verhaal | Mijmeringen

Zelfs de meest doorgewinterde hardzak of sinberguensa valt vroeg of laat ten prooi aan mijmeringen over het eiland waar hij vandaan komt.

‘Ik droomde vannacht dat ik bij Westpunt in zee lag. Iemand dook van de rotsen af. Op dezelfde plek als waar ik zo vaak het water in gesprongen ben. Schildpadden waren er. En op het strand vol gekleurde, zonverwarmde steentjes strompelspurten toeristen op hun weke voetzolen naar het water voor verkoeling …’

Ik krimp ineen terwijl ik de woorden van mijn zoon volg. Mokerslagen zijn het. Woord voor woord. Na ruim een half jaar in Nederland te zijn geweest, wint zijn hart het van zijn hoofd. Het tropenkind in hem is van verwondering en verdraagzaamheid overgeschakeld op een protestmodus. En ik wist dat het zou gebeuren. Er is geen ontkomen aan. Zelfs de meest doorgewinterde hardzak of sinberguensa valt vroeg of laat ten prooi aan mijmeringen over het eiland waar hij vandaan komt. Het besluipt je op een onbewaakt moment. Het is de tienduizendste regendruppel tegen het raam. Die ene seconde aan zonlicht die je niet gegund wordt maar die je zo graag wat langer had willen voelen. Het is de eeuwige tocht door het huis die ervoor zorgt dat je je nooit echt helemaal behaaglijk voelt en die je, ineens als voor het eerst, echt opmerkt. Het zijn die momenten waarop de mijmeringen zich aan je openbaren als nachtsluiers van mist. En wie niet oppast, verdwaalt in dit schimmige labyrinth van de hunkering.

De ochtend na dit gesprek doe ik dan ook het enige wat ik kan doen voor mijn zoon. Ik rij naar het dichtstbijzijnde boekingskantoor en regel een ticket naar huis. Iets om alvast naar uit te kijken. Iets dat ook een eindpunt verbindt aan zijn mijmeringen, en iets waarmee ik de toegang tot de alles verterende heimwee hermetisch gesloten houd. Voorlopig althans.

Teddybeer bij San Pedro
San Pedro