logo Elodie Heloise

Terug in het gareel

En dan, na alle feestelijkheden, vind ik mezelf terug op bekend terrein. Een beetje onwennig ookal weet ik heel goed waar ik ben. Ik ben daar waar mijn vingers beginnen te jeuken omdat er een verhaal in mijn hart zit dat ik opschrijven wil. Ik ben er alleen ‘even uit’.  Zit niet in de discipline van een dagelijkse productie van verhalende letters. Achter me ligt een boek dat nu een afgerond geheel is. Geschreven, gedrukt, gedeeld en gevierd. De emoties ervan hangen nog als lichte sluierbewolking om mij heen. Het duurt niet lang meer, weet ik. Het zal opklaren, heel binnenkort. En dan begint het weer.  Het spreken van mijn hart.

PS: Er is me al ingefluisterd welk verhaal ik het eerst weer op zal pakken. Hieronder een stukje…

 

“Sir Railyson Germaykil Blobleu.

Shushu ging op haar gat zitten en mekkerde. Ze mekkerde voor het eerst in haar leven. Af en toe keek ze achterom, maar het hek van de koraal was en bleef gesloten. Shushu probeerde allerlei soorten gemekker. Verontwaardigde hoge tonen, een hartverscheurende klaagzang, een woedende lithanie en uiteindelijk snikkend met tussenpozen want ze had er de hik van gekregen. Maar wat ze ook deed, het hek bleef dicht. ‘Kan ik iets voor je doen?’. Een vriendelijke stem klonk. Shushu keek om zich heen, op zoek naar de oorsprong ervan.  ‘Hier, bij je voorpoten.’ Shushu ontdekte een blauwe hagedis met een halve staart. Hij zat erop en keek haar met belangstelling aan. ‘Aangenaam, de naam is Sir Railyson Germaykil Blobleu’. Shushu hield op met snikken. Nieuwsgierig nam ze de parmantige blauwe hagedissenheer op. ‘Shu -hik- shu,’ zei ze verlegen.  ‘Het is mij een waar genoegen, juffrouw Shu-hik-shu,’ antwoordde de hagedis. Hij sprong van zijn staart af en maakte een buiging.  ‘Nee, het is Shushu -hik- ,’ hikte Shushu.  ‘Oh, pardon, aangenaam dan juffrouw Shushu Hik’. De blauwe hagedis boog nu heel diep om zich te verontschuldigen voor zijn fout. Shushu zuchtte. Ze was verdrietig, triest en alweer helemaal in beslag genomen door het ongeluk dat haar was overkomen. Ze had de behoefte niet, de zin niet en de energie niet om de hagedis nog eens te corrigeren. Nieuwe tranen welden op.  ‘Waarom huil je?’, vroeg Sir Railyson Germaykil Blobleu terwijl hij opzij sprong om de regen te ontwijken. Shushu snikte, hikte, snotterde en stotterde.  ‘I…k –hik-mag er n..n..niet meer in –hik- en mijn m..m..moeder is –hik- dood.’ De hagedis laste een gepaste stilte in, ging weer op zijn staart gaan zitten en staarde naar de grond. Zo bleven ze een tijdje zitten. Shushu huilde en Sir Railyson Germaykil Blobleu zat naast haar op zijn halve staart. ”

Uit: Shushu (Work in progress)

Leave a Reply