Niet denken

engel met vinger

Dat is wat er gebeurt wanneer ik aan de tafel ga zitten die geurt naar de zee. Van alles ligt er. Steentjes, schelpjes, verkalkt zeewier en koraal dat door de werking van de zon, de zee en het zand verworden is tot de vorm die ik op het strand vind en oppik. Vanachter die tafel gaan mijn handen als vanzelf aan het werk en ontstaan er uit al die losse stukken nieuwe verbindingen. Het denkende deel van mijn hoofd staat uit en heel vaak ben ik door wat er zich onder mijn vingers vormt blij verrast.

Nog leuker is het om met iemand in gedachten aan die tafel te gaan zitten. Dan tune ik in bij wat die persoon en ik met elkaar delen. Opnieuw zet ik het denken stil en ik kom terecht bij wat ik daarbij voel. Mijn handen worden aangedreven door wat mijn hart opmerkt en ze bewegen. Bijna als vanzelf. En zo ontstond ook deze figuur die ik maakte voor een kanjer van een vrouw. Warmte zit erin verweven, bewondering en kracht. Alle proestbuien van het lachen heb ik er ook in gestopt. Het vingertje van deze ‘engel’ was er zomaar opeens en ik toen ik het zag, schoot ik in de lach. Ja, dat zou ze wel waarderen… deze knipoog naar wat niet kan of mag. Hoezo niet? Echt wel!

Met elk bezoek aan mijn herinneringen vloeien gevoelens terug naar die tafel met steentjes en worden zij omgezet naar ‘iets’ concreets dat ik weg zal geven. Wat bij mij blijft, is de verankering van die gevoelens die de ander met mij heeft gedeeld.

#zeedingen

De trap van Hato

Trap hato

Daar is hij weer. De acute verpester van mijn humeur. Ik hoef maar aan hem te denken en ik voel de tranen achter mijn ogen branden. Een Pavlovreactie op het aanstaande geweld waarmee zijn onvermoeibare mechanisme mijn hart tot gruis vermaalt zodra ik een stap in zijn richting doe. Moet doen. Want hij en ik zijn tot elkaar gedoemd. Niet dat het hem wat kan schelen, het is nogal een eenzijdige relatie die ik met hem heb. Eenrichtingverkeer is het, telkens wanneer ik hem ontmoet. En hoe kortstondig die momenten ook zijn, ze zijn uiterst pijnlijk. Op het scherpst van de snede zetten mijn zintuigen zich schrap. Ik haal diep adem. Observeer en overweeg hoe ik het deze keer aan zal pakken. Maar vaak voordat ik voet op hem zet, heb ik al verloren. Een stap en ik word meegevoerd in de verkeerde richting. Weg van huis.

Mijn hand is loodzwaar maar ik zwaai. Door een waas kan ik nog net onderscheiden van wie ik afscheid neem. Steevast duurt deze ontmoeting met hem te lang. En telkens weer vraag ik me af hoe vaak mijn hart dit nog verdragen kan. Ergens halverwege bijt ik op mijn lip. Een grommend chagrijn vult mij. En wanneer ik van hem afstap, ben ik murv. Tot ver nadat ik mijn bestemming bereikt heb. Zo is het altijd gegaan.

Vandaag sta ik er weer. Voor de martelgang. Hij ligt daar zoals altijd op mij te wachten. Even vraag ik me af of dat mechaniek van hem niet inmiddels aan het roesten is. Dat moet haast wel met de watervallen die ik op hem achter gelaten heb. Het is een betekenisloze gedachte, zomaar een spinsel ergens in mijn hoofd. Ik kijk naar hem, zie hem met zijn trappen rollen. Het paspoort ligt al in mijn hand. Met alles wat ik in me heb, maak ik de toenadering. Ik plaats mijn voet op hem. Heel bewust en met volle overtuiging. Mijn borst gevuld met Curacaose lucht. Mijn lucht. Verzameld in mijn land. Deze keer voert hij me weg van huis om weer terug te keren. Deze keer ben ik het die wint.

trap

#Trap Hato

Welcome back home sis

Tussenstation…

De geslaagden van de Havo/Vwo-opleiding die het Radulphus College al sinds jaar en dag verzorgt, kwamen gisteren samen op het Radulphusplein om hun namen te horen afroepen. Onder het trotse oog van familieleden van allerlei pluimage. De champagne vloeide rijkelijk, de confettikanonnen schoten losse flodders en de balonnen waren niet van de lucht. De ontlading na een periode van spanning die een eindpunt maar ook een nieuw startpunt markeert.

Op een tussenstation zijn ze aangeland waar voor even gelaafd en gefeest mag worden. Een plek waar ook de herkansers en de druipers gauw genoeg aan zullen komen. En dan, op een bepaald moment, zullen zij gescheiden worden door de vele verschillende wegen die zij in zullen slaan. Het tussenstation wordt dan het startpunt van vertrek en zal geduldig op hen wachten totdat de cirkel rond is en het vertrekpunt ook het eindstation zal zijn. Dat is althans de hoop maar ook de vrees… dat deze aankomend professionals terug zullen komen om hun beste krachten aan de plek te geven waar ze vandaan komen.

Radulphianen

De hoop leeft nu. Nu zij nog op het tussenstation staan en alles mogelijk is. De vrees komt later omdat die zich pas echt voor gaat doen op het moment dat deze jonge mannen en vrouwen hun talenten en kwaliteiten hebben omgezet in kwalificaties en diploma’s en opnieuw keuzes zullen maken, zoals een paar jaar daarvoor op dat tussenstation waar zij nu staan.

geslaagd kln Is het land waar zij vandaan komen tegen die tijd ontwikkeld genoeg? Zijn er mogelijkheden voor deze young professionals dan? Kansen op het opbouwen van een leven dat hand in hand zou moeten gaan met de verdere constructie van het moederland. De ondergrond daarvoor moet gelegd worden door hun voorgangers. Door hun vaders en moeders die het tussenstation al passeerden en er het eindstation van maakten. Mensen zoals jij en ik, die gisteren het succes van onze kinderen met hen meevierden.

Daar dacht ik aan gisteren. En aan al die young professionals van eerdere lichtingen die terug willen komen maar ontdekken dat het land en de mogelijkheden voor hen nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn om hen de vruchtbare bodem te bieden waarop zij kunnen bloeien. We zijn er nog niet. En nee, dat ligt niet aan de overheid. Of aan de een of andere zoveelste kabinetscrisis. Het ligt aan ons, de eerdere eindexamenkandidaten, die zich samen met onze kinderen gisteren hebben gewenteld in hoop. Wij zullen er harder aan moeten gaan trekken om de ondergrond te leggen voor hen die nu op het tussenstation staan. ‘We zijn klaar’, joelden de jongeren gisteren. ‘We zijn klaar. We hebben ze afgeleverd,’ verzuchtten de familieleden van allerlei pluimage gisteren.
Niets is minder waar… het is nog maar net begonnen.

Ook te lezen op Website Koninkrijksrelaties

In afwachting…

Twee Radulphianen heb ik teruggeleverd aan mijn oude school. Een ervan heeft eindexamen gedaan. De ander gaat straks met een overmacht aan ruime cijfers naar de vierde klas. Traditiegetrouw sluiten we het schooljaar af met ‘iets lekkers’ na het laatste proefwerk. Dan heb ik ze even helemaal voor mezelf. Ik luister naar ze, kijk naar ze en mijmer over kleine babyvoetjes en verlang zelfs heel af en toe terug naar het luiertijdperk. Maar dat laatste hou ik bij me. Dat is van mij en heeft niets meer te maken met de hoogstandjes die de beide heren afleveren in hun tijd. Morgen weten we of de een geslaagd is. Later deze maand weten we met welk gemiddelde de ander is overgegaan. Voor nu zit ik van mijn mooie mannen te genieten. En droom ik zo nu en dan,stiekem, een beetje terug.

jesse 18

Merijn 2015

Uitvaart van een schipper

Op 22 mei overleed Jan Ackermans. Hoofd van basisschool het Franciscus College, schipper bij de Zeeverkennerijgroep mgr. Verriet, kapitein van zijn geliefde Chamba II, vriend, partner en mijn pleegvader. In het weekeinde van 30 en 31 mei hebben wij afscheid van hem genomen. Met een ceremonie op de zeeverkennerij, een afscheid bij Crefona (het crematorium) en met het uitstrooien van zijn as in zijn geliefde water rondom Curacao. Met dank aan Cisca Rusch die dit afscheid voor ons op foto zette.

Schipper op de zeeverkennerij

Crefona

Wacht

Mam en jan

SONY DSC

SONY DSC

Escorte

Uitstrooien

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Doppen

of ik nog honderd uren met je praat

ik weet bij voorbaat al dat het niet baat

je zult je eigen wereld zelf moeten ontdekken

je eigen pieken en je eigen zwakke plekken

en daarom zeg ik jou nog een keer heel beknopt

geen ander dopt jouw peultjes zoals jij ze dopt

                                                       Toon Hermans

                                                       Uit: Alles is heimwee

 

Het boekje werd ten afscheid in 1987 in mijn handen gedrukt. ‘Voor Loodje van Pipa Jan’ stond in de opdracht en ‘Blijven doppen, meiske’. We stonden op Schiphol. Ik zou achterblijven, hij zou teruggaan naar Curacao. Het was mijn tweede jaar van studeren en het weg zijn van huis viel me zwaar. De titel van het boek ‘Alles is heimwee’ was dan ook een hele rake. Het gedichtje ‘Doppen’ ergens halverwege het boek had hij van drie sterren voorzien. Zo van: Denk erom, deze is belangrijk.

Aanvankelijk voelde ik me door dat gedichtje teruggeworpen op mezelf en nog meer alleen dan daarvoor. Het waren zijn woorden voorin het boekje waar ik aan vasthield. ‘Blijven doppen, meiske’, daar sprak vertrouwen en aanmoediging uit in een tijd waarin ik nog dacht dat ‘blijven doppen’ een eindstation zou kennen.

In de loop der jaren nam ik dit boekje vaak ter hand. Meer en meer werd mij duidelijk wat dit – op het oog zo simpele- stukje poezie aan betekenis in zich droeg. ‘Doppen’ en ik raakten vergroeid met elkaar en onderweg ontdekte ik steeds weer een nieuwe dimensie in de betekenis ervan. Het idee van een ‘eindstation’ sneuvelde en ik leerde inzien dat ‘doppen’ bij het leven hoort. Zo dopte ik door mijn echtscheiding, de dood van de vader van mijn kinderen, het verlies van een aardse liefde en al de andere keren dat ik viel en weer op moest staan, heen.

Een paar maanden geleden haalde ik het boek uit mijn kast en nam het mee naar  mijn ouderlijk huis waar ik het de gulle gever van toen in de handen drukte. Het ‘blijven doppen’ dat hij me bijna dertig jaar geleden toegewenst had, vond een weg terug naar hem die het er nu zelf moeilijk mee had. ‘Ach, kijk nou’. Een glimlach van herkenning en een trip naar memory lane vielen ons ten deel. En ik liet het boekje een poosje bij hem achter. Me realiserend dat ‘Doppen’ alweer een nieuwe dimensie had gekregen.

Tijdens zijn begrafenis besefte ik dat de cirkel rond was. Ik keek naar mijn twee jongens die precies drie jaar eerder bij de kist van hun vader stonden. Samen met hun twee grote broers en ik. Mijn twee jongens die het zo vaak niet met elkaar eens zijn, stonden hier nu innig ineengestrengeld  en namen afscheid van hun grootvader. Mijn eerste reactie was om dit moment met hen te delen. Ik was al onderweg maar hield in. Dit was van hen samen. Dit was hun manier van ‘doppen’. En ik begreep wat mijn Pipa gevoeld moest hebben toen hij me, in tranen, in 1987 op Schiphol achterliet.

Doppen Met dank aan Alex Roose die dit moment vastlegde

 

 

 

Los

In ode aan de wonderlijke werking van het hoofd

Los

 

Voor hij vertrok…

engelen (2)

 

Voor hij vertrok,

liet hij zijn vertrouwen in jou

bij je achter

Hij plantte dat in je

zonder dat je het in de gaten had

gaf het aandacht

en hielp het groeien

zodat je later,

ergens onderweg op je eigen pad,

zou ontdekken

dat zijn vertrouwen geruisloos

in het jouwe is overgegaan

 

Zijn liefde voor jou

reist ook niet met hem mee

want die was altijd al van jou

Hij heeft je zijn hart gegeven

je erin gekoesterd

en lief gehad

ook als je dat niet

altijd zag

Liefde kreeg je

om de liefde alleen

zodat je haar om leerde zetten

in liefde voor jezelf

en daarmee voor de ander

Die boodschap leeft nu

in jouw eigen hart

 

Zijn waardering voor jou

hoefde hij ook niet mee te nemen

die droeg hij aan je over

in de knipoog die hij je gaf

en in de fonkeling die

daar woonde

om je even, zo maar uit het niets,

te laten weten

Dat je er wezen mag

 

Zijn trots op jou

heeft hij je al eerder teruggegeven

die zat in woorden verpakt

waar hij zuinig op was

maar die raakten als hij ze uitsprak

dat blijft van jou

om je eraan te herinneren

-wanneer je dat nodig hebt-

wat je in je mars hebt en

dat je vaak veel verder kan komen

dan je zelf denkt dat je kan

 

Zijn vriendschap met jou

laat hij in jouw handen achter

Alles wat hij van je gekregen heeft

en alles wat hij je gaf

Voor jou is de tijd die je samen

hebt doorgebracht

waarin zijn klaterlach,

zijn broederlijk zwijgen,

en ja ook de woorden van een

heftige discussie zijn gevat

Zodat je je niet alleen herinnert

wat er tussen jullie gezegd en gezwegen is

maar dat je ook

zo nu en dan eens

terugdenken kan

aan je eigen vermogen

om voor iemand

een echte vriend te zijn

 

Zijn dromen voor dit land

en haar mensen

gaan ook niet met hem mee

die heeft hij geleefd en gedeeld

en daarmee zijn die dromen

onder jou en vele anderen

voor hij vertrok

al verdeeld

 

Hij is vertrokken

maar

in wat hij

bij jou

heeft achtergelaten

zal hij

altijd bij je zijn

 

Pipa

Pipa

Het woord kwam als een gift. Het werd me aangereikt nadat ik de worsteling erover had losgelaten. ‘Pipa’ was het antwoord. Ik oefende het eerst in mijn hoofd voordat ik het op mijn lippen nam. Ik moest er zelf ook nog aan wennen. De eerste keer dat ik het voorzichtig voor mezelf uitsprak was vreemd. Ergens verwachtte ik dat er een luid protest zou klinken, of dat ik van binnenuit een steek zou krijgen. Dat mijn geweten samen met mijn loyaliteit het op een een-tweetje zouden zetten… Maar er gebeurde niets. Behalve dat ik een warm gevoel aan het uitspreken van het woord overhield. Dit was goed. Pipa, zo zou ik hem voortaan noemen. Deze man die niet mijn biologische vader was.

Hij kreeg het van mij eerst te lezen. Op een vaderdagkaart. Het was mijn cadeau aan hem. Ik durfde het nog niet tegen hem te zeggen. Wist niet of hij het aan zou nemen. Wachtte zijn reactie met spanning af. Hij las dit nieuw geboren woord en nam het onmiddellijk aan. Ik meende zelfs te ontdekken dat hij er natte ogen van kreeg.

Tussen hem en mij bleef het Pipa van toen af aan. We zouden er verder samen een invulling aan geven. En dat hebben we de afgelopen 35 jaar gedaan waarin het antwoord dat ik als kind in handen kreeg als een gift in een moeilijke tijd zich van de betekenis van de letters heeft ontdaan. Ik was een van zijn vijf kinderen en Pipa was mijn vader.

Handen

Lieve Pipa, rust zacht

Interview met Chicu Capriles

Artikel 2 Chicu Capriles