De leeuwin van de emancipatie

Fridi martinaDe veelzijdige kunstenaar Fridi Martina is gistermorgen overleden. Martina was actrice, schrijver, regisseur, dramadocent en zanger. Een professional die internationale bekendheid genoot en die geen genoegen nam met middelmatigheid. Ze deed het goed, anders deed ze het niet. Een les die ze haar leerlingen met verve bijbracht, maar ook ieder ander die in haar ogen niet uit zichzelf haalde wat erin zat.
Martina studeerde in de jaren zeventig in Nederland en later ook in de Verenigde Staten. In Nederland werd ze bekend met haar rollen in Goede Tijden Slechte Tijden, Vrouwenvleugel en De Erfenis. Na haar theaterstudie in Amsterdam werkte ze behalve als actrice ook als theaterdocent in Utrecht. In 1986 opende ze samen met nog een paar kunstenaars een interculturele kunstgalerie in Amsterdam onder de naam Villa Baranka – Academy for Dramatic Arts. In de jaren negentig kwam zij terug naar Curaçao waar zij tot onlangs nog werkzaam was met theater maken, muziek maken en schrijven. Waarschijnlijk is het laatste optreden van Martina vastgelegd in het filmpje over het St. Elisabeth Hospitaal, dat in april deelnam aan de wedstrijd short movies/big stories van het Internationaal Filmfestival Rotterdam. In deze korte film speelt Martina een ernstig zieke vrouw. Theaterproducente Anja Steffens was betrokken bij het maken van deze film. “Fridi was al ziek toen ik haar vroeg. We kennen elkaar uit het theatervak en we waren al jaren bevriend. ‘Tuurlijk’, zei ze.’Dat kan ik nog’. Ik ben blij dat ze dat nog gedaan heeft. Fridi was een mooi mens voor Curaçao. En ik denk dat zij haar tijd eigenlijk ver vooruit was.”
Martina stond bekend op Curaçao als een flamboyante maar ook zeer kritische persoonlijkheid. “Ze was een professional”, zo laat Gibi Basilio, de directeur van Kas di Kultura weten. “Toneel was voor haar geen hobby. Het was haar vak en eenieder die dat vak niet vanuit professionaliteit benaderde kreeg dat te horen. Ze kon scherp zijn in haar kritiek. Middelmatigheid stelde zij aan de kaak. Het ging haar om het streven naar excellentie. Die hardheid waarmee zij kritiek kon uiten, zoals sommigen dat wellicht ervaren hebben, paste ze overigens ook op zichzelf toe. Fridi hield dit land een spiegel voor. Maar al te vaak. Ze had een sterke mening waar het ging over de positie van de vrouw ten opzichte van de man. Maar ook de rol van mannen in hun vaderschap. Vrouwen zijn geen slaven van mannen en mannen moeten hun verantwoordelijkheid nemen, ook in hun vaderschap.”
Met kinderboekenschrijfster Sonja Garmers had Martina een bijzondere relatie. Elke maand zocht zij haar op om even bij te praten. “Een fleurige vrouw die me vaak aan het lachen maakte”, zegt Garmers desgevraagd. “Maar ook streng, voor zichzelf en voor anderen. Ik herinner me haar uit de jaren zeventig toen ik haar in Nederland ontmoette. Ze liet zich uit over het machismo door aan te geven dat als geaccepteerd werd dat mannen er meerdere vrouwen op na konden houden, vrouwen dat ook konden. Sindsdien zijn wij bevriend. En nu is ze er niet meer. Volgend jaar zou ze 65 geworden zijn. Ik zal haar missen.”
Met de Nederlandse kunstenaar Frouwkje J. Smit deed Martina in 2009/2010 op Curaçao een kunstproject dat Walking2gether heette aan de vooravond van de verkiezingen van 2010. Smit reageerde vandaag geschokt op het bericht van overlijden van Martina. “Fridi is belangrijk geweest tijdens mijn verblijf op Curaçao. In de eerste maanden heeft zij mij laten inzien wat ons verleden en heden met elkaar verbindt. En hoe ik als Hollandse daarmee moest omgaan. Ze leerde mij ook inzien dat je als kunstenaar je vaak eenzaam kunt voelen. En dat dit niet erg is, zolang je maar van jezelf blijft houden. Ik zal haar nooit vergeten.”
Basilio laat tot slot weten dat Curaçao afscheid moet nemen van een van haar kinderen die internationaal naam maakte en hoge eisen stelde aan zichzelf. “Geen genoegen nemen met middelmatigheid, laat dat de levende boodschap zijn die Fridi voor ons achterlaat.”

Interview met Earl Balborda

‘De mens is grappig’

Een interview met Earl W. Balborda, de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning die deze positie namens de PNP voor een half jaartje in het takenkabinet van Helmin Wiels zou bekleden maar die gevraagd werd aan te blijven. Inmiddels zijn we bijna anderhalf jaar verder en zit Balborda nog steeds op zijn ‘post’. Dit gesprek met een van origine human resources man gaat over de Curacaose droom, de mens en de vrouw die altijd een hele bijzondere plek in zijn hart zal houden. Daarnaast zal het ook een klein beetje gaan over … asfalt.

Balborda 1

Het voormalige kantoor op berg Arrarat is eigenlijk afgekeurd maar nog altijd huist het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning in het gebouw met zicht op de Julianabrug. Vanuit zijn werkkamer ziet Balborda uit op de werkzaamheden aan de brug. Auto’s rijden af en aan, zo nu en dan in slome rijen, dan weer met gewone snelheid. De andere kant van het kantoor ziet uit over de haven en de raffinaderij. Een treffend decor voor dit gesprek. Balborda, die als Department Head HR Planning and Development bij de Refineria Isla werkzaam was voordat hij zijn ministerpost aanvaarde, zit wat zijn locatie betreft precies tussen zijn oude en zijn nieuwe baan in met als verbindende factor: de mens.

We nemen plaats in de werkkamer van Balborda bij een zitje onder de ramen die op de Julianabrug uitkijken. “Normaal zit ik het liefst aan mijn bureau. Daar ben ik het meest comfortabel.” De werkkamer is ruim en naar eigen zeggen heeft Balborda niets aan de inrichting veranderd. “Zo heeft mijn voorgangers het achtergelaten.” De enige toevoeging is een woud aan groene planten die er erg goed verzorgd uitzien. “Ik hou van groen en van planten.”

Asfalt

De associatie met de vorige politieke minister van VVRP (Dominique Adrieaans vervulde deze taak ook een paar maanden onder Stanley Betrian die een interimkabinet formeerde na de val van Kabinet Schotte in augustus 2012 red.) roept direct de herinneringen op aan de ravage die Tomas in 2010 aanrichtte op Curacao en aan het langzame herstel aan het wegdek. Helemaal nu project Inhaalslag, het verbeterplan van de wegen, op de achtergrond volop zichtbaar bezig is. Er leek in de tijd van Cooper nergens anders geld voor dan voor ‘gaatjes’ vullen. Terwijl de begroting waar Balborda mee moet werken er toch niet zoveel anders uitziet dan toen. “Hij had ook heel veel andere dingen aan zijn hoofd waar ik niet mee te maken heb. Een hele moeilijke coalitie met steeds toenemende druk en hij was ook politieke leider van de MAN. En in het begin heb ik ook gaatjes gevuld maar al gauw zag ik dat dat geen optie was. Er moest veel meer gebeuren. Er zijn twee asfaltbedrijven waarmee gewerkt kan worden. Ik heb me dat bekeken en besloten dat het veel efficienter en slagvaardiger zou zijn wanneer die zouden samenwerken. Ik heb simpelweg gezegd wat het budget was en hen gevraagd wat we daarin voor elkaar konden betekenen. Nu werken deze ‘concurrenten’ samen. Sommige mensen vinden dat dit niet kan en dat er ‘iets’ gaande moet zijn. Mensen zijn grappig. Mijn voorganger deed te weinig en nu doe ik te veel.

Balborda 2
Mensen

Balborda zit op zijn human resources-stoel en vervolgt met een uiteenzetting over deze laatste opmerking. “Ik sta er soms versteld van op welk nivo beslissingen genomen worden. Iets heel kleins kan doorslaggevend zijn bij grote beslissingen. En of dat een goed of slecht besluit is heeft alles te maken met hoe bewust we ons zijn van onszelf. Iedereen heeft iets goeds en iets slechts in zich. Maar ken je ook je eigen demonen? De meeste mensen niet.”

Balborda benadert zijn werk volgens principes en uitgangspunten die alle te maken hebben met de mens en hoe die functioneert. Dat is op basis van drie hoofdgedachten. ” Het gaat over waar mensen bang voor zijn, waar ze van houden en wat ze hebben verloren in hun leven. Vanuit die drie begrippen opereren mensen en wanneer je begrijpt wat dat voor hen inhoudt dan kun je ook zien hoe je met hen om kan gaan op een wijze die tot het beste resultaat leidt. Maar om eruit te kunnen halen wat erin zit zul je eerst moet leren luisteren met meer dan alleen je oren.”

Visie

In het verlengde van deze uitgangspunten volgt Balborda’s visie voor Curacao dat volgens hem het brain van het Caribisch gebied is en daar vooral zijn voordeel mee zou moeten doen. “Gebruiken en doen waar je goed in bent. Het toerisme ontwikkelen is nodig maar daarin zijn we geen koploper, sterker nog anderen doen dat al langer en beter dan wij. Wat wij te bieden hebben is van industriele, economische en logistieke aard. Zo wordt er ook vanuit het Caribisch Gebied naar ons gekeken. We zijn het brein. Wat we meer moeten doen, is gebruik maken van onze voordelen die er al zijn. Koploper zijn in plaats van proberen anderen achterna te gaan en gelijk met hen te komen. We moeten ons afvragen waar we een voorsprong in hebben als land in deze regio en niet volgen wat anderen al doen. Begrijp me niet verkeerd, het toerisme moet blijven doorontwikkelen maar daarin zit niet ons onderscheidend vermogen ten opzichte van de andere Caribische eilanden. Een raffinaderij moet in mijn visie dus blijven voortbestaan. Zo moet ook onze haven beter uitontwikkeld worden. En is er ruimte voor een project als Sambil. In mijn toekomstvisie dan. In het nu heb ik daarover mijn twijfels. Ik denk niet dat we er al klaar voor zijn. Curacao moet eerst leren om wat agressiever in de markt te opereren en zichzelf verkopen vanuit haar kracht. Het Caribisch gebied is voor velen de speeltuin van de wereld. Maar wij zijn het brein daarin en dat zouden we veel beter moeten beseffen. In alles wat we doen. De investeringen moeten allereerst liggen bij vorming en onderwijs. Goed Engels beheersen bijvoorbeeld moet een ‘must’ worden voor iedereen. Geen genoegen meer nemen met een slimme creatieve oplossing die tijdelijk werkt. Nee, een structurele aanpak is nodig om mensen up te graden naar een niveau dat staat en waar we trots op kunnen zijn. Met de focus op onze krachten en voordelen. Voorbij onze demonen.”

Balborda is er ook klip en klaar over dat het bij de ontmanteling van de Nederlandse Antillen vooral aan visie ontbroken heeft. “We waren er financieel misschien klaar voor om een land te worden maar sociaal maatschappelijk nog niet. En ik vind nog steeds dat de Antillen nooit ontmanteld hadden moeten worden. Zeker niet zonder een visie. Die er overigens nog steeds niet is. Waar willen we naartoe? Wie zijn we en wat kunnen we? Hebben we echt antwoorden gevonden op deze vragen? Ik denk het niet. De aandacht heeft teveel op de staatkundige en juridische kant van die ontmanteling gezeten.”

De Curacaose Droom

Curacao zou zichzelf moeten zien als een land van kansen, vindt Balborda, ver voorbij de discussie van identiteit. “Iedereen in dit land is geimporteerd en iedereen heeft een andere identiteit. Waar het om gaat, is dat iedereen in dit land een succes van zichzelf kan maken. De Haitiaanse immigrant die een tuinbedrijf begint… is dat geen succes? Of de Venezolaan/Spanjaard die hier directeur van een ziekenhuis wordt. Is dat geen succes? De discussie over wij en zij ontstaat alleen maar in situaties met economische crises en schaarste. Dan is het ineens wij en zij. Ik kom weer terug op hetzelfde: vorming en onderwijs. Dat moet je goed, doen dan pak je ook armoede en criminaliteit aan. Het gaat om kansen creeren niet om beperkingen koesteren. In ons hart weten we ieder voor zich dat we speciaal zijn. Laat ons de omgeving creeren waarin mensen dat niet alleen kunnen voelen maar ook kunnen laten zien.”

Demonen

Zoals Balborda zelf aangaf is het succesvol kunnen zijn ook gekoppeld aan weten wie je bent en dus ook wat je beperkingen zijn. Oftewel je demonen. “Wanneer ik de drie belangrijkste uitgangspunten op mezelf toepas, kan ik zeggen dat mijn grootste angst is dat ik doodga zonder dat mijn twee dochters voldoende voorbereid zijn op het leven. Mijn grootste liefde in het leven zijn die twee jonge meiden. Mijn grootste verlies heb ik geleden toen mijn moeder overleed.”

Balborda groeide op zonder vader in een huis met vrouwen: zijn moeder en twee zusters van zijn vader. De relatie met zijn moeder was sterk. “Ik heb heel veel van haar geleerd. Ze overleed toen ik 35 jaar oud was en ik was er nog niet zo zeker van dat ik ‘klaar’ was voor het leven. Zij dacht daar anders over. Het was goed zo. Een van de belangrijkste dingen die ze me geleerd heeft is geduldig zijn. wanneer zich een probleem voordeed placht zij te zeggen: Take it to the lord in prayer. Ik gebruik dat advies nog steeds. Wanneer ik niet meteen handel of een beslissing neem komt dat omdat er teveel ruis is of er nog teveel onduidelijk is. Dan is er onrust en dan wacht ik, net zolang totdat duidelijk is wat ik moet doen. Geduld is belangrijk, net zoals timing dat is. Maar al te vaak blijkt dat het even wachten tot het juiste antwoord leidt.”

Het leven in een huis met voornamelijk vrouwen heeft Balborda vele voordelen maar ook een nadeel gebracht. “Ik kan goed overweg met vrouwen. Ik begrijp ze, door mijn opvoeding en dat maakt mijn positie ten op zichte van vrouwen wel eens ingewikkeld. Te veel mannen op Curacao en overigens ook elders in de wereld begrijpen niet zoveel van hen. Ik doe moeite om vrouwen te proberen te begrijpen. Dat ik dat wel kan wordt soms verkeerd begrepen.

Bevoorrecht

Balborda noemt zijn jeugd ronduit bevoorrecht. Hij groeide op als Shellkind met alle faciliteiten die daarbij hoorden waaronder een lidmaatschap van de Sport en Ontspanningsvereniging Asiento. “Ik kon alles doen. Judo-en, zwemmen, aan het einde van de dag een boggie-boggie halen. En wanneer er iets mis was, ik had astma, was er de shellarts. Ik heb een jeugd genoten die ik pas ben gaan zien als bijzonder toen ik ontdekte dat die voor velen anders was. Je weet dat niet, totdat je met het leven van anderen wordt geconfronteerd. Het ligt in mijn bedoeling om dat leven dat ik heb gehad met de kansen en de mogelijkheden voor de ander ook mogelijk te maken. Daar werk ik voor. Elke dag.”

Balborda (1968) volgde het vwo aan het Peter Stuyvesant College. Hij studeerde in Tampa (VS) aan de universiteit en werkte aansluitend aan zijn studie in de VS in het gebied van ‘huiselijk geweld’ en ‘sexueel misbruik’. In 1994 kwam hij als human resources professional terug naar Curacao. Hij werkte bij de Refineria Isla, het Autobusbedrijf Curacao, de ABN gevolgd door een consulting baan bij Price Waterhouse Coopers. In 2009 startte hij Avodah, een eigen bedrijf, voor personeelsadvisering en trainingen. Balborda had een eigen radioprogramma en werd in eind jaren negentig overtuigd lid van de PNP. Hij was verder namens die partij lid van de raad van toezicht van Curacao Port Authorities (2004-2005) en voorzitter van de raad van toezicht van Curoil (2006-2010). In 2011 ging hij terug naar terug naar de Refineria Isla als Department Head HR Planning and Development. In 2012 werd Balborda door PNP-partijleider Humphrey Davelaar gevraagd voor het ministerschap van VVRP. In beginsel voor drie tot zes maanden. Balborda is getrouwd en heeft uit een eerder huwelijk twee dochters.

Dit interview verscheen in de Amigoe. Foto’s zijn van Henki Looman.

 

 

 

De spreekbuis

spreekbuisDe pers is de spreekbuis van een land. Zij legt verslag van wat er gebeurt en brengt informatie over. De informatie die door de spreekbuis komt, wordt gevoed door allerlei bronnen. Een goed functionerende spreekbuis geeft als het goed is niet alleen verstrekte informatie door maar ontvangt ook informatie terug die afkomstig is van haar toehoorders, toeschouwers of lezers.

De goede spreekbuis weet wat er leeft in een land en onder mensen. De media hebben dan ook niet voor niets de taak de versterkte informatie kritisch te wegen, niet zelden gebaseerd op het geluid van die toehoorders, toeschouwers of lezers. Een taak die van belang is bij het waarborgen van de transparantie binnen het functioneren van een democratie.
Wanneer een publieke informatiebron in toenemende mate de spreekbuis voert maar te weinig ruimte maakt voor de beantwoording van vragen die leven onder de mensen van een land of erger die vragen negeert dan komt de spreekbuis klem te zitten in de uitvoering van haar belangrijkste taak namelijk: informatie kritisch wegen.

Dat leidt vervolgens tot irritatie, escalatie en in het ergste geval tot het lamleggen van de spreekbuis en daarmee de informatieverstrekking naar de bevolking van een land. Wanneer diezelfde informatiebron dan tijdens zo’n escalatie ook nog eens fijntjes vermeldt dat de spreekbuis niet voldoet aan haar belangrijkste taak dan wordt het misschien tijd te overwegen deze informatiebron een tijdje geen spreekbuis meer te geven.

Moe-derdag

mothers-day-wallpaper-16Een vrijwel onmiddellijke irritatie rispt op die ergens bij mijn tenen begint. Alsof mijn bloed wordt opgewarmd om vervolgens als een gloeiende lavagolf bezit te nemen van mijn gehele interne systeem. De ontsteker is de zoveelste folder in mijn hand die ik net uit de brievenbus heb gehaald. De Moederdagfolder.
‘Felis dia di mama’ staat er op het voorblad. Het is er een van de vele die de afgelopen weken verspreid zijn. Veel hartjes, veel roze en veel lieflijke portretjes van moeders met hun kinderen. Maar dan… dan sla je de eerste bladzijde op en wat zie je: reclames voor huishoudelijke apparatuur zoals wasmachines, fornuizen en koelkasten. Wat dacht je van handige keukenrolhouders, een moptrolley of nieuw keukengerei? Er is er ook eentje die meteen begint over nieuwe televisietoestellen met als ‘aantrekkelijke’ beeltenis voetbalwedstrijden. Doorbladeren in deze folders biedt geen soelaas… het wordt alleen maar erger: een nieuwe veger (hoera), een stoffer en blik met een leuk patroontje. En dan de absolute topper: een knalroze vuilnisbak. Het lavastoom komt inmiddels uit mijn oren en ik loop met een verbeten trek om mijn mond naar de waslijn om mijn was af te halen. Ik denk heel even met ietwat geniepig plezier terug aan de kruimeldief die ik ooit voor Moederdag kreeg en die ik met passie naar het hoofd van mijn partner slingerde. “Maar het is heel handig”, probeerde hij nog ter verdediging terwijl de tafelstofzuiger tegen de muur in stukken sloeg. Ik weet nog heel goed wat die ‘agressieve’ actie veroorzaakte: ik voelde me allereerst enorm tekort gedaan als mens – ben toch veel meer dan alleen maar een moeder – en daarbovenop zag ik in dit geschenk het bewijs dat er ondanks de mooie woorden over en voor moeders nog steeds heel weinig besef is wat die baan, want dat is het moederschap, eigenlijk inhoudt.
Onlangs kreeg ik gelijk. Ik stuitte op een YouTube filmpje met de titel: The world’s toughest job. In het filmpje zijn opnames te zien van mensen die solliciteren op een baan en die door de H&R-man geleidelijk aan deelgenoot worden gemaakt van de inhoud van die baan. 24 uur beschikbaar zijn, 365 dagen per jaar, je eigen dingen tussen de bedrijven door doen, geen pauzes, geen vakanties. Sterker nog, zo liet de personeelsman weten: in de vakantieseizoenen is het vaak drukker en neemt de werkdruk toe. De gezichten van de sollicitanten betrokken meer en meer naarmate de details van de baan naar voren werden gebracht. Commentaren als: dat is wreed, dat kan niet en wie zou zoiets willen doen en dat bestaat niet. Toen kwam de laatste klap: de baan betaalde niets. Zonder uitzondering haakten alle sollicitanten af. ‘No way’ en ‘Niemand wil zoiets uit vrije wil doen’.
De personeelsman nam vervolgens de gelegenheid om de sollicitanten te vertellen dat er biljoenen mensen zijn met de baan die hij zojuist beschreven had. Ongeloof alom. Totdat hij vertelde dat het hier ging om het werk van moeders.
Dus doe me een plezier: wanneer je iets voor je moeder wilt doen aankomende zondag, laat het dan een waardering zijn voor wie zij is en wat ze voor jou betekent. Laat zien dat je begrijpt wat haar job inhoudt en blijf weg van cadeautjes die met het huishouden te maken hebben. Behalve wanneer je aanbiedt dat eens een poosje van haar over te nemen.

The world’s toughest job

Deze column verscheen als pasaboka in de Amigoe vandaag

Dag van de persvrijheid

 

Concept image of the six most common questions and answers on a signpost.

Om als nieuwsmedium naar behoren je werk te doen, is het kunnen  toepassen van het journalistieke principe van hoor en wederhoor van  cruciaal belang. Mensen zijn mensen, elk met hun eigen belangen en al  dan niet verborgen agenda’s, en doorgaans niet erg happig om zichzelf  kritisch te bekijken. Zeker niet wanneer het gaat om beslissingen,  keuzes of praktijken die om een kritisch meekijken vragen of die  vraagtekens oproepen. Bij goed nieuws speelt deze problematiek amper.  Bij leuke dingen is niemand te beroerd om zijn telefoon op te nemen of  om middels een persbericht de aandacht van de media te vragen.

Bij het brengen van een kritisch nieuwsverhaal ligt de meest zuivere  benadering van de ‘waarheid’ in het horen van meerdere partijen om zo  dicht mogelijk bij de gebeurde feiten te kunnen blijven. En net daar  wringt meer en meer de schoen waar het gaat om ‘moeilijke’ of mogelijk  ‘foute’ beslissingen en keuzes. Meer en meer wordt de journalist ermee  geconfronteerd dat betrokkenen simpelweg ‘niet bereikbaar’ zijn voor  commentaar, dat weigeren te geven: ‘hier ga ik niet op in’ of volstaan  met een eigen persbericht. Wat er vervolgens overblijft, is de keuze een verhaal te brengen zonder dit journalistieke principe dat feitelijk een waarborg is voor een ‘eerlijk’ relaas van het gebeurde toe te kunnen  passen. Het risico lopend dat de lezer een ‘smeuïg’ verhaal tot zich  neemt en het verder laat voor wat het is: een eenzijdige weerspiegeling  van de waarheid. Dit mag voor degenen die aan de tand worden gevoeld of  die onderhevig zijn aan kritiek op de korte termijn een uiterst  effectief middel zijn, maar op de lange termijn is dit meer dan  gevaarlijk en getuigt deze praktijk van weinig respect voor de bewoners  van een land, zeker wanneer het hier om mensen op ministeriële posten  gaat. Wanneer een publieke functionaris niet tot verklaring en uitleg  wordt gesommeerd door het eigen parlement, is het de taak van de media  om dit aan de orde te stellen of om mensen ‘wakker’ te maken. Vanuit  politiek Curaçao klinkt vaak de roep dat de media niet deugen en aan  stemmingmakerij doen. Meestal wanneer het gaat om kritiek en vragen die  niet beantwoord worden en die de media steeds vaker geen andere keuze  laten dan het nieuws te brengen zoals het naar hen toekomt. Jezelf  respecteren begint met verantwoording nemen voor wat je doet en wat je  niet doet. Dat geldt voor alle mensen, maar helemaal voor mensen die  betaald worden van belastinggeld. Die zouden hier juist extra alert op  moeten zijn.
Geen uitleg geven, geen kritische vragen  beantwoorden betekent dat je geen verantwoording af wil leggen voor wat  je doet of niet doet. Een gevaarlijk en ontwrichtend mechanisme waarvan  het lamleggen van het journalistieke principe van het kunnen toepassen  van hoor en wederhoor een duidelijk symptoom is.
Dit commentaar verscheen op 2 mei in de Amigoe.

Bevlogen

Flinterdun en

strakgespannen

op een geraamte

van latjeshout

speelt een vlieger

tussen de wolken

op bekend terein

 

Scherend over

heuvels en dalen

van een met cactussen

bespat land

op een hoogte

die comfortabel

en bevlogen is

 

Dan een rukwind

oprispend

en dwingend

de vlieger heeft

geen andere keuze

dan mee te stijgen

tot onbekende hoogte

 

Valse wind

laat de vlieger tollen

rond zijn eigen as

stuurloos, willoos

een vrije vlucht

in een luchtruim

zonder parachute

 

Zo lijkt het althans

totdat de vlieger

beseft dat de draad

waarmee hij verbonden is

wortel houdt in het land

met cactussen bespat

en dat het opvliegerig zijn

slechts een tijdelijke

bevlieging is

73

total_color_blind_test_numbers_9Angel Number 73 tells you that you are being fully supported, surrounded and loved by the angels, Archangels and Ascended Masters.  It indicates that you have been putting your efforts towards your spiritual path and soul mission and your angels want you to know that you have been successful in manifesting prosperity and abundance into your life.  They ask that you maintain a positive attitude in order to continue manifesting positive abundance in your life.  Open up and allow the flow of abundance to enter your life, as well-earned rewards and blessings are headed your way.

Angel Number 73 is also a message that your creative energies have been activated.  Express yourself with optimism, enthusiasm and joy, and use your personal skills, talents and abilities to serve, encourage and teach others.  Continue living your life as a positive example for others.  Your angels and the Ascended Masters want you to know that you are on the right path in your life.  

Something tells me I am in the right ‘hands’.

 

Yu di Korsou

Yu di korsou

This happened…

Amiguito 1

Amiguito 2

Oprisping uit het verleden

Elo 'gevangen' Ze is dertien, misschien bijna veertien, geschat op de ontwikkeling van het meisjeslichaam waarin ze woont. Lange benen, lange armen, daartussen in een nog vormeloos uitrekkend middenlijf, een sliert zoals haar vader wel eens tegen haar zegt. Bewegelijk is ze. Heupbewegingen nog zonder welvende golven. Ze loopt niet, ze veert op en neer, ze danst. Is anders dan de andere kinderen. Zo lijkt het maar het is niet echt zo. Ze is alleen maar verplaatst. Daar waar zij vandaan komt zijn de bewegingen van het lichaam nu eenmaal minder houterig. Waar zij vandaan komt, lopen de mensen allemaal dansend op straat. Hebben ze een loopje in een eigen stijl. Het is alleen maar anders waar ze nu is. Op haar fiets met een jas aan en een knisperwind rond haar gezicht. Verplaatst of misplaatst? Vandaag vraagt ze het zich af.

Ze trapt hard door, dwars door de polder waar vandaag maar geen einde aan lijkt te komen. Snot uit haar neus en tranen die ze met woeste gebaren over haar wangen uitsmeert. “Je moet even naar de directeur van de school. Hij wil je iets vragen.” Schoorvoetend verliet ze de klas en kwam op de gang haar zusje tegen. Ze wisselden een blik,”Jij ook?”, en samen liepen ze richting de directeurskamer. Een klop op de deur. “Ha, daar zijn jullie. Kom binnen. Toe maar, het is ok.” De deur viel achter hen dicht. Iets te hard. Net iets te hard. “Sorry”

Op het bureau van de directeur stond een apparaat met iets wat leek op een microfoon, daaronder een doos met rijen knopjes. “Het leek me leuk wanneer jullie je even voorstellen aan de hele school. Het namelijk niet elke dag dat we leerlingen hebben die uit Curacao komen. Dus kom maar even dichterbij en zeg iets in deze microfoon.” Ze had moeten weigeren. Haar zus bij de arm moeten pakken en zeggen ‘Kom we gaan’. De tranen op haar wangen zijn woedend warm terwijl ze trapt op de pedalen van haar fiets. “Niet zo hard, niet zo hard”, haar zusje achter haar probeert haar bij te houden. Dat gaat even niet. Ze moet harder, veel harder. Zo hard als ze kan. “Vooruit, toe maar. Zeg eens wat tegen je medeleerlingen.”

Ze ziet zichzelf de stap naar voren doen voordat haar zus ertoe bewogen is en doet haar mond open. “Bon, awel. Mijn naam heet Elodie en ik kom uit Curacao. Mijn zus en ik zijn nieuw nieuw op deze school. Ook in Holland. We moeten nog een beetje wennen. Danki.” De directeur knikte. Ze konden gaan. De gang van de school leek kouder dan even daarvoor. De blikken van de klasgenoten ook toen ze de klas weer instapte. ‘Nieuw, alles is nieuw. Maak je niet druk. Het komt allemaal goed.’ Ze zocht de geruststelling van de woorden van haar moeder terwijl ze zo snel mogelijk naar haar plaats in de klas terugliep. Gegniffel om haar heen en daar ging het heen… de eerste immitatie van het accent waarmee haar stem door de intercom van de school geschald had lag al op haar bord.

Hoe ver nog op deze rotweg? Hoe lang nog? Ze wil naar huis. Haar fiets in het hok mieteren en er nooit meer naar kijken. “Wacht nou, alsjeblieft.” Ze kijkt om en ziet dat haar zus met haar fiets aan de kant van de polderweg staat. Ze huilt met schokkende schouders. De fiets hangt ergens tussen de grond en haar benen. Een grom ontsnapt haar maar ze draait om. Fietst terug. Bij haar zus aangekomen ligt de fiets al helemaal op de grond. Onbedoeld valt haar blik opnieuw op de tekst die ook op de kettingkast van haar zus is aangebracht. “Vieze buitenlanders, rot op naar je eigen land.”

Bovenstaande speelde zich af in 1981 op het St Laurents College te Hilligersberg, aan de rand van Rotterdam. Mijn zus en ik hadden een ‘accent’ en dat was reden genoeg om te ontvangen wat ons ten deel viel. Anno 2014 vraag ik me dan ook rondom alle commotie van ‘racisme en discriminatie’ oprecht af: Ki nobo anto?