Interview met Kooyman

Kooyman4922155-r

De biechtvader van kompa Nanzi

roy evers (2)In hem weerklinkt

het geweten van een land

dat spreekt van

oorzaak en gevolg

van chaos en wanorde

rechte lijnen

trekt hij

dwars over

een scheef pad

 

In hem huist ook

het duivelse vat

van ongefundeerde

argumenten

die in de dans

van damage control

op zeer creatieve wijze

de gedachten aan

oorzaak en gevolg

doen sneuvelen

voordat het een

tot het ander kan beklijven

 

Uit hem komen

de woorden die

wijzen naar de

logica en de rede

om die vervolgens

geheel expres

op de hak te

laten nemen

 

De biechtvader

wijst op de rechte weg

maar mag zich ook

graag begeven

in de kronkelstegen

van het geweten

waar recht wordt

wat krom was

en andersom

totdat iedereen

vergeten is

waar de wandeling begon

 

Zoals in de roddel

van de chuchubi

toch altijd ook

een waarheid huist

Zo vinden alle

Kompa Nanzi’s

bij deze biechtvader

een zeer gewillig thuis

 

Voor Roy Evers 2014©Elodie Heloise

 

 

 

Marley

Marley

Mijn land

San Pedro 2014

Wereldkind

De kadans van

de Tambu

woont in haar

en wanneer

ze haar heupen beweegt

op klanken

van Afrikaanse origine

heeft zij de mens lief

zoals ook de

klassieke meesters

haar in vervoering

brengen kunnen

 

Haar huid is wit

haar hart is zwart, soms

En soms

kleurt haar hart blank

en is haar vel

van ebbenhout

 

Beproefde rituelen

eeuwenoud

leven ook in haar

maar niet minder

dan het nieuwe geluid

van wat nog geboren

worden zal

en dat zij al kan horen

 

Haar lach is klinkend

onder een serieuze blik

waar niet alleen de grap

maar ook de pijn erin

erkenning vinden

 

Ze gaat door

alle schakeringen en

lagen, overal

waar de mens haar

maar brengen kan

Een wereldkind is ze

met wat de wereld te bieden heeft

in de palmen van haar hand

 

Voor Michelle

 

 

 

Voor Roland Colastica

Roy Colastica 2

foto Junice Augusta

Grote zwarte man
heeft een sprankelhart
vol woorden van kleur
hem toegeworpen
door de wereld

Grote zwarte man
verzamelde alle tinten
en leerde hoe het voelt
om in zuiver licht of donker te zijn
hij weet hoe het rood
van de ondergaande zon klinkt
en heeft gezien tot
in welke oneindigheid
het blauw van de zee
reiken kan

Vertelsels en nog ongeboren
verhalen stuiteren
rond in het
sprankelhart van
de grote zwarte man
Woorden op
de sprinkplank
van zijn tinteltong
klaar om de
wereld van het woord
binnen te dringen

Grote zwarte man
voel, zie, hoor
wat er in jou bruist
en schraap je keel
open je lippen
grote zwarte man
leg je hand op
de dorre grond
van je land en
besproei de droogte
enkel en alleen
omdat je dat kan

Ik ook van jou

seth gaaikema 2011 lgnd kln (2)

Zomaar ergens

tussendoor

in mijn dag

komt een boomgaard

in Schijndel

tot leven

 

‘Alles staat in bloei

dit moet je zien

het is bijna zo mooi

als waar jij woont

op Curacao’

 

De zachte stem

van heel ver weg

tuned in

even zomaar

tussendoor

in mijn dag

 

‘Schrijf je nog? ‘

De woorden komen

van de meester

die taal en tekst

vanuit de liefde bestiert

Hij spreekt en zegt

en ik luister en hoor

ik sta in het licht

van een tropenzon

even tussendoor

zomaar ergens

in mijn dag

 

‘Hou je goed, meisje

Ik hou van jou’

En weg is de stem

van heel ver weg

die me even

en zo nu en dan

zomaar

tussendoor

in mijn dag

zachtjes maar

onverbiddelijk

wijst op de

richting van mijn pad

 

Vandaag heb ik

de opdracht

gekregen

voortaan zelf

goed te zorgen

voor de woorden

in mij

 

Het ga je goed Seth

waar je nu ook bent

en ik hou

ook van jou

 

Voor Seth Gaaikema (11 juli 1939 -21 oktober 2014)

 

 

Mens

conflict

“Article 2.
Everyone is entitled to all the rights and freedoms set forth in this Declaration, without distinction of any kind, such as race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national or social origin, property, birth or other status. Furthermore, no distinction shall be made on the basis of the political, jurisdictional or international status of the country or territory to which a person belongs, whether it be independent, trust, non-self-governing or under any other limitation of sovereignty.

Article 3.
Everyone has the right to life, liberty and security of person…”

De eerste drie artikelen van de Universal Declaration of Human Rights zoals die door de Verenigde Naties werden aangenomen op 10 December 1948 te Parijs, drie jaar na het fysieke einde van de Tweede Wereldoorlog. Deze universele rechten van de mens zijn door vele landen in de wereld omarmd, onderstreept en als ondergrond aangenomen voor het regelen van onderlinge verhoudingen tussen mensen. Met de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog nog op het netvlies, kon niemand daar natuurlijk anders over denken.

Dat was 66 jaar geleden -meer dan een halve eeuw geleden klinkt misschien indrukwekkender- en ik vraag me af hoe de oorspronkelijke opstellers van deze declaratie nu naar ons zouden kijken. Anno 2014 staan al deze ‘verworven rechten’ onder druk. Het recht op gelijkheid is door de paar die veel en de velen die slechts een beetje of niets hebben in de afgelopen decennia volledig de grond ingestampt. Er is geen gelijkheid, er is slechts een groeiende sociaal maatschappelijke ongelijkheid die het recht op gelijkheid als een chronische ziekte heeft aangetast.

De plek die ‘geld’ in onze wereld inneemt, staat bij mijn weten niet geformuleerd in de Universele rechten van de Mens. Wel het recht op onderwijs en op gelijke kansen. In het allereerste artikel van de decaratie doen de makers een beroep op ‘het verstand’ en het ‘geweten’ van de mens als belangrijkste ophang voor de rest van de artikelen. Prachtige waarden die echter van nul en generlei waarde worden wanneer de mens te maken krijgt met een ongelijke verdeling van geld, of erger met (de vrees van) het ontbreken of het teruglopen ervan.

En dan hebben we het nog niet over schaarste veroorzaakt door het feit dat er erg veel mensen op deze wereld wonen. In 1966 bedroeg de geschatte wereldpopulatie iets meer dan 3 miljard mensen. Voor 2014 komt die berekening uit op iets meer dan 7 miljard levende zielen …. dat is meer dan een verdubbeling. En we zijn nog niet klaar… voor 2050 staat de geschatte teller op meer dan 9 miljard mensen. En het lijkt erop dat naarmate er meer van ons zijn, we elkaar in  omgekeerd evenredige wijze benaderen: hoe meer we zijn in aantal, hoe minder we elkaar de ruimte geven of elkaar gunnen wat van iedereen is. Zoals lucht, water en voeding, basiselementen voor leven die in toenemende mate strategisch worden ingepikt door hen die over de middelen beschikken. Het recht van de rijksten prevaleert boven gelijkheid door de vrees voor schaarste gerechtvaardigd. En in dat proces vertrappen we elkaars rechten en al stampende vergeten we dat dat ook de onze zijn.

Eerlijk gezegd is de mens anno 2014 naar mijn smaak het verstand volledig bijster en is het geweten tot ‘loos’ geworden. Gelijkheid en broederschap zijn idealistische luchtkastelen geworden waar we dromerig over lezen terwijl de kinderen van de buurman honger hebben en we onze deuren afsluiten met extra sloten om ‘de gevolgen van ongelijkheid buiten de deur te houden. De rechten op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie, vrijheid van seksuele voorkeur liggen in scherven op de grond. In plaats ervan zijn we  homofoob, Islamafoob,  en is er niemand meer die zijn mond echt durft open te trekken want dat kan je je ‘baan’ en in sommige gevallen zelfs je leven kosten. Het verstand en het geweten zijn tot instrumenten verworden die aangesproken worden voor damagecontrol voor een chaos die we zelf veroorzaakt hebben en waar we ons ‘mens-zijn’ verliezen omdat het recht van de sterkste in onze overlevingsdrang de beste kansen biedt. We wilden alleen maar meer en meer om nu aan het dreigende eind van een ‘heb’orgie te ontdekken dat we eigenlijk alleen maar minder over hebben.  Ons verstand en ons geweten voeren ons ver weg van rechtvaardigheid of gelijkheid. Sterker nog we zetten deze elementen in of uit zoals het ons in het behoud van ons eigen cirkeltje uitkomt. Een cirkeltje dat steeds minder mensen betreft.

‘Niets nieuws onder de zon’, zeggen de mensen die ik ken die al wat langer in deze wereld rondlopen dan ik dat doe. ‘Het is altijd zo geweest’, zeggen wijze mannen en vrouwen die religies en geschiedenissen hebben bestudeerd. ‘We leven in het ijzeren tijdperk,’ zegt een oude dichter. ‘De mens beweegt in cirkels en doet steeds hetzelfde, al eeuwen lang.’ Geen soelaas dus, geen evolutie van de soort, slechts een stompzinnige herhaling van hetzelfde of erger een neergang van weergaloze omvang in zijn soort… is dat echt wat wij als mensen zijn?

Ik weiger dat te geloven. Er zijn teveel mensen die voelen dat er iets niet klopt. Er zijn ook teveel mensen die het slachtoffer dreigen te worden hiervan en te weinig die er baat bij hebben. Ik denk eerder dat de tijd is aangebroken om de Universele Declaratie van de Rechten van de Mens in de steigers te zetten en te herijken naar deze tijd met een blik op een toekomst voor iedereen. In artikel 1 zou om te beginnen een toevoeging geplaatst moeten worden: ‘They are endowed with reason, conscience and a heart….’  Onze emoties zijn naar mijn idee namelijk een veel eerlijker meetinstrument dan ‘verstand’ of ‘geweten’. Ratio en cognitieve sociaal maatschappelijke programmering van een waarden- en normensysteem zou ten dienste moeten staan van het hart en niet andersom. Daarbij moeten we het nodig gaan hebben over wat gelijkheid is en waar de grenzen liggen van vrijheid. En laten we het ook alsjeblieft gaan hebben over de plek die geld en middelen in die ‘gelijkheid’ hebben. Feitelijk moeten we van de Universal Decleration of human Rights naar de Universal Declaration of Human Rights and Obligations. Anders kunnen we onze zogeheten gelijkheid en de toekomst van deze wereld verder wel gedag zeggen.

 

Onverkwikkelijk

2014-03-16-17-47-26_hondkwispelen

Aan de oppervlakte van het bestaan

Aan de oppervlakte

van het bestaan

ligt mijn huid die afstoot

wat ik niet kan hebben

kijk ik enkel naar wat zich presenteert

hoor ik de oervorm van geluid

maar versta ik niet de woorden

of de emoties die er achter schuilen

 

Zintuigen feesten op de roes

van dagelijkse beslommeringen

en vinden voor even een

oppervlakkig gerief

in dit niet-denken,

in dit niet voelen

in dit delirium van

handelen zonder hart

 

Mensen, zijn wij nog wel mensen

wanneer wij ons alleen nog maar bewegen

aan de oppervlakte van het bestaan

Wat is onze toegevoegde waarde

wanneer we kijken

maar niet meer kunnen zien

wat zich onder de oppervlakte bevindt?

 

Aan de oppervlakte van het bestaan

vind ik mezelf in fragmenten terug

die tot karikaturen verworden zijn

in de repeterende dwangwaan van de dag

de Dag die ik zelfs niet langer meer

als de mijne beschouw