De muze Curacao

Zoals verschenen in de Napa van 15 februari 2014. Foto’s van Ken Wong

Kunsthistorica Jennifer Smit over kunst van eigen bodem: “Of je haar nu haat, liefhebt, minacht, adoreert, veracht of bemint, het gaat altijd om wat dit land met je doet. Dat is de gemene deler van het werk van onze kunstenaars. Alles draait om Curaçao. En het allermooiste vind ik dat die ervaring steeds in beweging is. Niet alleen bij onze eigen kunstenaars maar ook bij passanten die door dit land geraakt worden. En ze doen er allemaal het hunne mee, afgezet tegen eigen ervaringen, de schoonheid van het land, de sociale omstandigheden, de culturele achtergronden en ja, ook hun herkomst. Het is een constant zoeken en vormgeven van een identiteit die geen absolute is. Sterker nog zij is vloeibaar en daarmee steeds opnieuw aan verandering onderheving. In goede en in slechte zin.”

Download het hele interview Jennifer smit 2 Jennifer smit 1 

 

Valentijn… freestyle

foto Edsel Sambo

De roodste, zoetste  en misschien wel meest commerciele dag van het jaar is Valentijn. Op 14 februari wordt iedereen ‘gek’ van de liefde en in die gekkigheid weet men bijna niet meer wat hij of zij moet doen.  Vooral bij tieners is dit verschijnsel alomvertegenwoordigd op Valentijnsdag. De verwachting giert rond met de mogelijke teleurstelling ook heel dicht aan het hart… wel of geen cadeautje, wel of geen kaart… het verschil tussen ‘geliefd’ zijn of niet meedogenloos zichtbaar in wie er op school rondloopt met rozen of chocolaatjes. Voor wie het moois ten deelt valt… kan de dag niet meer stuk. Voor hen die niets liefdevols overkomt, blijft de hartewens dat het volgend jaar zomaar ineens anders kan zijn. Want love is in the air. Voor iedereen.

De emoties rondom het verschijnsel liefde zijn op je zestiende of zeventiende even overweldigend als dat zij verontrustend kunnen zijn. Soms doen beiden zich tegelijkertijd voor en dat roept vragen op… heel veel vragen waar vaak vooral voor hen die de liefde nog niet hebben ervaren geen eenduidig antwoord op is. Verwarring brengt het, juist op een leeftijd dat je de wereld in kaart begint te krijgen en waarin je eigen mening en positionering aan het bepalen bent. Vandaar dat deze foto me zo trof: twee jongens bezig met Valentijnsgedoe op school. De alom aanwezige verwarring samengevat in een statement: What is love…

Waanzin

Het commentaar vandaag in de Amigoe

Beschuldigingen van discriminatie en racisme ‘toepassen’ om gelijk te krijgen of om de eigen zin door te drijven, zijn in ons land niet nieuw. Keer op keer steekt dit verschijnsel de kop op. Als een smeulend vuurtje dat zo nu en dan wordt opgestookt om tot een tijdelijke brandhaard op te laaien, die vervolgens weer langzaam indampt tot gloeiende as, wachtend op het volgende moment waarop de een of ander weer op het idee komt om het ‘oude’ fikkie nieuw leven in te blazen. De vraag is na alle ervaringen en geschiedenislessen niet meer waaróm dat gebeurt, maar eerder wat de functie of het doel ervan is.

De facto heeft deze ‘tactiek’ Curaçao en haar bevolking namelijk weinig goeds gebracht. Verdeeldheid, angst, openlijke bevoor- of benadeling van mensen, vooringenomenheid en vooral heel veel onbegrip, dat als verlammende werking heeft dat men niet meer voorbij de eigen vooraf ingevulde mening over een medelander durft te kijken. Het uiteindelijke resultaat zal zijn: een land waar niemand zich meer thuis voelt en daarmee ook een land waaraan niemand meer in positieve zin wil bijdragen. Wat is de functie, wat is het doel?

Curaçao is een jong land dat net zoals andere landen in de wereld met veranderingen moet ‘dealen’. En verandering geeft weerstand. Weerstand wordt doorbroken met een open dialoog en discussie over de voors en tegens van verandering vanuit respect voor elkaar. Respect voor elkaar ontstaat op basis van gelijkheid. En net daar wringt de schoen. Niet de schoen van de feiten maar de schoen van de emotie. Een zichzelf respecterend mens is er een die de ander respecteert. Het een gaat niet zonder het ander.

En toch, iedere keer wanneer een moeilijk discussiepunt op de agenda staat, wordt door sommigen in onze samenleving liever het zwaard van ‘ongelijkheid’ getrokken in plaats van een discussie op basis van gelijkheid. Het zegt iets over de ‘zwaardtrekkers’ die kennelijk niet voldoende respect voor zichzelf hebben om zich gelijk te voelen aan de ander. Wie neemt wie nu niet serieus?

Tot slot een citaat van een beroemde wetenschapper die ooit zei: “Doing the same thing over and over again and expecting a different result is the definition of insanity.”

Dense

Met te betalen stukken op zak reed ik naar de Paseata aan de Santa Rosaweg en stapte het kantoor van Aqualektra binnen. Ik trok gedwee een nummertje en verheugde me op het feit dat er nog stoelen vrij waren. Ik kwam nog een bekende tegen die me voluit met ‘Elodie’ aansprak. Daar schrik ik altijd een beetje van. Meestal is het ‘Elo’. De enige keer dat ik mijn naam voluit hoor, is doorgaans omdat mijn moeder ‘een beef’ met me heeft. Dan krijgt de uitspraak van mijn naam ook een andere bijklank. Zoiets als ‘Eee-lo00-die’. Maar goed de bekende bleek een cameraman van een documentaire die we gemaakt hebben voor Bos di Hubentud en het was heel leuk om hem weer te zien. Onderwijl liepen de nummers gestaag hun ‘beurten’ door. Ik had nummer 107 en had een stuk of 15 wachtenden voor me. Het geklets van mij en de cameraman bij de ingang begon de portier te ergeren en hij sommeerde me: ‘Tuma asiento senora.” En ik ging zitten. Nummer 100 was inmiddels aan de beurt. De nummers 102 en 103 waren kennelijk uit wat voor reden dan ook al vertrokken en ik zat redelijk in mijn nopjes te wachten. Het ging snel vandaag. Dat had ik niet verwacht. Het einde van de maand was nog maar net voorbij en meestal is het voor het betalen van rekeningen druk rond die eerste week van de nieuwe maand. 107 verscheen op het scherm, mijn beurt. Ik stond op en liep naar het vrije loket waar een uiterst vriendelijke dame achter zat en drukte mijn papieren voor de motorrijtuigenbelasting onder het smalle schuifje door. Het vriendelijke gezicht betrok. Niet zozeer omdat ze me niet aardig vond, maar omdat ze me niet kon helpen. “Mevrouw, voor die betaling moet u naar het postkantoor.” Alsof ik dat niet wist. Dat wist ik heus wel en ik wist ook dat het postkantoor zich slechts een paar deuren verderop bevond. Ik was er alleen nog niet opgekomen. Het kwam allemaal terug toen zij het zei. Haar bedrukte gezicht trok open in een vermakelijke glimlach. Het mijne ook maar meer met een ‘dommeriken-grijns’ en ik zocht de snelste weg naar buiten om bij het juiste loket mijn motrorijtuigenbelasting te betalen. De cameraman had gelukkig zijn camera niet bij zich en smeet ter compensatie een geamuseerde grijns mijn kant op terwijl ik me zo hoffelijk mogelijk uit de voeten probeerde te maken. Dit verhaal sterft hier. Want ik hoor het mijn jongens al zeggen: ‘Mam, you are so dense”. En het laatste wat ik ga doen is die opgeschoten gastjes gelijk geven.

Tand des tijds 2

‘Wie zelf werkt voor zijn geld, leert de waarde van geld waarderen.’ Deze uitspraak staat op het opvoedlijstje dat ik hanteer in de begeleiding van mijn zonen die onderweg zijn naar volwassenheid. Het is er eentje die ik belangrijk vind en die ik dan ook graag ‘gevinkt’ zie voordat zij mijn huis verlaten en hun vleugels uitslaan. Er is namelijk veel te halen uit dit gezegde. Veel meer dan de waarde van geld leren waarderen. Zo is er het aangaan van een verplichting waarbij je ergens met een zekere regelmaat op tijd moet zijn, er is het samenwerken met anderen, de kunst van het vooruitdenken (‘Ik kan vanavond niet (lang)stappen want ik moet morgen werken’) en het plannen (‘Zijn mijn werkkleren schoon’). Er zijn veel zaken van sociaal maatschappelijke waarde te ontdekken en te ervaren in het hebben van een bijbaantje als jongere. Aldus hoefde ik niet lang na te denken toen mijn oudste aan me vroeg of hij mocht gaan werken. Dat hij ook nog een baantje in de horeca wilde, vond ik extra leuk aangezien zijn vader een rasechte horecaffer was. Het bloed kruipt…

Na rijp beraad en overleg bakenden we de grenzen van het toelaatbare af. Eens in de week vond ik meer dan zat (SCHOOL) en ‘s avonds werken was een absolute ‘nee’. Het werd een overdagbaan, elke zaterdag, bij een café op het Brionplein.De contacten daarvoor waren al ruim van te voren gelegd door mijn zoon die geduldig afwachtte wanneer er plek voor hem was. Die dag kwam snel genoeg en er kwam een extra dimensie in verantwoordelijkheid bij omdat ik regelmatig op zaterdag werk en hem dan niet kan brengen of halen. ‘De bus, mam. Ik neem gewoon de bus.’ Zo gezegd zo gedaan. Elke zaterdagmorgen staat hij op tijd op, calculeert het busbeleid in -soms is er meteen plek soms niet- en hij gebruikt zijn tipgeld om heen en terug te komen met openbaar vervoer. Wat wil je nou nog meer als ouder? Op mijn opvoedlijstje stond dan ook een dikke ‘vink’.

Onlangs bleek dat er met die aankruising nog veel meer sociaal maatschappelijke ‘skills’ geoefend zouden worden. Vaardigheden die alles te maken hebben met het ‘ijzeren tijdperk’ -zoals de Hindoestanen deze periode noemen- en die het oefenen in verantwoordelijk burgerschap om een bijdrage te leveren aan de maatschappij waarin je leeft zwaar onder druk zetten. Op een klaarlichte zaterdagmiddag werd onlangs een man vermoord op het Brionplein. Een messteek in een slagader, een paar andere messteken elders in zijn lichaam. Onder een niet aflatende stroom bloed strompelde de man het Brionplein op om daar vervolgens tussen de speelpaats en het parkeerterrein neer te vallen en dood te bloeden. Mijn zoon was aan het werk, liep sociaal maatschappelijke skills te oefenen en heeft dit allemaal zien gebeuren. Een paar weken later, ook op een zaterdagmiddag, hoort hij schoten die van de overkant komen. Freeport Jewelers werd overvallen zo bleek later. Ook op klaarlichte dag. Het ‘vinkje’ op mijn lijstje begon langzaam maar zeker een andere betekenis te krijgen of liever gezegd de afweging om mijn zoon deze ervaring op te laten doen kreeg er een niet onbelangrijke wegingsfactor bij: namelijk het onverantwoordelijk sociaal maatschappelijk gedrag van anderen dat mijn zoon in een situatie kan brengen dat hij zijn ‘oefenen in het verantwoordelijk zijn’ niet zonder ernstige kleerscheuren kan doen of erger waarmee hij in een soort Russische Roulette van willekeur terecht komen kan. Het eerste trauma is al binnen. Met dank aan de messentrekker.

Toeval? Op de verkeerde plek op het verkeerde moment? Dom pech gehad? Had ik als zijn moeder beter moeten weten? Wat had ik moeten weten? Ik weet heus wel dat veiligheid niet meer hetzelfde is als toen ik jong was.

Nadere reflectie hierover bracht me tot de gedachte dat de huidige situatie op Curacao in een wurggreep zit die verder afglijden in het ijzeren tijdperk tot gevolg heeft. Zoiets als een slang die zichzelf bij de staart heeft en pas bij het bereiken van haar kop doorheeft dat ze zichzelf aan het verorberen is. Wanneer jongeren bij het oefenen in goed burgerschap het risico van ‘gevaar voor eigen leven’ ook mee moeten wegen, hoe groot is dan de kans dat zij die keuze nog maken. Hoe groot zijn de kansen dat ouders hun kinderen nog loslaten om zelf te ervaren? En wat voor burgers levert dat op? Dertigers die nog thuis wonen? Verwende kinderen omdat papa en mama alles doen om contact met de boze buitenwereld uit te sluiten? Hoe goed voorbereid zijn onze jongeren op de eigen stappen die ze moeten zetten wanneer ze niet hebben kunnen oefenen? Het lijkt me dat we dan niets anders dan ‘sitting ducks’ de maatschappij insturen die door eigen schade en schande wijs zullen moeten worden. De prijskaartjes daarvoor zijn tegenwoordig heel hoog en kunnen ervoor zorgen dat het bouwen aan een toekomst door een fout pas jaren later weer kan worden opgepakt. Hoe moet je een jongere voorbereiden op goed burgerschap als de maatschappij waarin zij leven de oefening daartoe niet meer binnen redelijke grenzen van de consequenties van ‘trial and error’ toelaat? En waardoor zij eigenlijk min of meer gedwongen zijn steeds minder deel uit te maken van diezelfde maatschappij die ondertussen rustig verdergaat met zichzelf verorberen.

Ninjatraining dan? Een kogelvrijvest? Een schietcursus? Persoonlijke pausmobieltjes in de vorm van een harnas? Allemaal onwenselijke aanpassingen die wellicht het overwegen eventjes waard zijn maar die geen oplossing aanreiken. Ik denk dat wat we nodig hebben de realiteit is. Een realistische blik op wat er werkelijk aan de hand is. Zodra dat in alle eerlijkheid zichtbaar is, kunnen er ook passende maatregelen genomen worden. Justitie en politie moeten openheid van zaken gaan geven, zo ook het meldpunt slachtofferhulp. Ik denk dat we inmiddels ver voorbij ‘incidentele’ gevallen zijn. Waar hebben we nu echt mee te maken in ons land? Wat zijn de cijfers? Hoeveel mensen zijn inmiddels op een of ander wijze betrokken geweest bij een strafbaar feit of erdoor geraakt? Hoe groot is ons collectieve trauma met betrekking tot onze veiligheid nu in werkelijkheid? En wat gaan we daarmee doen.

Ik ben het gesus en het gepaniek over dit onderwerp meer dan zat. Het helpt me niet bij de voorbereiding van mijn kinderen op hun volwassenheid. Ik word daarin tot de positie van ‘sitting duck watching my sitting babyducks’ veroordeeld. Sterker nog het niet weten maar slechts ‘voelen’ van de temperatuur rondom veiligheid verlamt en erodeert precies datgene wat dit tij zou kunnen keren: de fatsoenlijke opvoeding van onze jongeren oftewel het veiligstellen van de toekomst. Ik kan niet werken met wat ik niet weet. Dus wat mij betreft dames en heren professionals: ga met de billen bloot! Laat ons en elkaar zien wat er gaande is. Neem de uitingen van onze frustratie en woede erover tot u en ga aan de slag om ervoor te zorgen dat het ‘sitting duck-syndroom’ zo snel mogelijk tot het verleden behoort. En laat ons, als ouders, ervoor zorgen dat de slang stopt met zichzelf aanvreten door ons binnen realistische kaders onze opvoedjobs te laten doen. Zodat ik aan de baas van mijn zoon kan vragen of hij ook ‘atrakotraining’ krijgt wanneer dat tot een van de noodzakelijke vaardigheden behoort om zijn ervaring op te kunnen doen. En terwijl u bezig bent, bedenk u dan onderweg dat het nog helemaal niet zo heel lang geleden is dat het gezegde ‘Wie zelf werkt voor zijn geld, leert de waarde van geld waarderen’ nog echte betekenis had.


Het Brionplein in 1934 te Willemstad. Op de achtergrond het Riffort; het hoge gebouw rechts was de woning van de apolstolische vicaris. Bron: weekbladenbuiten.net

Triple P

De vrouw tegenover me was meer dan intimiderend vrouwelijk. Net als ik een veertiger en alles aan haar was zeer goed verzorgd. Glanzend mooi lang haar, nagels als kunstwerken bewerkt, mooie ronde welvingen. Ze droeg een korte witte bodyfit jurk met een indrukwekkend décolleté en een open rug. Haar hakken zo hoog dat zelfs ik als toeschouwer de pijngrens voelen kon. Haar make-up, outfit en accessoires tot in de puntjes op elkaar afgestemd. Het soort verschijning dat hoofden, van mannen en vrouwen, doet draaien tot hoeken die het onmogelijke benaderen.  “Dress to impress, baby”, zei ze tegen me toen ik haar belde en vroeg wat ze aan zou doen. Dat was waar ik bang voor was. Het duurt precies vijftien minuten voor mij om me ‘klaar’ te maken. Of het nou voor werk is of om uit te gaan. En in geval van een gewone werkdag is dat inclusief ontbijt maken, aankleden en opmaken. Vrouwen zoals zij maken met hun verschijning mijn latente gevoel van ‘achterstallig onderhoud’ wakker. Ze trekken alles uit de kast om vooral zo goed mogelijk voor de dag te komen en doen alsof daar geen greintje moeite voor gedaan is. Zoals zij uit het vliegtuig stapte na een reis van vijftien uur is voor mij hogere kunst. Geen haar van zijn plek, make-up die nergens uitgelopen is, een kreukloze jurk. Fris en fruitig, alsof er niets aan vooraf gegaan is. Hogere kunst neigend naar een wonder.

De vrouw die tegenover me zat is Colombiaanse en we delen de vriendschap van onze kinderen. Ze was op bezoek op het Curacao waar ze een tijdlang woonde voordat zij scheidde van haar man en wilde graag ‘even uit’ met mij. Ze woont inmiddels al heel lang in Nederland, leeft samen met een Nederlander en vloekt in het Nederlands. Tegelijkertijd is ze zoals zij dat zegt op en top ‘Latina’ zij het met een speciale touch: ze heeft zich namelijk naar eigen zeggen de Hollandse directheid eigen gemaakt en zegt het zoals het is. We ontmoetten elkaar bij een van de vele strandtenten die dit land rijk is en die regelmatig van eigenaar wisselen omdat de horecabusiness op Curacao nou eenmaal geen gemakkelijke is.  “Je ziet er mooi uit”, zei ze die er veel beter uitzag dan ik en begon over de exersitie die zij zich had moeten getroosten om eruit te zien zoals zij dat deed. De kapper, de nagelspecialist, het kiezen van haar outfit, het douchen en klaarmaken… meer dan drie uur was ze kwijt geweest. “Ik ben Latina, zo gaat dat bij ons. We moeten wel want er is veel concurrentie. Van al die andere Colombiaanse en Dominicaanse vrouwen. Die gaan ervoor en laten niet los wanneer ze een man ‘te pakken’ hebben. Believe me, baby.” Terwijl ze aan het praten was, werd ze ge-eyeballed door mannen van allerlei leeftijden. Een schalkse blik van een oudere meneer ving ik op, een verlegen stiekeme grijns van een stagiair die hier ongetwijfeld een mooie droom aan overhouden zou, een ober die bijna met blad en al tegen een tafel aanliep omdat hij omkeek en behalve dat bijna zijn nek verrekte. De reacties vanuit de entourage bevestigden zonder meer dat ze een punt had.

“Triple P daar gaat het om.”  En ze schetste vervolgens een beeld van haar thuisland en hoe Colombiaanse mannen in relatie tot hun partners of vriendinnen zwaar te kort schieten. “Kleine bruine piemeltjes, dat is het probleem. En dat onze mannen kennelijk niet verder komen in bed dan erop en eraf te gaan. Er wordt niet nagedacht wat wij als vrouwen fijn en lekker vinden. En daar praten vrouwen dus over. Dat er toch meer moet zijn dan dat.” Ze roerde daarmee de eerste ‘p’ van de drievoud aan ‘p’s’ aan. “Het is een belangrijke reden om verder te willen kijken. Zij die dat doen ontdekken inderdaad dat het ook anders kan.”

De tweede ‘p’ waaraan zij met klem refereerde was de p van paspoort. “Alles beter dan Colombia. Nou niet alles, maar Europa doet het goed.” Ze stak twee vingers op en benadrukte wat ze me zojuist had verteld. “Piemel en paspoort. Wanneer je die twee kan regelen zit je al veel beter dan waar je zat. Maar er is nog een belangrijke p-factor. Laat me je dat zeggen.” De derde ‘p’ was die van poen. Zo legde ze me uit. “En wanneer deze vrouwen alledrie die ingredienten in hun bereik ruiken… dan gaan ze erop af. Of die mannen nou getrouwd zijn of niet. Het maakt niets uit. Ze gaan ervoor, helemaal. Met valse wimpers, siliconen…en believe me Colombia is silicone country…alles om het beter te krijgen wordt aan het werk gezet. Triple P, zo simpel is het. En met die laatste ‘p’ moet je slim omgaan. Het goed regelen als je begrijpt wat ik bedoel. Zodat je goed achterblijft wanneer hij er niet meer is of wanneer een van je jongere concurrentes dreigt toe te slaan. Altijd oppassen en alert blijven. Vooral wanneer je ouder wordt. Zo werkt het. Vooral hier op Curacao.” Ik kon het niet helpen en bekeek haar nog eens goed. Ze raadde mijn ongeuite vraag. “Ja hoor, ik heb ook een heleboel laten doen. Dat mag iedereen weten. Ik maak nergens een geheim van.” En bluntly honest liet ze me weten wat, waar en hoe terwijl ze me ondertussen haar potentiele vervangsters aanwees.

Daar zaten we dan, twee vrouwen van ergens in de veertig, beiden opnieuw begonnen vanuit een alleenstaande met kinderen perspectief. Zij verhuisde om die reden naar Nederland. “Er zijn te weinig mannen op Curacao.” Ze was daar eerst onafhankelijk en vond daarna een partner. “Zelf werken en wanneer je samen bent de ‘p’ van poen goed regelen. Nu ben ik aan de beurt en alles wat ik nu doe in mijn latina-zijn, doe ik omdat ik het wil doen. Niet meer voor een man. Het geluk moet je in jezelf zoeken.”

De vrouw die tegenover me zat komt uit een andere cultuur dan ik. Met heel andere gebruiken en toch, zo ontdekte ik delen we het vrouw-zijn met elkaar. Haar conclusie is ook de mijne. Beiden hebben we een lange weg afgelegd om daar te komen. Beiden hebben we ons geluk afhankelijk gesteld van mannen. Elk op onze eigen wijze en nu wij de veertig zijn gepasseerd gaat het om andere dingen zoals simpelweg gelukkig zijn. Allereerst met jezelf op de manier en met de dingen van het leven die je dat geluk brengen. We zijn die avond met z’n tweeen de dansvloer opgegaan. Zij in haar bling bling outfit, ik in mijn hippietenue en toen wij de dansvloer afgingen omdat haar extensions te heet werden zijn we schaterlachend aan de wijn gegaan. Proost, op het leven!

Tand des tijds

Advocaten vechten tegen

elkaar binnen en buiten de rechtzaal

omwille en omtrent

een nieuwe juridische pikorde

 

Een bankdirecteur krijgt

nul op zijn rekest

vanwege de hoge boom

waarin hij zit en omdat hij

de wind daarboven maar

gewoon moet leren verdragen

 

In de stad stopt een zwarte doos

met vier gemaskerde mannen

die rammend en vloekend

een juwelier beroven

van goud en snuisterijen

 

Om de hoek zitten op

een terras toeristen

met koffie en gebak

naar de pontjesbrug te kijken

Iets verderop het Wilhelminaplein

staat een groep wanhopige Cubanen

die na jaren van onzekerheid

eens zeker willen zijn

 

En ergens in verwegistan

koopt iemand

een zak met maskerdrop,

die bij nadere inspectie

en zorgvuldige dissectie

vanwege de beeltenis erop,

onverteerbaar blijkt

Kill your darlings…

… Moemsi, Ajoo

‘Wat wil je weten? Niet dat het iets uitmaakt. Het kan mij echt helemaal geen snars schelen wat wie waar dan ook van denkt. De feiten zijn heel eenvoudig. Ja, ik ben dood. Van de trap gesodemieterd als je de doodsoorzaak wil weten. En deze keer deed ik het voor de verandering eens niet expres. Dat geloof je toch niet. Maar zo is het leven. Wat je wil wordt je afgepakt en op het moment dat het goed met je gaat, komt er een kink in de kabel. Ik heb het nooit anders ervaren. Al die keren dat ik er zelf genoeg van had mocht het niet. Het eruit stappen bedoel ik. Op de een of andere manier werd ik daarin tegengewerkt. Hou op, ik heb het zo vaak geprobeerd. Gefrustreerd? Ja hoor, dat geef ik onmiddellijk toe. Het leven heeft mij niets dan frustraties gebracht. Lijden is het, afzien en vooral niet mogen doen waar je gelukkig van wordt. Van mij hoefde het al heel lang niet meer. Weet je wat het ergste van leven is? Mensen. De mensen die je tegenkomt en waar je een omgang mee moet vinden. Ik hou niet van mensen. Je kunt beter dieren hebben. Die zijn misschien ook hard, maar in elk geval rechtvaardig. Wat zwak is en de groep in gevaar brengt wordt opgeruimd. De sterkste is de baas, zij het tijdelijk. Overzichtelijk. Nee, bij mensen gaat dat niet zo. Mensen manipuleren, halen het slechtste in elkaar naar boven. Ze liegen, bedriegen en moorden om te domineren. Kijk naar de geschiedenis? En wat zie je…?  Juist, mensen die andere mensen onderwerpen en afmaken onderweg. Alleen maar om een ‘gelijk’ kracht bij te zetten. Nee, laat maar. Ik was er dan ook helemaal klaar mee. Had al een flinke verzameling pillen bij elkaar. Deze keer zou het wel lukken. En toen kwam Dominique…

            Sorry, het praat gemakkelijker met een sigaretje. Waar was ik gebleven? Ja, Dominique. Mijn kleindochter die ik nog nooit eerder gezien had. Mijn dochter Cat heeft haar bij me vandaan gehouden. Omdat ze zo nodig met die vent van d’r mee moest naar Curaçao. ‘Je zal zien, mam. Daar zal het beter gaan.’ Niks dan ellende heeft het ‘r gebracht. En natuurlijk kwam ze bij me terug. Ze kwam altijd weer bij me terug, uiteindelijk. En deze keer had ze haar kind bij zich. Een meisje, een jaar of acht. Donkere krullen om haar gezicht, groene ogen met een diepgang die ik nog niet eerder in een ander mens heb ontdekt. Petite was ze. Tenger en gebruind. Bewegelijk als een salamander, sierlijk als een varen in de wind. Een tropenkind, zoals ik dat eens was. In het Indonesië van vroeger. Dit kind droeg diezelfde warmte in zich die ik ooit ervaren mocht. Een breekbare warmte is het. Waarin je je geborgen waant. Totdat iemand die bron in je vermorzelt, kapottrapt en je eruit wegsleurt om je de kou in te douwen. De kou van dit leven die zich invreet in je botten en als een epidemie door je lichaam woekert totdat zelfs het hart bevriest en langzaam afsterft. Omdat die iemand zelf al veel langer geleden kapot is gegaan. Enkel daarom. Want zo gaat het. Jij niet gelukkig? Dan de ander ook niet. Getuige zijn van het geluk van een ander wijst je op dat wat jij niet hebt en dat is onverdragelijker dan verantwoordelijk zijn voor het toebrengen van pijn en verdriet in die ander. Leer mij mensen kennen. Ik heb het gezien en geleefd. 

            Maar goed. Ik ontmoette Dominique en zag dat in haar hetzelfde vuur nog brande dat ik kende uit mijn jeugd. Broos, aanwezig nog, maar zo nu en dan al laagflakkerend. Dat raakte me. Ja, je hoort het goed. Het raakte me. En ik weet heel goed dat dat kwam omdat ze op me lijkt. Daar hoef je me niet op te wijzen. Ik zag dit kind en ik wist dat ik het beschermen moest. Ten koste van alles en dat was de enige gedachte die ik had toen ik vloog en de trap onder mij  weg zag zwenken. Ik wist wat er kwam. Ik wist ook dat het menens was. Deze keer wel… verdomme.

            Ik lag op de grond. Dominique zat naast me. Ik kon haar zien. Mezelf ook. Gebroken. Kapot. De warmtebron in haar ging bijna uit en dat…. dat kon ik niet hebben. Ik blies. Blies totdat het vlammetje oplaaide. Levend werd en ik beloofde haar er te zijn voor haar. Voor altijd. En die belofte leef ik nu. Nu ik dood ben. Geloof het of niet. Zoek het uit. Het kan mij niet schelen wat je ervan denkt. Dominique kan mij schelen. Daarom praat ik met haar en ik weet dat ze me horen kan. Zien zelfs soms. In deze vreemde staat van zijn die ik nu heb, ben ik voor haar meer levend dan daarvoor.  En ik verrek het om verder te trekken. Ik blijf hier. Bij het licht in haar. Dus daar heb je het. Noem me zoals je wilt. Geest, engel, spook, schim… Ik ben wat ik ben. De bewaker van Dominique’s licht.’

 

Bijna kunst…

Fotografe Bea Moedt maakte een uitstapje, achterom, op het Isla terrain en nam poolshoogte bij het asfaltmeer, de olielagune en de asbestkuil die ons eiland ook rijk is. Ze schoot er verschillende plaatjes waaronder deze…

De foto ‘pakte’ me omdat er in alles, werkelijk in alles, ook een zekere schoonheid is te ontdekken. En dat is waarom ik zo van haar foto’s hou. Ze kijkt en legt vast wat ze ziet… de interpretatie ervan die nemen anderen wel voor hun rekening.

Papiaments

De eerste week na de kerstvakantie waaraan een pittige proefwerkweek vooraf gaat, is altijd spannend. Want behalve het ‘bon aña’ dat doorklinkt in de gangen van de school en een brasa voor wie durft, zijn de proefwerken nagekeken. Sommigen gaan naar school met ‘angst en beven’, anderen zien uit naar de resultaten waar hard voor is gewerkt. Niets nieuws onder de zon, zo gaat het, altijd en overal.
En zo was het ook voor mijn beide zonen die allebei op het Radulphus College zitten. De een in de boven- en de ander in onderbouw. Mijn kinderen zijn zeer verschillend: de een is meer een sociaal ‘dier’ met een talenknobbel, de ander is meer van het ‘weten, meten en bewijzen’.
In het geval van mijn kinderen is het zo dat de een tot de ‘angst en beven-groep’ behoort die na de vakantie terugkomt op school en niet echt uitkijkt naar de resultaten van de proefwerkweek, terwijl de ander bijna met de rekenmachine in de hand de berekeningen van de totstandkoming van de cijfers per proefwerk uiterst secuur naloopt. Een kansberekening loslaten op de mogelijke normering is hem ook niet helemaal vreemd. En maar al te vaak is een resultaat voor hem het logische gevolg van zijn ‘input’, die overeenkomt met de ‘output’. Ik hoef denk ik niet aan te geven wie tot welke categorie behoort, een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
Afgelopen maandag werden de resultaten van het proefwerk Papiaments bekend gemaakt. Toch altijd een meer dan spannend moment aangezien dit vak niet gemakkelijk is en zelfs in de beleving van de leerlingen tot een van de moeilijkste vakken behoort. De juf komt de klas in en spreekt mijn ‘weten, meten en bewijzen’-zoon aan met de mededeling dat zij bijzonder trots op hem is omdat hij het hoogste cijfer van de klas heeft voor Papiaments. “En”, zo stelde de juf, “ik ben dubbel trots want jouw broer heeft het hoogste cijfer gehaald in zijn klas.”
Met dat bericht kwam mijn beta-kind thuis. Het alpha-kind, dat ziek thuis was, was inmiddels door zijn vrienden via Facebook ook reeds op de hoogte gebracht van deze feiten. ‘Master sua, je hebt het hoogste gescoord.’
Wat ik hieraan nou zo leuk vind en waarom ik deze pasaboka hieraan wijdt, is dat mijn gezin tien jaar geleden (pas) uit Nederland naar Curaçao verhuisde. Het ene kind was drie, het andere zes. Geboren in Nederland, hun moedertaal is Nederlands, de enige link met Curaçao en het Papiaments ligt bij mij, hun moeder, die opgroeide op Curaçao in een tijd dat Papiaments niet op school werd onderwezen en enkel als spreektaal werd gehanteerd. Voertaal thuis is Nederlands en jawel, moedertaal van de moeder is ook het Nederlands. Papiaments was voor hen afgezien van de kinderliedjes van Perlita’s die ik voor hen draaide, een vreemde taal.
Inmiddels is het Papiaments een tweede taal, zeker voor de ‘alpha’-boy die wanneer hij echt kwaad is naar het Papiaments grijpt om zijn frustratie te uiten, maar ook voor de ‘beta’-bengel die zich kapot ergeren kan aan alle accenten die verkeerd worden opgeschreven of erger: worden weggelaten. Ik vind dat mooi en dat de juf op school daar ook oog voor heeft, vind ik een pasaboka waard.

Deze column verscheen vandaag als pasaboka in de Amigoe