Magie van een minuut


Ik stond op een schip dat voor anker ligt in het Spaanse Water. Ik keek naar achteren en zag een zonsondergang. Ik keek naar voren en ik zag de opkomst van de maan. Twee totaal verschillende kleurpaletten aan weerzijden van de hemel. Op hetzelfde moment. Life is magical.

‘Verplichting’ wordt wens

Het Radulphus College doet voor de kerstdagen mee aan een inzamelingsactie voor de minderbedeelden. De Bon bisina-actie is inmiddels welbekend en wordt al jaren door voornamelijk vrijwilligers in stand gehouden. Steeds meer toegespitst op wat goed te gebruiken is en tot mijn verbazing deze keer ook gedeeltelijk afgestemd op een doelgroep. 5 Vwo kreeg de opdracht in te zamelen voor moeders met kleine kinderen en/of babies die er al of niet al zijn. “Sudo-creme, babyflesjes of waspoeder voor babykleertjes heb ik nodig, mam,” zei mijn zoon.

Wat je ook verder vind van dit soort inzamelingsacties… ‘druppel op een gloeiende plaat’, ‘heeft helemaal geen zin’, ‘het is een eenmalige injectie’, ‘dit is geen structurele oplossing’,’je moet mensen werk geven geen ‘noodpakketten’ en wat er al zoal meer aan kanttekeningen te maken is voor dit soort acties, je kan bijna niet anders dan iets uit je overvolle winkelwagen met de boodschappen voor de feestdagen afgeven voor iemand die het slechter heeft dan jij. Vaak, heel vaak, gebeurt dat achteloos met een greep uit het winkelwagentje die vaak gestoeld is op ‘daar heb ik toch teveel van’. Wat er ook gebeurt, is dat de boodschap van deze actie op het laatste moment wordt doorgegeven door de kinderen waardoor er geen tijd meer is om ‘iets’ te halen en er een weinig inspirerende keuze uit de voorraadkast mee naar school gaat. Zolang het product maar past bij wat er op het meegestuurde lijstje van Bon Bisina staat. Lijstje kwijt… dan doen we maar wat of scheuren vlak voor school nog even naar de supermarkt om een blik van dit of dat te halen.

Hoe bekend ik ook ben met alle hierboven geschetste situaties, deze keer wilde ik het anders doen. Deze keer ging het namelijk om babies en de aankondiging van de inzameling was me door mijn zoon ruim op tijd medegedeeld. ‘Sudo-creme dus, babyflesjes en of waspoeder voor babykleertjes.’ Ik had net boodschappen gedaan en bedacht dat ik wel even snel nog langs 2000 (de allesmarkt) zou scheuren voor wat ik nodig had. Daar kon ik veel flesjes kopen tegen een zeer goedkope prijs. En ik keurde die redenering goed met het idee dat de mensen waar ik voor bezig was ongetwijfeld ook goedkope flesjes zouden kopen.

Onderweg veranderde ik van gedachten. Ik dacht aan de magische werking van sudo-creme op de billen van mijn kinderen, aan de voorzichtigheid waarmee ik spenen van flesjes eerst onderzocht op vooral de afwezigheid van schadelijke stoffen voor ik ze kocht en aan het nare gevoel dat je bekruipt wanneer je het allerbeste voor je kind wil maar dat niet kan betalen. Ik besloot naar een botica te rijden voor kwaliteitspullen.

Bij de botica vond ik al snel de sudocreme en stopte die zeer vergenoegd in mijn mandje. Nu nog een fles. Er hingen er verschillende met een opschrift erop gedrukt. Ik kon kiezen uit ‘I love mama’ en ‘Papa is the best’. Automatisch ging mijn hand naar de ‘I love mama’-fles. Want Curacao kent zoveel gezinnen die bestaan uit alleenstaande moeders. De reputatie van de Curacaose vader is in een staat van ontbinding en veel kinderen groeien op zonder. Ik handelde conform de verwachtingen met die fles in mijn hand. En dat beviel me niet, want ik kon me er niet toe brengen die fles in mijn mandje te plaatsen. Het voelde alsof ik de hoop opgaf en meedeed om dit alom verspreide idee van ‘mislukte vaders’ te bevestigen.

En ik besloot iets anders te doen. Ik zette de fles met ‘I love mama’ terug en pakte zeer bewust de ‘Papa is the best’-fles. Ik heb hem een tijdje in mijn hand gehouden en ‘warmgemaakt voor een wens. Die heb ik uiteraard in stilte uitgesproken. Ik wenste dat het kindje dat deze fles zou krijgen, er ook een vader bij krijgt.

Ode aan Shrinivasi (90)

Een van de vele Curacaose hemeltekeningen

De Dichter en het Woord

Een jonge dichter en het woord stuitten op elkaar.
Niet en passant en ook niet per expres.
Het was eerder een nogal intense ontmoeting,
waarbij het pad van het woord en dat van de jonge dichter
met elkaar verbonden werd.

“Maar ik ken jou,” riep de jonge dichter uit terwijl hij opkrabbelde. “Ik weet wie je bent. Ik zou je uit duizend anderen nog herkennen. Jij bent de liefde, ik weet het zeker. De liefde is wie je bent.”

Het woord sloeg het stof van zich af en keek de jongeman een poosje vorsend aan voordat het als antwoord gaf:
“Wat je herkent, is enkel wat je nu denkt te weten.”

“Is er nog meer dan?” vroeg de jonge dichter verbaasd.
Het woord glimlachte vanuit een wijsheid waarvan de jonge dichter nog maar een glimp had ontdekt.
“Ik ben één en ik ben veel meer dan duizend.
Ga met me mee. Dan zul je het zien.”

De jonge dichter aarzelde even. Hij keek het zandpad terug dat naar zijn dorp leidde waar hij naar op weg was. Liefde voor zijn thuis stroomde door zijn hart. Maar hij draaide zich om en snelde het woord achterna dat zijn liefde voor het leren bij zich had.

De jonge dichter wist nu twee van veel meer dan duizend.

De dichter en het woord liepen samen. Paden op, rivieren langs en bossen door. Uren werden dagen, dagen werden weken, maanden, jaren. Paden gingen grenzen over…

En zo leidde het woord de dichter landen binnen van heel andere levende wezens dan hij tot nu toe had gekend maar waar steeds opnieuw en telkens weer de liefde te vinden was.

De dichter leerde de liefde kennen
in de tranen van een kind
in de nerven van een blad
en in de vleugels van een duif.
Liefde was er in de woorden van een vreemde taal
die hij zich eerst meester moest maken
om te ontdekken dat ook daar dezelfde liefde was.

“Jij bent één en jij bent veel meer dan duizend”, zei de dichter op een dag tot het woord. “Vanuit een en dezelfde bron vloeit de liefde en in haar stroomtocht raakt zij niet veel meer dan duizend, maar alles aan.”
En het woord glimlachte vanuit een wijsheid die nu ook van de dichter was.

De Dichter en Het Woord zijn nog altijd verstrengeld
in deze verwondering die nu al bijna een eeuw lang duurt
en die de liefde van één en voor meer dan duizend
tot ver in ,de tijd levend houden zal.

Shrinivasi (Martinus Lutchman) op 12 december tijdens zijn verjaardagsfeest op de Universiteit Van Curacao samen met Merijn Berendsen.

#Shrinivasi
#Elodieheloise
#Curacao
#Suriname
#Schrijvers

Meesterlijke introductie


‘Eerlijk oversteken’… dat vond ze en dus zat ik met mijn verhalenbundel Woestijnzand klaar bij restaurant De Gouverneur om haar boek Eerlijckman in ontvangst te nemen. Een beetje nerveus want ik heb de schrijver van het boek, dat ik nog niet kende, heel hoog zitten en mijn boek aan haar overhandigen, betekent ook dat ze er een mening over vormen zal. Nogal naakt voelt dat en tegelijkertijd heel bijzonder. Twee schrijvers die elkaar pas kort persoonlijk kennen, zouden hun geesteskinderen uitwisselen. Het was ook een stap in verdiepende richting. Haar boek is gebaseerd op archiefonderzoek en feiten, dat van mij is doorspekt van fictie waarbij ik in het voorwoord al afstand neem van ‘facts and figures’. Het kan verkeren, maar we liggen elkaar.

Daar op die middag bij De Gouverneur, overhandigt zij mij haar boek terwijl op bijna hetzelfde moment dit binnenvaart in de Annabaai:

Op dat moment ben ik nog niet ‘wakker’ genoeg om me te realiseren welk een wonder hier zich voor ons afspeelt. Het plaatje is mooi en de vijfmaster draait rustig de haven in op zoek naar een ligplek. En dan ben ik thuis en lees de eerste bladzijden van Eerlijckman. Het boek begint met de reis van kapitein-luitenant Pieter de Senilh in 1710 aan boord van het zeilschip d’jonge Isaac dat koers zet richting Curacao. Mijn gezicht scheurt open in een glimlach van oor tot oor en ik denk: “Wat een geweldige introductie”.

Inmiddels ben ik in de ban van de belevenissen van Pieter de Senilh die voor de Heren X werkte van de tweede versie van de West Indische Compagnie en die niets anders wilde dan een ‘eerlijk man’ zijn. Hij moest knokken tegen een corrupt bestuur van het eiland en een even corrupte gegoede burgerij die zich meer toeeigende dan waar het recht op had. Er is in de afgelopen driehonderd jaar aan de mens niet zoveel veranderd. De feiten van toen zijn ook het verhaal van nu. En met de visual effects die mijn eerste kennismaking met’Eerlijckman‘ begeleidden, leek het verleden letterlijk het heden in te varen.

#ElodieHeloise
#Eerlijckman
#Boeken over Curacao

Oog voor detail

bloemen De Dienst Openbare Werken is deze dagen aan de slag om het woekerend onkruid langs de berm weg te werken. Er wordt flink gehakt in de ongebreidelde groei van de Neemtree, van de graspollen en van de Wabi. De diesel snoeimachine gromt van ‘s morgens vroeg tot aan het eind van de middag. Tenminste in mijn buurt waar de bermen ‘hard’ worden aangepakt na de regen van de afgelopen tijd. Het onkruid is de grond bijna letterlijk ‘uitgebruld’ en dus is het tijd om de boel rigoreus aan te pakken. Gisteren was mijn straat aan de beurt. En in alle overvloed van woekergroei had de werker van OW oog voor detail. Of misschien eerder oog voor schoonheid. Hij snoeide alles plat, behalve deze plant met paarse bloemetjes. En ik vond het een cadeautje om thuis te komen met een boeket voor de deur.

Geniaal zonder grenzen

indiaan
We schrijven 1993. De omgeving is Lonneker; een klein katholiek gat dat tegen Enschede aanhikt en waar ik met mijn Curacaose achtergrond het meest exotische ben dat er woont. Ik ben net getrouwd en heb een schoonmoeder die eigenlijk de leeftijd van mijn grootmoeder heeft. De situatie: we moeten nieuwe schoenen kopen voor mijn schoonvader die al jaren geen zin meer heeft in winkelen. Ik geef gevolg aan het verzoek en rijd naar de binnenstad van Enschede met mijn schoonmoeder. Geen idee hoe ze aan haar schoenenvraagstuk gaat voldoen maar ik ga er vanuit dat ze weet wat ze doet. Mijn schoonouders zijn al bijna een halve eeuw getrouwd en dan stel je geen vragen meer over het hoe en waarom.

Bij de schoenenwinkel van haar keuze loopt ze rechtstreeks naar de afdeling met maat 43. Ze laat haar oog vallen op vier verschillende modellen en laat ze aanrukken. Vervolgens graait ze in haar tas en haalt daar een stokje uit. Dat stokje legt ze in alle rechter en in alle linkerschoenen. Ze loert in de schoenen, meet de ruimte tussen hak en hiel die het stokje haar laat en maakt een keuze. Wanneer we thuis komen, blijken de nieuwe schoenen als gegoten aan de voeten van mijn schoonvader te passen.

We schrijven 2016. De omgeving is Curacao; een land waar vele verschillende nationaliteiten leven en waar ik alles behalve exotisch ben. De situatie: ik moet nieuwe schoenen regelen voor een man die niet kan lezen of kan schrijven. Hij is de leeftijd van mijn moeder, komt uit Santo Domingo en spreekt slechts Spaans. Ik heb geen idee welke schoenmaat hij draagt en hijzelf ook niet. Om tot een concrete oplossing te komen, geeft hij me een stokje dat evenredig is aan de lengte van zijn voeten.stokjeSoms doen mensen dingen die zo simpel zijn dat ze geniaal zijn. Zeker in deze tijd van supertechnologie waar moeilijk doen en ingewikkeld denken eerder regel dan uitzondering zijn. Heel even zie ik dan een verbinding met onze oorsprong terug. Sporen zie ik erin die zich zo maar ineens laten gelden in deze moderne tijd en die nog altijd heel erg bruikbaar en nuttig blijken te zijn. Van alle tijden, ook van anno 2016. En wanneer ik zo’n simpele genialiteit mag registreren dan voel ik me verbonden met alles wat er was, wat er is en wat er nog zal komen.

Let the music play… in 2017

website-cnsjf Geen Curacao North Sea Jazz Festival in 2017. Met dat nieuws kwam de organisatie Fundashon Bon Intenshon. Omdat er geen grote sterren geboekt kunnen worden voor het festival dat inmiddels internationale allure heeft opgebouwd in de regio en daarbuiten. In zeven jaar tijd wist het CNSJF zich op de kaart te zetten als beinvloeder van de Curacaose Economie waarbij de hospitalitysector maar ook aanverwante sectoren van onze economie in het laagseizoen zich konden verheugen op een leuke omzet. Vliegtuigmaatschappijen, hotels, restaurants, autoverhuurbedrijven, winkels en ja ons land an sich dat de afgelopen zeven jaar een economische maar zeker ook een imago boost kreeg door dit muziekfestival.

Inmiddels, na zeven jaar, kan dat ook met cijfers worden aangetoond en zijn de sceptici van het begin in hun ongelijk geparkeerd. Dan waren er in de afgelopen zeven jaar de teleurstellingen ten aan zien van dit initiatief van hotels die hun kamers duurder maakten, het ontstaan van een zwarte markt in (gratis)festivalkaarten en een overheid die de eerste jaren weigerde het economische effect te erkennen. Op eigen kracht liet het CNSJF zien dat het kon. En dat we hier in dit kleine landje veel groter kunnen zijn dan we denken. Tegen het heil in en tegen -vaak onze eigen- verwachtingen in. De overheid heeft, nadat ze er de eerste jaren niks mee te maken wilde hebben, nu bedacht dat ze willen praten met de Fundashon Bon Intenshon om te kijken of er niet toch nog iets te redden valt voor 2017.

Allemaal prachtig. Maar… het CSNJF is niet begonnen met de intentie geld te verdienen. Ook niet met de intentie de economie te stuwen of onmisbaar te worden in het economische palet van ons land. Het is allemaal ooit begonnen vanwege de muziek. Muziek brengt mensen samen. Muziek verbroedert. Muziek gaat de woorden voorbij en laat mensen het moment ervaren waarin er even geen zorgen, geen politieke verschillen, geen verscheidenheid maar juist eenheid is. Al is het maar tot de muzieknoten wegsterven en een ieder weer zijns eigen ellendige weg gaat. Met muziek worden we weer even mens. Daar gaat en ging het om.

where-words-fail

Dus… zou het niet mogelijk zijn om in 2017 in te steken op deze oorspronkelijke bedoeling? Zou het mogelijk zijn om eind augustus/begin september 2017 onze binnenstad twee avonden lang het podium te maken van muziek en eenheid waar iedereen van kan mee genieten? Zou het denkbaar zijn dat al die economische pijlers, sectoren en de overheid die de afgelopen zeven jaar gratis hebben kunnen meeliften met de ‘verdiensten’ van de Fundashon Bon Intenshon de handen ineenslaan en iets teruggeven van hun voordeel?

Ik zou het mooi vinden wanneer we als land deze uitdaging kunnen oppakken en iets doen met de belangrijkste boodschap die de Fundashon Bon Intenshon ons heeft willen leren… waar mensen samenkomen in muziek ontstaat er eenheid.

So who is with me to let the music play in 2017?

Palabrua revisited

palabrua-websiteRodney reed op zijn chopper. Zijn haar wapperde als een witte vlam achter hem aan. Als hij niet fietste of rende, stond het rechtop. Dan had hij een wild stuk mondi op zijn hoofd. ‘Ey, Palabrua,’ riep iemand. Rodney stak zijn hand op bij wijze van groet. Palabrua, de uil. Rodney wist niet beter. ‘Je lijkt op een uilskuiken,’ zei zijn moeder als ze zijn haar probeerde te fatsoeneren. Haar zilveren borstel trok ze door zijn stugge dons. En Palabrua was het gebleven, zolang Rodney het zich herinneren kon.

Maar zijn moeder was dood en vandaag was hij een palabruá, een verwarde uil met meer aan zijn hoofd dan een slordige tooi. Rodney reed de straat in waar hij vroeger woonde. Op de plek waar zijn huis stond, hield hij stil. Vandaag zou het gesloopt worden. Extra parkeerplaatsen voor de supermarkt aan de overkant. Maar zover was het nog niet. Ze waren nog niet begonnen.

Rodney smeet zijn fiets over de muur en sprong erachteraan de tuin in. Hij zag dat ze de Flamboyant al hadden omgehakt. De Tamarinde stond er nog, aangeslagen. De helft van de takken geamputeerd op de grond. Het huis leek hem beschuldigend aan te kijken. Zoals zijn moeder toen hij stopte met school. ‘Palabrua, je moet aan de toekomst denken.’ Dat deed hij ook, tussen het drinken door. ‘Palabrua, zo kun je niet verder.’ In de gevangenis zocht zij hem op. ‘Mai, ik weet het,’ zei Palabrua en beloofde beterschap. Verslagen zat Rodney op de porch tegen de voordeur van wat eens zijn huis was aangeplakt. De herinnering deed pijn. En hij trok een platte fles uit zijn achterzak.
‘Ai Mai,’ zei hij bij de eerste slok. ‘Het spijt me. Ik weet dat je het zo niet hebt gewild.’

‘Ey Palabrua.’ Rodney schrok wakker. De man van de supermarkt boog over hem heen. ‘Je moet gaan sua, we gaan zo beginnen.’ Rodney stond op en liep naar zijn fiets. ‘Wacht, wacht. Ik moet je wat geven. Het zat in een holte van de Flamboyant.’ Palabrua keek en zag een zilveren borstel in de hand van de supermarktman.

Ik schreef dit verhaal ooit voor Cpost, niet te verwarren met de huidige posterijen van Curacao. Nee, Cpost was een online magazine met verrassende foto’s, kleurrijke verhalen, positieve informatie en interessante weetjes over Curacao voor alle Nederlandslezende Curacaoliefhebbers. Van oktober 2006 tot juni 2012 werd het samengesteld door een enthousiast team van Curacaose professionals. Gratis zonder betaalde advertenties. Iedereen die bijdroeg aan Cpost, werkte belangeloos mee.

Vandaag kwam ik Palabrua tegen. Hij reed op zijn ‘chopper’ en ik zat in de auto te wachten bij het Radulphus College. Hij stopte even om me te groeten. Twee dikke smiles en twee handen die elkaar na lange tijd weer ontmoeten.
“Ey, hoe gaat het met je?” vroeg ik.
“Ai, basta bon,” zei hij.
“En, waar woon je nu?” Ik wist dat er na het huis een bus was geweest en na de bus was ik het spoor bijster geraakt.
“Ai, nergens en overal”, zei hij. En maakte alweer aanstalten om door te fietsen. Ik had een beetje spijt van mijn nogal directe vraag die echter louter uit oprechte belangstelling voortkwam en die alles te maken had met het verhaal dat ik in de tijd van toen over hem optekende. Een verhaal kan ergens stoppen omdat de schrijver dat wil, maar dat wil niet zeggen dat een verhaal niet verder leeft.
Palabrua zelf had er minder problemen mee en gooide me vlak voor hij wegreed een kleine napa toe.
“Elodie, Ik woon bij mijn hart.”

De Moeter

hartblad“Denk je aan de verjaardag van je neefje?”
“Ja, mam.”
“En dat je die verklaring van de dokter moet halen om je rijbewijs over te schrijven?”
“Jaha…”
“Ban serio… anders kun je dat ding opnieuw gaan halen.”
“Ja, mam, ik weet het.”
“Heb je al een afspraak gemaakt daarvoor?”
“Nee, mam, nog niet.”
“Verdorie… dat moet je deze week nog doen. Beloof je dat.”
“Ja, mam.”
“…(zucht) en die vitaminepillen? Heb je die nou gehaald. Je hoest klinkt heel lelijk.”
“…(zucht)…”
“Luister jongen, het is voor je eigen bestwil. Je wil geen griep toch?”
“Nee, mam…”

“En bel je broers zo nu en dan zelf ook eens op. Je kan ook wel eens vragen hoe het met hen is.”
“Ma-am,…”
“Ja, sorry hoor. Ik vind dat je daar best wat meer aan mag doen.”
“Ja, mam…”

“En nou, vertel eens, hoe gaat het met je?”
“Mam, ik moet gaan. Ik heb zo college…”

Zomaar een gesprekje op zondag. Met mijn uithuizige zoon die in Nederland studeert. Hij is bijna 20 jaar. Wanneer ik heb opgehangen laat dit gesprek een irritante geur achter. Voor het geluk van mijn zoon niet alleen bij hem. Zijn moeder was voor even in een ‘moeter’ veranderd. En ik realiseer me dat ik daar wat aan moet doen. Het is zijn leven en ookal zie ik ze komen: de blaren zijn ook voor hem… loslaten dus. En mezelf heel goed inprenten dat ik in de herfst zit van dit stuk van mijn moederschap.

De aftocht

avond

Het was nog donker toen de stuurman Fuikbaai zag liggen. Hij stelde de koers bij en even later gleed het schip over de kalme rug van de zee het haventje in. Precies zoals de bedoeling was. Met de stilte van de nacht als een dekmantel om haar heen.

Geruisloos meerde de stuurman aan. Een paar mannen sprongen lenig van boord. Ze kregen de kabels van anderen toegeworpen om het schip vast te leggen. Geroutineerd trokken zij aan, lieten zij vieren en legden zij hun zeemansknopen op de juiste plek. En in al deze bedrijvigheid viel er geen vloek of zucht. Ze wisten precies wat ze moesten doen. Het was niet de eerste keer dat zij hier waren.

De stuurman bracht verslag uit aan de oude kapitein die zich een paar uur had teruggetrokken om te rusten. “We zijn er. Ruim op tijd.” De oude kapitein richtte zich voorzichtig op vanuit de kooi waarin hij had liggen soezen. Hij nam de stok aan die hem werd aangereikt door zijn stuurman en knikte hem tevreden toe terwijl hij zich omhoog hees.
Mooi zo. Niemand heeft ons gezien?”
“Nee, kaptein. Niemand heeft ons gezien.”

blue-light

De woorden van de stuurman galmden nog na in de kapiteinskajuit toen het schip in het volle licht werd gezet. Vanaf de kade klonk geschreeuw. Een flikkerend blauw schijnsel viel door de patrijspoort de kajuit in.
“Wel alle…”
De stuurman en de oude kapitein haasten zich het dek op waarbij de stuurman de kapitein moest ondersteunen. Een korte blik landinwaarts was voldoende. Vier van de bemanningsleden lagen plat op de kade met de handen op het hoofd. Een vijfde werd handboeien omgedaan. Overal gewapende politiemensen en minstens acht auto’s met zwaailichten en de koplampen op de helste stand. De bemanning aan boord stond langs de reling als aan het dek genageld met de handen omhoog.
“Schuif de loopbrug maar uit, “ zuchtte de oude kapitein.

Drie norse mannen liepen de loopplank. De stuurman ontving hen en leidde hen naar de brug waar de oude kapitein inmiddels plaats had genomen.
“Wie bent u en wat komt u hier doen?” werd hem door de leider van het groepje toegeblaft. De oude kapitein keek de man recht aan. Ogen die al eeuwen alle soorten mensen hadden gewikt en gewogen, boorden zich in het harde gezicht.
“Wie ik ben doet er niet toe. Het enige dat u moet weten is dat ik van goede zin ben.”
Dat antwoord beviel de aanvoerder niet. Zijn linkerooglid begon wat te trillen van ingehouden woede.
“Papieren”, schreeuwde hij.
“Er zijn geen papieren,” antwoordde de oude kapitein. “We komen elk jaar en zijn bekend hier. Papieren hebben we nog niet eerder nodig gehad. Ik heb wel een logboek. Maar dat mag u niet inzien. Dat is alleen voor de ogen van de bemanning van dit schip. Strict geheim, begrijpt u.”
De kapitein voegde daar een korte knipoog aan toe om de sfeer wat gemoedelijker te krijgen. Dat viel echter niet in goede aarde bij de politiebaas.
“Wat zit er in dit schip? Voor de draad ermee.”

paard

De oude kapitein stond langzaam op en keek de politieman op gelijke hoogte scherp aan.
“Er zit een paard in het ruim en verder zijn er wat geschenken aan boord. Voor de mensen die wij kennen op Curacao. Niks om u druk over te maken.”
De laatste zin werd door de inmiddels nog bozere politie aanvoerder niet meer gehoord.
“Een paard…? Geschenken…? Met wie denkt u dat u te maken heeft?”
Brullend gaf hij commando’s aan zijn twee compagnons.
“INSPECTIE. NU!”

Twintig paar politieschoenen stampten de loopplank op. Het inspectieteam meldde zich aan dek en wachtte de verdere instructies af. Vanaf de kade werden de bemanningsleden onder schot gehouden door de achtergebleven troepen. “In groepjes van twee. En ik wil elke ruimte van dit schip doorzocht hebben. Over dertig minuten verwacht ik jullie verslag. En nu ingerukt. Aan de slag.”

Een half uur later was de inspectieploeg terug aan dek. Met een volledig verslag. Een van hen maakte de verzamelstaat op.
“We hebben aangetroffen: drie ruimtes vol kleurrijke dozen waarin na een steekproef speelgoed blijkt te zijn verpakt , een goed verzorgd paard, een ruimte vol met kogelvrije vesten en een hermetisch afgesloten deur waarop ‘Verboden toegang’ staat.”

De oude kapitein wachtte het te verwachten bevel niet af maar stond op.
“Kom, volg me.”
Voorzichtig liep hij de steile scheepstrap af naar beneden. De politiebaas die al bezig was procesverbaal op te maken, klom in zijn kielzog achter hem aan.
“Invoerrechten moet u betalen. Over al dat speelgoed. En u krijgt een boete voor het verschepen van een paard zonder papieren of entingsbewijs. Dan nog een boete voor al die mensen aan boord van dit schip die geen paspoort hebben. Die zullen we moeten uitzetten na een dure procedure. En u kan de aanklacht mensenhandel tegemoet zien. En laat ik niet beginnen over die kogelvrije vesten… daar staat een hele lange gevangenisstraf op.”

De oude kapitein liet hem praten en leidde hem naar de deur met ‘verboden toegang’ erop. Voordat hij opendeed richtte hij het woord tot de man.
“De bemanning van dit schip heeft slechts een huis en dat is waar ik ben. Geen van hen is hier onvrijwillig en geen van hen zal in uw land proberen asiel aan te vragen. Geloof me, wat u te bieden heeft… daar zit geen van hen op te wachten. Die kogelvrije vesten zijn voor uw politiekorps. We hebben ze één keer gedragen bij ons bezoek onlangs aan Nederland. Het leek me een mooi cadeau voor u. Het speelgoed bestel ik bij een fabriek op de Noordpool. Het is zelfgemaakt. In ruil ervoor help ik eind december met de internationale distributie. Ik heb ook geen bestelbonnen of facturen. Maar naar wat ik begrepen heb, maakt dat op Curacao niet zoveel uit. En achter deze deur…”, de oude kapitein wees op het ‘verboden toegang’-bord… “liggen heel specifieke cadeaus. Op maat gemaakt, zeg maar.”

verboden

Met open mond van verbazing volgde de politieman de oude kapitein de ruimte in die hij zojuist ontgrendeld had.
“Wat hier ligt, is zeer vertrouwelijk. U moet mij beloven dat wat u hier zult zien, niet verder komt dan dit schip. Dat is namelijk mijn taak en niet de uwe.”
In de ruimte ontwaarde de totaal overrompelde agent verschillende vuilniszakken met stickers erop en helemaal achterin iets wat leek op een gevangeniscel. Instinctief greep de politieman naar zijn holster.
“Niet nodig. Er zit niemand in. Kijkt u gerust rond. En ja u mag ook in de zakken kijken,” zei de oude kapitein in antwoord op de nu verwarde blik van de politieman die naar de stickers op de vuilniszakken keek. Er stonden prominente namen op. ‘Koeiman’ zag hij.
“Wat zit daarin?” vroeg hij.
“Ballen”, zei de oude kapitein droog.
De volgende sticker las ‘Dos Santos’. Op de vragende blik van de politieman zei de oude kapitein: “Een geluidsdemper”.
“En in deze…?” De naam Larmonie was erop te lezen.
“Een opfriscursus rechten. “

En zo vond de agent vele persoonlijke geschenken. Er was een ‘reality check’ voor Gijsbertha, een ‘ego-deflator’ voor Braam, een ‘potje revitaliserende crème’ voor Rosaria, een zakje ‘thee met het ‘luisteren naar signalen-kruid’ voor Leito, een trekpop voor Cordoba en in de zak waarop ‘parlementsleden’ stond, zat een levensgroot geweten.
Verbijsterd keek de politieman de oude kapitein aan.
“Begrijpt u het nu?”
“En die cel… daar staat geen naam op. Wie gaat daarin?”
“Nu nog niemand,” antwoorde de oude kapitein. “Maar dat kan volgend jaar zomaar anders zijn.”

In doodse stilte klauterde de politieman achter de oude kapitein aan weer naar boven. Aan dek stond zijn inspectieploeg nog altijd strak in de houding en de bemanning van het schip werd vanaf de kade nog steeds scherp onder vuur gehouden. In afwachting van het nu komende bevel keek iedereen naar de leider van deze exercitie.
“Op de plaats RUST,” bulderde hun aanvoerder. “Eeeeeen… Aftocht.”

De politiemeute kwam in beweging en verliet het schip met twintig stampende politieschoenen. De agenten op de kade hielpen de gevloerde bemanningsleden opstaan en maakten de boeien los van die ene die zij gekneveld hadden. Opgelucht was iedereen dat deze actie ten einde was.

De twee compagnons van de aanvoerder salueerden en verlieten het schip. Hun baas bleef nog heel even staan om met de oude kapitein te smoezen. Niemand kon hen horen. Ook de stuurman niet. De oude kapitein knikte en nam een papier van de politieman in ontvangst. Er volgde een vriendelijke handdruk en daarna blies ook hij de aftocht.

blauw

Het was inmiddels licht en de normale bedrijvigheid aan boord was terug. De stuurman en de oude kapitein zaten aan de koffie. De stuurman had sinds het vertrek van de politieaanvoerder een brandende vraag die hij nog niet had durven stellen. De oude kapitein nam een slok van zijn koffie en zei: “Het is een bekeuring voor het niet kunnen overleggen van de entingsverklaring voor Amerigo. De man had toch iets nodig om de uitgevoerde actie naar zijn superieuren toe te verantwoorden.”

Dit korte verhaal/column werd geschreven voor Paradise FM. Voor wie wil luisteren is hier de link.