in.” Ze paradeert eventjes in haar gele kaftanachtige gewaad voordat ze op haar stoel gaat zitten. Een grote open lach.
“Weet je, ik ben een gezegend mens. Ik wilde altijd schilderen en ik doe het al sinds ik op Curaçao ben. Precies zoals ik dat met mezelf had afgesproken.”

Schildersezel en Pinki

Voorgeschiedenis
Anna wordt geboren in 1951 in Voorschoten maar groeit op in Leiden. Ze komt uit een gezin met negen kinderen. Anna is de oudste. Haar creativiteit heeft ze niet van een vreemde. Anna’s moeder is kunstenaar en zo ook Anna’s opa van moeders kant. “Tekenen deden we allemaal thuis. Het is dan ook geen wonder dat de helft van mijn broers en zussen kunstenaar zijn geworden.” Anna’s liefde voor olieverf, het medium dat het beste bij haar past, heeft ze van haar grootvader meegekregen. “Ik mocht op vakantie na de basisschool naar mijn grootvader die in Meudon, een buitenwijk van Parijs, vertoefde. Hij zat buiten en schilderde vissers. Met olieverf. Ik zat heel stilletjes achter hem en liet wat hij deed en hoe het rook binnenkomen. Die geur van olieverf, die stroken van zijn penseel op het doek. Ik denk dat daar mijn voorkeur voor olieverf werd bepaald. Ook kreeg ik voor het eerst te horen dat ik kon tekenen. Ik had iets gemaakt. Mijn opa keek en zei ‘Da’s goed’. Dat is me altijd bij gebleven.”

Curaçao
Zoals de link met olieverf voor Anna al vroeg in haar jeugd wordt gelegd, zo wordt zij ook al op jonge leeftijd geconfronteerd met Curaçao. “Mijn ouders zaten in het onderwijs en namen een bijbaantje. Het was natuurlijk niet makkelijk met negen kinderen. We hadden een groot huis, dat wel. En elk een eigen kamer. Mijn moeder had zelfs een atelier. Toch moest er wat bijverdiend worden en dat deden ze door studenten uit Curaçao te begeleiden. En zo kon het gebeuren dat ik Papiaments verstond voordat ik ooit op Curaçao was geweest.” Anna kan goed leren en wil na het gymnasium naar de kunstacademie. Daar steken haar ouders een stokje voor. ‘Je hebt het gymnasium niet voor niets gedaan’. Het wordt kunstgeschiedenis aan de universiteit van Leiden. “Ik was achteraf gezien waarschijnlijk dyslectisch. Werd gek van letters. Grieks en Latijn waren een ramp voor mij. Ik besloot dat als ik dan niet naar de kunstacademie mocht, ik iets zou studeren met plaatjes. En dat was heel goed. Ik schilderde niet maar ik leerde wel kijken en zien. In die tijd leerde ik het werk van Mark Rothko, Alfredo Giacometti en Francis Bacon kennen. Zij werden mijn grote voorbeelden. Rothko voor kleur, Giacometti voor zijn figuren en Bacon voor hoe hij met olieverf en vormen werkte.”

Bij KADER Rolmodellen

In 1973, Anna is net 22 jaar, vertrekt ze met haar eerste man, een Curaçaoënaar naar Curaçao. De man waar ze mee trouwde was een van de studenten die onder de begeleiding viel van haar ouders. “Ik had met mezelf afgesproken dat ik daar, in dat land zou gaan schilderen. We woonden in Charo. Ik mocht op Curaçao niet werken en raakte vrijwel direct zwanger. Het was een ge?soleerd bestaan en ik pakte na die eerste wenperiode het schilderen op. Dat was drie jaar na mijn komst naar dit land. Mijn kinderen, Tupak en Sashina heten ze, waren nog klein. Ze speelden rondom mijn schildersezel en lieten me met rust wanneer ik dan aankondigde: Miepie is even bezig. Ik wist toen helemaal niet of ik het wel kon. Het enige wat ik wist is dat ik wilde schilderen. En dat deed ik.”

Olieverf
Anna schildert, voedt kinderen op en schildert. Ze begint met aquarelverf, stapt over op acryl en komt al heel snel uit bij het medium dat zij op haar twaalfde al via haar grootvader leerde kennen: olieverf. “Dit past bij mij en inmiddels kan ik alles met olieverf. Ik begrijp wat de werking ervan is, ik weet wanneer ik verder kan, ik weet wanneer ik moet wachten, ik weet wanneer ik erin kan en wanneer ik dat nog even moet laten. Olieverf en ik; we verstaan elkaar.” Vanaf de jaren zeventig is het schilderen een constante factor in Anna’s leven. Ze exposeert voor het eerst in 1988 en is eigenlijk vanaf dan niet meer te stoppen. Het is voornamelijk olieverf wat de klok slaat en zij maakt zich de techniek meer en meer eigen. In haar eentje, zonder cursussen. Hoewel Anna autodidact is, wordt zij als docente ook betrokken bij de Akademia di Arte die Curaçao een tijdlang rijk is. Daar gaf zij kunstbeschouwing. Deze kunstacademie was gevestigd in het quarantaine gebouw naast het Curaçaosch Museum. “Een mooie tijd was dat. Ik heb samengewerkt met mensen als Felix de Rooy, Jose Capricorne en Fifi Rademaker. Ook mijn huidige partner Carl werkte er. Hij gaf keramieklessen. Ik was er al weg toen de academie dichtging. Gelukkig hebben we nu het Instituto Buena Bista.”
Het huwelijk met haar eerste man waarmee zij haar twee kinderen krijgt, houdt geen stand en Anna vindt in Carl een nieuwe liefde. Inmiddels zijn zij al weer 25 jaar getrouwd. ” Onze kinderen zijn geweldig mooie mensen. Samen hebben we er vier. Arjen en Gerben kwamen met Carl mee. En dan bracht ik die twee van mij uit mijn eerste huwelijk mee. Ook met mijn ex heb ik een goede verstandhouding. Maar wat ik met Carl heb is heel bijzonder. Hij is mijn maatje en heel belangrijk in mijn leven. Hij begrijpt wat ik nodig heb om te kunnen doen wat mij het gelukkigst maakt en dat is schilderen.”

Mali
Curaçao heeft zij slechts heel kort verlaten. Een jaar vertoefde zij in Nederland en ze woonde ooit drie jaar op Sint Maarten. “Maar ik hoor hier. Ik hou van dit land. In Nederland versta ik niemand meer. En niemand verstaat mij. Ik ben daar een vreemde eend in de bijt. Curaçao is mij lief. Heel lief.”
Behalve voor Curaçao voelt Anna ook sterk voor Mali. Een paar jaar geleden maakte ze een reis naar het West-Afrikaanse land. Een indrukwekkende reis omdat wat zij daar zag heel vertrouwd voelde. “Een broer van me die er woonde had dat ooit al eens tegen mij gezegd. Je schildert Afrikaans. Kom naar Mali en ontdek het zelf. Hij had gelijk. Er hingen daar kunstwerken in galleries waarvan ik dacht ja, dat had ik ook kunnen schilderen. Het was een prachtige ervaring . Heel indrukwekkend. Maar voor mij is en blijft Curaçao nummer 1. Het licht is zo mooi hier. Een bevriende kunstenaar heeft het ooit gekarakteriseerd als net zo mooi als het licht van Venetie. En zo is het.”

Een dubbele dosis Anna

Gevoel
Anna is een gevoelsmens en laat binnenkomen wat er komt. Dat is niet altijd gemakkelijk. Het leven deelt nu eenmaal niet altijd alleen maar mooie en fijne dingen uit. Vooral de wereld daarbuiten vindt zij moeilijk. “Ik ben inmiddels op een leeftijd dat je weet en ervaren hebt dat het is niet altijd zo best is daarbuiten. En soms denk ik dat als ik geweten had hoe de wereld eruit zou zien, ik misschien geen kinderen had gehad. Niet om mijn kinderen… want die zijn fantastisch. Meer om waar ik ze in heb neergezet. Ik hoop maar dat er ooit een wending komt. Maar de mens en de wereld blijft een moeilijke combinatie. We zijn zo kwetsbaar en nutteloos, soms. En dan weer zo mooi en geweldig. Het is alles tegelijk. Waar ik nu wel meer en meer achter kom, is dat ik makkelijk de gevoelens van de ander voorop zet. Ik wacht lang voordat het genoeg is geweest en ik bij mijn eigen grenzen aankom. Daar worstel ik mee. Ik raak dan als het ware overprikkeld. Maar ik heb daar inmiddels hulp bij gezocht. Vandaar die briefjes die ik heb opgeplakt. En dat werkt heel goed. Ik moet mezelf er alleen zo nu en dan even aan herinneren. ”
Anna heeft geen vooropgezet plan wanneer zij schildert. Alles gaat op gevoel en dat heeft haar nog nooit in de steek gelaten. Haar schilderijen zijn haar kinderen. Ze spreekt ze ook aan met ‘lieverd’ of ‘ondeugd, waar ben je’. Ze zijn persoonlijkheden. ” Ze staan op zichzelf en worden alleen maar via mij geboren. En eigenlijk doe ik maar wat. Ik laat komen wat er komt. En dan ga ik kijken wat zich daar op dat doek heeft afgespeeld. Ik zit bijna net zo lang naar een werk te kijken als dat ik eraan werk. Kijken is heel belangrijk. Net zo belangrijk als het daadwerkelijk doen. Kijk, deze bijvoorbeeld. Ineens zie ik dat daar een gezicht in zit. Dat is een prachtig moment. Voor mij is dit werk doen niets anders dan puur genieten. Ik ben hier met mijn kwasten en ik schilder. Het gevoel dat ik krijg wanneer ik bezig ben, maakt me gelukkig. Nu ik wat ouder word, ben ik me daar nog meer van bewust dan vroeger. Het is het samenspel van verf, doek en kwast. Een eenheid in interactie. Het doek veert mee op mijn bewegingen, haast alsof het antwoord geeft. Het is een avontuur dat ik met elk leeg doek weer aan mag gaan. En eigenlijk heb ik pas sinds kort vastgesteld dat ik ook echt schilderen kan.”

Open smile 2

Dit artikel verscheen eerder in de Extra en in het Antilliaans Dagblad.

Serie in Antilliaans Dagblad en Extra

Schilderijbijzettafel Na een ‘korte’ pauze kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan en heb ik de pen ook weer opgepakt voor het krantenmedium. Het onderwerp: cultuur en kunst in de breedste zin van het woord. Deze keer echter schrijf ik voor twee kranten die de artikelen publiceren. ‘Uit de kunst’ verschijnt in het Antilliaans Dagblad -in het Nederlands- en als ‘Fo’i Arte’ in de Extra -in het Papiaments.

Deze productie wordt kostenloos geplaatst en ‘om niet’ geproduceerd. Het idee is ontstaan vanuit de gedachte van ‘verbinden’. Gewoon omdat het belangrijk is de kunst en cultuur van ons land in beeld te brengen en te houden en zowel het Antilliaans Dagblad als de Extra dachten daar net zo over.

In de serie komen de mensen aan het woord die ons dwingen stil te staan bij de verschillende realiteiten van ons leven. Kunstenaars zijn ze die hun eigen identieke stempel op de wereld drukken. Soms bewust, soms onbewust, soms een combinatie van beiden. Elk uniek in wat zij laten zien middels hun specifiek creatieve talent. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is dat ze leven en werken op Curaçao.

Ik ben er blij mee!

2210-29an MIPA smal.qxd

Foi Arte extra

#Uitdekunst
#AntilliaansDagblad
#Extra
#Curacao
#Cultuurenkunst