In retrospect 2016

Zoals inmiddels traditie trok ik deze week naar ‘Casa Olinda’ om me te voegen bij de vaste kern van visionboarders die al vijf jaar eind december samenkomt om onze lijntjes voor het aankomende jaar uit te zetten. Deze keer voelde het echter een beetje vreemd om naar het huis van de spil van deze gebeurtenis, Junice Augusta, te rijden en plaats te nemen achter de lange tafels met tijdschriften, lijm en scharen. Ik had het gevoel dat mijn jaar nog niet klaar was en om dan aan 2017 te gaan beginnen leek ongepast. Ik had zelfs even het idee dat dit weleens de ‘Goden zou kunnen verzoeken’.

Meestal ga ik naar deze meeting met een analyse op zak van het visionboard dat we de laatste keer maakten toen we in onze ‘heksenkring’ zaten. Deze keer kwam ik met lege handen en dat was anders. Anders zoals heel 2016 voor mij in het teken van ‘anders’ stond. En daaruit putte ik moed, voelde de verzoeking wegebben en begon aan 2017. Die analyse zou komen wanneer die kwam. Nu dus. Op de allerlaatste dag van het jaar 2016. Nadat ik gisteravond laat na een telefoontje ophing, het ‘F-woord’ riep tegen een dichte lijn en me tegelijkertijd realiseerde dat dat op mijn visionboard van 2016 stond aangekondigd was ik er klaar voor.
Het jaar 2016 stond voor mij in het teken van veranderingen die uitdagingen voor me in petto hadden die ik niet altijd even gracieus doorstond maar wel aanging en doorleefde. Met alle gevolgen van dien. Het ‘hello-goodbye’ dat ik opplakte begin januari van dit jaar kondigde grote verschuivingen aan in mijn leven. Versterkt door het ‘change in the hood’ en het ‘life after the war’.

Halverwege 2016 vertrok mijn oudste zoon naar Nederland om te gaan studeren. Die verandering zag ik natuurlijk aankomen maar de impact ervan op mij en mijn gezin kon ik niet voorzien. Ik heb wat afgehuild in de aanloop naar zijn vertrek. Van geluk, van pijn, van ontroering, overal om. De waterlanders bleven maar komen. Ik moest zelfs eerst naar adem happen en langs het strand lopen voordat ik plaats kon nemen aan de tafel waar we ‘ons laatste avondmaal’ zouden nuttigen. Als ik ging zitten, dan zou het verder gaan. Ik wilde niet gaan zitten. Bezorgd vroeg mijn lief zich af of ik ooit nog zou stoppen met huilen… maar dat deed ik. Na het vertrek van mijn oudste was ik oke en liet ik hem vol vertrouwen gaan. “Kijk mam, zonder handen’ plakte ik begin 2016 op. Het was goed zo. Ik kon beginnen aan die andere verandering: die van het zoeken naar een nieuwe balans binnen mijn gezin waar mijn jongste zoon en ik het nu met z’n tweetjes moesten rooien.

Op familieniveau was 2016 ook een jaar van zoeken. Het tweede jaar zonder mijn pipa was ingegaan en als ik iets heb gemist dan was het wel zijn neutrale ‘zwitserland’-houding die vele brandjes in onze familie smoorde voordat het een fikse fik kon worden. Er zijn wat brandjes geweest het afgelopen jaar en sommigen woedden nog. Maar het is oke. Want dit proces, hoe vervelend ook soms, leidt tot eerlijker en zuiverder verhoudingen. ‘Life after the war’, zo voelt het inderdaad nu. ‘Met nieuwe standaards’ omdat elk van ons voor het eerst meemaakt wat we nu meemaken en als vanzelf naar iets anders toegroeien dat beter bij ons past. ‘Zo krijg je wat je wilt’.

In het ‘Hey Sailor’ ontdek ik de verdieping van mijn relatie met mijn lief. Het is niet gemakkelijk, wanneer je allebei al het een en ander op dat vlak achter de rug hebt, maar we hebben ons er met verve dit jaar doorheen geslagen. Het voelt goed om deze ‘Sailor’ in mijn leven te hebben. En ja, ik heb behalve gehuild ook heel veel gelachen. Getuige de Costa del Lol.

Een harde die ik dit jaar moest slikken was ‘I have to be better and I will’ in combinatie met ‘De schoonheid van imperfectie’. Beiden zijn van toepassing op wie ik dacht te zijn. Na mijn vertrek bij de Amigoe sloop ik langzaam maar zeker een burn-out in die me het afgelopen jaar te pas en te onpas voor het blok zette. Wie me een beetje kent, weet dat ik wat ik beloof ook doe. Nou, niet in 2016. De enkele extra schrijfklus die ik op me nam kon ik met het schaamrood op mijn kaken onaangeroerd retourneren. Ik werd al niet goed als ik naar het scherm keek. Een ambitieus project met journalisten dat in april startte in verband met de verkiezingen, trok ik op mijn tandvlees om uiteindelijk op het moment supreme de stekker eruit te moeten trekken. Met een half hart nog in de krantenwereld maakte ik kort een uitstapje naar een oude werkgever om na de tweede keer te concluderen dat ik de aangeboden hulp niet opbrengen kon.

De kwaliteiten waar ik mezelf in herken: betrouwbaar, hulpvaardig en verbindingen maken tussen mensen liepen allemaal spaak dit jaar en ik vond het vreselijk. Ik leek wel een pinball die bij elke beweging tegen een obstakel stuitte. Pas in november van dit jaar begon ik me te realizeren dat dit geen vloek maar een zegen was. Omdat ik onbewust ruimte aan het creeren was voor dat grote knagende verlangen in mij: het oppakken en afschrijven van mijn boek. Een extra opsteker kreeg ik bij de boekpresentatie van Eric de Brabander vorige maand in het Avila-hotel. Uitgever Franc Knipscheer liet middels een schrijven bij die gelegenheid weten dat hij zich geen zorgen meer maakte om de Curacaose literatuur omdat onder andere ik er was. Ik voelde die avond alle puzzelstukjes samenvallen en begon te begrijpen wat die tekst: de schoonheid van imperfectie voor mij betekende. In mijn visionboard zag ik hiervan ook een kleine reminder terug in het ‘Pakje op Pad’. En die botsballon… dat was ik zelf.
En dan volgt voor mij een wens die ik begin 2016 opplakte die ik nu, op de laatste dag van het jaar als default setting als geintegreerd ervaar:

Op naar 2017!

#Visionboard
#2016
#Curacao

Rotsrok

Alles is in beweging en alles ondergaat een constante stroom van verandering. Soms subtiel, soms overduidelijk. Soms gebeurt het terwijl je ernaar kijkt en soms heeft een verandering wat tijd nodig om zich te manifesteren. Wanneer ik word verrast door zo’n momentopname in het veranderingsproces waarin een manifestatie voor even zichtbaar en tastbaar is, voel ik me innig verbonden met de plek waar ik leef en ben ik er dankbaar voor dat mijn ogen nog altijd nieuwe dingen mogen zien. Zoals deze rots op San Juan die er al jaren ligt te liggen. Ongenaakbaar, onaantastbaar. Een baken van herkenning die ik altijd als eerste begroet wanneer ik dit strand bezoek. Zo ook deze keer. En ik zie…
… dat er wat veranderd is. Het baken van herkenning heeft vandaag een groene rok aan.

Perswens

Zonder waarschuwing vooraf

De liefde sloeg binnen
met een mokerslag
die alle muren
van weerstand
tot gruzelementen bracht
en tegen beter weten in
werd ik op de koers van mijn hart
geramd

Geen ‘Buckle up’-waarschuwing vooraf
Geen reddingsvest en geen parachute
Geen gebruiksaanwijzing of richtlijn
Zelfs geen airbag
Dit was een ‘free falling’
tot in de verste uithoeken
van wie ik dacht te zijn
om te ontdekken
dat alles nog veel
mooier was
dan ik dacht

Een verbinding mocht ik
maken met een eenheid
die zelfs mijn stoutste
dromen oversteeg
de kracht van het hart
leerde ik kennen
die buiten elke
proportie van de rede
uitsteeg

Ik leerde ‘weten’ zonder logica
zonder oorzaak of gevolg
vanuit een bron die me
een ervaring gunde
in het zuiverste van mijn zijn
en die me naadloos verbond
met de ziel van de ander

Jaren mocht ik toeven
in het genot verborgen in de
uithoeken van het universele hart
waarbinnen de magie
me regelmatig
tot tranen toe
ontroering bracht
Oh lief, zo lief, zo lief
Heb ik jou gehad

En dan…
Zonder ‘Buckle up’-waarschuwing vooraf
Zonder reddingsvest en zonder parachute
Zonder gebruiksaanwijzing of richtlijn
Zelfs zonder airbag
besef ik mij nu
dat ik al die jaren
eigenlijk niemand anders
dan mezelf
heb liefgehad.

T’aworo Anneke P.


Vijf jaar geleden kwam er een nogal onschuldig ogende wat wulpse jonge dame de redactie van het Antilliaans Dagblad versterken. Lang blond haar, klein van stuk en een hippe bril. Ze had bij de Wereldomroep gezeten en wilde wat anders. Bij het AD mocht dat. “Anneke Polak”, zo heet ze. “En nee ze is geen familie van Clairy.” Anneke werd aangekondigd en Anneke, die ik voortaan Anneke P. zou noemnen, kwam naar Curacao.

Aanvankelijk was ik wat bezorgd. Een jonge meid, alleen, in een land waar mannenaandacht voor ‘onnozele blondjes’ van het perfecte formaat voor Curacao overweldigend kan zijn… als dat maar goed ging. Op de redactie konden we de versterking goed gebruiken en het was daarom ook zaak haar zo snel mogelijk te helpen integreren. De overgang naar Curacao vanuit Nederland is groot en de reactie erop laat zich simpelweg in twee soorten verdelen: je houd ervan, meteen, of je hebt er de pest aan, ook vrijwel meteen. Het was dus spannend die eerste periode aangezien je geen invloed kunt uitoefenen op deze zeer persoonlijke reactie op het emigratieproces. Maar Anneke P. viel in de categorie ‘je houd van Curacao, vrijwel meteen. De eerste zucht van verlichting werd op de redactie geslaakt. Ze had in ‘no time’ een plek om te wonen, een auto onder haar gat en als ultiem bewijs van aanpassen raakte ze in de stress omdat ze nog maar 8 Kw op haar pagatino had staan.

Het vervolg van het proces om Anneke P. te houden, kon van start gaan. Ze moest zo snel mogelijk op de hoogte gebracht worden van onze manier van doen, onze cultuur en heel belangrijk alle ongeschreven regels en natuurlijk onze al dan niet publieke geheimen. We gaven haar een ‘shortcut’. Ze kreeg een snelcursus Curacao vooral ook om zo snel mogelijk profijt te hebben van haar op de redactie. Dat was in ons maar ook in haar belang en Anneke P. nam alles in zich op. Inclusief het Papiamentu. Ik ken niemand die zich het begrip van die taal zo snel eigen maakte als zij. Ze ging hard, heel hard en kon al gauw naar de beruchte persconferenties van de ministerraad. Alsof het niks was. Anneke P. deed het en ging alles aan. Het was heel mooi om te zien. “Zo kan het dus ook,” dacht ik vaak.

Na haar aanvaarding van Curacao -of was het andersom?- en haar spoedcursus ging Anneke P. steeds meer haar eigen gang. Een opgeleide journaliste betrad de arena en dat zou snel, heel snel duidelijk worden. Ze maakte furore in het veld, was scherp in haar stukken en onder haar ‘lief onschuldig’ uiterlijk bleek al gauw een vakvrouw te zitten. Anneke P. was een aanwinst voor de media van Curacao. Het was een genoegen met haar te werken en vooral te discussieren over het vak waar ik geen opleiding in had. Anneke P. bracht een stukje kwaliteit in en daar was ik heel dankbaar voor. Ik heb van haar geleerd zoals zij -weet ik- van mij heeft geleerd. Na het AD kwamen vele free lance jobs, een vaste plek bij Caribisch Netwerk en de radio. Op Paradise maakte ze een mooi programma ‘Wat een week!’ op z’n Anneke’s: met een poot in de samenleving en vanuit de passie van het vragen stellen die haar eigen is.

Een keer hebben wij gebotst. Hard gebotst. Het was het soort botsing waar je leert ontdekken wat de ethische grenzen van de journalistiek inhouden of beter gezegd waar die van mij en die van haar lagen. Anneke P. is een journaliste van het harde nieuws. Een scoopjager die het nieuws als eerste brengen wil. Ik ben en was in die tijd een journalist van de maatschappelijk sociale beweging. Meer de achtergrondbrenger. Het was een pijnlijke aanvaring waarin de ‘scoop’ het won maar die me heel veel leerde over het vak en over wie ik ben. Ik ben Anneke P. daar nu heel dankbaar voor.

Morgen vertrekt deze ‘jongedame met wulpse contouren en trendy bril’ van dit eiland. Ze neemt een stukje kwaliteitsjournalistiek met zich mee en dat is een pijnlijk verlies. Aan de andere kant weet ik dat haar plek bij de Nos in Nederland alleen maar in ons voordeel zal werken. Anneke P. zal de Curacaose zaak bepleiten en inzicht geven waar dat heel hard nodig is. Want ze houdt van Curacao en Curacao houdt van haar.

T’aworo Anneke P.

#Anneke Polak
#Radio Paradise
#Antilliaans Dagblad
#journalistiek Curacao
#caribisch netwerk

Vrijheid

Jan Thiel, Porto Marie, Playa Hulu, Cas Abou… het waren de stranden waar ik een groot deel van mijn jeugd doorbracht. Bij Jan Thiel moest je door de mondi rijden om een zandweg in te slaan waar een man zat die de ketting die de doorgang blokkeerde, bewaakte. Een biertje en je mocht er soms zomaar door. Dat is als je er heen ging zonder doel. Ging je voor zwemles van juffrouw Zimmerman dan was het noemen van haar naam afdoende. Juffrouw Zimmerman noemen terwijl ze er niet was, was geen optie… de man wist precies wat haar schema was. En in zo’n geval van fraude was zelfs een krat bier onvoldoende om de magische ketting te laten zakken. Als je de boel belazerde dan kwam je er niet in. Ik leerde er zwemmen en dook van de springplank die op de kade stond. Ik at cheeweez -in de zakjes met geel en blauwe strepen erop- wanneer ik het diploma gehaald had en ik kleedde me om in een van de in rijen geplaatste badhokjes terwijl de vis van de dag op magistrale wijze werd klaargemaakt in het kleine keukentje dat Jan Thiel rijk was. De geur kringelde de kleedkamers in en deed ons watertanden.
Het enige dat nu nog van dat Jan Thiel over is, is de kade en de trap waar we met trotse gezichten onder het toeziend oog van onze ouders uit het water kwamen omdat we A en later B hadden gehaald.
San Juan-playa Manzalinja

Porto Marie was het lange strand dat je vanaf het plateau zag liggen en waar je de zee inkeek met al haar schakeringen blauw. Nadat je eerst een wildernis doorrijden moest met minder dan twintig kilometer per uur. Ook hier een ketting die het pad naar het strand versperde. De prijs: drie gulden per auto. Er waren geen palapas. Schaduw maakten we door een grote handdoek tussen twee auto’s te spannen die toen nog het strand op konden rijden. Porto Marie was een feest voor ons. Op en rond het plateau dat nog altijd vlak voor de kuststrook ligt, maakten we kennis met vele soorten visjes. Up close and personal zonder al te ver weg te hoeven zwemmen. De zanddollars die ik achter dit plateau in het zeezand vond, waren ontelbaar. Een beetje beweging van mijn flippers liet het zeezand alle kanten op stuiven en legde nadat het elders weer was neergedwarreld de prachtig uniek bedrukte zeediertjes bloot om ze te kunnen bekijken. Vissen deden we hier. Met een glazen pot waar augurken in hadden gezeten. Een zee egel moest er aan geloven en werd fijngeprakt om als aas te dienen. De pot legden we gevuld met zee-egel-aas op de bodem en we gingen er met duikbril en snorkel boven hangen. Zo stil mogelijk en we wachten. We wachten tot de vissen de ingang vonden en van het aas begonnen te snoepen. Dan, wanneer we onze kans schoon en de buit voldoende achtten, maakten we een snoekduik naar beneden en sloten de ingang van de pot met een hand af. De vissen die niet tussen onze vingers ontsnapten, bleven in de pot en werden als een trofee uit het water gehaald. Ze kregen een tijdelijk onderkomen in de grote emmer die we voor dit doel meenamen naar het strand. Zo konden we ze goed bekijken voordat ze aan het eind van de dag allemaal weer teruggegooid werden in de zee. Uren en uren vermaakten we ons met dit wonderlijke ‘kat en vis-spel’.

Het strand waar ik een beetje bang van was, was playa Hulu. De enige schaduw kwam van een een holle ruimte in een overhangende rots. Ik durfde er nooit onder te zitten omdat ik even zo grote rotsstukken op de grond had zien liggen. ‘Ooit’, dacht ik. ‘Ooit zijn die naar beneden gevallen. Niemand weet wanneer. Maar ooit gebeurt het.’ Ik was als de dood dat dat zou gebeuren terwijl ik eronder zat. En dus lag ik de hele dag met mijn neus op het prachtige koraal voor het strand of in het kleine bassin omringd door waaierende zwarte koraal bladen die uit het water staken. Ik herinner me de dag dat mijn moeder haar duikbril die geslepen glazen had opzette om naar huis te kunnen rijden. Haar bril was zoekgeraakt op het strand en we zaten in the middle of nowhere. Gillend van de lach dwongen we haar om ook de snorkel te dragen.

Cas abou hebben we vaak bezocht. Met de boot want het strand was niet bereikbaar via het land zonder contacten te hebben die konden leiden tot een sleutel die toegang gaf tot het terrein. Er was niemand. Op het strand stond een half huisje met dak dat dienst deed als beschutting. De muren waren een halve meter hoog opgetrokken en verder was er niets. Niets dan wit zand en azuur blauw water. Als kind heb ik er weekeinden doorgebracht zonder me een minuut te vervelen. Zwemmen, snorkelen, lezen en slapen onder een strakke hemel met miljoenen sterren.

Als kind heb ik het geluk gehad een vrijheid te ervaren die steeds schaarser wordt. Er zijn steeds meer mensen op deze aardbol en ook op Curacao waarmee gedeeld moet worden en steeds vaker delft de natuur waar ik in opgroeide het onderspit. Jan Thiel, Porto Marie, Cas Abou zijn tegenwoordig ‘ontwikkelde’ gebieden waar de bezoeker van alle gemakken is voorzien. Het enige dat nog hetzelfde is, is de kleur van het water dat tegen die voorspoed aanbeukt en net als vroeger het strand oprolt. Playa Hulu is nog in tact, en kan alleen bereikt worden met een boot of na een fikse wandeltocht. Het is mooi dat steeds meer mensen deze stranden van mijn jeugd bezoeken en dat ze zo zijn ‘opgeknapt’. Maar ik kom er -met uitzondering van playa Hulu-liever niet meer omdat in de keuze van het ontwikkelen voor mij een stukje van mijn gevoel van vrijheid is opgeofferd. Daarom word ik zo blij wanneer ik dit zie:

Mijn zestienjarige zoon op een skinboard op een van de weinige plekken op Curacao waar de natuur en de mens in hun ongerepte vorm nog samenkomen. Een hele dag naar San Juan. Zonder ligbedjes, restaurant of duikschool en ‘God beware’ ook geen internet. Gewoon met een boek, een duikbril, een dominoset en ja ook met een lege augurkenpot.

Er gloort licht… in de krantenwereld

Wanneer je zelf in het midden van een storm zit, is het heel lastig om een overzicht te krijgen van wat er gaande is. Je weet feitelijk niet zeker of datgene waar je midden in zit wel ooit overgaat en al helemaal niet wanneer. Je richt je op het overleven van wat het meest nabij is, om vooral te behouden wat er is. Krampachtig en met een volharding die even bewonderingswaardig is als waanzinnig. Verandering hou je namelijk niet tegen maar als je niet kan zien wat er komen gaat of erger de signalen van verandering naast je neerlegt, komt de afrekening vanzelf. Wat er namelijk gebeurt, is dat precies datgene waar je zo bang voor bent of wat je probeert tegen te houden naar je toekomt. Er zit een diepere laag in het gezegde: Be careful what you wish for, you just might get it.

Als er een gebied is waar ik het bovenstaande heb zien uitspelen, is het wel in de krantenwereld in de afgelopen jaren. Identiteitscrisissen te over, teruglopende abonnees, tanend tot verdwenen vertrouwen in de waakhond van de democratie, opstappende hoofdredacteuren, het ontslag van vele journalisten, het langzame maar onafwendbare verdwijnen van de gedrukte versie van de krant en de toename van nieuws dat eigenlijk entertainment is voor mensen die steeds meer in een informatiefuik zitten die zij zelf bouwen en waarin zij de munitie verzamelen van wat ze toch al dachten. Of dat nu waar is of niet.
Er is nog nooit zoveel informatie beschikbaar geweest, en nog nooit eerder zijn mensen -naar mijn smaak- zo schamel en oppervlakkig geinformeerd. Niet verder kunnen kijkend dan de storm waarin zij zitten. Je zou haast kunnen spreken van een ‘perfect storm’ die wat mij betreft bijna voorbij is. Want uit de uiterste stand van de extremen volgt altijd een nieuwe weg. We moeten nu eenmaal eerst ontdekken wat we niet willen. En elke verandering gaat gepaard met weerstand. Kranten hebben te lang in de weerstand gezeten en proberen vast te houden aan wat er was. Wat er was, is niet meer. En over wat er volgen kan, schreef Anneke Kranenburg, de Ombudsvrouw van De Volkskrant een voor mij stevig stuk dat een richting uitzet voor de journalistiek van na 2016. Er gloort wat mij betreft licht aan de zoom van de chaotische identiteitsstorm waarin de krant als nieuwsmedium zich bevindt. Hopelijk komen ook wat van die zonnestralen onze kant op.

#nieuwsmedia curacao
#kranten

Engelenfeest









Allemaal gemaakt van het plastic dat op zee drijft en aanspoelt op onze kust. Als ik maar hard genoeg doorwerk, is het misschien ooit een keer helemaal weg…

#angelsofcuracao
#recycleartofcuracao
#plasticonthebeach

Closing 2016…

Een monarch uit 1968


“Kijk eens wat ik gevonden heb?” Het was een berichtje van een hartsvriendin. Het ‘wat’ ze gevonden had was een model in een monarchjurk op de cover van het tijdschrift Couture. De voorpagina was afgescheurd en opgehangen in een van de winkeltjes in Punda. Het publicatiejaar: 1968. Ze maakte er een foto van en stuurde die naar mij.

Ik ben verbonden met deze vlinder. Ik heb er iets geks mee. Ze is er altijd wanneer ik een opkikker nodig heb of wanneer ik het even moeilijk heb. Ineens is daar een monarchvlinder in de buurt en ik voel me meteen beter. Mijn vriendin weet dat maar dat was niet de enige reden om me die foto te sturen. Deze jurk stond kennelijk op de cover van een modetijdschrift uitgebracht in mijn geboortejaar. Ze kon niet anders kon dan die foto naar mij sturen.

En ik word daar blij van. Het is een van die cadeautjes die gewoon op je liggen te wachten. Heel geduldig. Totdat iemand ze ontdekt en oppakt. Zeg nou zelf: een Monarchjurk, 1968 en aan de muur in een winkeltje in Curacao. This gift had my name written all over it. Thank you June for sharing.